platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Bouw moet stap zetten van woningbouw naar stadmaken

Bouw moet stap zetten van woningbouw naar stadmaken

stadmaken woonwijk

16 jan 2017 - “Een bouwbedrijf dat toekomstgericht is, mikt niet meer op woningen bouwen maar op stadmaken. Met mengvormen van wonen, werken en voorzieningen. ” Die boodschap voor de bouwsector heeft ir Hans Leeflang, adviseur ruimtelijke activering van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De vraag wat voor woningen Nederland nodig heeft voor de toekomst en welke lessen bestaande woningbouw biedt, kwam ook aan de orde in de uitzending van BNR Bouwmeesters van 21 december.

Kwalitatief vraagstuk

Leeflang, destijds bij het Ministerie van Vrom verantwoordelijk voor de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex, 1991), zet grote vraagtekens bij de “paniek” die hij bespeurt op de woningmarkt nu die weer aantrekt. “Het lijkt wel weer of de Tweede Wereldoorlog net voorbij is. Woningnood hoor ik. Dan denk ik waar heb je het over. Vinex is ook gestart met een opgave van 1 miljoen woningen. Maar we zitten als samenleving nu echt in een hele andere fase. Een Deltaplan woningbouw uit de kast rukken voor de komende 25 jaar is niet de oplossing. Het is nu vooral een kwalitatief vraagstuk waar we voor staan.”

Stap voor stap-ontwikkeling

Leeflang is als ‘de vader van de Vinex’ niet ontevreden over het resultaat van die nota: “De Vinex heeft zowel randstedelijk als binnenstedelijk mooie nieuwe woonmilieus toegevoegd, die ook lange tijd meekunnen.” Wat ook weer niet wil zeggen dat het tijd is voor een Vinex-ronde 2.0. “Je moet wel blijven nadenken over de woningvoorraad. Maar wat we van Vinex kunnen leren, is dat je niet in een beweging voor het hele land dezelfde oplossing moet willen, want dan maak je fouten. Zeker deze tijd vraagt veel meer om maatwerk en een stap voor stap-ontwikkeling.”

Oriënteren op mengvormen

In plaats van om het bouwen van woningen, draait het volgens Leeflang nu om het maken van steden. “De relatie tussen wonen, werken en vrijetijdsbesteding is nu anders. Bij wonen gaat het veel meer om het mengen van die functies. Waarbij je ook kijkt of vastgoed cyclisch is. De ene periode gebruik je een gebouw zo en later weer anders. Die flexibiliteit in de gebouwenvoorraad vormt denk ik een van de grootste uitdagingen.” Bouwbedrijven en ontwikkelaars doen er volgens Leeflang goed aan zich ook meer te richten op stadmaken: “Wil je toekomstgericht bezig zijn, dan moet je je als sector ook meer oriënteren op die mengvormen.”

Regionale aanpak

De woningmarkt vraagt volgens Leeflang nu veel meer om een regionale aanpak. “De grote druk op die markt zit vooral in de Noordvleugel van de Randstad, in Amsterdam en Utrecht. Het gesprek over het woningbouwvraagstuk moet je dus veel meer op het niveau van stadsregio’s voeren.” Een actueel voorbeeld van hoe het nu moet noemt Leeflang de rol die de provincie Noord-Holland speelt bij de ontwikkeling van een aardgasloze gebouwde omgeving in de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

Meer zeggingskracht voor gebruikers

De rol van overheden is volgens Leeflang regie te voeren over de “grote verbouwingsoperatie van de komende 25 jaar”. “Niet zelf met een visie komen, maar zorgen dat er een gedeeld beeld op de stad of het land van de toekomst komt. En vervolgens heel veel aandacht hebben voor waar dat nieuwe Nederland en die nieuwe steden worden gebouwd en daar zo nodig een steuntje in de rug aan geven. En bovenal stimuleren dat er kwalitatief hoogwaardig wordt gebouwd met een hoge omgevingskwaliteit als resultaat. Want met alleen sober en doelmatig woningen bouwen en asfalt leggen komt het niet goed in 2040. Alles begint dus bij de gebruikers van de ruimte, die moeten veel meer zeggingskracht krijgen.”

Nationale Omgevingsvisie

Leeflang kijkt belangstellend uit naar de Nationale Omgevingsvisie, waarvan dit kabinet in januari met het eerste deel komt. “Het is na de verkiezingen aan het volgende kabinet om dit gedeelde beeld op onze toekomstige leefomgeving echt voor elkaar te krijgen. Dat wordt spannend, want ik denk dat daar nog wel wat voor moet gebeuren in het land.” Wat hem betreft moet die Omgevingsvisie zich ook uitspreken over de plek die we zelfsturende voertuigen straks in de gebouwde omgeving geven.

Welke plek verdient de zelfrijdende auto?

“De auto van nu hebben we met elkaar heel erg over stad en land heen laten komen. De grote uitdaging is nu om niet weer alleen maar volgend en accomoderend te zijn op die nieuwe technologie, maar om ons vanuit publieke waarden af te vragen hoe we het willen hebben, dus welke plek die voertuigen verdienen. Benut de kans op meer ruimte voor fietsen, wandelen en groen in de stad door te anticiperen op deze zekere ontwikkeling. Dat is ook mijn boodschap aan alle betrokken partijen. Geef nu actief vorm aan de stad of regio van de toekomst, anders word je door de autonome ontwikkelingen ingehaald.”


Bron: Bouwendnederland.nl

Blijf op de hoogte