Verslag
cover

‘Crisis- en herstelwet is een prachtige rode loper’

Door Wendy Braanker

25 apr 2017 - ‘Wachten op Omgevingswet is niet nodig, met de Crisis- en herstelwet en pilots kan al veel. Start ook en gebruik ervaringen pioniers!’ Na afloop van het Praktijkfestival Pionieren met de Omgevingswet op woensdag 12 april stuurt het Ministerie van Infrastructuur en Milieu deze tweet uit. Tijdens het Praktijkfestival blijkt dat ruim de helft van de Nederlandse gemeenten al experimenteert met de Crisis- en herstelwet. “We hebben vernieuwers nodig”, houdt Chris Kuijpers, directeur-generaal Milieu en Internationaal van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de zaal voor tijdens zijn openingsspeech: “Dit geeft ons vertrouwen dat er geen chaos ontstaat zodra de Omgevingswet in werking treedt.”

Juristen, ICTers, adviseurs, wethouders, stedenbouwkundigen. In de zaal zit een gemêleerd gezelschap. Alleen al uit de brede opkomst valt af te lezen hoe ingrijpend de invoering van de Omgevingswet zal zijn. Gemeenten, waterschappen, provincies, projectontwikkelaars, burgers. Iedereen krijgt te maken met de nieuwe wet die in 2019 ingaat. Doel van de nieuwe wet: het makkelijker maken om ruimtelijke bouwprojecten te starten. Het is een majeure wetgevingsoperatie: we gaan van 26 wetten naar slechts één wet. 

1

De twee functies van de Crisis- en herstelwet
Niels Koeman, Voorzitter Begeleidingscommissie Voortgang Chw, vertelt tijdens het Praktijkfestival dat de Crisis- en herstelwet eigenlijk twee functies heeft. Waarvan één onbedoeld, maar wel nuttig; deze wet, ruim zes jaar geleden in het leven geroepen om Nederland uit het economisch dal te halen en de crisis te bestrijden, geeft gemeenten ook de kans om te experimenteren met de instrumenten van de Omgevingswet. “Het is een soort bonusaanbieding. Ervaring opdoen met de Omgevingswet. Dat hebben gemeenten erbij gekregen.”

Hoe het zit. De Crisis- en herstelwet* verruimt de regeling voor het tijdelijk afwijken van een bestemmingsplan, zodat besluitvorming over projecten in de leefomgeving sneller en beter kan plaatsvinden. De procedure is van 26 naar 8 weken teruggebracht en daarnaast is de periode dat tijdelijke afwijkingen zijn toegestaan verlengd van 5 naar 10 jaar. Hierdoor kunnen gemeenten meer vaart maken bij de ontwikkeling van een gebied. Zoals in Soesterberg-Noord, één van de ruim 200 Chw-experimenten.

Het wonderlijke woord ‘Verbindelaar’
Tijdens het plenaire deel van het Praktijkfestival vertelt projectleider Reinier Kalt van de gemeente Soest over het terrein nabij de vliegtuigbasis Soesterberg waar woningen moeten komen. Voorheen was er veel overlast van het vliegveld en de geluidsoverlast van de nabijgelegen bedrijven deed er daarmee niet zo veel toe. Er werd veel door de vingers gezien. Maar met de plannen voor woningbouw in Soesterberg-Noord ligt dat nu anders. Mensen moeten er prettig kunnen wonen zonder overlast van het aangrenzende bedrijventerrein. Voor de werkwijze van de gemeente Soest gebruikt Reinier Kalt het wonderlijke woord ‘Verbindelaar’: een combinatie van de woorden vertrouwen, verbinden (het aan elkaar verbinden van stakeholders), en onderhandelaar. “We zijn bij de bedrijven en de paar bewoners die daar van oudsher tussen woonden letterlijk naar binnen gegaan. We hebben ons verdiept in wat die bedrijven doen, we hebben een heldere probleemanalyse gemaakt en gekeken hoe we dit alles nu kunnen verbinden met onze doelstellingen. En met het budget dat we hebben, willen we bedrijven een nieuwe toekomst geven op een andere plek.”
Dat is volgens Reinier Kalt in grote mate gelukt. Er moeten nog een paar laatste ‘pijnpunten’ worden weggenomen. Het doel is om te komen tot een betere fysieke leefomgeving in dit gebied. Soesterberg-Noord moet een aantrekkelijk woon-werkgebied worden waar nieuwbouwwoningen komen. Er komt ook een woonwijk op de oude vliegbasis.

1

Ontslakken in Leiden
Er passeert nog een project dat een voorbeeldfunctie heeft als het gaat om het voorsorteren op de Omgevingswet. In Lammenschans bij Leiden was sprake van veel leegstand van kantoren. Paul Laudy, wethouder gemeente Leiden, vertelt dat de dialoog werd gezocht met de eigenaren van kantoorpanden en met ondernemers in het gebied. De neerwaartse spiraal moest doorbroken worden. De oplossing werd vooral gezocht in deregulering en het faciliteren van bedrijven die zelf met investeringsinitiatieven komen. Dit was nodig om snel stappen te kunnen maken. Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft, vult aan dat de aanpak van Leiden perfect vooruit loopt op de Omgevingswet. De hoogleraar is een groot voorstander van ‘ontslakken’ waarbij het er om gaat dat de regelgeving voor een gebiedsontwikkeling vereenvoudigd wordt: sneller, goedkoper en flexibeler. Een overdosis gedetailleerde gemeentelijke regels, maar vooral de bureaucratische en slome toepassing daarvan  vormen nu nog regelmatig een rem op gebiedsontwikkeling. Dat moest dus anders en dat is gelukt in het project Lammenschans. De vaart zit er nu in. Er worden 3500 woningen toegevoegd in dit gebied en de helft is gerealiseerd. Snelheid is voor ondernemingen belangrijk volgens Friso de Zeeuw en vandaar dat het goed is dat procedures rond gebiedsontwikkeling worden ingekort en dat meer maatwerk geleverd kan worden. Friso de Zeeuw noemt het gekscherend een Barbapapa-vergunning die om een project heen wordt gelegd. Maar de schaduwzijde kan zijn dat haast, flexibiliteit en maatwerk kunnen ontaarden in willekeur. “Dat dilemma moeten we erkennen en niet wegpoetsen dat dit door de wet wel allemaal wordt opgevangen. Wat we niet moeten willen is een soort skyboxplanologie waarbij in een innige, exclusieve relatie tussen B&W en enkele ondernemingen de zaken worden rondgemaakt.” Vandaar dat er in de mening van De Zeeuw sprake moet zijn van transparantie en een globale politieke toetsing door de gemeenteraad. “Globaal. Want als ze er iedere keer tussen gaan zitten, . dan werkt het niet. Dan kan er geen snelheid gemaakt worden.”

LivingLabs en Proeftuinen Omgevingswet
Meer dan de helft van de gemeenten experimenteert – vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet – met de Crisis- en herstelwet: 230 gemeenten om precies te zijn. “De Crisis- en herstelwet is een prachtige rode loper om de nieuwe wet te kunnen implementeren”, zegt Ineke van der Hee, programmadirecteur implementatie Omgevingswet. Een belangrijk punt dat ze wil maken is dat we er voor moeten zorgen dat studenten nu al gaan denken in die nieuwe wet. “We hebben niets aan studenten die nog in het verleden leven.”
Saxion Hogeschool uit Enschede is al betrokken bij LivingLabs rond de Omgevingswet. Als het aan Ineke van der Hee ligt volgen er meer kennisinstellingen, ook universiteiten. John van den Hof van Saxion vertelt dat studenten van de Hogeschool uit Enschede   praktijkonderzoek doen: bijvoorbeeld in Enschede waar de gemeente een nieuwe beek wil aanleggen om de stad klimaatbestendig te maken. Dit experiment wordt geïntegreerd in het onderwijsprogramma. Toch zit er nog altijd een gigantische kloof tussen het onderwijs en de praktijk als het gaat om de kennis over de Omgevingswet. En die afstand wordt alleen maar groter. “Dankzij de crisis zijn steeds meer gemeenten aan de slag gegaan met de Crisis- en herstelwet. We worden rechtsom- of linksom – hoe je wil – ingehaald door de praktijk.”
Punt is dat onderwijsinstellingen moeten gaan nadenken hoe ze studenten meer willen meegeven over de Omgevingswet. Dus hoe de kennis over deze nieuwe wet op hogescholen en universiteiten in het onderwijsprogramma geïntegreerd kan worden. “Wat studenten moeten leren dat is redelijk in beton gegoten.”
Naast ‘living labs’ zijn ook de ‘Proeftuinen Omgevingswet’ van start gegaan. Op verzoek van gemeenten en andere overheden pakt dezelfde ploeg die alle ‘ontslak-projecten’ in het land heeft begeleid, concrete lokale puzzels aan.            

 3

*Notitie Pionieren met de Omgevingswet, houd het Eenvoudig, maak het Beter, van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, november 2016

Beeld: Loes Schleedoorn
Recente artikelen