Collegium Academicum Heidelberg door nai010 publishers (bron: nai010 publishers)

De architectuur van wooncoöperaties, leren van Duitsland (en een beetje van Nederland)

21 april 2026

6 minuten

Recensie Het collectieve wonen is in Nederland aan een opmars bezig, maar dat gaat lang niet altijd zonder slag of stoot. Een nieuwe publicatie brengt tien Duitse en vijf Nederlandse voorbeeldprojecten gedetailleerd in beeld, zodat we kunnen leren van de opgedane ervaringen. Met zowel aandacht voor het gebouwde eindresultaat als de weg ernaartoe.

De afgelopen tijd is er op Gebiedsontwikkeling.nu veel geschreven over collectieve woonprojecten. Met onder meer aandacht voor de rol van gemeenten als grond-verschaffer, voor de rol van provincies en voor de aanpak in diverse buitenlandse steden. De publicatie De architectuur van wooncoöperaties richt zich op de projecten zelf en op de vraag hoe deze projecten precies zijn ontwikkeld. Het boek vloeit voort, zo staat in de inleiding, uit de Open Oproep ‘Anders werken aan wonen’ van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (2022).

Deze oproep was bedoeld voor “onderzoeksvoorstellen van ontwerpers die in samenwerking met lokale of regionale stakeholders en experts willen werken aan de actuele en toekomstige woonbehoeften van Nederland.” Vanuit de Leibniz Universiteit in Hannover reageerden professor Marieke Kums (die eerder onder meer bureau OMA werkte) en promovenda Carolin Koopmann op dit initiatief. Zij stelden voor een onderzoek te doen naar wooncoöperaties in Duitsland en Nederland, “met als doel een inhoudelijke bijdrage te leveren aan het lopende debat over collectief eigendom als potentiële deeloplossing voor de Nederlandse wooncrisis.”

De architectuur van wooncoöperaties

De toelichting van de uitgever: “In Nederland is de wooncoöperatie in opkomst. Dit model wordt steeds vaker gezien als een mogelijke oplossing voor de huidige woningcrisis, door een hernieuwde nadruk op collectief eigendom en collaboratieve vormen van woningproductie. Goed gedocumenteerde voorbeelden zijn essentieel om nieuwe initiatieven te inspireren en te ondersteunen. Dit boek presenteert 15 succesvolle wooncoöperaties ‒ 10 uit Duitsland en 5 uit Nederland, waaronder San Riemo (München), Boschgaard (Den Bosch) en De Nieuwe Meent (Amsterdam). De architectuur van wooncoöperaties / The Architecture of Housing Co-ops begeleidt de lezer door organisatie, architectuur, rechtsvormen, financiering en het dagelijks leven van bewoners. Aan de hand van interviews en een analytisch essay over de ontwikkeling van wooncoöperaties biedt het boek zowel empirische inzichten als conceptuele reflecties voor onderzoekers, professionals en anderen die geïnteresseerd zijn in alternatieve en betaalbare woonvormen.”

De Architectuur van Wooncoöperaties door Marieke Kums & Carolin Koopmann (bron: Marieke Kums & Carolin Koopmann)

Auteur:
Marieke Kums en Carolin Koopmann

Uitgeverij:
nai010 publishers

Aantal pagina’s:
304

Prijs:
34,95 euro

Jaar van uitgave:
2026

De handzame en prettig leesbare publicatie van nai010 publishers brengt de oogst van het onderzoekstraject van Kums en Koopmann in beeld. Dat gebeurt in vier onderdelen: een beknopte schets van het fenomeen wooncoöperaties (tegen de achtergrond van de Duitse en de Nederlandse woningmarkt), de kennismaking in twee hoofdstukken met de Duitse en de Nederlandse projecten en tenslotte een aantal interviews met experts. In de inleiding benoemen de auteurs de voordelen van wat wel de ‘derde weg’ in de volkshuisvesting wordt genoemd (naast de bouw van koopwoningen en sociale huurwoningen).

Zo leidt het ontwikkelen van projecten door wooncoöperaties tot onder meer een meer “participatief ontwerp,” een “sterke relatie met de buurt”, “ontmoetingsgerichte circulatie” (op galerijen en in trappenhuizen) en “diversiteit en inclusie.” Bijzonder daarbij is dat – deze publicatie is daarin niet de enige – in woorden altijd de confrontatie met de reguliere woningbouwsector en -markt wordt gezocht. Zo hebben Kums en Koopmann het over “de regels van de kapitalistische woningmarkt, waarin wonen vooral een product van en voor handel is.” Of deze: “Door collectief eigendom en beheer dagen zij (de wooncoöperaties, red.) de markt uit en werken ze aan een stad gebaseerd op solidariteit, duurzaamheid en gemeenschapszin, in plaats van winst en individualisme.”

Enthousiast pleidooi

Gezien de groei van het aantal wooncoöperaties in Nederland zouden dergelijke tegenstellingen toch eigenlijk niet meer nodig hoeven te zijn. Kijk bijvoorbeeld naar de toegenomen aandacht in de media (recent nog met dit artikel van Kirsten Hannema in de Volkskrant en dit overzicht in NRC), maar ook naar het aantal collectieve projecten dat de laatste jaren bij een opdrachtgeversprijs als de Gouden Piramide is ingediend. Bij de vijf nominaties voor de editie van 2026 prijkt het project De Nieuwe Meent in Amsterdam, waar Peter Kuenzli op Gebiedsontwikkeling.nu een enthousiast pleidooi voor hield. Ook worden bovengenoemde kenmerken van collectieve woonprojecten ook steeds meer in de reguliere woningbouw opgenomen. Zie bijvoorbeeld het AM/Woonzorg Nederland-project Stadsveteranen in Amsterdam of het plan Common Woods in Amersfoort, ontwikkeld door Holistic Development (Maurits van Hoogevest). Ook het Knarrenhof-concept voor seniorenhuisvesting stoelt op nodige collectieve principes.

Los van de aantoonbare voordelen van projectontwikkeling met een groep gelijkgestemden, zijn er ook zeker ook nadelen aan verbonden, zoals een hoog kapitaal- en tijdsbeslag voor de betrokkenen. Iets meer daarvan had in deze publicatie wel door mogen klinken. Dat laatste geldt ook (en dan houd ik erover op) over de rol van PvdA-senator Adri Duivesteijn, die in 2015 er eigenhandig voor zorgde dat de wooncoöperaties als woonvorm in de nieuwe Woningwet van dat jaar werden verankerd. Dat had de inleiding van deze publicatie compleet gemaakt.

Brede scope

De ware rijkdom van De architectuur van wooncoöperaties schuilt in het tweede en derde hoofdstuk: de presentatie van de 15 voorbeeldige projecten. Ieder project wordt royaal gedocumenteerd en tekst en beeld en dat gebeurt aan de hand van vijf vaste thema’s: initiatief, architectonisch concept, gemeenschapsvorm, rechtsvorm en financiering. Daarmee is de scope van de auteurs nadrukkelijk veel breder dan de architectuur in enge zin, c.q. louter het gebouwde eindproduct. Ook de procesarchitectuur krijgt uitgebreid aandacht en dat geeft dit boek veel toegevoegde waarde voor iedereen die met een vorm van collectief wonen bezig wil gaan.

De Duitse projecten geven ook aan hoe belangrijk de ondersteunende rol van gemeenten is

Er komen sterk uiteenlopende projecten aan bod, van binnenstedelijke plannen tot met een boerenhof in een dorp in Nedersaksen. Het wordt duidelijk hoe divers het opdrachtgeverschap is georganiseerd (tot een met een project in Heidelberg dat door studenten zelf is ontwikkeld en gebouwd) en dat er in de praktijk toch ook vaak al sprake is van mengvormen van privaat en collectief. Bij enkele projecten in Duitsland is bijvoorbeeld de landelijk werkende ontwikkelaar/bouwbegeleider Plan W betrokken en in Groningen werd de basis voor het woongebouw Ebbingehof gelegd door gebiedsontwikkelaar AM. In die zin zijn beide werelden niet (meer) zo streng gescheiden.

Spiegelfabrik Fürth door nai010publishers (bron: nai010publishers)

Kansen voor 'ontmoetingsgericht circulatie' door de toepassing van brede galerijen.

‘Spiegelfabrik Fürth’ (bron: nai010publishers)


De projectbeschrijvingen van de Duitse projecten illustreren dat het collectief ontwikkelen in Duitsland een langere traditie heeft (vanaf het einde van de 19de eeuw) en dat wooncoöperaties alhier veel vastere grond onder de voeten hebben gekregen. Niet alleen in de wetgeving, maar ook in de steun die ze krijgen van banken en andere financiers. Het past ook wel bij het beeld dat het huren van een woning in Duitsland voor een veel groter deel van de bevolking een aantrekkelijke variant is (waar in Nederland de koopwoning de standaard is geworden). De Duitse projecten geven ook aan hoe belangrijk de ondersteunende rol van gemeenten is, zoals de stad München die expliciet 30 procent van haar eigen verkoopbare grondbezit uitgeeft aan woningcoöperaties. In algemene zin zijn de Duitse projecten ook het meest interessant qua woningtypes en -plattegronden, het hergebruik van bestaande gebouwen dat er plaatsvindt (tot en met een voormalig Stasi-gebouw in Berlijn aan toe) en de innovativiteit in de toegepaste financieringsconstructies.

Ballotage en uitsluiting

Een punt wat in de publicatie nog nader uitgediept had mogen worden, is dat wooncoöperaties weliswaar in veel gevallen inzetten op de diversiteit en ‘inclusie’, maar dat deze ontwikkelvorm toch ook kenmerken van ballotage en uitsluiting in zich kan dragen. Dat is zeker het geval bij de Duitse Baugruppe, waarbij een groep gelijkgestemden een eigen woningproject realiseert, om vervolgens individueel verder te wonen in de eigen koopwoning. Dit laatste laat onverlet dat De architectuur van wooncoöperaties een gedetailleerd en zeker ook inspirerend antwoord geeft op de vraag hoe het collectieve wonen vorm en inhoud kan krijgen. Daarmee kunnen potentiële initiatiefnemers hun voordeel doen, alsmede gemeenten (en provincies) die deze ontwikkelvorm in hun woonbeleid willen opnemen. Niet in de laatste plaats biedt de publicatie handreikingen aan ontwerpers en opdrachtgevers die projecten in deze sfeer willen ontwikkelen.

Een recente docu van de Amsterdamse stadszender AT5 over wonen in groepsverband.


Cover: ‘Collegium Academicum Heidelberg’ (bron: nai010 publishers)


Kees de Graaf door Sander van Wettum (bron: SKG)

Door Kees de Graaf

Eindredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Collegium Academicum Heidelberg door nai010 publishers (bron: nai010 publishers)

De architectuur van wooncoöperaties, leren van Duitsland (en een beetje van Nederland)

Het collectieve wonen heeft het in Nederland niet altijd even gemakkelijk. Vaak gaat het dan om institutionele hindernissen op macro-niveau. Maar wat gebeurt in de projecten zelf? Een nieuwe publicatie brengt 15 voorbeeldprojecten in beeld.

Recensie

21 april 2026

Hoogbouwtorens in de hub Hoog Catharijne door Maarten Zeehandelaar (bron: Shutterstock)

Dringend nodig: meer strategische gebiedsontwikkelaars

Stikstof, netcongestie, bouwkosten en procedures frustreren het tempo in de gebiedsontwikkeling. Maar er is een ander, sluipend gevaar: het groeiende personeelstekort, vooral op strategisch niveau. Wat kunnen we eraan doen? Een driegesprek.

Uitgelicht
Interview

20 april 2026

Debat Utrecht door Stadkwadraat (bron: Stadkwadraat)

“Gebruikswaarde haalt onrendabele top uit de gebiedsontwikkeling”

Een debat over inbrengwaarde: de financiële waarde van grond en opstallen die een eigenaar inbrengt in een project. Welke methode werkt het beste om deze waarde vast te stellen én gebiedsontwikkeling gaande te houden? Nu reageert Erwin van der Krabbe

Interview

20 april 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op