platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

De kansen van smart mobility in gebiedsontwikkeling

De kansen van smart mobility in gebiedsontwikkeling

smart mobility kruispunt -> Afbeelding van Pexels via Pixabay

18 aug 2020 - Het gebruik van data en slimme technologieën moet zorgen dat verkeersstromen veiliger, schoner en efficiënter worden. Dit kan verkeersophopingen verminderen, gezondheid bevorderen en mobiliteit toegankelijker maken voor kwetsbare groepen. Maarten de Vries (thematrekker van het Smart Mobility Programma van Metropoolregio Amsterdam) en Domingo Regalado van Os (projectmanager bij gemeente Amsterdam) vertelden tijdens het derde jaarcongres Stedelijke Transformatie over de kansen van Smart Mobility in gebiedsontwikkeling.

Smart mobility is nog grotendeels in de pioniersfase. De eerste praktijkvoorbeelden verschijnen, maar het is nog onbekend hoe dit concept zich op de lange termijn ontwikkelt. Een gebrek aan ervaring en concrete eisen zorgt voor terughoudendheid om nieuwe vormen van mobiliteit toe te passen in gebiedsontwikkelingen. Daarnaast komen innovaties op mobiliteitsvlak sneller dan de beleidscyclus kan bijbenen. Hierdoor is in gebiedsontwikkelingsprojecten soms nieuw beleid nodig, dat later ook elders in de gemeente bruikbaar is.

Mobiliteitsprogramma van Eisen

Duidelijk is dat slimme en schone mobiliteitsconcepten vragen om een andere ruimtelijke inrichting van nieuwe wijken. Het is daarom verstandig bij elke gebiedsontwikkeling al vroeg in het proces na te denken over de invloed van deze duurzame mobiliteitsoplossingen, rekening houdend met de context en demografische samenstelling van het gebied. “Een iteratief planproces tussen gemeente en marktpartijen, waarbij mobiliteit integraal wordt meegenomen, werkt het beste”, zegt Maarten de Vries.

Om te zorgen dat smart mobility integraal wordt meegenomen in gebiedsontwikkeling, kan een Mobiliteitsprogramma van Eisen (MPvE) helpen. Het MPvE fungeert als checklist met voorwaarden voor de mobiliteit in het gebied. “Dit is een goede tool om de stedelijke ambities om te zetten in concrete randvoorwaarden en maatregelen op gebiedsniveau”, zegt De Vries. “Je kunt hierin thema’s opnemen als Transit Oriented Development en Mobility as a Service, naast innovatieve logistiek en mobiliteitshubs. Deze maatregelen kunnen leiden tot een zero emissie verkeerssysteem, een transitie van bezit naar gebruik, en een betere bereikbaarheid.”

Stomp

In de leidraad Gebiedsontwikkeling & Smart Mobility, die in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam is opgesteld, wordt het STOMP-adagium (Stappen-Trappen-OV-MaaS-Privéauto) geïntroduceerd. Dit adagium is te gebruiken als ontwerpprincipe bij de ontwikkeling van nieuwe wijken, waarbij de prioriteit eerst ligt bij actieve mobiliteit als wandelen en fietsen, vervolgens bij een goede ov-verbinding en een aanbod aan deelmobiliteit. Pas daarna komt het faciliteren van de privéauto. Het toepassen van STOMP kan goed samengaan met Transit-Oriented Development, waarbij het ontwikkelen van voorzieningen rondom ov-knooppunten het autogebruik in deze gebieden kan beperken.

“Houd hierbij wel rekening met het waterbedeffect”, waarschuwt De Vries. “Dit kan optreden als je verschillen in parkeerregime en -prijzen hebt tussen aanliggende gebieden. Dat kan leiden tot weerstand bij de omliggende gebieden die na de gebiedstransformatie mogelijk te maken krijgen met parkeeroverlast.” Daarom is het belangrijk om te zorgen voor voldoende afstemming en transparantie in het planproces en over de grenzen van het gebied te blijven kijken. Houd bij het opstellen van een mobiliteitsplan (een deel van) het parkeren in één hand, zodat je in de toekomst kunt blijven inspelen op actuele ontwikkelingen.

Niet meer aanpassen

De Sluisbuurt in Amsterdam is in 2014 als versnellingslocatie voor woningbouw aangewezen. Hier wordt een compact hoogstedelijk karakter nagestreefd met een hoge dichtheid van voorzieningen. De principes van de bewegende stad zijn hier een prioriteit, waarbij beweging dus juist wordt gestimuleerd. Om lopen en fietsen te bevorderen, is de ambitie uitgesproken om een autoluwe wijk te ontwikkelen. Hierbij is ook een ambitieuze parkeerstrategie opgesteld met een parkeernorm van 0,3. De gemeenteraad hanteert een maximum van 2.160 te realiseren parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers van de Sluisbuurt.

In de Sluisbuurt wordt dan ook ingezet op deelmobiliteit. Bij de ontwikkeling van de buurt zijn er verschillende varianten voor de ruimtelijke implementatie van mobiliteit overwogen, met centrale of decentrale, boven- of ondergrondse, en klein- of grootschalige parkeervoorzieningen. Doordat de concepten van smart mobility en Mobility as a Service pas nu, in de uitvoeringsfase, in het planproces worden meegenomen, is het niet meer mogelijk al deze varianten in te bedden in de stedenbouwkundige structuur – het stedenbouwkundig plan (met onderliggende investeringen) wordt niet meer aangepast. “Dit is een van de situaties waarin je als plangebied kunt terechtkomen als niet goed vooraf wordt afgewogen hoe om te gaan met moderne mobiliteit”, stelt De Vries. “Een MpvE kan daarbij helpen.”

Vooruitkijken en dus regie houden

In de Sluisbuurt wordt nu gekeken naar een gemengde vorm met kleine, openbare garages, die deels als hub kunnen functioneren. Mogelijk komt daarbij een extra tijdelijke bovengrondse hub met alleen een focus op deelmobiliteit. Er komen nu twee gemeentelijke parkeergarages, waardoor de gemeente de regie in eigen handen kan houden en kan inspelen op innovaties in toekomst. Dat geldt voor de inpassing van deelmobiliteit, maar ook voor de mogelijkheid om op termijn parkeerabonnementen te verlenen aan diegenen die daar het meest baat bij hebben. “Denk aan bewoners van sociale huurwoningen waarvoor de parkeernorm nul is”, zegt De Vries. Deze regie en de daaruit volgende flexibiliteit is voor de gemeente cruciaal voor de toekomstbestendigheid en inclusiviteit van het parkeer- en mobiliteitssysteem. Projectmanager Van Os: “Het succes van de autoluwe buurt blijft afhankelijk van de excellentie en inclusiviteit van de alternatieve vormen van mobiliteit die nog ontwikkeld worden.”


Cover:  Afbeelding van Pexels via Pixabay 

Dit artikel verscheen eerder op Stedelijketransformatie.nl

Auteur

Ben Endstra
Ben Endstra

Masterstudent Spatial Planning aan de Universiteit Utrecht

Bekijk alle artikelen