Opinie Joris van Hoytema las de recente bijdrage van Friso de Zeeuw en Geurt Keers op Gebiedsontwikkeling.nu over hoeveel vierkante meter de Nederlander gemiddeld verwoont. En hij herinnerde zich ook de fascinatie van beide heren voor de Nederlandse rijtjeswoning. Het zijn pleidooien die afleiden van de vraag waar het werkelijk om gaat. “Help eerst de mensen die het echt nodig hebben.”
In zijn pleidooi om vooral de eengezinswoningen te bouwen die op dit moment populair zijn, herhaalt Friso de Zeeuw een aantal pertinente waarheden. Ook heeft hij inmiddels alternatieve statistieken paraat over de Nederlandse woninggrootte. Maar ondanks dat veel van wat hij zegt klopt, trekt hij – wat mij betreft – de verkeerde conclusies. Minder relevant maar wel vermeldenswaardig is dat er ook op zijn statistieken nog wel het één en ander is af te dingen. Het schijnt dat het Mark Twain was die zei: “There are three kinds of lies: lies, damned lies and statistics.” Maar hierover later meer.
Eerst de vraag of je rijtjeshuizen moet bouwen als de vraag naar rijtjeshuizen groot is. Of scherper geformuleerd: zou je als overheid dit moeten faciliteren, stimuleren en prioriteren? Vele jaren geleden waren mijn kinderen nog geen woningzoekende wannabe-starters op de woningmarkt. Zij zaten toen op een schattig jaren dertig-schooltje, in een schattig jaren dertig-straatje. Omdat het straatje in een welvarende wijk lag, was het iedere morgen een drukte van belang. Veel ouders brachten hun kinderen in een glanzende zwarte SUV naar school. SUV’s die duidelijk niet gemaakt waren voor het genoemde schattige, smalle straatje.
Het was evident dat er een sterke vraag naar zwarte SUV’s bestond bij de ouders van de schoolkinderen. En ik wil hier absoluut niet tegen zwarte SUV’s pleiten. Als iemand graag een mooie glanzende veilige auto wil, dan moet dat kunnen. Veel plezier ermee. Maar er zijn twee conclusies die je niét uit deze anekdote zou moeten trekken. Ten eerste natuurlijk dat de overheid het bezit van dikke SUV’s zou moeten faciliteren, omdat er nu eenmaal een vraag naar is. En ten tweede dat stimulatie van het SUV-bezit ook goed is voor de armere ouders van die school. Dit omdat door de aanwas van nieuwe SUV’s ook het aanbod van tweedehands goedkopere auto's toeneemt.
Als starters geen toegang hebben tot de woningmarkt moet je daar beginnen met het oplossen van het probleem
Natuurlijk zou het kunnen dat bij de auto’s, of bij de rijtjeshuizen, sprake is van een (gedeeltelijk) doorstroomeffect. Maar waarom help en stimuleer je als overheid niet vooral eerst de mensen die het echt nodig hebben? Zoals de jonge starters die al superblij zouden zijn met 40 m² met z’n tweeën. Als we het dan toch over doorgeprikte mythes hebben, dan is de mythe van ‘trickle down’ ook al lang doorgeprikt. Het klinkt misschien logisch dat je het woningtekort kunt oplossen door als eerste de mensen te helpen die het juist niet nodig hebben. In theorie komen er dan woningen komen voor mensen die het wel urgent nodig hebben. Maar wat nou als dit niet, of maar voor een klein gedeelte werkt?
Verhullende waarheden
Dan de statistieken die Friso de Zeeuw en Geurt Keers aanvoeren als bewijslast. Ik ben er even ingedoken en ik ben niet tegengekomen wat zij concludeerden ten aanzien van hoeveel woonruimte wij verwonen in dit land. De genoemde site van ENTRANZE lijkt mij zeker niet een onbetwiste en onafhankelijke bron. Daarnaast zijn ze zelf ook niet geheel zeker: staan we nu op de vierde of de negende plaats?
Cijfers en onderzoeken die wel direct toegankelijk zijn, onder andere deze van de ING, maken duidelijk dat Nederlanders samen met de Luxemburgers en de Belgen gemiddeld 2,1 kamers ter beschikking hebben. Het hoogste in Europa en twee keer zoveel als de Polen. Of neem deze data van Eurostat: 77,1 procent van de Nederlanders woont in een grondgebonden woning, na Ierland het op één na hoogste percentage van de EU en bijvoorbeeld twee keer zoveel als in Spanje (34,6 procent).
Maar nogmaals, de vele waarheden die Friso de Zeeuw verkondigt (in combinatie met zijn alternatieve statistieken) verhullen waar het wat mij betreft echt om zou moeten gaan. Als starters geen toegang hebben tot de woningmarkt moet je daar beginnen met het oplossen van het probleem. En zowel bij mijn pleidooi voor starterswoningen als bij het pleidooi van Friso de Zeeuw voor rijwoningen moeten we in beide gevallen rekening houden met demografische en culturele ontwikkelingen in de toekomst. In Japan was er ook ooit een groot woningtekort. Omdat men vooral bouwde voor de demografische situatie van dat moment, in plaats van te anticiperen op krimp en vergrijzing, staan er daar nu 3,9 miljoen woningen – meest suburbaan gelegen – leeg.
Over de auteur
Joris van Hoytema is adviseur Woningbouw en Gebiedsontwikkeling bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten maar hij schreef deze bijdrage op persoonlijke titel.
Cover: ‘Rij huizen’ door Rudmer Zwerver (bron: Shutterstock)






