platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

De rauwe werkelijkheid van de circulaire Binckhorst

De rauwe werkelijkheid van de circulaire Binckhorst

binckhorst flickr

12 aug 2020 - De circulaire bouweconomie ziet er op papier helder en haalbaar uit, maar de praktijk is echter een stuk weerbarstiger. Dat blijkt uit een lopend onderzoek naar circulaire gebiedsontwikkeling van hoogleraar Ellen van Bueren. "De circulaire ambitie is er zeker, maar iedereen kan uitleggen waarom het nu nog niet mogelijk is."

Om een serieuze omslag te maken naar een circulaire economie, moet je bij het begin beginnen; liefst al bij de ontwikkeling van een gebied. Maar hoe ziet ‘circulaire gebiedsontwikkeling’ er precies uit? Die vraag onderzoekt Ellen van Bueren, hoogleraar Management van Stedelijke Ontwikkelingen aan de TU Delft. Ze doet dit samen met collega’s van Universiteit Leiden, Erasmus Universiteit Rotterdam en Wageningen University & Research. Hun breed opgezette onderzoek (dat eind dit jaar klaar is) richt zich op governance, het sluiten van kringlopen, waardemodellen en burgerparticipatie. Zij kijken daarbij naar diverse gebieden, waarbij de Binckhorst in Den Haag een centrale casus is. Dankzij de samenwerking in ACCEZ (zie kader) duiken ze diep in dit ‘rauwe’ gebied dat de komende tien jaar herontwikkeld wordt.

Een groot verschil tussen circulaire gebiedsontwikkeling en de traditionele variant is – plat gezegd – dat je verder kijkt dan het vullen van lege plekken met woningen. Van Bueren: “Bij circulair ontwikkelen kijk je naar alle functies, dus ook bijvoorbeeld naar energie en afvalinzameling.” Circulaire gebiedsontwikkeling begint volgens de hoogleraar bij de vraag hoe je kringlopen kunt sluiten. “Daarvoor moet je bepalen welke kringlopen er zijn en op welk niveau je ze wilt sluiten.”

De kunst is daarbij om voorbij de functie van woningbouw te kijken en ook andere functies te integreren. Een uitgangspunt van circulair is bijvoorbeeld dat je zo dicht mogelijk produceert bij je afnemer, bijvoorbeeld de grondstoffen waarmee je de huizen bouwt. Maar functies om die circulariteit mogelijk te maken (zoals het produceren van bouwmaterialen, via zoals de groei van bomen en planten, of een werkplaats voor het herbruikbaar maken van materialen) kosten ruimte die dan niet meer beschikbaar is voor wonen.

Om je oren vliegen

Bij de Binckhorst was er duidelijk animo onder overheid en ondernemers om te werken aan circulariteit. Volgens Van Bueren was er al veel werk gedaan. “Zo ligt er al een analyse van de materialen die het gebied in- en uitgaan. Ook was er een grondstoffenmakelaar actief en is er een organisatie van lokale ondernemers: I’M Binck. Zij had het thema circulair op de agenda gezet bij de gemeente en anderen betrokken. Ook zet zij zich in voor het behoud van de identiteit.”

Deze identiteit omschrijft I’M Binck als ‘authentiek en ambachtelijk’: een werk-woongebied met rauwe, spannende rafelranden. Van Bueren benadrukt het belang van de combinatie van werken aan circulariteit én identiteit in de Binckhorst. “Voor de bestaande gebruikers van het gebied zijn de gevolgen van de ontwikkeling ongewis. Ze vragen zich af: wat gaat er op ons afkomen? De taal die nu wordt gebruikt rond de circulaire economie is meestal erg technisch. Voor je het weet vliegen de levenscyclusanalyses en materiaalstromen je om de oren. Door het met elkaar te hebben over bijvoorbeeld de industriële identiteit spreek je een bredere groep aan. Dan blijkt ook dat ook aanwezige bedrijven een rol kunnen blijven spelen in de omgeving.”

Oudefabrieksromantiek

Van Bueren waarschuwt voor een te romantisch beeld van circulair. Mensen hebben volgens haar vaak het beeld van oude fabrieken waarin kleine bedrijven zich vestigen. “Kleinschalige maakindustrie vestigen kan vaak wel. Maar wat zwaardere industrie is een stuk lastiger.” Wie een gebied werkelijk circulair wil ontwikkelen, moet ook eerlijk naar die zware industrie kijken, vindt de hoogleraar. “De Binckhorst is voor industrie aantrekkelijk vanwege de ligging aan het water. Dat betekent dat je een echte discussie moet voeren of de bestaande asfaltcentrale moet vertrekken of blijven. Daarbij moet je kijken naar de milieu-impact die het voor de hele omgeving heeft als je asfalt op een andere locatie gaat maken.”

Zelfs bij mensen met circulaire ambities bestaat de kans dat focus vooral op woningbouw gericht raakt, waarschuwt ze. “De discussie over circulair ontwikkelen vernauwt zich al snel tot de vraag: waar kunnen we de meeste impact hebben? Dan komt de realisatie van woningen al snel in beeld. Voor je het weet ga je zo van een brede agenda voor een circulair gebied, dat ook tijdens de gebruiksfase kringlopen sluit, naar een enge agenda van bouwen en materiaalstromen.”

Urban mining

Ondanks de goede wil is het de vraag hoe circulair de Binckhorst wordt. Van Bueren heeft hiervan geen hooggespannen verwachtingen. Bestaande plannen en al ingenomen grondposities laten weinig ruimte om af te wijken van het plan om minimaal vijfduizend woningen te bouwen. Zij verwacht vooral circulaire initiatieven op project- in plaats van gebiedsniveau. Zo krijgt een loods van de voormalige SDU-uitgeverij een tweede leven als transportmuseum in Barneveld. In het project ‘Frank is een Binck’ verhuist de door architect Frank van Klingeren ontworpen vleugel van de voormalige jeugdherberg Ockenburg naar een nieuwe locatie op de Binckhorst, waar het onderdeel wordt van een multifunctioneel gebouw. Volgens projectontwikkelaar Stebru is dit ‘de grootste verhuizing van een gebouw in Nederland’.

Van Bueren denkt dat het circulaire verder beperkt blijft tot projecten met materiaalhergebruik en een extra gescheiden afvalstroom. “Zoiets als urban mining echt toepassen is een brug te ver. Daarvoor moet je nadenken over welke voor hergebruik in woningbouw geschikte sloopmaterialen de komende tien jaar beschikbaar zijn en daar je programma en ontwerp op aanpassen. Dat is nog ver van de bestaande realiteit, waarin gemeente en ontwikkelaars vooral haast hebben om veel woningen te realiseren.” Woningtekort, al goedgekeurde plannen en afgegeven bouwvergunningen vormen sta-in-de-wegs. “De circulaire ambitie is er zeker, maar iedereen kan uitleggen waarom het nu nog niet mogelijk is.”

Dit artikel verscheen eerder op circulairebouweconomie.nl

Auteur

joost bijlsma
Joost Bijlsma

Communicatie-expert

Bekijk alle artikelen