Verslag
waterveiligheid

Deltacongres 2017: de lagere overheden aan zet

Door Eric Burgers

13 nov 2017 - Klimaatverandering dicteert meer en meer de ruimtelijke agenda van overheden. Bijgestelde verwachtingen omtrent zeespiegelstijging, weersextremen en waterafvoeren maken duidelijk waar het in de komende decennia om draait: adaptief vermogen. Hoe het Deltaprogramma hierop inspeelt, kwam aan bod tijdens de achtste editie van het jaarlijkse Deltacongres.

Naast deltaplannen voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening ligt er sinds Prinsjesdag een Deltaplan Ruimtelijke adaptatie, waarin ‘zeven ambities voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van Nederland’ zijn opgenomen. Zo’n 1.500 bezoekers reisden op 2 november af naar Leeuwarden om zich te verdiepen in dit en andere toekomstperspectieven. De plenaire bijeenkomst werd gevolg door vijf parallelle sessies over de deelonderwerpen: ruimtelijke adaptatie, zoetwater, klimaatverandering en weersextremen, governance, en waterveiligheid. Dit verslag behandelt de gezamenlijke bijeenkomst en de sessie over ruimtelijke adaptatie.

Drukker aan tafel’
Presentator Inge Diepman vraagt Deltacommissaris Wim Kuijken naar de recente departementale scheiding van de domeinen “water” en “ruimte”. Het ministerie van Binnenlandse Zaken ontfermt zich sinds kort over beleid voor ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling en gaat over de totstandkoming van de Omgevingswet. Diepman: ‘Een beweging die volledig ingaat tegen de beweging die jullie maken.’ Ruimte blijft geïntegreerd in het Deltaprogramma, stelt Kuijken gerust, net zoals landbouw en natuur die immers ook onder een ander departement vallen. ‘Het wordt iets drukker aan tafel. Veel onderdelen liggen bij waterschappen, provincies en gemeenten. Die gaan gewoon hun gang, ook in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.’ Juist voor dit plan geldt dat aanpassingen worden gemaakt ‘op het niveau van straten, pleinen, wijken, bij herstructurering in het landelijk en stedelijk gebied.’ Uiterlijk in 2019 dient elke gemeente een vanuit het Deltaprogramma gestandaardiseerde stresstest te hebben uitgevoerd.

‘Het wordt iets drukker aan tafel. Veel onderdelen liggen bij waterschappen, provincies en gemeenten. Die gaan gewoon hun gang, ook in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.’

Naar een bestuursovereenkomst

Lokaal bestuurder Ferd Crone, burgemeester van Leeuwarden, pakt de handschoen op. ‘Wij als gemeenten moeten nu plannen voor adaptatie gaan maken. Dat kan niet zonder provincies en waterschappen.’ Als lid van de Tweede Kamer was Crone in 1994 initiator van een parlementaire enquête over klimaatverandering. ‘Wat de hoogleraren toen vertelden, komt uit. Laten we vooral tempo maken met de Parijse akkoorden, dat ziet er nog niet zo gezond uit voor Nederland.’

Hans Oosters, voorzitter van de Unie van Waterschappen, reageert mede namens het IPO en de VNG op het kersverse regeerakkoord. ‘Wij waren blij verrast te zien dat in het regeerakkoord heel veel is opgenomen van wat wij voorhebben met de investeringsagenda. Ook wat betreft de te volgen, regionaal georiënteerde werkwijze.’ Hij refereert aan de in maart 2017 door de decentrale overheden gepresenteerde investeringsagenda Naar een duurzaam Nederland. Wat gaan de lagere overheden bijdragen aan een klimaatbestendig Nederland? Oosters geeft aan dat de koepelorganisaties het nieuwe kabinet bij wijze van tegenprestatie hebben gevraagd een integrale, ontzuilde werkwijze na te streven, allerlei belemmerende wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheidsprestaties weg te nemen en middelen beschikbaar te stellen om onder meer de achterstand op het gebied van klimaatadaptatie in te kunnen lopen. Het gaat om 230 miljoen euro per jaar tot en met 2025, te storten in het Deltafonds. ‘Om provincies, gemeenten en waterschappen te helpen om vaart te maken. Ook op het punt van innovaties.’ In het licht van de in het regeerakkoord opgenomen intenties om de in het Parijse klimaatakkoord gestelde doelen te bereiken en om een bestuursovereenkomst met de lagere overheden te sluiten op het gebied van energie en klimaat, heeft Oosters er alle vertrouwen in dat ze tegemoet worden gekomen. ‘Aangetoond is dat als wij nu niets doen aan de ruimtelijke inrichting van Nederland wij vast en zeker tot 2050 71 miljard euro aan schade tegemoet kunnen zien. Een post die je kunt omzetten in investeringen die productief zijn.’

waterveiligheid2

Tijd voor (publieke) verbeelding
‘Mensen worden niet overtuigd door feiten, mensen worden verleid door perspectief.’ Maarten Hajer, hoogleraar Urban Futures aan de Universiteit van Utrecht en voormalig directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, houdt een inspirerend pleidooi voor het verbeelden van toekomstperspectieven als middel voor transformatie. Hij munt de term ‘landschapspijn’: het gevoel dat oorspronkelijk landschap onherstelbaar is veranderd als gevolg van een bepaald type modernisering gekenmerkt door een eenzijdige zucht naar welvaart. Er is daarom behoefte aan een nieuw beeld van de toekomst dat – anders dan in de laatste decennia van de vorige eeuw – niet grotendeels door de markt wordt gevormd. ‘We moeten een nieuwe publieke opdracht formuleren, een publiek verhaal.’ In dat verhaal, waarin de samenhang tussen samenleving, economie en natuur opnieuw wordt vormgegeven, moeten klimaatmitigatie en -adaptatie aan elkaar zijn geklonken, is Hajer van mening.

‘We [moeten] durven de complexiteit op te zoeken, anders kom je er niet.’

Grote transformaties, aldus Hajer, komen niet van de grond op basis van vertrouwde hiërarchische, sectorale en lineaire modellen. ‘We [moeten] durven de complexiteit op te zoeken, anders kom je er niet.’ Volgens Hajer is een gedeelde verbeelding van de (economische) toekomst, het fundamenteel anders denken over wat kan, hiervoor onmisbaar. Ook in de geschiedenis van de Nederlandse waterstaat hebben oorspronkelijke en baanbrekende visies en ideeën dikwijls geleid tot prachtige oplossingen, geeft hij aan, van Pannerdensch kanaal tot Zandmotor. Hajer oppert de veenweideproblematiek van dalende bodems en in potentie enorme CO2-emissies ook langs deze weg te benaderen. Als een verhaal over water (peilbeheer) waarin ook de toekomst van de landbouw, het landschap en de kleine kernen nader wordt beschouwd. Het onderliggend proces moet wel democratisch van aard zijn, op basis van vier principes: leiderschap (start met een duidelijke politieke stellingname), acceptatie (als uit een breed proces een andere voorkeur komt, dient de politiek dat te accepteren), inclusie (als een besluit ten nadele van anderen is mogen die meepraten) en verantwoording (wees altijd aanspreekbaar, verdedig je keuzen actief maar met open oor). ‘Als we het Deltaprogramma zo inrichten wordt het democratisch heel erg gewichtig en goed en zijn we eigenlijk bezig met een nieuwe notie van democratie.’

Tips uit de juridische praktijk
Nadat het project Klimaatbestendige Water Aanvoer Midden Nederland in het zonnetje is gezet, spreekt landsadvocaat Liesbeth Schippers (omgevingsspecialist bij Pels Rijcken) een column uit. Ook zij adresseert klimaatverandering als brandpunt op de ruimtelijke agenda. ‘We kunnen er niet meer omheen.’ De 30 projecten genoemd in de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier zijn nog niet afgerond of overheden denken alweer over nog meer ruimte voor de rivier. Ruimtelijke adaptatie is voortdurend urgent, wil ze maar zeggen, en uit haar jarenlange ervaring met de juridische aspecten van de planologische praxis heeft ze een aantal lessen getrokken die de haalbaarheid en uitvoering ervan ten goede komen. ‘Onderbouwing van nut en noodzaak zijn essentieel. Beschrijf goed hoe je stap voor stap tot realistische oplossingen komt. Onderzoek liever een alternatief te veel dan te weinig. Een milieueffectrapportage is geen last maar een lust, omdat het de keuze voor een voorkeur op een goede manier vastlegt. Betrek de omgeving in een vroeg stadium en verplaats je in andermans situatie. Wees niet te krenterig met compensatie. Zienswijzen helpen je een besluit beter te maken. Markeer, analyseer en motiveer je keuzen. Maar veranderen de omstandigheden, dan is mogelijk een nieuwe lijn nodig.’ Aldus de jurist. Verder breekt ze een lans voor omgevingsvisies waarin klimaatverandering zoveel mogelijk wordt verknoopt met andere opgaven in de fysieke leefomgeving en voor flexibele omgevingsplannen die de markt de ruimte geven om innovatieve oplossingen in te brengen. Dit op basis van vast te stellen en te programmeren omgevingswaarden. En: ‘Bedenk bij elk besluit over een ruimtelijke ontwikkeling: wat doe ik voor water? Verbind ruimte met water en u zult zien, binnen no time zijn we plensbuibestendig.’

Hier volgt een korte impressie van de deelsessie over ruimtelijke adaptatie, onder leiding van Carolien Gehrels (Arcadis).

Ruimtelijke adaptatie: hoe dan?
Stefan Kuks, watergraaf Vechtstromen, en Andries Heidema, burgemeester van Deventer, zijn beiden lid van de stuurgroep Ruimtelijke Adaptatie. Zij vertellen dat het nieuwe deltaplan is ingegeven door de enorme schades als gevolg van wateroverlast in de zuidelijke provincies in 2016 en tot stand is gekomen op basis van vele gesprekken met bestuurders in het hele land. Er wordt op tal van plekken al heel veel gedaan, zegt Heidema, maar focus ontbreekt nog. ‘Laten we beginnen in kaart te brengen wat precies het probleem is. En dan duiding geven: hoe pak je het dan aan en wie gaat het doen? Er is er niet één de baas.’

Kuks geeft aan dat het spannend wordt wanneer overheden op basis met de resultaten van de stresstest de dialoog aangaan met de bewoners, bedrijven en andere partijen die rollen hebben in de geïdentificeerde opgaven. Want klimaatadaptatie, legt hij uit, wordt niet alleen door publieke partijen bekostigd. Hij noemt als voorbeeld Enschede, waar in bestemmingsplannen is vastgelegd dat initiatiefnemers van nieuwe ruimtelijke projecten zorgen voor opvang van 40 mm regenwater op eigen terrein. Met als gevolg dat een nieuw winkelcentrum door de exploitant is voorzien van een groen waterbergend dak. ‘Een gemiddelde regenbui komt daar dus niet meer vanaf.’

Wordt de klimaatadaptief meest voordelige inschrijving, de KAMVI, een waardig alternatief voor de EMVI (economisch meest voordelige inschrijving), vraagt Gehrels? Heidema bevestigt dat de overheid als opdrachtgever absoluut het goede voorbeeld kan geven. Door nieuwe gebouwen energieneutraal te laten zijn en te voorzien van een circulaire grondstoffenhuishouding, bijvoorbeeld. ‘Het kost niet altijd meer, je moet de uitdaging op een andere manier bekijken.’

Lot Locher (Amsterdam Rainproof) wijst op de komst van het Platform Samen Klimaatbestendig (verwacht in het voorjaar van 2018) dat de uitwisseling en toepassing van allerlei aanwezige kennis en informatie in de praktijk gaat bespoedigen. Locher: ‘Hoe breng je het belang van hittestress in je gemeente onder de aandacht? Wij als platform weten dat hiervoor in Arnhem al een proces is ontwikkeld en kunnen de koppeling maken. Ook met private partijen. Het platform verbindt publieke en private sectorpartijen.’

Paul Dirkse, wethouder te Leiden, en Jeroen Haan van Hoogheemraadschap Rijnland vertellen dat gemeente en waterschap elkaar op drie niveaus tegenkomen. In de regionale omgevingsvisie komen verschillende vraagstukken samen, legt Haan uit, waarbij het omwille van de creativiteit en flexibiliteit wel zo plezierig is ‘dat de visie nog geen officiële status heeft.’ Verder is er samenwerking in het kader van de gedeelde doelstelling om de stad klimaatbestendig te maken. ‘En je komt elkaar tegen op straat, waar inwoners zich vooral afvragen: wat doet de overheid? Wie biedt een oplossing als mijn laminaat voor de tweede maal overstroomt.’

Gesprekken met inwoners, vertelt Dirkse, vormen in Leiden fundamentele input voor het bepalen van maatregelen. ‘We gaan nu dus de wijken in en gaan ook gesprekken aan over wat inwoners zelf kunnen doen. Voor het onderwerp energietransitie werken we met wijkambassadeurs, inwoners die aan andere inwoners het verhaal vertellen. Dat zouden we voor klimaatadaptatie ook kunnen doen.’ Haan meldt dat uit de stresstest blijkt dat het Leids Universitair Medisch Centrum tijdens een piekbui weliswaar niet blank komt te staan maar wel onbereikbaar kan worden. ‘Wiens probleem is dat dan? Zijn wij als overheden, inclusief veiligheidsregio, in staat om samen dit maatschappelijke probleem op te lossen? De kaarten maken in ieder geval duidelijk waar het pijn gaat doen en wie er last van heeft.’

Thomas Klomp, adviseur stedelijk water en klimaatadaptatie van gemeente Hoogeveen, geeft zijn persoonlijke interpretatie van het belang van het nieuwe deltaplan en de uitwerking ervan op gemeentelijke schaal. Hij betoogt dat enthousiaste ambtenaren vooral de tijd en ruimte moeten krijgen om ambities handen en voeten te geven. Twee ambtenaren van het ministerie van BuZa, Bart de Jong en Anne te Velde, gaan in op de omgang met klimaatverandering in de VS en China. Zo is het in China naar aanleiding van pilotprojecten inmiddels nationaal beleid om 70 procent van het verhard oppervlak in alle steden per 2030 absorberend te hebben gemaakt. De geambieerde snelheid en schaal van de centraal gestuurde transformatie naar sponge cities zijn indrukwekkend maar brengen ook de nodige vragen met zich mee. Dat de Nederlandse benadering van waterbeheer – zowel het al polderend tot besluiten komen als de technische hoogstandjes – elders in de wereld op belangstelling mag rekenen, staat voor beide diplomaten als een paal boven water.

Het belang van Maarten Hajers tot de verbeelding sprekend toekomstbeeld wordt tot slot treffend geïllustreerd door Roel Posthoorns verhaal over de lange, hobbelige weg naar de verwezenlijking van zijn droom: de aanleg van de Marker Wadden. De directeur Marker Wadden van Natuurmonumenten legt uit hoe zijn uitgangspunt om de slibproblematiek van het Markermeer te lijf te gaan door deze te koppelen aan de creatie van een vogelparadijs én hiervoor een plan te maken dat veel goedkoper is dan eerder door de overheid gemaakte plannen, uiteindelijk een succesformule bleek. Mede dankzij de Nationale Postcode Loterij. Zijn devies: ‘Ga op zoek naar de positieve energie.’

Auteur:

Portret - Eric Burgers
Eric Burgers

Zelfstandig journalist

Recente artikelen