platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Duitse gebiedsontwikkeling-lessen: vervang regels niet te snel en beleg regie niet te laag

Duitse gebiedsontwikkeling-lessen: vervang regels niet te snel en beleg regie niet te laag

nijmegen brug water

31 okt 2017 - Vervang als centrale overheid bestaande regelgeving voor gebiedsontwikkeling niet te snel door compleet nieuwe. Bestaande regels repareren kan voor eindgebruikers overzichtelijker zijn. En beleg de regie op gebiedsontwikkeling niet te laag. Die volledig in handen leggen van gemeenten draagt het risico in zich dat de grotere samenhang zoek raakt. Dat is volgens Sjaak Kamps, secretaris van de Euregio Rijn-Waal, wat Nederlandse beleidsmakers kunnen leren van hun Duitse collega’s. Wat wij in Nederland kunnen leren van gebiedsontwikkeling in het buitenland, is ook het thema van het Praktijkcongres van de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling op 7 november.

Duitsland is traditioneler

Of de Omgevingswet echt tot meer ‘ontslakken’ leidt, valt nog te bezien, oordeelt Kamps in gesprek met gebiedsontwikkeling.nu als secretaris van een samenwerkingsverband van ruim vijftig Duitse en Nederlandse gemeenten en kamers van koophandel: “Of dat het effect zal zijn van het op één hoop gooien van al die verschillende vergunningenprocedures, zal de praktijk leren.” Tegelijkertijd stelt hij vast dat Duitsland op het gebied van gebiedsontwikkeling “een stuk traditioneler” is dan Nederland. Wetgeving en procedures worden er minder snel vervangen door nieuwe dan aan deze kant van de grens. “Op andere terreinen zie je dat ook. Dingen blijven bij onze oosterburen veel langer georganiseerd volgens een bepaald stramien dan bij ons. Nederland heeft meer de neiging om wetgeving periodiek tegen het licht te houden met de bedoeling regels efficiënter te maken.”

Moeizaam gewenningsproces

Nadeel van de Duitse aanpak is dat daarmee haken en ogen aan wetgeving ook langer blijven voortbestaan. “Voor eindgebruikers is dat natuurlijk lastig, maar je ziet ook dat die wel met die hobbels leren omgaan.” Om die uit de weg te ruimen, hoef je volgens Kamps ook niet altijd het hele bestaande systeem omver te gooien. “In Nederland hebben we daar wel een handje van. Maar je kunt zoals ze in Duitsland doen ook langer aan structuren vasthouden en alleen de weeffouten aanpakken.” Dat heeft volgens hem als voordeel dat je eindgebruikers dan niet confronteert met een compleet nieuwe wetsomgeving en rechtssituatie waar ze weer helemaal van voren af aan aan moeten wennen. ”Met de Omgevingswet zit zo’n moeizaam gewenningsproces er hier wel weer aan te komen. Maar telkens van die complete systeemveranderingen kan het voor eindgebruikers én uitvoerende overheden ook juist complexer maken.”

Samenwerking voor stadsontwikkeling

Omgekeerd stelt Kamps vast dat Duitsers met respect kijken naar hoe in ons kleine en dichtbevolkte landje alles is geordend, waardoor er ook nog echt open gebieden zijn. “Ze vinden het ook mooi om te zien hoe we in Nederland proberen flexibeler om te gaan met gebiedsontwikkeling om zo sneller op veranderingen te kunnen inspelen.” Hans van Oerle, voor de gemeente Nijmegen projectleider bij de Euregio Rijn-Waal, beaamt dat beeld: “Duitsers kijken soms met enige afgunst naar hoe flexibel wij hier dingen aanpakken.” Hij legt uit dat Nijmegen sinds begin dit jaar in een samenwerkingsverband zit met aan deze kant van de grens Arnhem en Ede en aan Duitse zijde de steden Düsseldorf, Duisburg en Moers. Het accent in de samenwerking ligt op stadsontwikkeling, met conform de EU-2020 doelstelling, extra aandacht voor duurzame energie, gezonde steden, mobiliteit en sociale cohesie. En met ook meer oog voor logistieke grensoverschrijdende samenwerking.

Top-down

De meeste onderwerpen waar gebiedsontwikkelaars in Nederland mee te maken hebben, spelen ook in Duitsland en zijn daar ook strak gereguleerd, legt Kamps uit. Zoals woningbouwlocaties, het autovrij maken van binnensteden, winkels verbinden met stedelijke centra in plaats van in ‘de grüne Wiese’, en klimaatadaptatie. Dat in Duitsland de regie op gebiedsontwikkeling op deelstaatniveau plaatsvindt, verdient in zijn ogen navolging in Nederland: “Ik vind dat die regie niet te laag gelegd moet worden. Dus dat gemeenten straks niet, maar dat voorzie ik met de Omgevingswet dus wel, een hele grote rol gaan spelen in gebiedsontwikkeling. Want dat gaat ten koste van de grotere samenhang. Het kader voor gebiedsontwikkeling moet dus echt zoals in Duitsland top-down zijn, minstens op provinciaal niveau.”

City Deal

Volgens Van Oerle kan Nederland van Duitsland ook nog het nodige leren van de manier waarop daar steden kennisinstellingen inschakelen voor het laten participeren van bewoners in nieuwe projecten. “Groepen studenten worden er in gezet om mensen te helpen bij het ontwikkelen van hun eigen ideeën bij projecten. Waarbij die studenten vervolgens ook als een soort intermediairs tussen de gemeente en de wijk in kwestie er voor zorgen dat dat die ideeën ook in projecten tot uiting komen.” Hij wijst erop dat in Nederland de kennis van technische universiteiten vaak ook al goed wordt benut, maar dat deze Duitse aanpak studenten sociologie “en zelfs filosofie” betreft. “In Nederland gaan we dat ook meemaken met de City Deals.” Doel van dit in maart gelanceerde samenwerkingsverband tussen negen gemeenten, negen universiteiten en negen hogescholen is het versterken van groei, innovatie en leefbaarheid in de stad.

Hoop aan de horizon

Kamps merkt nog op dat er aan weerskanten van de grens nog altijd weinig oog is voor het effect van ontwikkelingsprojecten op aanpalende regio’s in het buurland. Terwijl er al in 1967 een Nederlands-Duitse Commissie voor Ruimtelijke Ordening is ingesteld en de Euregio Rijn-Waal ook al zowat een kwart eeuw bestaat. “De planning van projecten sluit nog altijd niet goed aan bij wat er aan de andere kant van de grens gebeurt.” Als voorbeeld noemt hij de situatie waarbij aan Nederlandse zijde sprake is van een recreatieve ontwikkeling, terwijl er voor het gebied aan Duitse zijde een strikt agrarische bestemming geldt. Waardoor een camping die hier graag richting Duitsland wil uitbreiden, dat niet kan. Of dat er sprake is van twee botsende wetgevingen op een en hetzelfde maar grensoverschrijdende bedrijventerrein. Of van windmolens die zo worden geplaatst dat ze geen hinder veroorzaken voor eigen burgers maar wel voor bewoners aan de overzijde van de landsgrens. Maar er gloort hoop aan de horizon. Kamps: “De Omgevingswet treedt in 2021 in werking. Dan wordt er in de NOVI (Nationale Omgevingsvisie, de Rijksvisie op de leefomgeving in de Omgevingswet, red.) voor de eerste keer door het ministerie bij projecten van begin af aan rekening gehouden met de mogelijke effecten op buurlanden.”

Praktijkcongres 2017

De praktijk en kennis van gebiedsontwikkeling is grensoverschrijdend. Daarom stellen we ons tijdens het praktijkcongres 2017 de vraag: Gebiedsontwikkeling, doen ze dat in het buitenland? Hoe gaan overheden en markt elders met de grote opgaven van deze tijd om en wat kunnen we daarvan leren? Best practices, reflecties, praktijkkennis en inspiratie. Dat alles op één dag!

Geïnteresseerd? Klik hier voor meer informatie en mogelijkheden om u in te schrijven.

Auteur

Paul Hazebroek
Paul Hazebroek

Hoofdredactie Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte