Toronto skyline op een zonnige dag door Fernando Kruger (bron: Shutterstock)

Innovatie in echte plaatsen: de bredere analyse van Dan Breznitz

11 april 2023

9 minuten

Recensie Frank van Oort las ‘Innovation in real places’ van Dan Breznitz, oftewel innovatie op echte plaatsen – zoals de Rotterdamse haven. De Canadese hoogleraar legt helder uit dat innovatie uit verschillende fasen bestaat en zeker niet alleen in de Silicon Valleys van deze wereld plaatsvindt. Na het ‘wat’ en ‘waar’ komt ook het ‘hoe’ van innovatie aan bod, evenals de nodige ‘gamechangers’.

Scène van een maand geleden. In een bus vol studenten van de Erasmus Universiteit op excursie door de Rotterdamse haven. Mijn collega, tourleider en havenkenner bij uitstek Bart Kuipers stelde in de bus glashard de vraag of iemand een innovatie kon verzinnen die in onze nationale mainport haar oorsprong heeft. Nee, niemand kon dat. Zelfs ik kroop in mijn schulp na wat bedremmeld gesputter over windenergie (“uit Denemarken”), slimme kades en ICT-communicatie (“uit Singapore en Korea”), blockchain (“wat is dat nou helemaal?”), containers (“de eerste die in 1966 naar Rotterdam kwam, was natuurlijk uit Amerika en moest gelost worden met een kraan aan boord”) en onderhoud van vaartuigen (“dat drijft op het bestaande”). En toch loopt de haven in veel zaken voorop, verzekerde Bart ons trots, iedere minuut weer een andere recente ontwikkeling aanwijzend en ons geen moment rust gunnend. Het is maar hoe je het wil meten, zegt hij.

Wat is innovatie?

De suggestie dat de haven niet innovatief is, zou Dan Breznitz – welbespraakt professor Innovation Studies aan de Universiteit van Toronto – uit zijn vel doen springen. Het zou aanleiding zijn tot een uur college over wat hij noemt ‘innovatie in echte plaatsen’. Wat is innovatie, wat is ervoor nodig, hoe leidt het tot banen en groei en wat kun je lokaal doen om innovatie te bevorderen? De bus zou lang onderweg zijn, met Bart en Dan gebroederlijk aan de microfoon voor in de bus. Op het Regional Studies-congres vorig jaar gaf Breznitz een dergelijk college. Hoewel hij maar een half uur officieel de tijd had, liet de voorzitter het tot een uur uitlopen, want iedereen luisterde geboeid naar de directeur van het Innovation Policy Lab in de VS.

Het boek toont overtuigend aan dat geen enkele regio uitmunt in al deze fases en ook dat excellentie in de eerste fase (design, inventie) niet altijd goed is voor de lokale economie

Het boek van Breznitz is net zo boeiend en explosief. Het leest als een ontdekkingstocht door lokale innovatiegebieden, vol met voorbeelden uit steden en regio’s over de hele wereld. Het boek zet aan tot het anders denken over innovatie in relatie tot economische- en gebiedsontwikkeling. De auteur doet dat door bestaande theorieën toegankelijk samen te vatten en daar de consequenties aan te verbinden dat innovatie in vier smaken komt (in deel 1 van het boek) Vervolgens maakt hij in deel 2 duidelijk dat innovatiebeleid ook op vier manieren vorm kan krijgen (niet een-op-een gekoppeld aan de smaken). Om in deel 3 toe te voegen dat er drie gamechangers zijn op mondiaal niveau. En uit deze (4x4x3) 48 mogelijke kruisingen weet Breznitz ook nog overtuigend lessen te trekken – al blijven er ook vraagtekens over. Een uitstekend boek dus, met voer voor een vervolg.

Definitie van innovatie

Wat zijn de belangrijkste lessen? De eerste les (in deel 1) betreft de definitie van innovatie: die is namelijk niet hetzelfde als technologische vernieuwing. Dat is inventie – iets nieuws voor de markt, een bedrijf of een sector. Pas als de markt de inventie accepteert, is het innovatie. Patenten zijn een belangrijke indicator in de eerste fase van vernieuwing, maar na de designfase zit de vernieuwing ook in de toepassing, incrementele stroomlijning van bestaande processen, en uiteindelijk productie van (nieuwe) producten en processen.

Binnenvaart op de rivier de Nieuwe Maas Rotterdam Nederland tijdens zonsonderganguren. Nederland door fokke baarssen (bron: Shutterstock)

‘Binnenvaart op de rivier de Nieuwe Maas Rotterdam Nederland tijdens zonsonderganguren. Nederland’ door fokke baarssen (bron: Shutterstock)


Het boek toont overtuigend aan dat geen enkele regio uitmunt in al deze fases en ook dat excellentie in de eerste fase (design, inventie) niet altijd goed is voor de lokale economie: het leidt ook tot grote ongelijkheid tussen have en havenots (met voorbeelden als San Diego en Israël) en tot perverse venture capitalist investeerders die in een vroege fase de inventies wegkapen (een fascinerend voorbeeld van Atlanta is uitgewerkt). Ook ongekende ratraces voor talent komen voor, hetgeen prijzen in de leefomgeving opdrijft (met veel voorbeelden over segregatie). Het leidt ook tot onomkeerbare veranderingen in de vaardigheden en skills die de werkzame beroepsbevolking in dergelijke highbrow clusters nodig heeft.

Steeds meer schijven

Breznitz haalt Steve Jobs aan. Op de vraag van president Obama hoe Apple haar productie terug naar de VS kan halen, gaf Jobs aan: “those jobs aren’t coming back”. Het competitieve voordeel van die banen is al elders geland. Het boek toont aan dat er is geen vast kopieerbaar recept is voor inventie en de creatie van startups en scale-ups in hightech, biotechnologie, ICT, energietransitie en nieuwe materialen. Die Silicon Valley-fetisj haalt Breznitz genadeloos onderuit. Door de mondiale fragmentatie van productieketens raakt het proces van economische vernieuwing, van inventie tot acceptatie door de markt, over steeds meer schijven verdeeld – en in al die schijven van het systeem kan innovatie plaatsvinden. Dus naast de Silicon Valley is er volop Willy Wortel-inventie, vooral ook in incrementele vernieuwing en toepassingen in de waardeketens.

Zoals wij rondkeken in de haven van Rotterdam en overal bedrijvigheid zien floreren in samenhang met plekken elders, doet Breznitz dat in Toronto in hoofdstuk 1. Een fiets die hij daar voor zijn kinderen koopt, is een wonder van innovatie op alle onderdelen die hij vindt als hij de fiets uit elkaar haalt. Geen daarvan blijkt zijn gefabriceerd in Canada. De fiets komt er oorspronkelijk ook niet vandaan. Toch staat hij bewust onbewust met een hoogst geavanceerd product in zijn handen.

Regionale sterktes

De haven van Rotterdam is innovatief in de toepassing van technologie in incrementele vernieuwingen (in energieproductie, reparatie, ICT-toepassingen) van wat het gebied sterk maakt – niet in de productie van fase-1 inventies. Maar ze zijn volgens Breznitz uiteindelijk meer waard in termen van banen en toegevoegde waarde, want ze sluiten beter aan op bestaande sterkten in regio’s en vermijden de nadelen. En als je er doorheen rijdt, zie je de toepassingen in echte plaatsten (de real places uit de titel van het boek) – niet een geromantiseerde elite-enclave. Onze busrit door de haven gaat precies door zo’n echte plaats.

De recente trend tot reshoring zal de fase-1 innovatiepotentie eerder doen af- dan toenemen, precies omdat lokaal de innovatievoordelen niet allemaal kunnen worden gebundeld. De toekomstige circulaire en regionale productie-economie blijft een mondiale economie, met kansen overal in de keten. Verwacht niet als je iets Silicon of Valley of innovatiedistrict noemt dat je mee gaat doen in de fase-1 innovatie elite, de “Jenga-game of global production” (p.13) is en blijft veel complexer. Je moet het ook niet tegen elke prijs willen, gezien de nadelen. Neem genoegen met innovatie die bij je past en wees er trots op.

Alternatieven voor de Silicon Valley-fetisj

De voorbeelden in het boek zijn goed uitgewerkt. Fase-1inventies, in Silicon Valley of Israël, zijn utopisch, met de nadelen van ongelijkheid en onbetaalbaarheid. Is ICT op of over de top van haar economische levenscyclus? Fase-2 innovatie, design en prototype productie, is al veel meer verbreid en weerbaar, zoals in Italië’s Benetton kledingproductie. Fases 3 en 4, incrementele innovatie respectievelijk lokale assemblage, met regionale inpassing van menselijk kapitaal en bestaande specialisaties, is wijdverbreid maar voor velen weinig tot de verbeelding sprekend. Shenzhen in China wordt als voorbeeld pagina’s lang uitgewerkt, met toepassingen van wat elders is uitgedacht leidend tot een enorm marktpotentieel.

Moderne zakelijke architectuur. Silicon Valley, Redwood City, Californië, Verenigde Staten. door www.hollandfoto.net (bron: Shutterstock)

‘Moderne zakelijke architectuur. Silicon Valley, Redwood City, Californië, Verenigde Staten.’ door www.hollandfoto.net (bron: Shutterstock)


Na het lezen van wat daar is gepresteerd kijk je er niet makkelijk meer op neer, en besef je dat het meer is dan de vaak denigrerend gekarakteriseerde productiewerkplaats van de wereld. Zoals Breznitz zegt: “this unfashionable stage of innovation has arguably produced more welfare to humanity than most Silicon Valley start-ups will ever produce” (p. 29). Ook SmartPort Rotterdam past naadloos in deze categorie, geeft ook collega Bart ons trots en gepassioneerd mee in de inmiddels beslagen bus, waarschijnlijk zonder het boek te kennen, maar met 180.000 werknemers in 1.200 bedrijven met 470 miljoen ton overslag is het een real place om innovatief rekening mee te houden.

Brede welvaart ontbreekt

Het eerste deel van het boek over ‘het wat’ van innovatie overtuigt. Het is slim om te kiezen, een visie vast te houden, die is gebaseerd op bestaande sterkten en niet bouwt op luchtkastelen. Iedere regio is goed in een der vier fasen; ze komen nauwelijks gebundeld voor. Geen enkele fase is per se superieur. Mist er nog wat? Ja: diensteninnovaties komen er bekaaid vanaf (ze worden slechts éénmaal genoemd op pagina 17). Dat het doel van innovatie nog steeds groei van werkgelegenheid en productie is (p.55), lijkt ook ruimschoots achterhaald. Economie gaat om alles wat mensen waarderen, van inkomen tot werk tot gezondheid en geluk – en dit wordt niet onderkend. Hoewel het boek een new-school visie op de fasen van innovatie presenteert, is het zeker nog geen new-school visie op brede welvaart.

Van het wat naar het hoe

Maar Breznitz is dan nog lang niet klaar en presenteert deel 2 van het boek, met les 2: overschat de maakbaarheid van innovatie niet. Even laten bezinken. Maar ondanks het zelforganiserende vermogen van de netwerkeconomie, weet hij nog wel vier lokale agency principles voor het voetlicht te brengen. Hoe van de gefragmenteerde mondiale waardeketens lokaal chocola te maken, is het eerste principe. Dat vergt visie, realisme, uithoudings- en koppelingsvermogen en geen pipedreaming. Wederom een peloton aan voorbeelden, goed en slecht: ze doen ons al snel instemmen.

Het aanbod en de creatie van publieke goederen en diensten is het tweede principe. Dit is opvallend, want in de definitie op pagina 62 gaf hij eerder resoluut aan dat de agents of innovation ondernemers en bedrijven zijn, terwijl overheden hooguit faciliterend zijn, maar meer nog afleidend! Nu blijken publieke investeringen toch essentieel te zijn, de missie-economie van Mariana Mazzucato indachtig

Het boek zelf leest ook als een gamechanger. Door een bredere definitie van innovatie komen ook meer (zo niet alle) steden en regio’s in beeld

Een lokaal ecosysteem dat de (nu wel weer) bedrijfsvoordelen bekrachtigt, vormt het derde principe. Hier zijn de voorbeelden ook weer treffend, met verschillende vormen van kapitalisme uitgewerkt. Het Duitse model, de gecoördineerde markteconomie, werkt daarin beter voor inclusiviteit dan de vecht-of-verdwijn liberale markteconomie van de VS. Als vierde principe wordt benoemd dat deze eerste drie agency aspecten alleen werken als ze gezamenlijk optrekken: in co-evolutie. Hoewel les 2 van het boek complexer is en soms wat genuanceerd hoog over gaat, is het door de voorbeelden wel weer sterk. Over publieke versus private investeringen blijven echter twijfels bestaan.

Gamechangers

Dan tot slot nog de drie gamechangers van deel 3 van het boek. Die zijn kort samen te vatten als noodzakelijke voorwaarden (dysfunctionals genoemd als ze niet optimaal werken) voor alle vier typen innovatie in alle vier agency-omstandigheden: hoe intellectual property rights worden gewaarborgd, hoe de financiële organisatie en betaalbaarheid worden geborgd (toch weer de publiek/private discussie) en hoe real-life data geschikt kunnen worden verzameld, gecodeerd en geanalyseerd om ontwikkelingen in innovatie goed te monitoren. Inderdaad uitermate belangrijke opgaven – en van ieder zijn aparte boeken te schrijven (en zijn ook geschreven).

Het boek zelf leest ook als een gamechanger. Door een bredere definitie van innovatie komen ook meer (zo niet alle) steden en regio’s in beeld. Dit werkt identiek aan de Europese regionale smart specialisation methodiek: er zijn kansen voor iedereen. Evolutie van de economische structuur is daarbij waarschijnlijker dan revolutie (door fase-1 innovaties, die ook sterke nadelen kennen). lokale economieën moeten daar visies en beleidsinspanningen op aanpassen. 48 kruisingen van het ‘wat’, ‘hoe’ en ‘onder welke omstandigheden’ vergen ook zeker deskundigheid van beleidsmakers die daarop willen ingrijpen. Alleen maar roepen dat je innovatief bent op topsectoren of sleuteltechnologieën geeft nog niet voldoende zicht op het innovatieve vermogen van economieën.

Best practices in Canada en Denemarken van ontwikkelingsmaatschappijen laten in het boek nog zien hoe complex de kennis in elkaar grijpt – en wat er zit tussen droom en daad. Er zijn meer publicaties die deze conclusies delen, maar vooralsnog heeft geen daarvan dezelfde leesbaarheid als dit uitdagende boek.

Prikkelende TEDx-talk van Dan Breznitz over innovatie. “To achieve economic prosperity, we must expand our views and ideas about innovation to be able to identify the best growth strategy for our communities.”


Dan Breznitz (2021), Innovation in Real Places. Strategies for Prosperity in an Unforgiving World. Oxford: University Press (263p.).


Cover: ‘Toronto skyline op een zonnige dag’ door Fernando Kruger (bron: Shutterstock)

Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.


Frank van oort

Door Frank van Oort

Professor ruimtelijke economie aan Erasmus Universiteit Rotterdam


Meest recent

Aeisso Boelman column cover door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Cleo Mulder)

Samenwerken aan de derde generatie sleutelprojecten

Voor een succesvolle aanpak van de NOVEX-gebieden is het verstandig om de methode Sleutelprojecten in te zetten aldus columnist Aeisso Boelman. Breng eerst de samenwerking tussen Rijk en gemeenten op orde en betrek dan pas de markt.

Opinie

24 juni 2024

Vroonermeer, Alkmaar door Aerovista Luchtfotografie (bron: shutterstock)

De Vinex-wijken tussen 2008 en 2020: duurdere huizen, rijkere bewoners

Vinex-wijken zijn steeds meer het domein geworden van mensen met een grotere portemonnee. Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de gemengde wijk uit het oog verloren is.

Interview

24 juni 2024

Klaprozen met windmolen door Ullision (bron: Shutterstock)

Meer energie – letterlijk – in lokale ruimtelijke ontwikkeling: de zeven principes van Transform

Hoe kan lokale energieopwekking bijdragen aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling? Bert Pots rapporteert over een bijeenkomst van Transform en MooiNL over het bouwen aan succesvolle energiegemeenschappen.

Verslag

21 juni 2024