Analyse “Een rechtvaardige stad waarin bewoners actief betrokken zijn bij hun leefomgeving, gelijke kansen hebben en waarin leefbaarheid en welzijn centraal staan.” Ziedaar de ambitie van de onderzoekers van bureau KAW, die ze verwoord hebben in de onlangs gepresenteerde publicatie ‘Gelijke Grond’. De studie benoemt vier voorwaarden om een rechtvaardige wijkaanpak te realiseren, met een sleutelrol voor de professionals die verschillende werelden bij elkaar brengen.
Rechtvaardigheid als begrip in de stads- en gebiedsontwikkeling doet de laatste tijd steeds vaker de ronde, ook in de bijdragen op Gebiedsontwikkeling.nu. Zo klonk een pleidooi voor een rechtvaardige behandeling van álle stadsbewoners impliciet door in de column van Ellen van Bueren, die ze vorig jaar schreef ten tijde van de Tweede Kamerverkiezingen. Van Bueren constateerde dat de bestaande bewoners er erg karig vanaf kwamen bij de dames en heren politici en programmaschrijvers: “Waarom is er niet meer aandacht voor de bestaande woongebieden? Zeker ook met de landelijke verkiezingen in het verschiet – hier wonen de kiezers – lijkt dat toch een no-brainer. Een goede woning en dito woonomgeving dragen immers bij aan het directe welbevinden en de gezondheid van mensen.” Met eenvoudige praktische ingrepen in de wijken (bijvoorbeeld met de aanplant van extra bomen) is er al veel te verbeteren, aldus de TU Delft-hoogleraar.
Ook in expliciete zin beluisteren we de roep om meer rechtvaardigheid, zoals in relatie tot de benodigde investeringen om Nederland meer klimaatbestendig te maken. De post-growth stedenbouw wordt ermee verbonden en auteurs Wouter Veldhuis en Simon Franke brengen de toekomst van de stad ermee in verband. Niet verwonderlijk dan ook dat het begrip nu ook opduikt in het discours over de wijkvernieuwing in ons land. De onderzoekers van KAW signaleerden in hun eigen praktijk een “groeiend gevoel van ongelijkheid” en willen met de publicatie Gelijke Grond andere professionals helpen. Centraal in die ambitie staat het creëren van ‘tussenruimte’: “een figuurlijke ruimte waar bewoners en beleidsmakers elkaar ontmoeten, begrijpen en samenwerken.” Ook dat begrip dook de afgelopen jaar op Gebiedsontwikkeling.nu op, zie bijvoorbeeld de Friese casus Greidhoek en het werken aan het programma NP RES.
Vier voorwaarden
In de rechtvaardige en eerlijke wijkaanpak waar KAW voorstander van is, “hou je rekening met verschillende perspectieven en bied je ruimte aan zowel bewoners als de professionele wereld van beleid, corporaties en ontwikkelaars.” Van de professionals vergt deze ambitie een “open en betrokken houding”, een principe dat de onderzoekers uitwerken aan de hand van een stappenplan en illustreren met twee cases. Daarnaast zijn vier voorwaarden c.q. basisprincipes van belang: erkenning van diversiteit in woonbehoeften en perspectieven, een procedurele rechtvaardigheid waarin bewoners zeggenschap hebben over de besluiten die hen raken, een distributieve rechtvaardigheid met een eerlijke verdeling van kansen, middelen en lasten en tenslotte zelfredzame gemeenschappen zij ook zonder professionals kunnen groeien en bloeien.
Het is aan de professionals om hun taal, gespreksvormen en timing aan te passen op de diversiteit in de wijk
Bij het recht doen aan de verschillende perspectieven in een wijk gaat het erom alle groepen in de wijk gelijkwaardig in het proces te betrekken, waar uiteenlopende technieken voor gebruikt kunnen worden. Bij de procedures is het van belang dat er gezamenlijk over de toekomst van de wijk wordt besloten, met een gelijkwaardige positie van de bewoners aan de onderhandelingstafel en transparantie over waarover wel en niet kan worden besloten. De rechtvaardige verdeling van lusten en lasten betekent onder meer dat de voordelen van verdichtingsplannen ook bij de bestaande bewoners terecht moeten komen. Het werken aan zelfredzame gemeenschappen zorgt ervoor dat de wijken de transities kunnen dragen op het moment dat de professionals uit beeld verdwijnen. Ook deze vier voorwaarden worden met recente KAW-projecten geïllustreerd, die onder meer afkomstig zijn uit de Groninger wijkvernieuwingsaanpak.
De publicatie wordt afgesloten met een aantal tips aan het adres van de genoemde professionals die in de wijken actief zijn. Zo is het essentieel om “bij elke opdracht aan de voorkant de plek van de bewoner in ruimtelijke ontwikkelingen te agenderen.” De onderzoekers betrekken dit ook op zichzelf: “Als we bij de start niet de overtuiging hebben dat een proces rechtvaardig is (lees: als er geen duidelijke kaders zijn of als we niet genoeg houvast kunnen bieden), dan beginnen we er niet aan.” Het is aan de professionals om hun taal, gespreksvormen en timing aan te passen op de diversiteit in de wijk. Participatie gaat daarbij nadrukkelijk verder dan het louter informeren van bewoners: “Bij opgaven die bewoners direct raken, zorgen we ervoor dat we vanaf de start met hen samenwerken, zodat ze invloed hebben op het proces en inspraak hebben op beslissingen die genomen worden.”
Verder lezen en discussiëren
De publicatie Gelijke Grond kan hier worden gevonden. Op 4 maart wordt verder gesproken over het thema van de rechtvaardige wijkaanpak, tijdens een bijeenkomst die KAW hierover organiseert. De discussie vindt plaats aan de hand van de casus Selwerd in Groningen, waar inmiddels zes jaar aan wijkvernieuwing wordt gewerkt.
Cover: ‘Viaduct kunstwerk van Bob Stolzenbach in Groningen’ door ZanderZ (bron: Wikimedia Commons) onder CC BY-SA 3.0, uitsnede van origineel








