platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Column

Klimaatakkoord heeft straks wind tegen bij driedubbel regelregime

Klimaatakkoord heeft straks wind tegen bij driedubbel regelregime

Go column cover 2

20 mrt 2019 - Met de komst van de Omgevingswet in 2021 wordt het misschien nog moeilijker de doelstellingen voor windenergie op land te halen. Tenzij gemeenten en provincies de dreigende stapeling van regels weten te voorkomen, stelt columniste Sarah Ros.

De Klimaatwet heeft een doelstelling van 95% CO2-emissiereductie in 2050 (ten opzichte van 1990) met een tussenstap van 49% reductie in 2030. Het ontwerp-Klimaatakkoord van eind 2018 beschrijft hoe we deze reductie kunnen halen. Een concretisering van de afspraken wordt momenteel in de Regionale Energie Strategieën (RES) van 31 landsdekkende regio’s uitgewerkt. In 2021 volgt de vertaling hiervan in het omgevingsbeleid van decentrale overheden en uiterlijk in 2025 moeten alle bijbehorende vergunningen zijn afgegeven.

Ambitieuze doelen en duidelijke uitspraken, maar zijn ze haalbaar? Provincies hebben nu al aangegeven hun doelstelling voor wind op land niet te gaan halen. In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Welke invloed heeft dit op de klimaatdoelstellingen?

Conform het gedachtegoed van de Omgevingswet worden beslissingen over de leefomgeving zoveel mogelijk op decentraal niveau genomen. In die Omgevingswet staan nieuwe rijksregels. Een gemeente, waterschap of provincie kan een deel van die regels, afhankelijk van de gewenste omgevingskwaliteit, inperken of aanscherpen. Zo geeft het Rijk extra bestuurlijke afwegingsruimte aan decentrale overheden. Of die ruimte benut gaat worden, bepaalt mede de haalbaarheid van onze klimaatdoelstellingen.

De gemeente kan vanaf 2021 strenge aanvullende regels vaststellen voor een activiteit, zoals het realiseren van een windmolenpark. De provincie kan, om duurzame energieopwekkingsprojecten te bespoedigen, een provinciaal belang benoemen in haar omgevingsbeleid. Maar Natura 2000-gebieden van diezelfde provincie kunnen voor energie-projecten weer roet in eten gooien. En als een windmolen in oppervlaktewater staat, is er ook nog sprake van een wateractiviteit waarvoor apart een aanvraag moet worden ingediend bij het waterschap. Er kan dus een opeenstapeling van regelpakketten ontstaan, die op zichzelf staand logisch zijn, maar samengevoegd tegenwind creëren.

Daarnaast geldt met de komst van de Omgevingswet, bij een vergunningsplicht, een nieuwe indieningsvereiste. Een initiatiefnemer moet straks, bijvoorbeeld voor het realiseren van een windmolenpark, bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning ook een participatiemotivering aanleveren. Hierin geeft de initiatiefnemer aan welke belangen stakeholders en belanghebbenden hebben aangedragen en wat hij daarmee heeft gedaan. Het college van B&W of GS beoordeelt dan niet alleen de aanvraag zelf, maar weegt deze participatiemotivering ook mee. Lokaal draagvlak of het gebrek hieraan speelt in de huidige situatie natuurlijk ook een grote rol, maar is vanaf 2021 op uitvoeringsniveau een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Loopt het participatietraject niet goed, dan heeft dat waarschijnlijk nog jarenlang een negatieve nasleep en zet dat mogelijk de ontwikkeling van een gebied op slot.

Wat nu? Allereerst is het van belang om de juridische ruimte die de nieuwe Omgevingswet biedt voor activiteiten, waaronder het plaatsen van windturbines, niet meteen dicht te regelen op lokaal niveau. Bescherming van bestaande kwaliteiten van onze leefomgeving is nodig, maar niet met een driedubbel regelregime op elke bestuurslaag.

Daarnaast zijn niet alleen concrete klimaatmaatregelen en locaties nodig, maar ook duidelijke samenwerking- en bestuursafspraken tussen provincie en gemeenten. Wie regelt straks wat en hoe kan dat elkaar versterken? Hoe helpt de overheid een initiatiefnemer om de participatie van de samenleving in goede banen te leiden, zodat er echt draagvlak ontstaat?

Een nieuwe sturingsfilosofie met heldere rolverdeling is vanaf 2021 onmisbaar. In de RES moet dit een belangrijk hoofdstuk zijn. Alleen dan kan de overheid op onze energie-opgave straks een beetje ‘wind mee’ creëren.

Sarah Ros in samenwerking met Peter Jasperse (Interprovinciaal Overleg).

Auteur

Sarah Ros
Sarah Ros

Strategisch adviseur fysieke leefomgeving en Omgevingswet

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte