Artikel
huis isolatie

Klimaatneutrale woningvoorraad: kosten en opbrengsten liggen nog ver uit elkaar

Door Martin Koning

12 jul 2018 - Het kabinet wil in 2030 de uitstoot van CO2 met 49 procent terugdringen. Voor de zomer moet hiervoor een akkoord op hoofdlijnen liggen. Op dit moment wordt aan vijf zogenaamde ‘Klimaattafels’ gebrainstormd over de mogelijkheden om de CO2-uitstoot in Nederland te verminderen, waaronder die voor de gebouwde omgeving. Eén van de beoogde oplossingen is om de gehele Nederlandse woningvoorraad uiterlijk in 2050 om te bouwen tot energieneutrale woningen. Het EIB heeft onderzoek gedaan naar de kosten en opbrengsten van de hiervoor benodigde investeringen.

Uit het onderzoek blijkt dat in totaal € 235 miljard aan investeringen nodig zijn om de totale bestaande woningvoorraad energieneutraal te maken. De energieprestatie van woningen wordt op basis van energielabels onderscheiden. Door besparingsmaatregelen te nemen kan een hoger label worden bereikt. Labelverbeteringen vanaf G tot B laten zich min of meer door de besparing op de energierekening terugverdienen. Dit beeld wordt anders als een bestaande woning nog energiezuiniger of zelfs energieneutraal (BENG) wordt gemaakt. De kosten lopen per labelstap sterk op, terwijl de additionele energiebesparingen per stap juist kleiner worden. Het gevolg is dat er een gat ontstaat die op een andere wijze moet worden bekostigd. Voor de stap om van label B naar een energieneutrale woning te komen bedraagt dit gat maar liefst 75% van de investeringen. Het gat is in totaal € 142 miljard, waarvan zo’n € 80 miljard voor koopwoningen.

Men verwacht veel van het realiseren van schaalvoordelen door opschaling en stroomlijning van het productieproces. Door prefabricage van gestandaardiseerde dak- en gevelelementen met ingebouwde installaties met een hoge benutting van de productiestraten en het gebruik van robots kunnen kostenbesparingen op ontwerpkosten, materialen en arbeid worden gerealiseerd. Op basis van de huidige ervaringen van bouwers lijkt onder gunstige omstandigheden een kostenbesparing van 15% (€ 30 miljard) niet onmogelijk. Dit is een aanzienlijke efficiencywinst, maar hiermee blijft nog steeds een belangrijk gat over.

Andere maatregelen, zoals bijvoorbeeld een lagere btw op isolatiematerialen, een hogere kleinverbruikersheffing en variabilisatie van de energierekening, zijn nodig om het gat verder te verkleinen en de eigenaren en gebruikers te stimuleren besparingsmaatregelen te treffen.

Tot slot is fasering belangrijk. Als bijvoorbeeld de helft van de bestaande woningen alleen tot energielabel B wordt verbeterd, dan komt de totale energiebesparing in 2050 uit op 210 PJ. Dit is niet veel minder dan de 260 PJ als alle woningen energieneutraal worden gemaakt. Wel zijn de kosten aanzienlijk lager. Deze bedragen € 96 miljard in plaats van € 163 miljard, waarbij al rekening is gehouden met eerdergenoemde schaalvoordelen. De efficiency gap (het verschil tussen investeringen en besparingen op de energierekening) neemt hierdoor af van € 114 miljard tot € 48 miljard.

De labelstapverbetering tot B laat zich ook beter in de tijd spreiden. Hierdoor zijn al eerder energiebesparingen te behalen dan bij het in één keer volledig verduurzamen van de woningvoorraad. Bijkomend voordeel van fasering is dat ook beter geprofiteerd kan worden van innovatieve ontwikkelingen die in de komende decennia nog tot volledige wasdom moeten komen. Bovendien voorkomt fasering te sterke spanningen op de bouwarbeidsmarkt. Bij een volledig energieneutrale woningvoorraad loopt de hiervoor benodigde arbeidsinzet op tot 63.000 voltijdbanen in 2050. Een meer geleidelijke spreiding en een lagere investeringsinspanning vragen niet wezenlijk een andere inzet van arbeid dan de huidige inzet bij energieverbeteringen.

Een volledig energieneutrale woningvoorraad in 2050 lijkt vooralsnog een brug te ver. De kosten en besparingen liggen ver uit elkaar, ook als rekening wordt gehouden met efficiencywinsten door opschaling en stroomlijning. Het resterende gat zal op andere wijze moeten worden bekostigd. Fasering helpt om het gat te beperken met nog steeds aanzienlijke energiebesparingen. Bovendien worden hiermee te sterke spanningen op de bouwarbeidsmarkt vermeden. Dit vergt een keuze voor een goede mix van doelstellingen en het doorlopen van verschillende routes (innovatie, regelgeving, financiële prikkels) om de investeringen financieel aantrekkelijker te maken.

Dit artikel is gebaseerd op twee notities rond klimaatbeleid die het EIB heeft uitgebracht. Deze notities zijn te vinden op www.eib.nl

Cover: ”D_PS_0593” (CC BY 2.0) by Jos @ FPS-Groningen

Dit artikel verscheen eerder op bouwendnederland.nl.

Auteur:

Martin Koning EIB
Martin Koning

Senior projectleider/onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB)

Recente artikelen