Onderzoek Het Nederlandse landschap staat onder druk. Extra woningen, nieuwe natuur en aanpassingen vanwege het klimaat en de energietransitie vragen stuk voor stuk om ruimte. En die ruimte is schaars. Hoe zorgen we ervoor dat we de toekomst vormgeven zonder het historische karakter van een gebied uit het oog te verliezen? Het nieuwe erfgoedprofiel biedt daarbij houvast door aan te geven wat er allemaal kan, zo maken Mireille Dosker en Eva Kaptijn duidelijk.
In de afgelopen jaren zijn er voor veel regio’s zogenoemde landschapsbiografieën opgesteld. Daarin is beschreven hoe ondergrond, water, gebruik en bewoning door de eeuwen heen samen het huidige landschap hebben gevormd. Die kennis is waardevol, maar blijkt in de praktijk niet altijd eenvoudig toepasbaar bij aanpassingen. Wat betekenen historische structuren bijvoorbeeld voor nieuwe woningen? En hoeveel verandering kan een gebied eigenlijk aan? Met een erfgoedprofiel wil de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed precies op het snijvlak tussen verleden en toekomst behulpzaam zijn.
Zo’n erfgoedprofiel is een compacte, overzichtelijke beschrijving van de kernkwaliteiten van het culturele erfgoed in een regio, met daarbij suggesties om kennis over dat erfgoed te gebruiken in gebiedsontwikkelingen. Geen dik rapport, maar een helder overzicht in tekst en kaarten. Het doel is tweeledig: laten zien wat er op die plek van belang is op het gebied van erfgoed en inspireren hoe die kennis benut kan worden bij actuele kwesties. Welke mogelijkheden zijn er hier? Kunnen aloude greppels in het boerenland bijdragen aan het tegengaan van de uitstoot van koolstofdioxide of aan de komst van weidevogels?
Karakteristieken
Centraal in een erfgoedprofiel staan de karakteristieken en de ‘tijdsdiepte,’ het besef dat het landschap het resultaat is van eeuwen menselijk gebruik. Doordat de bewoners in het verleden in hun omgeving hebben ingegrepen is deze veranderd. Een oude verkavelingsstructuur, een dijktracé of een dorpslint, ze vertellen iets over de manier waarop mensen het gebied gebruikten. En ze kunnen richting geven aan nieuwe ontwikkelingen. In het profiel staat wat deze regio zo bijzonder maakt. Dat kan gaan om samenhangende structuren, zoals dijken met gemalen en sluizen, om kenmerkende bebouwing of om zones waarin zich onder de grond hoogstwaarschijnlijk archeologische resten bevinden.
De van oudsher structurerende kracht van het water is ook vandaag nog overal te zien en bovendien in te zetten bij actuele veranderingen
Elk erfgoedprofiel focust op de manier waarop dat erfgoed ingezet kan worden bij actuele ontwikkelingen, zoals aanpassingen in verband met het veranderende klimaat, de noodzakelijke transitie van de landbouw en de bouw van meer woningen. Een belangrijk onderdeel van het profiel is ook de ervaring van het erfgoed. Wat zien mensen vandaag de dag in die omgeving? Erfgoed leeft niet alleen in bakstenen of in de ondergrond, maar ook in herinneringen en gebruiken. Welke verhalen zijn van betekenis, welke sporen en overblijfselen herkennen en begrijpen we? Die ervaring speelt een grote rol in de kwestie of mensen veranderingen accepteren.
Diepe sporen
Neem Salland, een streek in Overijssel. De regio valt onder te verdelen in de IJsselvallei, het centrale ‘dekzandlandschap’ en de Sallandse Heuvelrug. In de IJsselvallei staat het leven met de rivier centraal. Op de oeverwallen bloeide de fruitteelt, de uiterwaarden gebruikten mensen voor weiden en steenfabrieken. Vanaf de middeleeuwen werden er dijken aangelegd, weteringen gegraven en stuwen gebouwd. Waterschappen werden gevormd. De van oudsher structurerende kracht van het water is ook vandaag nog overal te zien en bovendien in te zetten bij actuele veranderingen. Dijken en uiterwaarden kunnen bijvoorbeeld ingezet worden voor recreatieve routes.

De heide boven op de Sallandse Heuvelrug is eeuwenlang gemeenschappelijk bezit geweest. Dat kan in de omgeving inspiratie bieden bij nieuw gebruik van een terrein.
‘Sallandse Heuvelrug’ door Daniël Loos (bron: Het Oversticht)
Het dekzandlandschap is een kleinschalig agrarisch gebied met verspreide bewoning. Voormalige hooilanden en weidegronden hier lenen zich nu onder meer goed voor waterberging en natuur. De Sallandse Heuvelrug is een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd. Al in de nieuwe steentijd kozen mensen de flanken van deze wal als woonplaats. Hun grafheuvels, urnenvelden en raatakkers zijn hier nog zichtbaar. In het losse zand trokken karren diepe sporen, die eeuwen later nog herkenbaar zijn. Boven op de heuvelrug bevond zich honderden jaren veel gemeenschappelijke heide. De samenhang tussen die onderdelen vormt een onderscheidende eigenschap van deze deelregio. Voormalige raatakkers en de scherpe scheiding tussen dorp of stad en platteland kunnen bijvoorbeeld inspiratie bieden voor voedselbossen en voor verdichting van woonkernen.
Richtinggevend kompas
Het erfgoedprofiel kijkt nadrukkelijk vooruit. Het benoemt per regio actuele aanpassingen en onderzoekt hoe erfgoed daarbij als inspiratiebron kan dienen. Dat kan door te leren van bijvoorbeeld historisch waterbeheer of door bepaalde structuren te gebruiken. Zo wordt duidelijk dat erfgoed geen rem op verandering is, maar een richtinggevend kompas. Belangrijk is dat het erfgoedprofiel voortbouwt op geaccepteerde kaarten en andere kennisbronnen. Daarmee vormt het een praktische schakel tussen onderzoek en uitvoering. Het erfgoedprofiel laat zien dat verleden en toekomst geen tegenpolen zijn.

‘Bosrand bij Hoenlo’ door Daniël Loos (bron: Het Oversticht)
Wie met aandacht kijkt, ziet dat veel hedendaagse vraagstukken al eens ter hand zijn genomen, in een enigszins andere vorm, onder andere omstandigheden. Het erfgoedprofiel helpt die door onze voorouders opgedane ervaringen te herkennen, bespreekbaar te maken en ze als bouwstenen uit het verleden te gebruiken voor de toekomst. Dit betekent dat het landschap een archief is. Geen stil archief, maar een levend archief. Elke dijk, elke bosrand, elke grafheuvel is medebepalend voor het huidige gebied en kan inspireren bij te nemen beslissingen. Het erfgoedprofiel is een manier om kennis samen te vatten, te structureren en er vanuit komende aanpassingen naar te kijken. Zo biedt het verleden een bron van logische en inspirerende keuzes.
Dit artikel verscheen eerder in het magazine van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Mireille Dosker, adviseur erfgoed, en Eva Kaptijn, regioarcheoloog, beiden werkzaam bij genootschap Het Oversticht, ontwikkelden het erfgoedprofiel. Nadere informatie via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: specialist historische geografie Edwin Raap, e.raap@cultureelerfgoed.nl.
Sinds het verschijnen van het artikel is het erfgoedprofiel ook opgenomen in de Wegwijzer erfgoed en leefomgeving van de RCE, onder het kopje ‘Omgevingsbeleid landelijk gebied.’
Cover: ‘Duursche Waarden’ door Daniël Loos (bron: Het Oversticht)







