platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Netwerkstad biedt broodnodige opschaling

Netwerkstad biedt broodnodige opschaling

Rotterdam Centraal_"TRAXX F140 MS - E186 236 (L) & E186 142" (CC BY-SA 2.0) by Frans Berkelaar

15 nov 2019 - De nota Contouren Toekomstbeeld OV 2040 voorziet een autonome groei in het openbaar vervoer van 30 tot 40 procent tot 2040. De internationalisering van het OV-netwerk is onderdeel van het geschetste beeld en biedt kansen voor de versterking van de knooppuntfunctie en de concurrentiekracht van meerdere steden en daarmee voor de verstedelijkingsopgave van Nederland. Een thema dat ook centraal staat tijdens de conferentie Netwerkstad Nederland die plaatsvindt op 27 november 2019.

Wie zich aan het begin van de spits begeeft op perron 12 van Rotterdam Centraal ziet drommen forenzen wachten op de Intercity Direct naar Schiphol en Amsterdam. De NS investeert in een hogere frequentie en langere treinen om de groei aan reizigers op te vangen. De spoorlijn, bedoeld om Amsterdam veel sneller met Parijs te verbinden, is van grote waarde voor het binnenlands verkeer en maakte Rotterdam een vanzelfsprekende woonplaats voor diegenen die voor hun werk aan Amsterdam verbonden zijn.

De waarde van internationale verbindingen voor de positionering van steden is groot. Het heeft de afgelopen jaren geleid tot de nodige concurrentie tussen steden. Zo volgde Arnhem de Eindhovense ICE-lobby voor een verbinding met Düsseldorf met de nodige ‘argwaan’, zo kopte De Gelderlander in 2016. Arnhem vond overigens steun voor hun positie in een rapport van het ministerie van Infrastructuur en Water dat de relevantie bevestigde van de bestaande verbinding via Arnhem. Dat de waarde van internationale verbindingen tweeledig is, blijkt uit het feit dat voor Arnhem vooral de versterking van de OV-as Utrecht, Amsterdam en Schiphol van groot belang is.

Laat onverlet dat ook Eindhoven met zijn hoogwaardige kenniseconomie snelle verbindingen naar het buitenland nodig heeft. Schiphol als luchthaven is voor verre afstanden niet altijd de meest logische keuze. En van buitenlandse kenniswerkers die in de hightech van Brainport werken, is bekend dat zij forenzen tussen Amsterdam en Eindhoven. De wijze waarop afstanden worden beleefd is subjectief: voor kenniswerkers die gewend zijn lange afstanden af te leggen, is Amsterdam als het ware een buitenwijk van Eindhoven.

Het is goed om ons bewust te zijn van de betekenis die deze treinverbindingen hebben voor steden nu Schiphol en de NS het gesprek voeren over het verminderen van vliegen op de ‘korte’ afstand van 700 kilometer. Een toename van reizigers voor de internationale verbindingen verbetert het verdienvermogen op deze lijnen, zeker omdat deze stromen reizigers zich niet tijdens de spits concentreren. De keuzes die hieruit voortvloeien, zoals het aanleggen van nieuwe verbindingen of het opvoeren van frequenties, kunnen de positie van steden verbeteren in het stedelijk netwerk van Nederland. Deze gedachtegang zou sterker meegenomen moeten worden in het denken over de verstedelijkingsopgaven waarvoor Nederland nog steeds staat.

De verstedelijkingsdruk op Amsterdam en Utrecht is namelijk groot. Zwolle, Arnhem-Nijmegen, Eindhoven en Breda, toch de meest logische kandidaten als het gaat om dergelijke internationale verbindingen, zouden zich nog verder kunnen ontwikkelen als stedelijk knooppunt, waarbij snellere verbindingen de aansluiting op de Randstad garanderen. Binnenstedelijke verdichting rondom die knooppunten een betere aansluiting tussen het landelijke en regionale netwerk helpen daarbij. Wat dat betreft is het knooppuntenbeleid als visie op de ruimtelijk economische versterking van ons land nog steeds van kracht. En daarmee voor de opschaling van de arbeidsmarkt voor onze kenniseconomie. Bijkomend voordeel: een groter deel van de woningbouwopgave zou zo buiten de Randstad opgevangen kunnen worden.

Desondanks is stedelijke verdichting rondom stationsgebieden, zeker in Brabantse steden, een heikel onderwerp. Het vervoer van gevaarlijke stoffen zette vaak een rem op stedelijke ontwikkeling. In dat licht zou het goed zijn om het gesprek met onze Vlaamse buren meer belang te hechten aan de binnenstedelijke ontwikkeling van de Brabantse steden. Het gesprek over de goederenspoorlijn IJzeren Rijn, of varianten daarop, krijgt dan een andere dimensie dan een competitie tussen de ontsluiting van de havens van Rotterdam en Antwerpen. De verdere transformatie van onze kenniseconomie is gebaat bij aantrekkelijke, leefbare, goed bereikbare en verbonden steden. Nationaal en internationaal.

Terug naar de volle perrons. Die mensen staan juist symbool voor de economische kracht die zit in de verbondenheid van onze steden. Stationslocaties van Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Arnhem, het zijn niet alleen logistiek-technische overstapmachines. Met bestuurlijke moed, visie en ja, ook geld, zijn deze locaties en de omliggende binnenstad getransformeerd tot toegankelijke en aantrekkelijke delen van de stad. Bij elkaar vormen deze intensief gebruikte gebieden het gezicht van Netwerkstad Nederland. Die kracht kan en moet verder uitgebouwd worden.

Cover: ”TRAXX F140 MS - E186 236 (L) & E186 142” (CC BY-SA 2.0) by Frans Berkelaar

Deze column verscheen eerder op platform31.nl

Auteur

Hamit Karakus
Hamit Karakus

Algemeen directeur Platform31 en Onderzoeksinstituut IVO

Bekijk alle artikelen