Project
TU Dekft campus noord

Nieuwe campus TU-Noord Delft biedt diversiteit en dynamiek

Door Jacqueline Knudsen

8 jul 2018 - Tussen de Technische Universiteit (TU) en de oude binnenstad van Delft ontstaat een nieuw stedelijk gebied met woningen, creatieve bedrijven en horeca. Enkele monumentale universiteitsgebouwen zijn hergebruikt als appartementen en kantoren, andere gebouwen hebben plaatsgemaakt voor nieuwbouw studentenhuisvesting, pleinen en een groengebied. Door de mix aan functies en een duidelijke routing door het gebied transformeert TU-Noord van een rustige en vrij gesloten enclave tot een campus met meer verblijfskwaliteit, diversiteit en dynamiek.

De herontwikkeling van het TU-Noordgebied is geïnitieerd door de TU Delft, studentenhuisvester DUWO en de gemeente Delft. Rond de millenniumwisseling kwam een groot deel van het gebied in handen van DUWO. De verouderde gebouwen op het terrein – voor het merendeel rijksmonument – stonden toen leeg en de ruimte tussen de gebouwen was geen aantrekkelijk verblijfsgebied.
In 2005 vestigde DUWO zich in het voormalige Geodesiegebouw aan de Kanaalweg 4 en startte de herontwikkeling van het gebied. Een ontwikkeling die culmineerde in de opening van het International Student House eind 2017.

Polytechnische School

Om het gebied te begrijpen is een stukje geschiedenis handig. Het gebied TU-Noord is ontwikkeld aan het einde van de 19e eeuw, toen de TU – toen nog Polytechnische School – in de binnenstad van Delft uit haar voegen barstte en ruimte vond aan de zuidkant van de stad, aan weerszijden van het net aangelegde Rijn-Schiekanaal (1894). Aan de waterkant werden rond 1900 de eerste grote faculteiten gebouwd voor Microbiologie, Geodesie, Physica en Elektrotechniek. In de jaren ’10 volgden, iets verder van het kanaal, de instituten voor Mijnbouwkunde, Scheikunde, Werktuig- en Scheepsbouwkunde en Technische Botanie met de botanische tuin.
Vanaf de jaren ’50 worden in het gebied ten zuiden van begraafplaats Jaffa, dus in het huidige TU-gebied, nieuwe onderwijsgebouwen en laboratoria gebouwd, en met uitzondering van Botanie (inmiddels omgedoopt tot Biotechnologie) en Mijnbouwkunde verhuizen tot ca. 2000 alle faculteiten naar de nieuwe gebouwen.
De herontwikkeling van de voormalige universiteitsgebouwen ten noorden van het kanaal tot appartementen en bedrijfsruimte startte al in de jaren ’90, met als fraai sluitstuk de transformatie van de laboratoria Werk- en Scheepsbouwkunde door architectenbureau cepezed, die zelf sinds 2014 in een van de laboratoria is gevestigd.

Start herontwikkeling TU-Noord: Dynamohal

De herontwikkeling van het gebied ten zuiden van het Schie-Rijnkanaal (TU-Noord) startte in 2005, toen DUWO de Dynamohal van faculteit voor Physica en Elektrotechniek verkocht aan DP6 architectuurstudio. Deze industriële hal, gebouwd in 1903 naar ontwerp van rijksbouwmeester Jacobus van Lokhorst, transformeerde DP6 tot eigen kantoor. Door terughoudendheid in aanpak en transparante toevoegingen is de openheid en industriële sfeer van dit gebouw behouden. Inmiddels is DP6 weer terugverhuisd naar hun oude vestiging aan het Doelenplein 6 in Delft, en verhuren ze de Dynamohal aan ontwerpbureau Fabrique.

Studentenwoningen in oude labs

De volgende stap in de herontwikkeling volgde in 2007 met de gedeeltelijke sloop van het voormalige Laboratorium voor Analytische Scheikunde – ook bekend als gebouw voor Scheikundige Propedeuse – aan de Michiel de Ruyterweg/De Vries van Heijstplantsoen, ten behoeve van 300 studentenwoningen. Het ontwerp van KCAP Architects & Planners bestaat uit een zeslaagse U-vormige nieuwbouw die het monumentale deel van het complex uit 1923 (ontwerp rijksbouwmeester Johannes Vrijman) min of meer omarmen. In 2012 konden de eerste studenten het complex betrekken.

Hoewel later gestart, konden de studenten hun woningen aan het Mijnbouwplein 11 al in 2011 betrekken. Het oorspronkelijke ontwerp voor dit voormalige Laboratorium voor Technische Fysica is van architect Gerard van Drecht. De bouw is door de crisisjaren onderbroken en heeft van 1917 tot 1930 geduurd. Dit gebouw is wel geheel behouden en naar ontwerp van KBnG architecten getransformeerd tot 95 studentenwoningen en 4 bedrijfsruimtes.

Science Centre

Ondertussen vonden twee bijzondere herbestemmingen plaats met onderwijs- en museale functies: het Science Centre en BKCity. Mijnbouwkunde was een van de laatste studierichtingen die het gebied verliet in 2007, om plaats te maken voor het Science Centre, dat in 2010 haar deuren opende aan de Mijnbouwstraat, in het faculteitsgebouw dat architect Johannes Vrijman in 1912 realiseerde.

BK City

Na de brand van het gebouw van Bouwkunde in mei 2008 is deze faculteit neergestreken in het leegstaande voormalige hoofdgebouw van de TU. Dit gebouw was in 1917 ontworpen door architect Gerard van Drecht voor de afdeling Scheikundige Technologie en wordt daarom ook wel Rode Scheikunde genoemd. In 1946 verhuisde de faculteit naar een nieuw gebouw – Gele Scheikunde – even verderop aan de Julianalaan 136. In 1948 werd het gebouw Rode Scheikunde aangewezen als nieuw administratief hoofdcentrum van de TU, dat het bijna 60 jaar is geweest. In 2008 was het gebouw op papier al verkocht aan Fortis voor herontwikkeling tot appartementen, maar doordat Bouwkunde ineens zonder huisvesting zat, heeft de TU de koopovereenkomst ontbonden. Een ontwerpteam van vijf bureaus realiseerde in recordtijd de transformatie tot BKCity: Braaksma & Roos, Fokkema architecten, Kossmann de Jong, Octatube en MVRDV.

DP6 transformeert rijksmonument

DP6 architectuurstudio kreeg in 2011 opdracht om de voormalige faculteit van Physica en Elektrotechniek aan de Kanaalweg te transformeren tot kantoor voor woningcorporatie DUWO en wooneenheden voor promovendi. Het gebouw staat pal naast de Dynamohal, die bij het laboratorium hoorde. DUWO waardeerde de wijze waarop DP6 in 2006 de Dynamohal had aangepakt en vertrouwde hen daarom deze complexe opgave toe.

Entree DUWO aan nieuw plein

Projectarchitect Robert Alewijnse van DP6: ‘De monumentale hoofdentree en de representatieve kant van het gebouw waren gesitueerd aan het Rijn-Schiekanaal en het lag daarom voor de hand dat hier het kantoor van DUWO zou komen. Maar omdat de ruimtes in deze vleugel kleiner zijn, en daarom beter geschikt om te transformeren tot wooneenheden, hebben we voorgesteld het programma om te draaien. De oude achterzijde is nu voorzijde van het gebouw geworden, gelegen aan een nieuw stedelijk plein, dat de verschillende omliggende gebouwen met elkaar verbindt.’ De 47 zelfstandige woningen van het PhD House hebben uitzicht over het kanaal en daar ook hun entree. De kantoren van DUWO en een informatiebalie voor internationale studenten zijn grotendeels aan het plein gesitueerd. De bestaande directeurswoning op de kop van de Schievleugel is herbestemd als verhuurkantoor.

Cortenstaal als pleister op wond

‘Een grote ingreep was de sloop van het zogenaamde IJzervrije gebouw aan de zuidkant. Voor elektromagnetische proeven was een ijzervrije ruimte nodig. Dat gebouwdeel verkeerde in slechte staat, had geen monumentale status en was moeilijk herbruikbaar. Door dit deel te slopen is het plein vergroot, een aanwinst voor de openbare ruimte. De ‘wond’ van deze ingreep hebben we bekleed met cortenstaal. Dat past mooi bij de kleuren van de monumentale bebouwing.
De belangrijkste ingreep van DP6 is onzichtbaar: Om het gebouw geschikt te maken voor de kantoor- en woonfunctie, moest er een goede akoestiek en een aangenaam binnenklimaat zijn. Hoe DP6 dat heeft bereikt met behoud van de monumentale waarde, en meer over het kleurgebruik en het interieur van het kantoor van DUWO en de inbouw van de PhD-woningen, zie het artikel Kantoor DUWO en PhD House

Buro Lubbers ontwerpt openbare ruimte

In de zomer van 2012 maakt architectenbureau cepezed in opdracht van DUWO een stedenbouwkundig plan voor het gebied rond de Prof. Schermerhornstraat en een schetsontwerp voor de nieuwbouw van woonblokken voor internationale studenten. De hoofdopzet van het plan gaat uit van een rechthoekig ensemble rond een hof, dat in open verbinding staat met een nieuw plein enerzijds en een openbaar park aan de oostzijde. Buro Lubbers landschapsarchitectuur & stedenbouw werkt vanaf 2013 dit conceptplan verder uit.


Beeld: Buro Lubbers

Verbinding en differentiatie

Peter Lubbers: ‘Het TU-Noord gebied is jarenlang een onaantrekkelijke restruimte geweest doordat er geen heldere structuur was en weinig gebruiks- en verblijfskwaliteit. De nieuwe functies in het gebied en de herinrichting van de openbare ruimte brengen hier verandering in. De positionering van de nieuwbouw zorgt voor een logische structuur met een sequentie van ruimtes: een entree aan de Mijnbouwstraat, een stedelijk plein in het midden, een hof in de nieuwbouw en een park aan de zijde van de Botanische Tuin. In ons inrichtingsplan van de openbare ruimte creëren we zowel verbinding als differentiatie tussen die ruimtes.’
De verbetering en toevoeging van routes en toegangen verankert de campus in zijn omgeving, zorgt voor intensiever verkeer van voetgangers en fietsers en versterkt de relatie tussen de stad en de TU-campus. Het gebied tussen Kanaalweg, park, Mijnbouwstraat en de Professor Snijderstraat is tot een geheel gesmeed door eenheid in de bestrating, groen, straatmeubilair en verlichting. Een verbindend verhardingsvlak loopt van gevel tot gevel. De bestrating – roodbruine betonstraatstenen met het uiterlijk van gebakken klinkers – wordt afgewisseld met tapijtjes van betonnen tegels, hagen en beplantingsvakken in rechte stroken.  Hierin zijn aangeplant hulsthagen, bloemrijke bij- en vlinderlokkende beplanting en meerstammige bomen met samengestelde bladeren. Lubbers: ‘Zo geven de bomen een aangename schaduw, maar is het op bewolkte dagen niet te donker. De bomen hebben een hoog bladerdek, de mensen kunnen er goed onderdoor kijken.’

Specifieke plekken op TU-Noord

De afzonderlijke plekken op de TU-Noord campus worden herkenbaar door specifieke elementen. Het entreeplein bij de Mijnbouwstraat is nu nog niet af, het moet een representatieve ruimte worden met monumentale bomen in grasvlakken die de verkeersstromen begeleiden. Een parkeerplaats met graskeien, omzoomd met hagen en bomen. Rond een oude dienstwoning, die nog verhuurd is als woning, komt een hoge haag en een lus voor een bus.
Het centrale plein krijgt een meer stedelijk karakter, met hagen, bomen, planten, fietsenrekken (fietsnietjes) en banken in rechte stroken, die de open ruimte inkaderen. In de pleinvleugels van het nieuwe gebouw voor de ISH is een activiteitenruimte en er komt een horecavoorziening, voor beide is in de bestrating een terrasruimte opgenomen.
Voor de publieksentree van DUWO heeft Lubbers een bordes ontworpen die het hoogteverschil overbrugt tussen plein en entree, in treden en hellingbanen. De trap is gemaakt in Belgisch hardsteen (Enodesign). Het plein wordt zo de ontmoetingsplek van de campus.
Het hof in de nieuwbouw (ISH) wordt ingericht als een tuin met een strokenindeling van hagen, beplantingsvakken, banken en tafels om gezamenlijk te eten en drinken. De sfeer moet hier huiselijker zijn en de beplanting is iets luxer met o.a. bloeiende bomen in plantenvakken, als in een privétuin.

Waterrijk park

Het park aan de noordoostkant van het gebied TU-Noord wordt omsloten door de nieuwbouw van de ISH, het gebouw voor Geodesie, waarin nu diverse bedrijfjes en verenigingen zitten, de botanische tuin en een sloot achter het Science Center. Vanaf Geodesie en ISH zijn drie toegangen naar het park. In de toekomst komt er wellicht een doorgang naar de botanische tuin.
Het park heeft diverse functies: waterberging, ecologie, routing en verblijf. Om deze functies te combineren is het terrein ontworpen met dijkjes en laagtes. De laagtes bergen het water op verschillende niveaus. De diepste twee zijn vijvers die permanent met water zijn gevuld. De andere drie zijn vrijwel altijd droog en lopen alleen bij hevige regenbuien vol. De laagtes zijn zo verbonden dat eerst de vijvers vollopen en het water vervolgens doorstroomt naar de hogere bekkens. Een geknepen duiker koppelt de bekkens aan het omliggende watersysteem waarin het overtollige water langzaam kan weglopen. De verschillende mate van droogte resulteert in een diversiteit aan natuurlijke vegetatie met oeverplanten, gras, bosjes en bomen, en moet aantrekkelijk zijn voor (water)vogels.
Op de hogere, drogere dijkjes bevinden zich routes en verblijfsplekken. De routes takken aan op de entrees van het park en op enkele zitjes. Bij de drie entrees van het park en over een laagte liggen betonnen stapstenen. De taluds rond de laagtes hebben verschillende hellingpercentages. De flauwe taluds aan de noordoostzijde vormen verblijfsplekken in de zon, de andere zijn geschikt voor fauna.

International Student House, cepezed

Tussen de voormalige faculteitsgebouwen van Geodesie en Physica en Elektrotechniek heeft cepezed architecten in opdracht van DUWO een groot nieuwbouwcomplex gerealiseerd ten behoeve van de huisvesting van 350 internationale studenten. Het International Student House (ISH) bestaat uit twee U-vormige gebouwen die samen een carré vormen rond een hof. Via ruime doorgangen in de lange zijden loopt een openbare route tussen het plein aan de professor Schermerhornstraat en het waterpark aan de oostzijde.
Architect Jochem Paauwe van cepezed: ‘Het ISH is stedenbouwkundig de ruggengraat van het TU-Noordgebied. Het verdeelt het gebied in drie zones: plein, hof en park. Op de begane grond zijn aan de pleinzijde dubbelhoge glazen puien van de common room en het toekomstige restaurant.


Beeld: Jacqueline Knudsen

Common room

De common room is een tweelaagse ruimte die voor uiteenlopende activiteiten en bijeenkomsten van de bewoners kan worden gebruikt. Op de afsluitbare entresol is een kleinere lounge-achtige ruimte met banken en een wand met enkele beeldschermen. Beneden is een grote ruimte met een vide, een bar en tafels. De kleurrijke patronen op de wanden verwijzen naar de diverse culturen waarvan de studenten afkomstig zijn. Het beheer van de common room verzorgen de studenten zelf, tegen een vergoeding.

Meer lezen over het functioneren van de common room, over de studentenunits, (gangen, gemeenschappelijke keukens, balkons, trappenhuizen), de constructie en materialisering (cortenstalen casetten, staal en glas) en de dubbelhoge kantoren in de toren aan het kanaal en de aandacht voor de vijfde gevel? Lees het artikel International Student House Delft


Coverfoto: Jacqueline Knudsen

Dit artikel verscheen eerder op architectuur.nl

Auteur:

Jacqueline knudsen
Jacqueline Knudsen

Redacteur ArchitectuurNL

Recente artikelen