platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Onderzoekers: burger steeds belangrijker in de warmtetransitie

Onderzoekers: burger steeds belangrijker in de warmtetransitie

aardgas vlam -> Photo by Mason Hassoun on Unsplash

Het aardgasvrij maken van wijken, dorpen en steden is een grote opgave. Maar waar gemeenten in het begin van de warmtetransitie vaak alleen te werk gingen, krijgen ze steeds vaker hulp uit onverwachte hoek: bewoners. Klimaatstichting HIER doet aanbevelingen hoe (lokale) overheden het beste om kunnen gaan met warmte-initiatieven van bewoners.

Over tien jaar moeten 1,5 miljoen bestaande woningen en andere gebouwen aardgasvrij zijn. Het is één van de hoofdpunten van het vorig jaar gepresenteerde Klimaatakkoord. Voor gemeenten en andere overheidspartijen betekent deze warmtetransitie veel extra werk en extra uitdagingen. Vanuit de landelijke overheid krijgen zij verschillende instrumenten aangereikt om deze wijkgerichte aanpak op poten te zetten. Van de Transitievisie Warmte tot Wijkuitvoeringsplannen en Startanalyses.  

Uit het vorige maand verschenen onderzoek van HIER en SIE, het samenwerkingsprogramma Sociale Innovatie in de Energietransitie van de provincie Noord-Brabant en Enpuls, blijkt dat één instrument nog veel waardevoller is: de bewoner zelf. De belangrijkste les die uit het onderzoek naar voren komt is dat de warmtetransitie veel meer is dan het organiseren van de techniek. In de zes initiatieven die onderzocht zijn, blijkt de samenwerking met bewoners minstens zo belangrijk te zijn. “Bewoners kunnen op hoofd- en detailniveau goed meedenken en hebben kennis en capaciteiten die ze graag inzetten. De praktijk leert dat ze vrijwel onmisbaar zijn bij de aardgasvrij-strategie van de gemeente. Zeker als het gaat om het creëren van draagvlak en het betrekken van de buurt.”

De onderzoekers roepen gemeenten dan ook op om lokale initiatieven te omarmen en optimaal te ondersteunen. Uit de onderzochte casussen komen verschillende niveaus van initiatief naar voren. Van bewoners die eigenaar zijn en zelf een energieproject beginnen tot projecten waarbij de omwonenden alleen meepraten en deels kunnen meebeslissen.

Goudgeld

Cruciaal bij het betrekken van bewoners is de manier waarop zij in het hele traject worden aangesproken, is één van de conclusies van het onderzoek. Thema’s als betaalbaarheid, comfort en leefbaarheid zijn aansprekend voor bewoners en zorgen ervoor dat zij zich betrokken voelen bij het project. En, zeggen de onderzoekers, onderschat als overheid hun kennis en capaciteiten niet. In de diverse initiatieven die beschreven zijn in het onderzoek, leverde de inbreng van bewoners ‘goudgeld’ op. “Zo heeft een technisch beraad van actieve wijkbewoners in één van de onderzochte initiatieven voor concrete ideeën voor de optimalisatie van het warmtenet gezorgd.”

De onderzoekers adviseren overheden dat in het begin van het proces de ambities en doelen van alle betrokken partijen duidelijk moeten zijn. “Gebruik een samenwerkingsovereenkomst om duidelijkheid te verschaffen over de rollen van de diverse partijen die met elkaar samenwerken, maar investeer vooral ook in persoonlijke relaties. Een goede klik is een belangrijke succesfactor.” Tegelijk moeten bewoners niet alleen op de kennis van adviseurs of overheidsorganisaties afgaan, stellen zij. “Er wordt op veel plaatsen in het land ervaring opgedaan met het ontwikkelen van lokale warmtenetten. Voor een bewonersinitiatief is het belangrijk om met andere initiatieven te praten en van elkaar te leren.” 

Proeftuinen

De zes in het onderzoek onderzochte initiatieven laten de ‘cruciale rol’ van bewoners zien in het proces. Maar, is de les uit de praktijk, het aangaan van nieuwe samenwerkingsvormen met bewoners vergt meer flexibiliteit van het gemeentelijk apparaat dan waar deze organisaties doorgaans op zijn ingesteld. “Er moet een structurele oplossing komen voor de ontwikkelkosten van grote warmtenetten om bewonersinitiatieven een gelijkwaardige positie te geven en betaal een redelijke vergoeding voor de inzet van de bewoners.”

Toch blijkt de participatie en het leren van elkaar in de praktijk als lastig te worden ervaren, ook omdat veel projecten nog in de beginfase zitten. Maar daar kan snel verandering in komen. Een deel van de initiatieven is namelijk al geformaliseerd (en gesubsidieerd) in het Programma Aardgasvrije Wijken van de overheid. Na de start in 2018 met 27 zogeheten proeftuinen, kwamen er afgelopen oktober nog 19 bij. In totaal gaat het om een subsidiebedrag van bijna 100 miljoen euro. Volgend jaar volgt de derde ronde proeftuinen.

Lees het volledige onderzoek op de website van HIER.

 Cover: Photo by Mason Hassoun on Unsplash

Auteur

Jasper Monster
Jasper Monster

Freelance Journalist en webredacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen