Casus In Tiel staat het eerste energie-onafhankelijke bedrijventerrein van Europa: bedrijventerrein Medel. Een primeur, niet alleen technisch, maar óók ruimtelijk. Het project ontstond aanvankelijk uit nood, door netcongestie. Gaandeweg werd het een samenwerking aan een innovatief project met oog voor energie én ruimte.
Renske Nouwens, propositiemanager Smart Grids, en Mike Sterkenburg, partnership Directeur voor collectieve energieoplossingen voor bedrijventerreinen, vertellen hoe zij dit vanuit energie-infrastructuurspecialist Joulz voor elkaar kregen. En vooral: wat anderen hiervan kunnen leren. Volgens Sterkenburg ontstond de uitdaging al voordat er sprake was van een energiehub. “De verkoop van de kavels was al afgerond. Grote kavels, strategisch gelegen in Rivierenland langs de Waal en allemaal gereserveerd.” Zes weken later kregen de kopers te horen dat er zeven tot acht jaar netcongestie zou zijn. Nieuwe aansluitingen waren onmogelijk.
“Dat was echt een domper,” zegt Sterkenburg. “Maar een paar partijen die al eerder met ons hadden gewerkt, vroegen meteen: wat kunnen we lokaal oplossen? Die grond is schaars, dus we laten dit niet lopen.” Nouwens vervolgt: “Het gaat hier dus om dubbele schaarste. Er is tekort aan ruimte én tekort aan netcapaciteit. Ruimtelijke ontwikkeling en een lokaal energievraagstuk raken elkaar hier direct.” Het terrein wordt soms ‘off grid’ genoemd, maar dat klopt volgens beiden niet. “Het is volledig zelfvoorzienend, maar niet off grid,” legt Sterkenburg uit. “De aansluiting op het net blijft nodig om het lokale elektriciteitsnet te balanceren. Maar we houden ons aan de zogeheten ‘transportbeperking’: er is nauwelijks afname van het net.”
Esthetisch kloppen
Nouwens vult aan: “Het net hebben we nodig voor stabiliteit, omdat we een stukje regelvermogen nodig hebben, maar we voegen géén extra belasting toe. Dat is het principe van net-neutraal aansluiten. De bedrijven op het terrein gebruiken eerst de energie uit hun eigen zonnepanelen op de daken. Overproductie gaat naar een drie megawatt batterij op ons zogeheten ‘energie-eiland.’ Alleen in uitzonderlijke periodes springt een gasgenerator bij, met een kleine dieselinstallatie als laatste vangnet.”
Tot vijf voor twaalf hielden ze de reserveringen vast omdat ze geloofden dat het zou lukken
Volgens Nouwens is het verrassend overzichtelijk. “Bezoekers denken dat zo’n energie-eiland enorm is. Maar als je ernaast staat, valt het mee. Juist dat helpt om te laten zien dat dit ook op hun terrein mogelijk is.” Het energie-eiland kon niet zomaar ergens neergezet worden. “Natuurlijk moet je voldoen aan Natura 2000-regels, stikstofnormen, de PGS 37-norm voor batterijen, geluidseisen en veiligheidseisen.” Voor het project betekende dat: schuiven met de mogelijke locaties van het energie-eiland, technische keuzes aanpassen en zelfs strenger zijn dan de minimumvereisten. Dat laatste ook met de ruimtelijke kwaliteit in gedachten. Sterkenburg: “We hebben de batterij zo ver mogelijk van de straat geplaatst. Het hele eiland is omgeven door geluidswerend hekwerk, met groen dat ertegenaan groeit.” Die aandacht is volgens hem essentieel: “We wilden niet een verzameling apparaten neerzetten. Het moest esthetisch kloppen en acceptabel zijn voor omwonenden.”
Een megaproject
Het Industrieschap Medel, het regionaal samenwerkingsorgaan en publieke ontwikkelaar van bedrijventerreinen namens de gemeenten Tiel en Neder-Betuwe, speelde een sleutelrol. “Zij waren echt een van de trekkers in dit proces,” zegt Sterkenburg. “Ontzettend ondernemend. Tot vijf voor twaalf hielden ze de reserveringen vast omdat ze geloofden dat het zou lukken.” Ook omwonenden zijn nauw betrokken. “Via de gemeente hebben we ze actief gevraagd mee te denken over uitstraling en hinder. Dat heeft geholpen. De trots op het terrein is nu groot, juist omdat mensen zich betrokken voelen.”
Binnen Joulz zelf werkten ongeveer 50 collega’s aan het project, naast verschillende andere partijen. Denk aan de belanghebbende bedrijven, de gemeenten en netbeheerder Liander. Nouwens: “Het is echt een megaproject. Je hebt iedere discipline nodig: commercie, juridische specialisten, technici, communicatie, de netbeheerder en het Industrieschap.” Een van de belangrijkste factoren is het energieprofiel van de deelnemende bedrijven. “Energiehubs worden vaak gezien als technische projecten, maar dit gaat juist om ruimtelijke logica én een gebiedsvisie. Het helpt enorm als bedrijven complementaire energieprofielen hebben: de een gebruikt vooral overdag, de ander ’s ochtends of seizoensgebonden. Zo maak je een gebied toekomstbestendig.”
Begin van een beweging
Sterkenburg ziet gemeenten daar nog in groeien. “Er wordt vaak gedacht: ‘we willen innovatieve bedrijven en géén logistiek,’ maar zo’n eenzijdige gebiedssamenstelling werkt niet. Logistieke bedrijven hebben bijvoorbeeld grote daken en wekken veel duurzame energie op. Diversiteit maakt een terrein energie-efficiënt.” Nouwens vult aan: “Als je die profielen bij elkaar brengt en lokaal vermogen toevoegt, komt er ruimte om te groeien zonder het net onnodig te verzwaren. Dat is precies waar in Nederland nu behoefte aan is.” Sterkenburg ziet een energiehub zoals die van bedrijventerrein Medel als een realistische oplossing voor een groter nationaal probleem. “Nieuwe elektriciteitsstations bouwen kost 12 jaar en met spoed nog altijd zes tot acht jaar. Er is te weinig grond, te weinig materiaal en te weinig mensen om het te bouwen. Bovendien stuiten voorgenomen nieuwe stations voortdurend op bezwaarprocedures.”
Daarom verwacht hij dat dit soort oplossingen vaker gaan voorkomen. “We kunnen niet 30 procent extra netcapaciteit bouwen in 10 jaar. Het is simpelweg niet haalbaar. Lokale oplossingen zoals deze zijn nodig. En bovendien sneller. Of er dus meer van dit soort hubs komen? Ik denk het wel. Het is het begin van een beweging.” Daar sluit Nouwens zich bij aan: “Het werkt, het is sneller dan netverzwaring en het past bij het energiesysteem van de toekomst. Je hebt alleen wel lef en ondernemerschap nodig, ook bij gemeenten en gebiedsontwikkelaars.”
Hoe meer deelnemers, hoe meer energieprofielen je kunt combineren. Start dus niet vanuit nul als het niet hoeft
Volgens Sterkenburg ligt er een interessante les voor ruimtelijke planners: “We zouden veel eerder kijken naar het bestaande bedrijventerrein naast het nieuwe gebied. Dat is nu pas later onderzocht. Misschien kun je bestaande capaciteit van het net slimmer benutten, of zelfs één energie-eiland voor twee gebieden gebruiken.” Nouwens benadrukt vooral het belang van schaal: “Hoe meer deelnemers, hoe meer energieprofielen je kunt combineren. Dat maakt een hub efficiënter en robuuster. Start dus niet vanuit nul als het niet hoeft.”
Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op de website van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Cover: ‘Vogelvlucht van Tiel vanaf de Waal’ door Steve Photography (bron: Shutterstock)








