Opinie Nederland is kampioen plannen maken geworden. Maar de uitvoering ervan? Dat blijkt steeds lastiger. Een belangrijke oorzaak voor de stroperigheid ligt in het gebrek aan publieke uitvoeringskracht, stelt NEPROM-directeur Fahid Minhas in deze column. Goede gebiedsontwikkeling vraagt om sterke maar compacte gemeentelijke teams, de juiste expertise en continuïteit in de publiek-private samenwerking.
De zomerkrant is gepubliceerd!
Dit is een artikel uit de Gebiedsontwikkeling.nu Zomerkrant. In deze jubileumeditie van de Gebiedsontwikkeling.krant staat het twintigjarig jubileum van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling centraal. Bekijk hier alvast de complete digitale versie!
De druk op de ruimte neemt in Nederland alleen maar toe. Wonen, energie, water, natuur, landbouw, mobiliteit, economie en defensie vragen allemaal om ruimte – in een land dat al vol is. In die context is het niet vreemd dat gebiedsontwikkeling steeds stroperiger wordt. Projecten duren langer, kosten lopen op en de voorspelbaarheid over de realisatie neemt af. Dat ligt niet aan één partij. Overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties lopen allemaal tegen dezelfde werkelijkheid aan: we hebben gebiedsontwikkeling in Nederland steeds ingewikkelder gemaakt.
Juist daarom is het goed dat er weer een Nota Ruimte ligt. Nederland heeft ruim twintig jaar geopereerd zonder echte nationale ruimtelijke regie. De Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening van VROM-minister Jan Pronk is begin deze eeuw nooit definitief geworden. Daarna ontstond geleidelijk het idee dat ruimtelijke ordening vooral regionaal en lokaal georganiseerd moest worden en dat het Rijk afstand kon nemen.
Niet iedere ambitie hoeft maximaal in ieder project te landen
Inmiddels weten we wat daarvan het gevolg is. De ruimteclaims zijn nationaal geworden, terwijl de regie versnipperd is geraakt. Woningbouw, energie, stikstof, water, economie en mobiliteit houden zich niet aan gemeente- of provinciegrenzen. Juist daarom is het belangrijk dat het Rijk opnieuw verantwoordelijkheid neemt voor de ruimtelijke koers van Nederland. Niet om alles centraal te bepalen, maar wel om de richting duidelijk te maken. Waar willen we groeien? Welke infrastructuur hoort daarbij? Hoe combineren we woningbouw met bereikbaarheid, energie en water? En misschien wel de belangrijkste vraag: welke keuzes durven we te maken? Want dat laatste hoort er ook bij: niet alles kan overal.
In de afgelopen jaren is gebiedsontwikkeling bovendien steeds meer belast geraakt met een opeenstapeling van ambities. Elk maatschappelijk vraagstuk vindt uiteindelijk zijn weg naar het gebiedsproject. Betaalbaarheid, klimaatadaptatie, circulariteit, mobiliteit, gezondheid, biodiversiteit, energie, participatie. De lijst wordt steeds langer. Het meest actuele thema is ‘sociale duurzaamheid’: ook hiervan wordt verwacht dat er oplossingen voor worden gevonden in gebiedsontwikkeling. Op zichzelf zijn alle wensen begrijpelijk. Maar in combinatie zorgen ze er vaak voor dat projecten financieel, juridisch en organisatorisch vertragen of vastlopen. De optelsom van goede bedoelingen maakt gebiedsontwikkeling soms simpelweg onuitvoerbaar.
Hoe we het tij gaan keren? Door meer discipline aan te brengen in het publieke debat en in de bestuurlijke praktijk. Niet iedere ambitie hoeft maximaal in ieder project te landen. Soms is ‘goed’ beter dan ‘perfect,’ zeker wanneer de woningnood zo groot is als nu.
Daarnaast zijn we in Nederland gaandeweg ingewikkeld gaan doen over publiek-private samenwerking. Alsof publieke belangen per definitie op gespannen voet staan met private partijen. Terwijl de praktijk juist laat zien dat grote gebiedsontwikkelingen alleen slagen wanneer overheid en markt langdurig samenwerken en risico’s durven delen.
Dat was tijdens de Vinex-periode niet anders. Achteraf wordt daar soms wat laatdunkend over gesproken, maar het blijft een indrukwekkende prestatie. In betrekkelijk korte tijd zijn complete woongebieden gerealiseerd, inclusief infrastructuur en voorzieningen. Niet omdat alles toen eenvoudiger was, maar omdat er duidelijkheid bestond over de ambities en omdat partijen gezamenlijk organiseerden op uitvoering.
Daar ligt dus een deel van de oplossing: investeren in publieke uitvoeringskracht
Dat laatste missen we vaak vandaag. Te veel energie gaat zitten in procedures, discussies, afstemming en nieuwe beleidswensen. Ondertussen neemt de uitvoeringskracht bij overheden verder af. Veel gemeenten zeggen te kampen met capaciteitsproblemen, terwijl de complexiteit van projecten juist toeneemt. Wanneer gaan we erkennen dat veel gemeenten geen capaciteitsprobleem maar een organisatieprobleem hebben? Waarom accepteren we het dat AI nog niet grootschalig is ingevoerd bij het beoordelen van vergunningen? Waarom is het planproces aan de voorkant nog niet helder en uniform gedefinieerd?
Daar ligt dus een deel van de oplossing: investeren in publieke uitvoeringskracht. Goede gebiedsontwikkeling vraagt om sterke maar compacte gemeentelijke teams, de juiste expertise en continuïteit in samenwerking. Uiteindelijk wordt snelheid niet alleen bepaald door regels, maar vooral door mensen die besluiten durven nemen en projecten vooruithelpen. Met hulp van AI en digitalisering.
Nederland heeft eerder laten zien dat het grote ruimtelijke opgaven aankan. Daarvoor zijn wel dezelfde ingrediënten nodig als toen: duidelijke keuzes, bestuurlijke consistentie en publiek-private samenwerking gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Let’s go!
Over de auteur
Fahid Minhas is directeur van NEPROM, de brancheorganisatie van maatschappelijk betrokken project- en gebiedsontwikkelaars in Nederland.
Cover: ‘Fahid Minhas’ (bron: NEPROM)





