Onderzoek Het begrip ‘stresstest’ kenden we tot nu toe vooral van waterschappen die gebieden testen op hun vermogen om extreme regenval op te vangen. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geeft het woord nu een nieuwe betekenis mee, door kwetsbare gebieden in kaart te brengen, in relatie tot de verstedelijkingsopgave waar Nederland voor staat. Op een aantal plekken in Nederland botsen wonen, werken, recreatie en energie-infrastructuur op kwetsbare waarden.
Het is smullen voor de cartografen: de afgelopen jaren tuimelen de kaarten over ons heen. En dan vooral waar het gaat om de vraag of en hoe de fysieke ondergrond van Nederland in staat is om te gaan met de veranderingen die op haar afkomen. De gevolgen van de klimaatverandering worden daarbij in veel gevallen op kaart geconfronteerd met het huidig en mogelijk toekomstig landgebruik. Een goed voorbeeld is het essay Op waterbasis dat Deltares, Sweco en BoschSlabbers in 2021 publiceerden en waarin een pleidooi werd gehouden om het waterbeheer beter af te stemmen op de landinrichting. Kennis van water en bodem moet veel meer gebruikt worden om gebruiksfuncties goed ten opzichte van elkaar een plek te geven, aldus de auteurs destijds.
De boodschap uit dit essay kwam in de jaren erna terug in andere cartografische uitingen, zoals die voor lokaal schadegevaar, lokaal verdrinkingsgevaar en overstromingsgevaarzones. Eerder dit jaar brachten Deltares en Sweco bodemdalingskaarten uit, waarmee overheden en marktpartijen kunnen achterhalen of de gebieden waarin zij woningen willen gaan bouwen gevoelig zijn voor bodemdaling. Het Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica brengt dit laatste in beeld met een interactieve kaart, op basis van satellietbeelden die tussen 2015 en 2020 zijn geschoten.
Ruimtelijke bescherming
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bouwt voort op dit gedachtengoed met een “stresstest voor kwetsbare gebieden”. Centraal in dit onderzoek staat de these dat verstedelijking schade kan toebrengen aan waarden als natuur, landschap, erfgoed of drinkwaterwinning. Ook kan het toevoegen van gebouwde programma’s botsen met de eisen die vanuit de waterveiligheid aan de ruimtelijke inrichting worden gesteld. Verstedelijking is hierbij gedefinieerd als de ingrepen voor wonen, werken, verblijfsrecreatie en elektriciteitsinfrastructuur. De ruimtelijke ingrepen die hiermee samenhangen, zijn door het PBL met het ‘Ruimtescanner’-model in kaart gebracht voor de periode tot 2060.

‘Kwetsbare gebieden en mogelijke verstedelijking volgens variant Geldend beleid, 2060’ (bron: PBL)
Uitgaande van een hoge ruimtedruk in de decennia die voor ons liggen (en uitgaande van een situatie waarin alle ruimteclaims gelijktijdig toenemen), zijn vervolgens drie varianten onderzocht: “De variant Geldend beleid gaat uit van een overheidssturing op locaties voor verstedelijking conform geldend Rijks- en provinciaal beleid. In de varianten Beperkte bescherming en Weinig bescherming is onderzocht wat de impact van verstedelijking op kwetsbare gebieden kan zijn als Rijk en provincies de ruimtelijke bescherming van kwetsbare waarden verder zouden loslaten, en er dus in meer gebieden gebouwd zou kunnen worden.”
Kwetsbare waarden
De onderzoekers doen zelf geen uitspraken over de kaartbeelden, ze brengen alleen “mogelijke risico’s” in beeld. “Wij laten met deze studie zien waar het kan schuren,” zo laat PBL-onderzoeker Rienk Kuiper in een interview in ROmagazine weten. Het is aan de beleidsmakers om de risico’s te interpreteren, aldus het PBL. Daarbij wordt vooral naar de Rijksoverheid en de provincies gekeken, als verantwoordelijke actoren: “Als het beleid ervoor kiest om kwetsbare waarden zoveel mogelijk te ontzien, dan bestaan daarvoor verschillende opties. Het ruimtebeslag van verstedelijking kan worden beperkt door meer te bouwen in bestaand bebouwd gebied en/of in hogere dichtheden. Waar verstedelijking buiten bestaand bebouwd gebied plaatsvindt, is het een optie om gebieden met kwetsbare waarden meer te ontzien door meer sturing te geven aan de locatie van deze verstedelijking, en om meer aandacht te besteden aan de precieze inpassing ter plaatse.”
Waar Noord-Brabant en Groningen weinig te vrezen hebben, is er in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht het meeste kans op botsingen tussen verstedelijking en waarden als natuur en landschap
In afwachting van dit eventuele “samenhangende verstedelijkingsbeleid” trekt het PBL zelf enkele conclusies over het voorkomen van kwetsbare gebieden. De belangrijkste daarvan is dat hierin grote regionale verschillen bestaan. Waar Noord-Brabant en Groningen weinig te vrezen hebben, is er in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht het meeste kans op botsingen tussen verstedelijking en waarden als natuur en landschap. Dit algemene beeld wordt vervolgens nader gespecificeerd door de verschillende kwetsbare waarden na te lopen op basis van de drie scenario’s.

‘Erfgoed van nationaal belang en hoogspanningsnetwerk’ (bron: PBL)
Bij de waarde ‘erfgoed van nationaal belang’ concluderen de onderzoekers bijvoorbeeld dat de Stelling van Amsterdam (onderdeel van het Unesco werelderfgoed van de Hollandse Waterlinies), het stroomgebied van de Drentse Aa, de Noordoostpolder en Walcheren (kustzone) onder verstedelijkingsdruk staan. Daar komt nog eens bovenop dat nieuwe hoofdinfrastructuur ook een erfgoed-doorsnijdende werking heeft, onder meer in de Waddenzee en de Noordoostpolder.
Cover: ‘Weesp Fort, Stelling van Amsterdam’ door Takashi Images (bron: Shutterstock)







