Onderzoek Niet alleen in steden wordt gezocht naar plekken om woningbouw toe te voegen. Ook in dorpse situaties speelt het vraagstuk van verdichting en daarbij hebben de gebiedsontwikkelaars te maken met het erfgoed in de bestaande dorpsstructuur. Een nieuwe publicatie brengt de lessen van 10 voorbeeldprojecten in beeld.
De relatie tussen verdichting en erfgoed wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) sinds vorig jaar systematisch voor het voetlicht gebracht. Doel is om het belang van erfgoed zo vroeg mogelijk in ruimtelijke projecten wordt meegenomen. Zo werd vorig najaar een ‘gereedschapskist’ gepresenteerd, met daarin een verzameling van instrumenten, publicaties en praktijkvoorbeelden. In een interview met Gebiedsontwikkeling.nu gaf projectleider Lotte Zaaijer aan wat de aanleiding hiervoor was: “Iedereen voelt de druk op de ruimte, op de bestaande gebouwen en structuren en daarmee op het erfgoed. Dan komen er vraagstukken naar boven rond bijvoorbeeld het ‘laadvermogen’ van een bepaalde locatie: hoeveel programma kan daar worden toegevoegd? Hoeveel hoogbouw is er mogelijk? Partijen zoeken steeds meer de grenzen op. Hoe daarmee om te gaan.”
De gereedschapskist richt zich op drie typen gebieden waar het vraagstuk rond verdichting en erfgoed aan de orde is: naoorlogse wijken, beschermde stads- en dorpsgezichten en dorpen met monumenten of die grenzen aan bijzondere cultuurlandschappen. Voor de naoorlogse woongebieden en de beschermde stadsgezichten verschenen vorig jaar al twee publicaties met 10 voorbeeldprojecten, nu is er dan ook een evenknie voor de dorpse verdichtingsopgaven. Auteur is Tim Willems-Kruize, die bij het onderzoek naar verdichting in dorpen met monumenten ondersteuning kreeg van Theo Hoek. Beide hebben een werkzaam verleden bij Libau, de kennisorganisatie voor omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed in Groningen en Drenthe. Vanuit die kennis en achtergrond was het bouwen in dorpen voor hen beide geen onbekend thema.
Relatie met leefbaarheid
Verwacht in de publicatie geen uitgebreide theoretische verhandelingen, de nadruk ligt op informatie en inspiratie. In de korte inleiding wordt de urgentie van het thema geduid. Ook in dorpen bestaat een grote behoefte aan woningbouw. Daarbij wordt vaak de relatie gelegd met het kunnen behouden van diverse groepen huishoudens voor het dorp (van jongeren tot en met senioren) en daarmee het in stand houden van voorzieningen en de leefbaarheid. Provincies als Drenthe laten niet voor niets onderzoeken wat de bijbouwmogelijkheden in dorpen zijn en sommige woningcorporaties laten zich ook met projecten in de dorpen gelden, zoals Actium in dezelfde provincie.

‘Plan Borgstee Vledder’ (bron: provincie Drenthe)
In de RCE-publicatie wordt voorgesteld om bij een aantoonbare vraag naar woningen eerst de mogelijkheden van bestaand vastgoed te onderzoeken, bijvoorbeeld het verbouwen van leegstaande woningen of boerderijen. Pas daarna kan er naar de mogelijkheden voor nieuwbouw worden gekeken: “Als de mogelijkheden in de bestaande dorpsbebouwing optimaal zijn benut en er nog steeds een woonvraag is, komen achtereenvolgens (gedeeltelijke) sloop/nieuwbouw van versleten gebouwen of buurtjes, en het bebouwen van voorheen onbebouwde plekken in (en aan) de rand van het dorp in beeld.” De vraag is uiteraard of gemeenten en ontwikkelaars zich deze ideale volgorde ter harte zullen nemen; zeker bij kleinere gemeenten met veel dorpse kernen ontbreekt de kennis en expertise om eerst met bestaande gebouwen bezig te gaan. De keuze is dan sneller gemaakt om op lege plekken in het dorp of in de groene weide (waar ontwikkelaars de gronden van agrariërs opkopen) bij te gaan bouwen.
Uitgebreide analyse
Een voordeel van de keuze voor nieuwbouw is wel dat daarbij andere opgaven die in de dorpen spelen worden ‘meegekoppeld’: “Ontwikkelingen kunnen bijvoorbeeld worden benut om verbindingen tussen delen van het dorp te verbeteren, nieuwe verblijfsplekken te maken, de relatie van het dorp met het landschap te versterken of een in het verleden ontstane ondorpse rand beter in te passen.” Om deze aanpak kans van slagen te geven, begint een woningbouwopgave volgens de RCE met een uitgebreide analyse om de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het betreffende dorp in beeld te brengen. Dat geldt helemaal voor dorpen waar erfgoedwaarden, monumenten en/of beschermde gezichten aanwezig zijn. Hier past een ‘erfgoedinclusieve aanpak’, die in het vervolg van de publicatie aan de hand van 10 projecten tastbaar en inzichtelijk wordt gemaakt.

‘Frederiksoord Koloniewoning van de Maatschappij van Weldadigheid’ door Baykedevries (bron: Wikimedia Commons) onder CC BY-SA 4.0, uitsnede van origineel
Bewust is gekozen voor een brede variatie aan projecten: “Bij ieder project zijn extra woningen toegevoegd in een bandbreedte van een tiental tot honderden nieuwe woningen. De maat, schaal en typologie van de voorbeeldprojecten verschilt van (diverse) relatief grootschalige ontwikkelingen op in onbruik geraakte militaire, zorg- of fabriekscomplexen tot een tweetal kleinschalige initiatieven op boerenerven.” De laatste categorie is bewust toegevoegd, omdat de komende tijd een groot aantal boerderijen de functie gaat verliezen en er derhalve ruimte ontstaat voor nieuwe functies.
Getallen ontbreken
Bij de 10 voorbeeldprojecten zijn meerdere vormen van verdichting toegepast: transformatie/herbestemming, sloop/vervangende nieuwbouw, inbreiden en uitbreiden. De projecten zijn vervolgens geanalyseerd door de onderzoekers op drie schaalniveaus: gebied, ensemble en gebouw. Op elk hiervan worden meerdere aandachtspunten benoemd, die iets zeggen over de mate van ‘erfgoedinclusiviteit’. Interessant aan de publicatie is dat er projecten met een afwisselende omvang zijn gedocumenteerd, hoewel (en dat is een gemis voor een uitgave over verdichting) er geen informatie over de gerealiseerde aantallen woningen c.q. de woningdichtheden is te vinden.
Door uit te zoomen naar het grotere geheel ontstaat er zicht op de relaties met de omgeving
Zo komen transformatiegebieden zoals het DRU Industriepark in Ulft en de textielfabriek Besouw in Goirle aan bod, maar ook een individuele boerderij in het landschap bij Leeuwarden. De indeling met de verschillende schaalniveaus werkt goed, zo wordt duidelijk gemaakt dat het verdichten in en bij dorpen altijd om meer vraagt dan een analyse van de bouwlocatie zelf. Door uit te zoomen ontstaat er zicht op de relaties met de omgeving, niet alleen ontwerptechnisch maar ook programmatisch. Bij de nodige projecten in de publicatie worden namelijk niet alleen woningen toegevoegd, maar ook bijvoorbeeld voorzieningen rondom zorg en ontmoeting. Het zijn functies waarmee de leefbaarheid van een dorp als geheel is gebaat.
De publicatie Erfgoedinclusief verdichten in dorpen. Voorbeeldprojecten 2010-2025 is hier te downloaden.
Cover: ‘DRU Culture Factory in Ulft’ door 365 Focus Photography (bron: Shutterstock)






