Het kronkelende riviertje Koningsdiep door Rudmer Zwerver (bron: Shutterstock)

Provincies moeten meer meters maken in creëren van nieuwe natuur

9 december 2022

4 minuten

Analyse Binnen nu en eind 2027 moet in Nederland nog meer dan 30.000 hectare extra natuur gecreëerd worden om bestaande afspraken na te komen. In het tempo waarin dat nu gaat, lijkt dat niet haalbaar. Dat is de uitkomst van de Achtste Voortgangsrapportage Natuur.

In 2021 hebben de twaalf provincies samen een schamele 2.000 hectare nieuwe natuur ingericht. Dat is nog minder dan in de drie jaar daarvoor, wat al slechte jaren waren. Het tempo moet dus echt omhoog, om vóór het eind van 2027 nog de afgesproken extra 80.000 hectare natuur te creëren. Die ambitie legden het Rijk en de provincies in 2013 neer in het Natuurpact. Dat is bijna de omvang van de Veluwe.

Strijd om ruimte

De combinatie van meerdere ruimtelijke vraagstukken leidt er onder meer toe dat er weinig nieuwe natuur bijkomt. De stijgende woningvraag, toenemende mobiliteit en de landbouw vragen allemaal om ruimte – waar we niet meer van hebben dan er nu eenmaal is. Ook hoge grondprijzen en personeelstekorten dragen bij aan het trage tempo waarin nieuwe natuur verworven wordt, blijkt uit de rapportage.

Alle provincies zetten zich 100% in om de inrichting eind 2027 afgerond te hebben

Maar de cijfers liegen er niet om. Van de 80.000 extra hectare die in het Natuurpact zijn afgesproken, is nog maar 45.568 hectare aangelegd sinds 2011. Dat is 57 procent, de overige 34.432 hectare (43 procent) komen de provincies nog tekort.

Boeren uitkopen

Nieuwe natuur kan worden ingericht door landbouwgrond te verwerven en om te zetten in natuur. Of door grond die in handen blijft van een particulier een natuurfunctie te geven. Dat soort functieveranderingen gaan vaak over landbouwgrond en die hectares zijn dus in het bezit van boeren. Die krijgen een compensatie voor de financiële waardedaling die plaatsvindt wanneer het gebied van landbouwgrond naar natuur transformeert.

Ondanks het lage tempo zien het Rijk en de provincies zichzelf als ‘de regisseur van en voor de ruimte’. Ze geven daarom aan om eerder gemaakte afspraken in die ruimte ook na te komen. In de begeleidende kamerbrief bij de Achtste Voortgangsrapportage schrijft Minister Van der Wal dan ook optimistisch: “Alle provincies zetten zich 100% in om de inrichting eind 2027 afgerond te hebben.”

Een scholekster door Rudmer Zwerver (bron: Shutterstock)

Ook de scholekster is inmiddels een bedreigde vogelsoort. Volgens de Vogelbescherming neemt het aantal af vanaf de midden jaren tachtig van de vorige eeuw.

‘Een scholekster’ door Rudmer Zwerver (bron: Shutterstock)


Om dat te halen, moet er nog een hoop gebeuren. Want naast de omvang, is ook de kwaliteit van de natuurgebieden belangrijk. Overbelasting door stikstof, maar ook verdroging en versnippering: het leidt ertoe dat op veel plekken de natuur niet effectief kan herstellen. Ongeveer driekwart van de Habitatrichtsoortlijnen en 90 procent van de habitattypen verkeren in een ‘ongunstige staat van instandhouding’, aldus Van der Wal.

Daarom investeert het kabinet, bovenop de toezeggingen voor bestaande programma’s voor natuurbehoud, via het Transitiefonds nog eens 24,3 miljard euro extra in de benodigde transitie in het landelijk gebied. Dit geld is onder andere gericht op natuurherstel. Ook moeten daarmee Europese richtlijnen, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn, gehaald worden.

Door het uitdaagrecht krijgt de provinciale natuurontwikkeling een zet in de rug

Een speciale taskforce moet het tempo bij de provincies opdrijven aan de hand van per provincie bepaalde realisatiestrategieën. Ook wordt in de rapportage gepleit voor een transitie naar een natuurinclusieve samenleving, waarin een rol weggelegd is voor de landbouwsector en de stedelijke omgeving.

Grote rol landbouw

Want met een landbouwsector die verantwoordelijk is voor 46 procent van de stikstofuitstoot is het duidelijk dat die een grote stempel drukt op het klimaat, de kwaliteit van bodem en lucht en de biodiversiteit. De uitspraak vorige maand van de Raad van State zet ook de stikstofuitstoot van de bouwsector weer hoger op de agenda.

Hoewel de uitdagingen de komende jaren groot zijn, zijn er ook oplossingen te bedenken die het tempo kunnen opvoeren bij de provincies. Eén van de manieren waarop natuur- en systeemherstel aangepakt kan worden, is door een integrale, gebiedsspecifieke aanpak.

Het Mantingerveld is een voorbeeld van natuurontwikkeling door Ronald Wilfred Jansen (bron: Shutterstock)

Natuurmonumenten is al 25 jaar bezig bezig om vier kleine natuurgebieden ten noorden van Hoogeveen samen te voegen tot een groot aaneengesloten heidelandschap: het Mantingerveld.

‘Het Mantingerveld is een voorbeeld van natuurontwikkeling’ door Ronald Wilfred Jansen (bron: Shutterstock)


Op Gebiedsontwikkeling.nu schreef Thijs Harmsen afgelopen oktober over de kansen van het Uitdaagrecht bij een gebiedsgerichte aanpak van stikstof en natuur. Volgens hem krijgt met het uitdaagrecht de “provinciale natuurontwikkeling dus een zet in de rug, door meer inzet en sturing vanuit de agrarische sector en natuur- en milieuorganisaties gezamenlijk”.

Zoals in de provincie Friesland gebeurt, waar maatschappelijke initiatieven en boeren zelf aan de slag gaan met de transitie van het landelijk gebied en de stikstofaanpak. Daar is de provincie Friesland uitgedaagd door landbouworganisaties, milieuorganisaties, grondorganisaties en natuurorganisaties om zelf de ontwikkeling van meer dan 1.000 hectare natuur in te vullen. Hierbij krijgen boeren de kans om zelf aan natuurbeheer te gaan doen binnen het natuurnetwerk in de provincie.

Voorbeeld van een project van natuurversterking met steun van de provincies: provincie Gelderland werkt samen met een aantal organisaties aan het versterken van de natuur in Emst-Achterhegge bij Epe. Met het inrichten tot natuurgebied, maakt zij een verbinding tussen de bossen van de Veluwe en vochtige schraallanden en vochtige bossen in de IJsselvallei.


Lees de Achtste Voortgangsrapportage Natuur hier.


Cover: ‘Het kronkelende riviertje Koningsdiep’ door Rudmer Zwerver (bron: Shutterstock)


Tess van den Bossche door Tess van den Bossche (bron: LinkedIn)

Door Tess van den Bossche

webredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

New York - June 2, 2018: A view down a busy avenue street, People walk on busy streets door Helen89 (bron: shutterstock)

Meer ruimte voor de voetganger is goed voor de stad, maar vergroot ook de ongelijkheid

Amerikaanse onderzoekers concluderen: krijgt de voetganger de ruimte, dan wordt een wijk aantrekkelijker en stijgen de vastgoedprijzen. Alleen groeit daarmee ook direct de sociale ongelijkheid in de steden.

Onderzoek

8 februari 2023

Haan & Laan door Esther Dijkstra (bron: estherdijkstra.com)

Veenendaal Oost in de Gelderse Vallei: wat vinden Haan & Laan er eigenlijk van?

Haan & Laan recenseren gebiedsontwikkelingen in Nederland. Dit keer brengen zij een bezoek aan Veenendaal Oost: “Een saaie naam: Veenendaal Oost, maar aangenaam om te wonen”.

Uitgelicht
Casus

8 februari 2023

Amsterdam, The Netherlands, February 11, 2022: view across a lake with reeds-lined banks towards a modern neighbourhood with mailnly brick housing in IJburg district door Frans Blok (bron: shutterstock)

Leren van Vinex: de toegevoegde waarde van functiemenging en bereikbaarheid

Voor we aan een grote nieuwe opgave beginnen, is het goed achterom te kijken – en te leren van het vorige project. Vastgoedexpert Teun van der Meulen blikt terug op het Vinex-tijdperk om lessen te trekken voor de huidige woningbouwopgave.

Onderzoek

7 februari 2023