platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Ruimtelijk onthaasten in tijden van corona

Ruimtelijk onthaasten in tijden van corona

nieuwe artikelserie corona omslag test

20 mei 2020 - Fred Schoorl, expert in ruimtelijke vraagstukken en directeur van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA), analyseert alle #crisiscolleges en pleit voor veranderingen in gebiedsontwikkeling: langzaam én snel. “Als we eerst uit onze geestelijke lockdown geraken, komen de intelligente oplossingen vanzelf - ver voorbij de vooral praktische oplossingen van de anderhalvemetersamenleving.”

Op de vraag naar de zin van deze coronatijd antwoordt iedereen vanuit zijn eigen levensloop. Meer dan ooit zitten we daarmee bij het vak gebiedsontwikkeling op het terrein van de psychologie. De ‘black swan’ van de corona heeft ons keihard geraakt en gedwongen onszelf te ‘resetten’. Van ons persoonlijke ‘ik’ en onze verhouding tot anderen - onze geliefden, familie, buurtgenoten -  tot aan ons werk, ons vak en onze overtuigingen en idealen. Het is tijd voor een pleidooi voor pragmatisch idealisme in pandemietijd - en een quick and dirty reflectie op de ander colleges in deze reeks.

Corona leidt tot emotie, vaak veel meer dan ons lief is. De pandemie als fenomeen zit nu in ons en onze samenleving en gaat nooit meer weg. Vaccin of niet. Fok! Dat leidt van ontkenning tot totale acceptatie. Alle fasen van rouwverwerking komen langs. Je ziet het van Friso de Zeeuw (‘er is altijd wel een crisis’) tot de weemoedige stadshypochondrie van Gert-Jan Hospers en Piet Renooy.

Nothing changes

Wat deze crisis écht anders maakt – ook dan de crisis van 2008 tot 2014 - is dat hij ons allemaal persoonlijk raakt. We zijn al dan niet in quarantaine opgesloten in ons huis, geconfronteerd met onze soms herontdekte huisgenoten of het afgesloten daarvan zijn, van geliefden, ouders, oma en opa. We voelen de beperking van niet mogen reizen, maar ook herontdekken we de eigen leefomgeving, waar we eerder wat langsheen leefden. Het verplicht vervreemden en quarantaine houden sluipt in de beleving van ruimte. De schok van dit persoonlijk en ruimtelijk beperken is groot, maar voor velen ook verrassend aangenaam.

Ook de doelgroep van Gebiedsontwikkeling.nu zal dit bewust en persoonlijk ervaren, ondanks verschillende achtergronden. De reflecties en antwoorden zijn – zeker ook als je de #crisiscolleges leest – bijna allemaal persoonlijk. Het gaat over anderen én onszelf. Onze achtergrond en ook wording als architect, stedenbouwer, wetenschapper, gebiedsontwikkelaar, ondernemer – zeker – maar ook onze eigen waarnemingen, ervaringen, morele opvattingen en emoties klinken door. Logisch. Hoe vertrouwen we na deze keiharde reset weer in een zo duidelijk niet afdwingbare toekomst? Wat was ook alweer ons kompas?

De pandemie-disruptie is natuurlijk reden om bestaande ruimtelijke paradigma’s af te stoffen. Zo wordt bijvoorbeeld de klassieke paradox ‘suburbanisatie of verdichting’ uitgespeeld. Michael Kimmelman poneerde in The New York Times dat deze crisis het einde van verdichting inluidt. Veel woningbouwers zien hun kans schoon: nog meer argumenten voor bouwen in het groen. Anderen, zoals Bart Mispelblom Beyer en Jos Gadet, zien juist kansen voor verdichting, met de stad als metafoor van verduurzaming en kansen. Nothing changes, really.

Oude paradigma’s

Assenstelsel crisiscollege

Het crisiscollege-assenstelsel (auteur: Fred Schoorl)

Het interessante is dat je – grofweg – alle #crisiscolleges kunt plotten op een corona-assenstelsel. Hoe discutabel ook, het geeft wel inzicht. De verticale as toont beneden ‘ruimte’ en boven ‘gedrag’, de horizontale links ‘realisten’ en rechts ‘idealisten’. Het gaat er hierbij niet om wie ‘gelijk’ heeft, maar wel om te illustreren wat er gebeurt. De onderkant van het beeld, het ‘ruimteveld’, is uiteraard overbevolkt: er zijn veel ruimtelijke denkers. De bovenkant belicht vooral de gedragskant: zowel individueel (de stedeling) als groepsgewijs (‘de collectieven’ van Frans Soeterbroek). Logisch is ook dat de rechterkant van het plaatje rijk gevuld is: daar huizen de ‘idealisten’. Die zijn dik gezaaid, want we kijken graag vooruit en hebben doorgeleerd. Het zal niemand verbazen dat de realisten vooral een ander, ouder ‘canon’ vertegenwoordigen: die van bouwen, Vinex en weemoed naar het verloren pragmatisme van de rijtjeshuizen.

Door de oogharen gekeken lijkt de grootste constante dat mutatis mutandis niemand van kwadrant lijkt gewisseld. We kijken naar het post-coronaperspectief vanuit het perspectief dat we al hadden. Alleen geografen Gert-Jan Hospers en Piet Renooy had ik wat blijmoediger verwacht. Hun reactie is  dan ook vooral emotioneel, ongeachte de door hen aangehaalde literatuur. De destabilisatie heeft ons nog niet veranderd. Destabilisatie is echter nodig voor echte verandering, stelt transitiegeleerde Derk Loorbach. Dat lijkt mij plausibel. De coronacrisis is behalve destabiliserend vooral een persoonlijke crisis voor iedereen. Daarin vertrouwen wij in eerste instantie kennelijk goeddeels op onze oude ideeën en sentimenten – of humeuren en temperamenten - ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling. Oude paradigma’s.

Systeemsprong

Er lijkt niettemin consensus dat vooral de stad in de gebiedsontwikkeling ‘anders’ wordt, al heeft niemand het gouden sleuteltje van de pandemische factor. Waarom het anders wordt, heeft zowel met de pandemie als met het herontdekte ruimteperspectief te maken (dagelijkse leefomgeving, buitenruimte, impact crises, et cetera). De onderliggende waarden en thema’s gaan denkelijk schuiven, met kleine stapjes, als het Loorbach betreft. Maar de gebiedsontwikkeling zèlf, nee, die wordt niet heel anders. Nederland coalitieland (Co Verdaas), een ‘publiek-privaat stabiliteitspact’ (Friso de Zeeuw) en ‘in de bouwwereld bepalen we zelf de gevolgen van corona’ (Annius Hoornstra): het lijkt niet op een schoksgewijze structurele verandering of een ‘systeemsprong’. De kracht van de keten en van coalities zal eens te meer worden opgezocht. Hollandse oplossingen zijn zelden revolutionair, wel inventief en pragmatisch.

Met een aantal collega-#crisiscollege-schrijvers concludeer ik dat het ook écht nog te vroeg is om lessen en kansen te benoemen. De enorme eruptie aan ideeën voor de al te snel geconcipieerde anderhalvemetersamenleving is wel een gidsfossiel voor nieuwe energie en ruimte die de crisis ons biedt. Al zitten die oplossingen vooral in het kwadrant linksboven, het kwadrant waar ik geen enkele bijdrage in plaats: de combinatie van realisme en gedrag. Het observeren en daarvan leren.

Snel en langzaam

Persoonlijk vind ik het gegeven dat we weliswaar reageren vanuit reflexen, maar dat dit gepaard gaat met een soort renaissance van persoonlijke emotie bij ruimte, een van de belangrijkste inzichten en kansen. Van eigen leefomgeving, looproutes (’schoolstraten’) tot concepten over gelukkig worden in een nieuwe, gezonde stad. Je zou willen dat we na de eerste schok wakker worden in een wereld waarin ruimte niet alleen vierkante meters betreft, maar – nu we het allemaal ervaren hebben – als iets persoonlijks en emotioneels. Door deze emotionele ruimte zou er juist meer ruimte moeten komen voor de belangrijkste onderliggende en gedeelde waarden (zoals gezondheid en biodiversiteit), en voor realistische stapjes die we met planners, architecten, ontwikkelaars, psychologen en anderen moeten zetten. Wat mij betreft mag dat in een post-neoliberale samenleving, met een overheid die visie en regie elkaar weer laat versterken in plaats van verzwakken.

Laten we dit momentum dan ook benutten om niet al te gehaast naar de bestaande instrumenten te grijpen. Corona zit nog jaren in ons ‘hoofd’. Ons gedrag zal ergo anders zijn, nog jaren. De ruimte zullen we anders, bewuster waarnemen, inschatten. Van de liefdevolle omhelzing tot het verantwoord samenvloeien van rood en groen. Meer flexibiliteit in ruimte, andere verhoudingen op straat, en – ook dat – woningbouw die niet alleen ruimte neemt, maar ook teruggeeft aan de stad, wiens bewoners ademruimte nodig hebben.

De eerste  associatie voor dit ‘college’ was die met ‘Thinking Fast and Slow’ van psycholoog en econoom Daniel Kahneman. Het snelle antwoord is meer emotioneel geladen en vanuit eigen overtuigingen, het langzame systeem is rationeler, effectiever en creatiever, meestal leidend tot het betere antwoord.  Als we eerst uit onze geestelijke lockdown geraken, komen de intelligente oplossingen vanzelf - ver voorbij de vooral praktische oplossingen van de anderhalvemetersamenleving.

Auteur

Fred Schoorl
Fred Schoorl

Expert in ruimtelijke vraagstukken en directeur van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA)

Bekijk alle artikelen