2014.12.04_Ruimtelijke kwaliteit effectief borgen_660

Ruimtelijke kwaliteit effectief borgen: samen werken aan de Q-factor

4 december 2014

7 minuten

Verslag
Een goed ruimtelijk kwaliteitsteam opereert effectief met gezag en souplesse. Maar hoe bouw je zo’n succesvol team? Begin met professionaliteit bespreekbaar te maken, betogen stedenbouwkundige Sandra van Assen en planoloog José van Campen. Tijdens de manifestatie Hitte in de Delta in Amsterdam introduceerden zij de Q-factor als maat voor professionaliteit en presenteerden zij de conclusies van hun onderzoek naar ruimtelijke kwaliteitsteams in Nederland. Daarnaast gingen bestuurders uit Groningen, De Beemster en Friesland met elkaar in debat over de zorgplicht voor een goede kwaliteit van de leefomgeving.

Na een kort welkom door Rients Dijkstra presenteren Sandra van Assen (stedenbouwkundige) en José van Campen (planoloog) de resultaten van drie jaar onderzoek naar ruimtelijke kwaliteitsteams in Nederland. Toen Van Assen en Van Campen hun onderzoek startten, was er nog weinig bekend over ruimtelijke kwaliteitsteams (RKT’s). Met een subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie konden ze input vanuit de praktijk verzamelen: hoe en binnen welke kaders werken RKT’s? Is de werkwijze effectief en hoe kan het beter? 

Van Assen en Van Campen definiëren een RKT als een multidisciplinair team van deskundigen dat adviseert over ruimtelijke kwaliteit van ruimtelijke opgaven. RKT’s zijn niet vastomlijnd en niet in de wet opgenomen. De teams opereren tussen de visies, plannen en initiatieven aan de ene kant en de vaste regels aan de andere. Ze interpreteren de ambities en zoeken samen met betrokkenen naar de beste oplossing.

Ruimtelijke kwaliteitsteams avant la lettre

Ruimtelijke kwaliteit en RKT’s gaan over interpretatie. Ze zijn niet nieuw, beschrijft Marijke Beek in een essay in het boek Q-factor. Rond 1900 starten de eerste welstandscommissies op, later gevolgd door teams die adviseren over de ruimtelijke vragen bij ruilverkaveling, de rijkswegen en de IJsselmeerpolders.

Het woord ‘kwaliteitsteam’ duikt voor het eerst op bij het team van Riek Bakker voor de Kop van Zuid in Rotterdam in 1991. Sindsdien zijn ze in aantal sterk gegroeid. De eerste teams waren vooral beoordelend, later werden ze meer stimulerend en begeleidend. Vandaag de dag bestaan er zo’n 140 waarvan er 90 hebben bijgedragen aan het onderzoek.

Model maakt profiel teams bespreekbaar

Hoewel Van Assen en Van Campen positief zijn over de bijdragen van RKT’s valt er in hun visie nog veel te verbeteren, met name als het gaat over professionaliteit en effectiviteit. Ze introduceren in hun boek een model om het profiel van een team bespreekbaar te maken. Het model bestaat uit twee typen en zes criteria.

Voor duidelijk omlijnde projecten (tijd, plan, plangebied) met een duidelijke opgave kan een specifiek kwaliteitsteam worden ingezet. De samenstelling is afgestemd op de specifieke opgave (vb. RKT Afsluitdijk, RKT Brainport Avenue).

Voor opgaven die minder uitgesproken zijn kan een generiek kwaliteitsteam worden ingezet. Dat team opereert vaak binnen bestuurlijke grenzen, met een ruimtelijke visie als kader aan de ene kant en de uiteenlopende geplande en spontane initiatieven van private en publieke partijen aan de andere.

Q-factor: maat voor professionaliteit

Het profiel van een team kan besproken worden aan de hand van verschillende criteria, waaronder de samenstelling, mate van onafhankelijkheid, openbaarheid en geregeldheid. Uit het onderzoek blijkt dat vooral de openbaarheid beter kan: maar 30% van de teams heeft een website en slechts 20% adviseert openbaar.

Teams kunnen ook verbeteren op het punt geregeldheid door het voorbereiden van adviesvragen en het goed presenteren van adviezen. Daarnaast zijn er ook nog teams die aan hun houding kunnen werken, ze zijn te afwachtend, onwrikbaar of soms zelfs arrogant.

De onderzoekers introduceren de Q- factor als maat voor de professionaliteit. Deze staat voor de mate waarin een team met gezag, souplesse en effectiviteit opereert in het krachtenveld van opdracht, omgeving en ontwerp. Doel is niet om een kwaliteitsstempel te creëren maar professionaliteit bespreekbaar te maken voor teamleden, opdrachtgevers en andere betrokkenen.

Debat

Na de presentatie van het onderzoek start het debat o.l.v. Rients Dijksta met Roeland van der Schaaf wethouder Groningen (PvdA), Han Hefting wethouder Beemster (Beemsterpolderpartij) en Hans Konst gedeputeerde Friesland (PvdA). In de Omgevingswet krijgen lokale bestuurders meer afwegingsruimte bij het invullen van hun zorgplicht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Welke instrumenten zetten lokale bestuurders in om weloverwogen keuzes te kunnen maken? Hoe kan een bestuurder zich daarbij effectief laten adviseren door een team van deskundigen?

Groningen: opgave in de wijken

Roeland van der Schaaf opent het introductierondje. De ervaringen met het RKT inpassing Ring Zuid waren positief, het RKT heeft in meedenkende zin bijgedragen aan een positief traject. Dat zelfde geldt voor het stationsgebied waar het RKT de randvoorwaarden mede bepaalde. De opgave ligt voor Groningen vooral op de kleine schaal, in de wijken. Daar is veel dynamiek die regelmatig spanning geeft tussen het bestaande en de vernieuwing. Groningen heeft de welstandscommissie afgeschaft en werkt nu met een stadsbouwmeester naar analogie van de Rijksbouwmeester. Doel is het toetsen achteraf te vervangen door meedenken vooraf.

Beemster: ontwikkeling en erfgoed

Han Hefting vertelt over de aanpak in de Beemster, een kleine gemeente met een groot oppervlakte. Daarnaast is de Beemster ook nogeens werelderfgoed. Hoe maak je binnen dat kader toch ontwikkeling mogelijk? De gemeente heeft een kwaliteitsteam ingesteld om te onderzoeken wat ‘Des Beemsters’ is en om projecten te begeleiden. Het beleid is vastgelegd in drie gekoppelde instrumenten: structuurvisie, bestemmingsplan buitengebied en omgevingsnota. Als geslaagd voorbeeld presenteert hij de uitbreiding van de Cono kaasfabriek. Daarbij speelde, naast de opdrachtgever en de architect, ook het RKT een belangrijke rol.

Friesland: zoeken naar gemeenschappelijk belang

Friesland heeft een eigen aanpak voor de watersportkernen, vertelt Hans Konst. De beleving vanaf het water staat centraal. Bij het vinden van balans tussen bestaande belangen en nieuwe ontwikkelingen worden alle belanghebbenden betrokken: ondernemers, bewoners, het Waterschap, lokale overheden enz. Het provinciaal kwaliteitsteam helpt door ‘bouwstenen’ te ontwikkelen. De juiste houding is daarbij cruciaal: luisteren, je eerlijk uitspreken en benoemen wat je samen belangrijk vindt.

Gemeente, professionals en de gemeenschap

Alle aanwezigen beamen dat ruimtelijke kwaliteit een containerbegrip is dat je moet laden. Daarnaast zien ze RKT’s als een zekerheid, ze zullen blijven. Van der Schaaf vindt de rol van de gemeente vooral verbindend. De welstandsnota -of een gelijkwaardig instrument- zal blijven bestaan, maar je moet zaken niet in beton gieten, ruimtelijke kwaliteit is van de mensen zelf. Wordt de kwaliteit net zo goed als je het aan bewoners overlaat? Konst geeft aan dat de opgave is om de gemeenschap te betrekken maar dat je professionals nodig hebt om mensen te voeden, te laten kijken en te wijzen op alternatieven.

Onafhankelijkheid

Het panel en de zaal gaan met elkaar in discussie over het begrip ‘onafhankelijkheid’ in relatie tot RKT’s en hun leden. Van der Schaaf noemt onafhankelijkheid een lastige term, maar in principe heeft elke ambtenaar een onafhankelijk professioneel oordeel, want per definitie gericht op het algemeen belang. De samenwerking wordt meer ontspannen door dat te respecteren. De zaal reageert dat gemeentelijke organisaties altijd zijn gekoppeld aan een wethouder.

Van Campen geeft aan dat er veel over wordt gesproken, ambtenaren die zij spreekt geven aan speelruimte en keuzes te hebben, maar ook gebonden te zijn aan politieke prioriteiten. Daarom is het goed om externen te hebben.

Hefting geeft aan dat elk team is aangesteld door een college, elke onafhankelijke is door een ander op die plek gezet! Daarmee is onafhankelijkheid altijd relatief.

Flip ten Cate van de Federatie Ruimtelijk Kwaliteit betoogt dat je onafhankelijkheid vooral goed moet organiseren. De leden moeten de vrijheid hebben om in het belang van ruimtelijke kwaliteit te adviseren en wethouders moeten geadviseerd worden door mensen zonder andere belangen.

Loslaten versus regels

Kunnen RKT samen met betrokkenen aan de slag gaan zonder regels? Van der Schaaf geeft aan dat Groningen dat in het verleden heeft gedaan, maar dat het niet werkte. ‘Gemeente doe iets!’, werd er geroepen. Vooral als belangen van buren in de knel komen, krijg je het gebrek aan het regels keihard terug.

In Friesland laten ze regels niet los, maar procedures wel, zegt Konst. Gesprekken kun je helder ingaan: ‘als het daar en daar aan voldoet, krijg je over 14 dagen een stempel’. De structuurvisie vormt het kader, waarin de kwaliteiten per gebied zijn vastgelegd. De zaal betoogt dat het niet gaat om regels, die zijn er teveel. Het gaat vooral om duidelijkheid.

Omgevingswet en omgevingsvisie

Rienks Dijkstra legt de link met de nieuwe Omgevingswet. Het College van Rijksadviseurs ziet graag dat de omgevingsvisie in de wet wordt opgenomen zodat landschappelijke en stedelijke waarden beter zijn geborgd. Alle panelleden geven aan dat ze zo’n visie al hebben en ook nodig achten. Slotvraag van Dijkstra (zonder antwoord): als de meerderheid hem al heeft, kun je hem net zo goed in de wet zetten. Of is iedereen al zo overtuigd dat het niet meer nodig is?

Aanbieden boek ‘Q-factor, Ruimtelijke kwaliteitsteams in Nederland’

Na afloop van de discussie krijgt Tjeerd Dijkstra (voormalig Rijksbouwmeester) het eerste exemplaar aangeboden van het boek De Q-factor, Ruimtelijke kwaliteitsteams in Nederland. Hij pleit ervoor de uitwerking van een stelsel voor de zorg voor ruimtelijke kwaliteit via de Omgevingswet in een Algemene Maatregel van Bestuur onder te brengen. In het College van Rijksadviseurs zou een ‘Rijksadviseur Ruimtelijke Kwaliteit’ benoemd moeten worden, zodat er één iemand verantwoordelijk is en de samenhang en kwaliteitsborging in de gaten kan houden. Dit uiteraard in samenwerking met provinciale en gemeentelijke adviseurs.

Zie ook:


Portret - Danielle Niederer

Door Danielle Niederer

Adviseur Ruimtelijke ontwikkeling & communicatie


Meest recent

Benchakitti Forest Park, Bangkok door gothiclolita (Shutterstock)

“Verdichting kan zelfs leiden tot kwalitatief hoogwaardigere openbare ruimte”

Gebiedsontwikkelaars moeten zich niet blindstaren op vierkante meters, maar uitgaan van publieke waarden die ze willen realiseren en welk programma daarbij past. Dat is het advies van Ellen van Bueren, hoogleraar aan de TU Delft.

Persoonlijk

16 augustus 2022

Haan & Laan door Esther Dijkstra (estherdijkstra.com)

Westergouwe in Gouda: wat vinden Haan & Laan er eigenlijk van?

Haan en Laan recenseren gebiedsontwikkelingen in Nederland. In deze editie schrijven zij over hun bezoek aan Westergouwe in Gouda en geven hun oordeel over deze nieuwbouwwijk in de laagste polder van ons land.

Casus

16 augustus 2022

Bryant Park in New York door Leonid Andronov (Shutterstock)

De maakbaarheid van een prettige leefomgeving

Integraal gebiedsbeheer kan helpen om de leefomgeving in bestaande en nieuwe buurten en wijken te verbeteren. Maar wat is het precies? Het Urban Land Institute maakt een ronde langs de experts en zoekt uit wat de kansen en bedreigingen zijn.

Analyse

15 augustus 2022