platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

“So what the hell happened?”

“So what the hell happened?”

Tina Rahimy sLIM Masterclass - Roy Borghouts Fotografie

3 dec 2019 - Tina Rahimy, lector Sociaal werk in de superdiverse stad, vertelt in dit essay over de veranderingen die zij al decennia als Rotterdammer meemaakt. “Onze aanpak gaat altijd om usual suspects. Pak een keer de usual friends aan.”

Dit essay werd (in aangepaste vorm) uitgesproken tijdens de sLIM Masterclass over inclusieve verdichting in Dordrecht. Lees hier het verslag van deze masterclass.

“Wees kritisch maar geef ook handvatten.” Dat is nou altijd een verzoek dat een filosoof krijgt, zoals voor dit essay over inclusieve verdichting. Dat wil ik trouwens voor alle helderheid ook doen, concreet zijn en een advies geven. Toch moet ik eerlijk bekennen dat dat best lastig is. Ik ben niet alleen een Lector en een Dr, maar ook een stadsbewoner met heel tegenstrijdige ervaringen en wensen. Ik ben kortom meer dan alles een Rotterdammer.

Rotterdam, permanent en altijd bereidwillig in een identiteitscrisis. We hebben last van een bouwmanie, maar waag het niet om ons oorlogsverleden te vergeten. We zijn lekker trots divers, maar stemmen graag polariserend. We hebben onze armste wijken van de stad lekker tegen de rijkste wijken geplakt. En die Amsterdammers motten we niet, maar ze mogen wel doekoe betalen voor onze panden. We tieren op die stomme toeristen die maar geen Hollands praten, maar het Eurovisiesongfestival willen we wel betalen.

En als ik in een zaal als deze sta, dan wil ik toch het meest zichtbare en urgente agenderen. De stad waar ik bijna dertig jaar woon, is in een zeer snel tempo veranderd. De standaardtermen en -wijken kan ik benoemen. Afrikaanderwijk, Crooswijk, gentrificatie, prijsstijgingen. Dat niet alleen alleenstaande mensen, maar zelfs stellen met twee modale inkomens geen huis meer kunnen bemachtigen in een zogenaamde volkswijk als Noord. Het is belangrijk om het te zeggen, het is belangrijk om het aan te kaarten en te laten zien dat we die kant niet op willen.

Maar ik moet toch bekennen dat dit standaardverhalen zijn. Laten we eerlijk zijn, Google kan u hierover beter informeren dan ik. Ik zou geen filosoof zijn als ik al deze verhalen niet ging bevragen. Klopt het überhaupt? Is Rotterdam in alle op zichten in een rap tempo veranderd? Wat betekent het nou om een Rotterdammert te zijn?

Secundaire gentrificatie

Laat ik het daarom concreet maken met een verhaal. Een verhaal achter de deur, waar Google geen ruimte voor heeft. Een bijzonder verhaal en een persoonlijk verhaal, dat toch heel veel zegt over de manier waarop we het leven hebben ingericht met elkaar.

Ik geef al jaren les aan toekomstige sociaal werkers. Ik had twee jaar lang een student. In het eerste jaar presteerde ze vlekkeloos, maar het tweede jaar ging het steeds minder met haar en haar prestaties. Natuurlijk vroegen we aan haar wat er aan de hand was. Ze vertelde dat er veel spanningen thuis waren. Dat ze vaak ruzie met haar moeder had. En zoals meeste mensen doen, hebben we dan aan een half woord genoeg (in dit geval een halve zin). We vulden massaal in wat er aan de hand was met het kind. Haar etniciteit werd er bijgehaald, haar culturele achtergrond, haar emancipatie als vrouw, het feit dat ze eerste-generatie-student was met laagopgeleide ouders. Diverser kun je het niet verzinnen. Maar geen enkele ingevulde adviespoging zette zoden aan de dijk. En op een gegeven moment sloeg haar verdriet om in boosheid. Ze wilde gehoord worden.

Wat moet ik in een wijk waar ik geen mensen ken, en waar allemaal winkels zijn waar ik geen geld voor heb?

Haar probleem was van een andere aard dan van alle goedbedoelde invullingen. Het had te maken met een stad en met een wijk. De Afrikaanderwijk in Rotterdam. Het huis van de moeder en dochter ging gesloopt worden. Het gezin, dat jarenlang in die wijk woonde en een gemeenschap had opgebouwd, wist zeker dat het daardoor het immense gevoel voor een collectief ging verliezen. Het conflict met haar moeder was dus niet van een culturele aard, maar van een politieke aard. Haar moeder wilde vechten voor hun rechten; de student wilde zich aanpassen omdat ze rustig en braaf haar opleiding wilde afmaken. Niet omdat ze geen moer om de gemeenschap gaf, maar als ze haar diploma niet zou halen, dan zou ze ook nooit haar financiële zelfstandigheid kunnen waarmaken die haar moeder ook belangrijk vond, dacht ze. Ze vond dat haar moeder het daarom maar moest afwachten en zich geen zorgen moest maken. Misschien behoorden ze wel tot de groep mensen die wel mocht blijven. Maar haar moeder zei: “Wat moet ik in een wijk waar ik geen mensen ken, en waar allemaal winkels zijn waar ik geen geld voor heb?”

En als brave student die alles wat ze onthouden heeft opsomt, keek ze me aan en zei: “Is dat dan secundaire gentrificatie, mevrouw?” 

Een van hunnie

Ik had haar de dure woorden geleerd, maar niet de tools om een verbinding te leggen met de werkelijke ervaring van haar moeder. U zou denken dat ik mijn lesje van niet-invullen en luisteren wel had geleerd, maar zo snel ben ik niet. Als een goede pleiter voor sociale rechten, en tegen onrechtvaardigheid en fout beleid, ging ik natuurlijk aan de kant van haar moeder staan. Ik probeerde haar uit te leggen waarom ze de generatiekloof op een andere manier moest aangaan. Ze bleef me eerst wazig aankijken, dan bedenkelijk, dan weer boos. “Maar mevrouw, dat mijn moeder en vader weg moeten, dat ik en mijn broertje wegmoeten, dat komt door mensen zoals ú, hoor”, zei ze zonder enige aarzeling.

En plotsklaps kwam in mijn hoofd totale stilte. Deze wending had ik niet zien aankomen. Ik had me niet als partij beschouwd in het geheel. Natuurlijk was mijn eerste reactie: generaliseren en externaliseren. “Wat bedoel je,” zei ik, “docenten?”

“Huh?”, zei ze. “Nee mevrouw, die zijn ook niet zo rijk. Het gaat om mensen zoals u, hoe heette het nou, die slimme mensen met veel geld. Van die workaholics, die maar huizen kopen. U geeft dan les en zo, daarover, maar u heeft toch ook een groot huis gekocht voor alleen uzelf. Hoe vaak praat u nou met de buren?”

Mijn hoofd was eerst stil. De mens die ze beschrijft komt niet overeen met hoe ik mezelf profileer. Ik profileer me graag vaak als de vrouw die de shit van de wereld kent. Als een wij tegen de rest, de onderdrukkers. Het enige dat ik me kon bedenken was: when did this shit happen? Wanneer werd ik een van hunnie? Over wie heeft dit kind het nou?

Armoede wegdrijven

Ik ben bijna 30 jaar een getogen Rotterdammer, maar elders geboren. Het eerste echte huis dat we bemachtigden was in IJsselmonde. Je zou het nu niet zeggen, maar ik herinner me een wijk met lange rijen bejaardenhuizen. Ik ben maar één keer uitgescholden door een ouder persoon voor een rotte vluchteling en buitenlander. De rest van de ouderen wilde de hele tijd met ons praatten. Eindelijk jong vlees in de wijk. Eindelijk kinderen. Dat IJsselmonde bestaat niet meer, en dat bange gevluchte kind is ook al stil. Zij is veranderd. Over dat kind praat mijn student niet.

Zij praat ook niet over de adolescente die op straten hing en in 6 wijken van Rotterdam heeft gewoond. Oude Rotterdamse wijken en geheel nieuwe wijken. Kop van zuid, waar ik tijdelijk mocht wonen en dat in die jaren letterlijk uit het niets werd opgebouwd. Toen noemden we het de wijk zonder ziel, en nu bestempelen we het als hippe wijk. En Katendrecht, de wijk van de underdogs en sekswerkers, waar deze opstandige zich thuis voelde, graag onder de viaducten en bruggen hing. Katendrecht is dat Katendrecht niet meer, en ik vind die viaducten nu stinken. Nee, mijn student heeft het ook niet over die opstandige schoolverlater die eindelijk in Crooswijk een verpauperde woning huurde met haar toenmalige vriend, en centjes bij elkaar spaarde om een tweedehands bank te kopen. Een huis naast de vloekende Crooswijkers, opstandige krakers, hippe kunstenaars, een arme basisschoolmeester en een ondergrondse moskee, tegenover de begraafplaats en met slechte riolen en een rattenplaag in de woningen.

Wij zijn de kiemen die met de beste intenties de armoede niet verhelpen, maar wegdrijven

De wijk, het huis, de man en de ratten verliet ik voor het wilde Westen. En mijn student heeft het over de mij die begon door wat er in West gebeurde. Ik kwam daar als arme student en kreeg last van de herrie op de straat. Haalde mijn universitaire diploma. Promoveerde. Kocht een huis dat geheel gerenoveerd was, zonder enig idee wie er daarvoor in woonde. Maar ik wilde een huis kopen in een arme wijk. En in intellectuele gesprekken met mijn intellectuele vrienden verkondigde ik natuurlijk heel correct dat ik dat samen met mijn toenmalige partner deed omdat ik vond dat als het maatschappelijk beter met je gaat, je loyaal moet blijven aan je wijk. Maar als je mij als Rotterdammer naar de redenen vroeg, dan zei ik natuurlijk (met mijn lage salaris): “Dat ken ik lekker net betalen.” Goedkope woning gekocht door een veelbelovende jonge burgers. Zo maatschappelijk verantwoord.

Ik hoef deze zaal niet uit te leggen dat elke gentrificatieproces bijna altijd begint met dit type mensen. Wij zijn de kiemen die met de beste intenties de armoede niet verhelpen, maar wegdrijven. Ik zal eerlijk zijn. De crisisjaren waren niet fijn. Ik heb met mijn toenmalige partner elke cent moeten omdraaien. Maar de transitie van straatkind naar een verantwoorde burger was al gaande. Een jaar was ik werkloos, maar in tegenstelling tot het straatkind gaf ik niet mezelf de schuld, maar stelde ik de samenleving verantwoordelijk. Crisis voorbij, dr. geworden, lector geworden, mijn huis na 10 jaar met meer dan ton winst verkocht. En ik kocht een ander huis dat inmiddels na een jaar al meer dan ton duurder geworden is.

In de spiegel kijken

So what the hell happened? Nou dit. Ik veranderde van een straatkind in een welverdienende huizenbezitter. En om het erger te maken: inclusief een nieuw liefje dat twee huizen heeft. Dan hebben we het over twee mensen die drie huizen hebben.

Rotterdam West is Rotterdam West niet meer, maar ik ben er nog. Of eigenlijk wéér. Het allereerste huis waar ik woonde in Rotterdam stond namelijk niet in het IJsselmonde met zijn bejaardenhuizen, maar was een asielzoekerscentrum op de Mathenesserlaan, in de buurt van Heemraadsingel. Aan mensen die de stad niet kennen, kun je die plek simpelweg beschrijven als daar waar advocaten en artsen wonen. Het asielzoekerscentrum is er niet meer, maar deze straten zien er na dertig jaar nog steeds hetzelfde uit. Deze straten zijn niet veranderd. Ik ben wél veranderd. Ik woon er nu om de hoek en als welverdienende hoogopgeleide pas ik nu beter bij die straten dan de eerste keer dat ik er woonde. Zowel de stad als ikzelf zijn veranderd. De verandering van de stad is echter selectief. Met de straten van de advocaten en artsen als niet-veranderende ruggengraat is er alleen maar meer ruimte gekomen voor welverdienende gewenste burgers die zich niet hoeven aan te passen en geen verandering hoeven te ondergaan.

Al die veranderingen van het mij nemen niks weg van mijn woede over de wijze waarop we met armoede en arme wijken omgaan. Het neemt niet mijn politieke mening weg dat het anders moet. Ik kies nog steeds de kant van het verhaal van de moeder van het meisje uit Afrikaanderwijk. Maar het meisje sprak mij aan als mede-plichtig. En als ik bereid ben om het verhaal aan te horen, dan moet ik de crisis die mij gegeven wordt ook durven aanvaarden.

Ik hoop dat het verhaal concreet genoeg is. En daarom nu mijn concrete advies voor ieder die hiermee bezig is. Doe wat aan ons, de welverdienende en gewenste burger, de huizenbezitters. Vraag ons een keer hoe wij participeren in onze wijk, hoe we ons inzetten voor de medemens, hoe wij bijdragen aan maatschappelijk problemen. Geef een integratiecursus aan degene die de wetten van integratie en de wetten van politieke orde bepalen. Onze aanpak gaat altijd om usual suspects. Pak een keer de usual friends aan. Wat was hun verantwoordelijkheid die ze niet hebben genomen? De studente van 19 had het lef om mij daarop aan te spreken. Kijken in de spiegel die ze me voorhield deed pijn, maar het is een reflectie die ik in wijsheid wil delen, ook met u. Voelt u het al knagen?

Cover: Roy Borghouts Fotografie

Auteur

Tina Rahimy
Tina Rahimy

Lector Sociaal werk in de superdiverse stad bij Hogeschool Rotterdam

Bekijk alle artikelen