platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Verslag

“Binnenstedelijk bouwen, juist vanwege de inclusiviteit”

“Binnenstedelijk bouwen, juist vanwege de inclusiviteit”

slim masterclass 25-9-19 fotograaf

8 okt 2019 - “We staan voor belangrijke fysieke opgaven, maar uiteindelijk gaat het om de mensen”, zegt gespreksleider en hoogleraar Co Verdaas aan het begin van de sLIM Masterclass over inclusieve verdichting. Het thema leeft, getuige de hoge opkomst in het Energiehuis in Dordrecht (die weken tevoren al uitverkocht was) en de geanimeerde discussies. Want van en voor wie is de stad eigenlijk?

Bezoek het SKG Jaarcongres

Meer weten over gebiedsontwikkeling? Kom dan op 7 november naar het Jaarcongres Gebiedsontwikkeling 2019 in Den Haag. U krijgt lezingen van prominente sprekers, praat in kennissessies mee met topexperts, en ontmoet collega’s en andere vakgenoten.

Bekijk het programma en schrijf u direct in

“Wij hebben in Dordrecht bewust gekozen voor binnenstedelijk bouwen, juist vanwege de inclusiviteit”, zegt Piet Sleeking, wethouder van (onder andere) Ruimtelijke Ordening en Binnenstad. “Als je in de polder gaat bouwen, heb je nog geen sociale structuren. In de binnenstad wel. De voorzieningen zijn er al, van buurtwinkelcentrum tot bushalte en van peuterspeelzaal tot verpleeghuis. Dat geldt ook voor begeleid-wonenprojecten en inloopvoorzieningen. Allemaal zaken die je niet meteen in de exclusieve villawijken buiten de bestaande stad vindt.”

Het Energiehuis, de plaats van samenkomst, is volgens de wethouder een mooi voorbeeld van de “sociale insluiting” waarop hij doelt: “Van jong tot oud en van beginnende amateur tot internationaal bekende artiest komen in dit cultuurpaleis over de vloer. Voor ouderen met geheugenproblemen is er eens in de maand een culturele activiteit. Die inclusiviteit wil je in de hele stad zien.”

Inhaalslag

De transformatie van de oude energiecentrale naar een cultureel centrum staat niet op zichzelf. In de directe omgeving hebben ook andere gebouwen van nutsbedrijven en scheepswerven een nieuwe bestemming gekregen. Sleeking spreekt van een “inhaalslag” om mensen met hogere inkomens aan de stad te binden. In de jaren tachtig van de vorige eeuw kregen lagere inkomens voorrang bij het creëren van een nieuwe woonwijk op de plaats van oude fabrieken en scheepswerven: de Lijnbaan, een stadsvernieuwingsproject met uitsluitend sociale woningbouw van corporatie ‘De Vooruitgang’.  Ook de woningen met uitzicht op de rivier waren voor lagere inkomens bestemd. De eenzijdige samenstelling van de wijk – in de volksmond ‘Klein Ankara’ genoemd – ging gepaard met sociale problemen. Daarom maakt de gemeente gebruik van de zogeheten ‘Rotterdamwet’ om woningzoekenden te screenen voordat ze in deze wijk een woning krijgen. 

De komst van duurdere huizen en appartementen in de koopsector heeft de wijk inclusiever gemaakt, zegt Sleeking. Maar er is nog steeds een onevenredig groot aanbod van kleine huurwoningen. Daarom hanteert de gemeente bij nieuwbouw de norm van 80 procent koop en 20 procent huur. Nog specifieker: 20 procent koopwoningen in de prijsklasse boven 450.000 euro, 30 procent tussen 300.000 en 450.000 euro en 30 procent tot 300.000 euro, plus 10 procent sociale huurwoningen en 10 procent huurwoningen in de vrije sector.

Vogelaarwijken

Gemengde wijken zijn goed voor de inclusiviteit, stelt ook Karin Schrederhof, wethouder Wonen, Wmo en Sport in Delft. Maar het wordt gemeenten en corporaties niet makkelijk gemaakt om te sturen op een diverse bevolkingssamenstelling. Door de verplichting sociale huurwoningen passend toe te wijzen, concentreren huishoudens met de laagste inkomens zich in wijken met de goedkoopste woningen. “Dat staat haaks op een goede menging en maakt zulke wijken kwetsbaar. In Delft leidt het bijvoorbeeld tot een te grote concentratie van mensen in projecten voor beschermd wonen. Dat kunnen de betrokken wijken niet aan.” 

In dat opzicht deed voormalig minister Vogelaar het beter dan haar opvolgers, stelt ze. Die stuurde met de naar haar genoemde aandachtswijken wél op differentiatie van de bevolkingssamenstelling in een wijk. In de tijd van de stadsvernieuwing en direct daarna was er ook meer geld en regie van het Rijk. Ze herinnert zich bijvoorbeeld uit haar tijd als ambtenaar in Rotterdam dat de gemeente met rijksgeld leerkrachten kon financieren op een basisschool, die te kampen had met een tijdelijke daling van het aantal leerlingen vanwege de stadsvernieuwing. Kom daar nu maar eens om. “Nu krijgen we geen cent van het Rijk”, zegt Schrederhof. “Terwijl we voor immense sociale én fysieke opgaven staan.”

Rechtvaardige stad

Maar waarom pleit iedereen opeens voor een inclusieve stad? Volgens Edwin Buitelaar, hoogleraar grond- en vastgoedontwikkeling in Utrecht en senior onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving, is er na een periode van euforie over de stad als bron van alle goeds meer oog gekomen voor de schaduwkanten. In het begin van deze eeuw ging het gesprek vaak over de triomf van de stad: de stad maakt gelukkiger, rijker en gezonder… De laatste vier, vijf jaar gaan discussies vaker over gentrificatie, segregatie, het verdwijnen van het middensegment en massatoerisme. Dat roept de vraag op: wat is een rechtvaardige stad? In wezen is dat een normatief vraagstuk, stelt Buitelaar. Met alleen het begrip ‘inclusiviteit’ kom je er niet. Daarom onderscheidt hij vier rechtvaardigheidsperspectieven, ontleend aan de filosofie: de maximeerstad (wat is het maximale nut voor een zo groot mogelijk deel van de bevolking), de egale stad (hoe gelijker, hoe beter), de toegankelijke stad (van iedereen hetzelfde naar iedereen genoeg) en de vrije stad (gelijke rechten en vrijheid voor iedereen). 

Gevraagd naar zijn voorkeur, kiest Buitelaar voor de toegankelijke stad, waarin toegang tot primaire sociale en ruimtelijke goederen voor iedereen gegarandeerd is, zoals betaalbaar wonen en nabijheid van banen en groen.

Kijk in de spiegel

Tina Rahimy, lector sociaal werk aan de Hogeschool Rotterdam, heeft het ook over gentrificatie en segregatie, maar dan vanuit persoonlijk perspectief. Haar eerste woonruimte was in een asielzoekerscentrum in de Maasstad. Ze heeft zich ontwikkeld, maakte carrière, en kan zich nu een koophuis permitteren in een goede buurt. Maar dat geldt niet voor iedereen. Dat besefte ze pas goed door het verhaal van een van haar studenten. Die vertelde over de ruzie met haar moeder, die weg moest uit de vertrouwde omgeving van de Afrikaanderwijk omdat haar huis werd gesloopt. De moeder wilde het gedwongen vertrek aanvechten, want zij was bang in een wijk terecht te komen waar ze niemand kent en geen aansluiting vindt. Maar de dochter had andere prioriteiten: die wilde rust, zodat ze haar diploma kon halen. Zo worden generaties uit elkaar gedreven. “En dat wij weg moeten, komt door mensen zoals u”, concludeerde de studente. 

Volgens Rahimy is dit verhaal kenmerkend voor het gentrificatieproces: armoede wordt niet verholpen, maar verdreven. “De studente zocht mijn steun. Dat geeft mij te denken. Hoe participeer ik en wat draag ik bij aan integratie?  De studente van 19 jaar had het lef mij aan te spreken. Ik spreek u aan.” 

Business case

Ronald Huikeshoven, directievoorzitter van AM en zelfverklaard ‘maatschappelijk gedreven ontwikkelaar’ vindt dat iedereen in de stad moet kunnen wonen. Zijn eigen conceptafdeling is bijvoorbeeld continu op zoek naar nieuwe vormen van betaalbaar wonen. Zo ontstond het Friends-concept, waarbij vrienden huis en voorzieningen delen. Een volgende stap is het mengen van jong en oud: er zijn veel ‘stadsveteranen’ die dezelfde stedelijke behoeftes hebben als jonge stadgenoten. Op de vraag of je een inclusieve stad kunt bouwen, antwoordt hij dan ook volmondig “ja”. 


Break-out sessie 1: In drie stappen naar een inclusieve stad
Door Simon van Zoest

Een inclusieve stad dat willen we allemaal wel, maar hoe creëer je die? Ontwikkelaar BPD en woningcorporatie Havensteder kwamen samen tot een antwoord op die vraag via een driestappenplan:

  1. Constateren
  2. Samen in gesprek
  3. Probleem onderdeel van aanpak maken

1. Constateren
In de eerste stap kijk je samen met de wijkpartners wat er aan problematiek speelt in een wijk. Coen Hofland van BPD durft zich kwetsbaar op te stellen op door uit te leggen hoe dat in het verleden nog wel eens fout ging. Toen analyseerde de ontwikkelaar individueel de fysieke kenmerken, zonder de bewoners actief mee te nemen. 

2. Samen in gesprek
Zodra je gezamenlijk hebt geconstateerd wat er aan de hand is, vorm je een ‘tafel’. Aan die tafel gaan de belangrijkste wijkpartners in gesprek over een mogelijke gezamenlijke aanpak. Dat vraagt echter veel van iedereen: kan je je eigen programma loslaten, en ben je bereid samen te werken en elkaar te laten beïnvloeden? 

3. Probleem onderdeel van aanpak maken
In de laatste stap maken de partijen het tegengaan van de problemen onderdeel van hun eigen aanpak. Al snel komt daarbij vanuit het publiek de suggestie om niet te focussen op het probleem, maar op de daarvoor benodigde oplossing. Dat zorgt voor een constructievere aanpak. Daarbij is het wel van belang dat ook die oplossing gezamenlijk wordt geformuleerd. 

slim 25-9

Break-out sessie 2: Gezonde stedelijke gebieden 
Door Ineke Lammers en Inge Janse

Gezondheid heeft steeds meer een centrale waarde in de stad, stelt gezondheidsexpert Leendert van Bree aan het begin van de sessie. Zo zijn we in 100 jaar van open riolen naar gezondheidsbevordering in de stad gegaan. “De stad is steeds meer bepalend voor de levenskwaliteit van de mens. Om een goede, gezonde omgeving te maken, is het van belang dat we bij gebiedsontwikkeling integraal denken en doen, dus inclusief gezondheid.” 

Annette Duivenvoorden, projectleider gezondheid bij Platform31, sluit hierbij aan. Onderzoek naar hoe gemeenten gezondheid in hun beleid kunnen opnemen, leverde drie manieren op: gezondheid centraal zetten, één specifiek gezondheidsthema vooropstellen, of gezondheid koppelen aan een actueel ruimtelijk thema. 

Jacomijn Baart, die binnen de gemeente Utrecht werkt als manager volksgezondheid, sluit af met een dilemma. Naar aanleiding van ontwikkelingen in Overvecht kwam de vraag: je wilt alle aspecten even goed doen, maar stel dat er toch te veel geluid is, kun je dit dan compenseren met groen? Volgens haar is de eigenlijke vraag hier of je gezondheid kunt kwantificeren. “Hoe brengen we de waarde van gezondheid naar voren en hoe kunnen we hier een goede businesscase omheen maken?” 

In de discussie met het publiek komt een aantal oplossingen naar voren. Een grote uitdaging ligt in het realiseren van een gesprek tussen alle verschillende domeinen, blijkt uit de publieksdiscussie. Het bestuurlijk niveau is in Nederland op sectoraal niveau ingedeeld. Maar om gezondheid meer in het ruimtelijke aspect terug te laten komen, moet dit veranderen. Een aanwezige oppert daarom dat er een wethouder ‘integraal werken’ moet komen. Sectoroverstijgend werken zou volgens de aanwezigen ook sterker terug moeten komen in het onderwijs. 

Het financiële voordeel van meer gezondheid kan ook als een hefboom fungeren voor het meenemen ervan in een gebiedsontwikkeling. Dat is nog lastig, omdat gezondheid uitdrukken in waarde (én verbinden aan een oorzaak in de ruimtelijke ordening) lastig is. Niettemin vertelt een aanwezige belegger dat hij bezig is hiervoor een instrument te bouwen, omdat voor deze belegger (die vaak voor decennia investeert) betere gezondheid zorgt voor meer zekerheid over de inkomsten (gezonde huurders zorgen voor minder leegstand, wat compenseert voor het lagere rendement vanwege hogere uitgaven om die gezondheidswinst te realiseren). Zijn oproep: “Betrek beleggers eerder bij dit soort opgaves, want ook wij willen hieraan meehelpen!”

sessie 2 slim 25-9 masterclass

Break-out sessie 3: Gebiedsontwikkeling voor sociale stijging
Door Sebastien Reinink

Wat is het doel van sociale stijging en welke manieren zijn er om dat in gebiedsontwikkeling te bewerkstelligen? Nico Moen vertelt over de school die hij in de nieuwe Amsterdamse stadswijk IJburg mede heeft opgezet. De initiatiefnemers wilden niet zozeer een plek voor sociale stijging creëren, maar een plek voor sociale toenadering. Om dit te bereiken heeft de school een breed programma: van vmbo-basis tot vwo+. Moen benadrukt dat mensen hun hele leven blijven leren. Zijn les: maak van scholen een collectieve voorziening voor de hele buurt, van jong tot oud, om zo sociale interactie te bereiken.

Nina Cranen werkt aan diverse sociale projecten in Rotterdam Zuid. Zij pleit ervoor om in plaats van met grote projecten als ‘hart van Zuid’ (waarbinnen zij manager sociaal programma is) sociale stijging te proberen te bereiken, in te zetten op kleine projecten op individueel niveau. Sociale stijging kan volgens haar ontstaan door de verwerving van sociale vaardigheden, taalvaardigheden, arbeidsvaardigheden, een sociaal vangnet en computervaardigheden. Aan dit soort vormen van sociale stijging gaat gebiedsontwikkeling vaak voorbij. Zij adviseert daarom om een netwerk te creëren van marktpartijen, bewoners, overheid en maatschappelijke instellingen die deze individuele projecten gezamenlijk realiseren. 

Maaike Alles heeft onderzocht hoe sociale netwerken en sociaal kapitaal binnen gebiedsontwikkeling gestimuleerd kunnen worden. Zij concludeert dat economische migranten vaak terechtkomen in dezelfde wijken. De reden: migranten hebben vooraf een netwerk nodig om een plek te krijgen op de woningmarkt. Dit netwerk bevindt zich vaak in wijken waar migranten al oververtegenwoordigd zijn, wat segregatie en een teruglopende diversiteit in de wijk tot gevolg heeft. 

Saskia Hooijmaaijers presenteert tot slot het stimuleringsprogramma waarmee de gemeente Dordrecht haar probleemwijken aanpakte. Het doel was niet om de wijken te transformeren naar doorsneewijken, maar om een sociaal minimum aan leefomstandigheden te bereiken. Daarvoor werden nieuwe woningen toegevoegd, opleidingstrajecten afgegeven en op maat bij mensen thuis gesproken over oplossingen voor sociale problematiek. In 2025 moeten deze wijken allemaal boven het ‘sociale minimum’ uitkomen. Deze sociale stijging meet de gemeente door bijvoorbeeld te kijken naar het aantal werklozen en het aantal bewoners met overgewicht.

sessie 3 slim 25-9

Foto’s: Roy Borghouts Fotografie

Auteur

simon kooistra pp
Simon Kooistra

Hoofdredacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte