Interview Hoe kunnen gebiedsontwikkelaars stadsranden en de gebieden tussen steden inrichten als hoogwaardige ‘gangen,’ waarbij hoogstedelijk wonen samengaat met natuur- en landschapsontwikkeling? Die vraag beantwoorden gebiedsontwikkelaar Synchroon en de ontwerpbureaus Flux landscape architecture en Bogdan & Van Broeck in het concept ‘Gangen, meer natuur meer stad’. Synchroon-regiomanager Ruben Donselaar licht de resultaten toe.
Stadsranden vormen in de wereld van gebiedsontwikkeling al langer een thema dat de aandacht heeft, zeker bij ontwerpers en opdrachtgevers. Recent werd bijvoorbeeld de evaluatie van het project Haverleij gepresenteerd, een gebiedsontwikkeling waarbij natuur, landschap en gecontreerde nieuwbouw (in kasteelvorm) samengaan. Bureau OKRA deed in 2011 al in opdracht van het Utrechtse architectuurcentrum onderzoeknaar stadsranden. In 2021 deed het Amsterdamse architectuurcentrum dat nog eens dunnetjes over (samen met BNA Onderzoek), met het uitbrengen van de publicatie Het Stadsranden-lab – nieuwe typologieën voor de kreukelzones van de stad.
Gebiedsontwikkelaar Synchroon nam de stadsrand ook al eerder – in 2019 – onder de loep; samen met bureau Delvawerd het Stadsbuiten-concept gelanceerd, waarin het vooral ging om de toevoeging van dorpse woonmilieus aan de randen van steden. Nu ligt er dan de studie ‘Gangen, meer natuur meer stad’, waarin juist het (hoog)stedelijk wonen wordt gepropageerd. Om daarmee de steden en de gebieden die daaraan grenzen in samenhang een impuls te geven. Ruben Donselaar van Synchroon was van dichtbij bij de uitwerking betrokken.

Ruben Donselaar, regiomanager Noord-Brabant bij gebiedsontwikkelaar Synchroon: "De stadsrand is een plek waarvan iedereen begrijpt dat daar kansen liggen, zowel voor natuur als voor stadsontwikkeling.”
‘Portret Ruben Donselaar’ (bron: Synchroon)
Wat was voor jullie de reden om – hernieuwd – naar de stadsranden te gaan kijken?
“Gebiedsontwikkeling is een goed vehikel om sociaal, fysiek en economisch bij elkaar te brengen, maar ook de kansen voor een natuurinclusieve leefomgeving. Het concrete startpunt voor ons vormde een studie van Flux voor de provincie Utrecht, die betrekking had op het gebied tussen Utrecht, Nieuwegein en Houten. Als je het nu hebt over een plek in Nederland die zich als ‘tussenruimte’ laat benoemen – met het gevaar op verrommeling – dan is het daar wel. De studie trok onze aandacht, waarop we Gerwin de Vries van Flux vroegen: zit hier meer in, is de aanpak ook op andere gebieden in Nederland van toepassing. Indien ja, laten we daar dan ontwerpend onderzoek op loslaten, met de verbeeldingskracht die daar ook deel van uitmaakt. En zo geschiedde.”
Hoe kijk je zelf terug op de totstandkoming van deze studie?
“Ik vind het heel interessant om op een wat hoger schaalniveau na te denken over ruimtelijke ordening en voorbij het vraagstuk te komen van ‘zoveel woningen op deze plek’. Als ik Nederland om me heen ervaar, vraag ik me vaak af: is dit nu de goede toekomst voor ons land? Dat was ook de aanleiding om ons met dit concept voor de randen van steden – en de gebieden ertussen – bezig te gaan houden. Het is nadrukkelijk geen blauwdruk maar een visie, een manier van denken over de opgaven die zich in deze gebieden voordoen. En hoe we daar antwoord op kunnen geven. Ook omdat deze studie raakt aan de vraag waar wij als bedrijf mee bezig willen zijn. We kiezen nog steeds volop voor de stad, maar we werken net zo goed aan dorpsuitbreidingen. Ook dat is een maatschappelijk vraagstuk, wat bijvoorbeeld weer raakt aan het open kunnen houden van maatschappelijke voorzieningen.”
Gangen, een gebiedsconcept voor meer natuur en meer stad
Synchroon en de beide ontwerpbureaus constateren dat er een gerichte ontwikkelingsstrategie nodig is om te voorkomen dat “veel van de Nederlandse stadsranden te verrommelen, te verarmen en verder dicht te slibben met datacenters, logistieke ‘big boxes’ en woonwijken van lage dichtheid tussen snelwegen en spoorlijnen in.” Zij introduceren ‘Gangen’ als een concept waarbij de stad optreedt als “motor voor natuurontwikkeling”: “Gangen bestaan uit gezonde, productieve landschapsparken en verrassende woonmilieus aan de randen van de stad. (..) De nieuwe, stedelijke woonmilieus bieden een kwalitatieve impuls voor de stad en de bestaande stadsranden. Door hun compacte opzet blijft meer ruimte vrij voor landschapsparken.” Er wordt niet (meer) gekozen voor grondgebonden wonen in lage dichtheden, maar voor woningbouw in middelhoge dichtheid. De opbrengsten die hiermee worden gerealiseerd, vloeien terug in het landschap. De water- en bodemgesteldheid ter plekke is daarbij leidend voor de inrichting: “De nieuwe landschapsparken zijn een uitgelezen kans om de onderliggende landschapsstructuren, zoals beekdalen, uiterwaarden, polders of andere landbouwverkavelingen, in ere te herstellen of om op duurzame wijze voedsel- en energieproductie in te richten.”
Hoe past de studie in de huidige discussie over de verdere verstedelijking?
“In dat debat, zo viel ons op, zijn er overtuigde voor- en tegenstanders, zowel van het bouwen in de stad als daarbuiten. Tegelijkertijd ondervinden we als samenleving een enorme woningnood. Wat wij terugkrijgen van geïnteresseerden in het Gangen-concept is dat iedereen zich hiermee kan verbinden, of ze nu van het ene of het andere kamp zijn. De stadsrand is een plek waarvan iedereen begrijpt dat daar kansen liggen, zowel voor natuur als voor stadsontwikkeling.”
“En beiden zijn daarin ook even belangrijk. Naast de behoefte aan woningen gaat het namelijk om een grote natuur- en biodiversiteitsopgave waar we voor staan. Die kunnen we niet alleen in onze goed beschermde Natura 2000-gebieden en de nationale parken realiseren, daar hebben we ook de stad voor nodig – en het agrarisch gebied. Voeg daarbij vraagstukken rondom voedsel- en energieproductie en wij hebben bij Gangen niet voor niets gekozen voor de term ‘productieve landschapsparken’, met aan de randen ruimte voor woningbouw in stedelijke dichtheden.”

‘Wetland’ (bron: Synchroon)
Jullie hebben samengewerkt met twee ontwerpbureaus, hebben jullie ook andere disciplines en partijen geïnvolveerd?
“We hebben diverse expertsessies georganiseerd waarin experts uit verschillende vakgebieden intensief hebben meegedacht. Ook hebben we partijen als Staatsbosbeheer gesproken, waar we al contact mee hadden sinds het Stadsbuiten-onderzoek. Inmiddels is duidelijk dat we moeten opschalen, onder de druk van de benodigde woningaantallen. Waar brengen we die 1,65 miljoen woningen onder – het getal waar de Ontwerp-Nota Ruimte nu over spreekt? Dan kun je ervoor kiezen om wijkjes en buurtjes aan de stad te bouwen in dezelfde dichtheden die we altijd gebruiken, maar dan verdwijnt het beeld van de stad in de mooie groene omgeving. Dan wordt het een dichtgeslibd en verrommeld gebied, waarin de contrasten tussen stad en ommeland geheel verdwijnen.”
De gebieden tussen de steden zijn nu al niet leeg, hoe kun je die ombouwen tot de parken die jullie voor je zien?
“Het is inderdaad complex, alleen al door het sterk versnipperde grondbezit. Ook hier vindt het gevecht om de schaarse ruimte volop plaats. Mijn bescheiden analyse is dat er te veel functies zijn, die allemaal op een te klein plekje gerealiseerd moeten worden. Daarom moeten we blij zijn dat er met de ontwerp Nota Ruimte een perspectief voor Nederland in 2050 wordt geschetst. Ik vind dat je daarin de water- en bodemopgaven goed in terugziet en ook een visie op hoe landschap en natuur zouden moeten functioneren. De expliciete koppeling tussen woningbouw en deze functies wordt nog niet gemaakt evenwel en daar proberen wij nu in te voorzien. We hebben niet de pretentie dat we als ontwikkelaar 10 landschapsparken gaan maken – daar zouden we dan echt het Rijk weer voor nodig hebben – maar ook ontwikkelaars en bouwbedrijven kunnen onderzoeken wat hun bijdrage kan zijn. Wij doen dat bijvoorbeeld nu zelf bij het Van Gogh Nationaal Park in Brabant, waar we samen met onder meer Staatsbosbeheer kijken hoe we aan groene verstedelijking kunnen werken.”

‘Street’ (bron: Synchroon)
Wat is, tot slot, de stip aan de horizon voor jullie?
“Het Gangen-concept leent zich er uitstekend voor om met elkaar in gesprek te gaan: publiek, privaat en maatschappelijk. We willen een einde maken aan de verrommeling tussen steden en dorpen, zodat we in 2050 kunnen zeggen: we hebben de goede keuzes gemaakt met elkaar. Als je dan vraagt: heb een concreet doel voor 2026 of 2030 voor ogen, nee dat niet – dat is het eerlijke antwoord. We willen het vooral ook agenderen bij gemeenten, provincies, bij landschapsontwerpers. En zeker, het landschapspark is niet nieuw en dat geldt ook voor de discussie over de stadsranden. Maar zie de studie vooral als een uitnodiging om stad en landschap te verbinden en daarover mee te denken.”
De studie ‘Gangen’ is hier te vinden (met een link naar de download van de publicatie).
Cover: ‘Waterfront’ (bron: Synchroon)







