Opinie Wat schrijf je in deze geopolitieke storm nog over gebiedsontwikkeling? Columnist Wouter Veldhuis dacht aan een blanco column als noodkreet, maar zijn eerste indruk van de nieuwe minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening biedt hoop. “En zo vallen de puzzelstukjes onverwacht toch mooi op hun plek.”
Waarom zou je nog iets zinvols over Nederlandse ruimtelijke ordening schrijven als Amerika, Rusland en Israël op dit moment de wereldorde gewelddadig naar hun hand zetten? Valt er nog een scherp stukje over gebiedsontwikkeling te schrijven terwijl de ‘Vrijheidsbijdrage’ ter waarde van 19 miljard euro een forse deuk in ons nationale zorgstelsel slaat?
Op het scherm van mijn laptop zuigt de geopolitieke storm al mijn energie weg terwijl ik deze column moet schrijven. En precies op het moment dat ik op het punt sta om, bij wijze van noodkreet, een blanco column in te dienen, zie ik op Mastodon het introductiefilmpje van de nieuwe minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: Elanor Boekholt-O’Sullivan. Ze oogt onwennig maar kiest haar woorden zorgvuldig. Doelgericht. Je kan immers maar een keer een goede eerste indruk maken. En dat doet ze!
Het was makkelijk geweest om weer vol op het orgel van de kwantitatieve woningbouwproductie te gaan. Maar de minister koos ervoor om de focus te verleggen naar het bovenliggende doel: “...mensen een thuis geven.” Want tot nu toe is wel gebleken dat het simpelweg bouwen van veel woningen heel erg lastig is. En die tactiek leidt in het huidige stelsel ook niet tot meer betaalbare woningen, laat staan tot woningen waar mensen zich thuis in voelen.
Thuis is zo vertrouwd dat het onzichtbaar is, schreef Pieter Hoexum enkele jaren geleden. Zelf voeg ik daar graag aan toe dat je thuis pas mist als het er niet meer is: een gebrek aan veiligheid, geborgenheid of warmte. Het gevoel geen deel uit te maken van een of meerdere gemeenschappen. In het stadsessay Onderweg naar de rechtvaardige stad betogen Simon Franke en ik dat gemeenschappen cruciaal zijn in de ruimtelijke ontwikkeling. Zij dienen het publiek belang en heroveren maatschappelijk waardevolle voorzieningen op het private domein.
De stad is geen ‘service’ zoals velen nu lijken te denken, maar een optelsom van talloze gemeenschappen. Of liever gezegd: de optelsom van praktijken van gemeenschappelijk gebruik. Van het dagelijks goedendag zeggen op de stoep, tot een tijdelijk buurtcomité dat ergens actie tegen voert, tot langjarig vrijwilligerswerk bij een sportclub en het wonen in coöperatief verband.
Dat geeft hoop. Iets wat ik hard nodig heb in deze onzekere tijden
Gemeenschappen produceren zoveel meer dan het thuisgevoel alleen. In hun aanstekelijke boek Een wereld van gemeenschappen laten Floor Ziegler en Teun Gautier aan de hand van verschillende voorbeelden zien hoe belangrijk ze zijn voor onze samenleving. En er is inmiddels een dikke stapel wetenschappelijke rapporten waarin wordt aangetoond dat veel hedendaagse problemen opgelost kunnen worden door gemeenschappen. “Whatever the problem, community is the answer.” is niet voor niets een veel geciteerde quote van Margaret Wheatley.
En wie goed om zich heen kijkt, ziet dat dit klopt. Het belangrijkste medicijn tegen eenzaamheid, de grootste bedreiging van onze volksgezondheid? Gemeenschappen!
Blijvend betaalbare woningbouw van hoge kwaliteit, zoals in Wenen? Gemeenschappen! Duurzame energie, waarbij opwek en gebruik direct aan elkaar gerelateerd zijn? Gemeenschappen! De moeilijke transitie naar duurzame landbouw? Tot nu toe onmogelijk zonder gemeenschappen! Watermanagement in onze kwetsbare delta? Al sinds de Middeleeuwen een aangelegenheid van gemeenschappen die nog steeds doorleven in de hedendaagse waterschappen.
En sinds de Rijksoverheid alle huishoudens opriep om een noodpakket aan te leggen, weten we dat gemeenschappen ook cruciaal zijn voor onze weerbaarheid. Want talloze experts wisten haarfijn uit te leggen dat een noodpakket je weliswaar door de eerste twee dagen van een crisis heen helpt, maar dat de jou omringende gemeenschappen onmisbaar zijn om het langer dan twee dagen uit te houden. En zo vallen de puzzelstukjes onverwacht toch mooi op hun plek.
Met Elanor Boekholt-O’Sullivan hebben we een minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening die als gelauwerd voormalig militair als geen ander het belang van gemeenschappen begrijpt. Dus als zij in haar eerste kennismaking zegt dat ze thuis belangrijker vindt dan defensie, hoor ik een minister die zich zal richten op het versterken van gemeenschappen – als antwoord op alle grote vraagstukken waar onze samenleving voor staat. En dat geeft hoop. Iets wat ik hard nodig heb in deze onzekere tijden.
Cover: ‘Wouter Veldhuis Column Cover’ door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Arenda Oomen)






