Verslag
warmtenet

Transitie naar duurzame warmtevoorziening Nederland vergeleken met Denemarken

Verslag seminar Warmtenetwerk & DBDH 9 maart 2017

Door Menno Schokker

6 apr 2017 - Er is veel gaande in de wereld van energietransitie voor de gebouwde omgeving van Nederland. Sinds mijn verslag in mei 2016 van het jaarcongres Warmtenetwerk 2016 zijn we een nationale Energieagenda, de aangenomen motie ‘Van Tongeren’, de eerste rondes ‘Warmtetafels’ en de Green Deal ‘Aardgasvrije wijken’ verder. Op 9 maart jl. was een seminar van Warmtenetwerk waar een Deense delegatie bij aanwezig was om elkaars warmtenet ontwikkelingen te vergelijken. Hoog tijd voor de stand van zaken in Nederland. Zit er schot in de zaak? En wat kunnen we leren van de Denen?

In warmteland alleen zit weinig schot in de zaak. Ik hoorde veelal dezelfde verhalen, lessen en projecten als vorig jaar. De bredere energietransitie voor de gebouwde omgeving staat gelukkig wel in beweging. Eerste even terug naar vorig jaar.

Ontwikkelingen vorig jaar tot nu
Uit mijn vorige verslag van het jaarcongres Warmtenetwerk 2016 werd duidelijk dat het Ministerie van Economische Zaken (EZ) een stevige boodschap moet neerzetten in de aanloop naar, en tijdens, de Warmtetafel rondes. Boodschap 1: op enkele locaties na moeten alle gasnetten definitief in 2035 uit gefaseerd zijn. Boodschap 2: bij nieuwbouw mag per definitie geen gas infrastructuur meer worden aangelegd. Is dit gebeurd?

Ja en nee. We zijn op weg. De energieagenda geeft aan dat in beginsel geen nieuwe gasinfrastructuur meer wordt aangelegd in nieuwbouwwijken. Ook zal de aansluitplicht voor gas in de Gaswet worden vervangen door een breder aansluitrecht op een energie-infrastructuur voor verwarming. De aangenomen motie ‘Van Tongeren’ in november 2016 voor de afschaffing van de aansluitplicht op gas is hierin een eerste stap. De zojuist ondertekende Green Deal aardgasvrij wijken geeft ook een positief signaal af. De warmtetafels zijn bezig (zie hieronder), maar nog niet klaar. Het gaat dus inderdaad echt gebeuren, hetzij gefaseerd.

Warmtetafels
Om dit uitfaseringsproces in te richten zijn de warmtetafels tot leven geroepen, gesponsord door verschillende bedrijven en instanties. Na verschillende rondes het afgelopen jaar zijn er de volgende interessante resultaten.

Warmtetafel 1 - Integrale afweging van warmte-opties
Deze werkgroep is bezig met het opstellen van een afwegingskader ten aanzien van de in te zetten maatregelen per gebied en de opties voor besluitvorming van de te maken afweging. Concrete resultaten kunnen we in juni 2017 verwachten.

Warmtetafel 2 - Aantrekkelijkheid collectieve warmtelevering
Uit klantonderzoek blijkt dat de ‘Sense of Urgency’ ontbreekt, maar dat men wel gewillig is mee te gaan in de transitie als er naar gevraagd wordt. Zorgen zijn de kosten, comfort en gedoe en overlast. Belangrijke aanbeveling is het ontwikkelen van een gezamenlijke boodschap en communicatiestrategie voor gerichte doelgroepen en kanalen. Een uitgewerkte strategie kunnen we in juni 2017 verwachten.

Warmtetafel 3 - Een sluitende business case warmteprojecten
Duidelijk bevinding hier is dat er veel initiatieven zijn om warmtenetten te ontwikkelen, maar de onderzochte business cases hebben veelal financiële ondersteuning nodig om gerealiseerd te kunnen worden. Belangrijke aanbevelingen zijn (1) het ontwikkelen van een nationale financierings- en investeringsstrategie voor een hoofdinfrastructuur voor warmte en (2) het uitdragen van een heldere visie op het uitfaseren van aardgas, met een einddatum en een stapsgewijze verhoging van de gasprijs via de energiebelasting.

Warmtetafel 4 – Transitie naar open warmtenetten
Deze nieuwe warmtetafel zal in juni 2017 voor het eerst met resultaten komen en richt zich specifiek op het marktmodel.

Grote les van de Denen

Op het recente seminar van Warmtenetwerk in samenwerking met DBDH steekt de Business Development Manager Morten Duedahl namens DBDH van wal. De volgende zaken vielen op.
Ten eerste zijn de Denen ambitieus. Zo gaat Kopenhagen voor een volledig CO2-neutrale stad (incl. vervoer en industrie) in 2025. Ten tweede benoemt hij het non-for-profit business model, waarin de beheerders en exploitanten van de netten allen non-for-profit zijn. De stelling van de business development manager: “uiteindelijk levert het winst op voor de aannemers en leveranciers”. Ten derde, en dit is in Nederland een belangrijk discussiepunt, maken ze gebruik van een monopolie positie voor de warmtelevering. Zonder problemen. Het kan dus wel.

Ten slotte, en laten we hier gezien de komende cruciale periode in Nederland vooral lering uit trekken, is de energiebelasting op gas relatief aan warmte en elektriciteit erg hoog, wordt CO2-uitstoot op brandstof ook flink belast, terwijl biomassa geen energiebelasting kent.  


Cover foto: Jorrit Lousberg

Auteur:

Menno Schokker
Menno Schokker

Adviseur bij adviesbureau Merosch | Promovendus circulaire gebiedsontwikkeling bij TU Delft

Recente artikelen