Interview
Utrecht Maliesingen en Knuppelbrug 1900

Utrecht, gezonde stad dankzij koppeling data

Door Jeroen Mensink

4 sep 2017 - De gemeente Utrecht ontwikkelt een digitaal, interactief 3D-platform voor stedelijke ontwikkeling in de breedste zin van het woord. Datagedreven sturing is een prioritair thema. Wat de gemeente Utrecht voor ogen staat, laat zich nog het best omschrijven als een ‘SimCity-interface’ voor de stad, waarmee de effecten van beleidsmaatregelen kunnen worden getoetst en toekomstscenario’s worden gesimuleerd. Utrecht heeft nu al profijt van het delen van datasets, want het leidt al tot een meer integrale manier van werken. Hetty Linden (directeur Volksgezondheid) en Lennert Middelkoop (directeur Ruimtelijke & Economische Ontwikkeling) van de gemeente Utrecht, beide initiatiefnemers van het 3D-platform, vertellen meer hierover in een gesprek in het nieuwe stadskantoor.

Integraal 3D-platform

Linden: ‘Momenteel zijn veel ontwikkelingen gaande waarbij mensen zich realiseren dat als je data – die men eerder alleen voor de eigen discipline benutte – deelt met anderen, daar veel meer waarde uit voortkomt dan wanneer je dat niet doet. Aanvankelijk waren data iets ingewikkelds – men was al blij als men een eigen dataset had en begreep welke informatie daar in zat. Maar data bieden steeds meer kansen. Zeker wanneer je producenten en consumenten van data bij elkaar brengt in één platform. We kijken allemaal vanuit heel andere perspectieven naar dezelfde data. Dat inspireert en geeft vrolijkheid.’

Middelkoop: ‘Het 3D-platform is een soort virtuele maquette, die op een scherm getoond kan worden en manipuleerbaar is. Er is een tijdsbalk waarmee geschoven kan worden, om te laten zien hoe het vroeger was en hoe het in de toekomst mogelijk kan worden. Het is een instrument om cultureel erfgoed in historisch perspectief te plaatsen en scenario’s te maken voor bepaalde plekken, maar ook voor de stad en de regio als geheel.’

Linden: ‘En om informatie te kunnen delen met anderen. Niet alleen binnen de gemeente, maar ook met externe partijen.’

Healthy Urban Living

Middelkoop: ‘Behalve een compacte stad is Utrecht ook een kwalitatief hoogstaande stad. Met veel hoogopgeleide inwoners en een sterke drijfveer om de leefkwaliteit te verbeteren. We zien een sterke beweging in de regio die zich inzet voor de compacte stad als economisch welvarend brandpunt en daarnaast vasthoudt aan de kwaliteit van de leefbare, duurzame stad en de groene omgeving. Dat wordt “healthy urban living” genoemd. De stad is booming en de kwaliteit van leven is daarin heel belangrijk voor Utrecht.’

De koppeling van gezondheid aan stedelijke ontwikkeling zorgt voor een steeds nauwere samenwerking binnen de gemeente. Middelkoop: ‘We zitten nu in een fase dat het sociale en fysieke domein af en toe nog apart van elkaar opereren, zwart-wit gesteld. Bij Ruimtelijke & Economisch Ontwikkeling kijken we meer naar gebouwen en wegen en bij Volksgezondheid kijkt men meer naar mensen (patiënten en burgers).

We komen nu op een punt waarbij dat geen verwijt meer is, maar we met een zekere logica zien hoe we dat bij elkaar gaan brengen. Want Utrecht groeit ondertussen enorm hard. We verwachten nog 70.000 extra bewoners, een groei van bijna 20 procent. Hoe kunnen we die groei gebruiken om “healthy urban living” een boost te geven? En welke informatie is al voorhanden om dat in goede banen te leiden?’

Gezonde stad dankzij koppeling datasets

Linden: ‘De versnellingsaanpak Overvecht, waarbij we als gemeente bewust kiezen om in de wijk aan te sluiten bij ontwikkelingen die al gaande zijn en niet met iets totaal nieuws komen, is een mooi voorbeeld. Omdat de data laten zien dat de aanpak van problemen op het gebied van gezondheid, veiligheid, werkgelegenheid en armoede in de wijk in de basis goed functioneert. Soms is het bestaande gewoon al goed en dan is het van belang om dat te versterken. Dat betekent voor het fysieke domein dat een aantal ontmoetingsplekken in de wijk, die eerst gesloopt zouden worden, nu toch blijven bestaan.’

Middelkoop: ‘De ruimtelijke strategie voor de stad is doordrenkt met het onderwerp gezondheid. Dat klinkt misschien voor de hand liggend, maar vrij weinig steden doen dat. De Ruimtelijke Strategie Utrecht maakt continu gewag van de combinatie stedelijke groei en “healthy urban living”. Wat betekenen gezondheid en stedelijkheid in bijvoorbeeld Overvecht? De grote transformatie in deze wijk gaat gepaard met gezonde verstedelijking. Ook onze investeringsstrategie is daarop gericht. De stedenbouwers vragen nu aan ontwikkelaars wanneer het gaat over verkaveling, de zonering en zichtlijnen: “Wat voegt dit toe aan de gezondheid van de mensen in de stad?” Dat wordt steeds meer onderwerp van gesprek. Zo zetten we stappen richting een duurzame, gezonde verstedelijking.’

Samenwerking Volksgezondheid en Ruimtelijke Ontwikkeling

Linden: ‘Ruimtelijke Ontwikkeling en Volksgezondheid werken steeds meer met elkaar samen, we zijn al aardig aan elkaar gewend. Die gewenning is belangrijk, want we hebben allemaal een eigen taal en andere gewoontes. We zijn nu zodanig geintegreerd dat we verwachten dat zo’n applicatie, zo’n integraal 3D-platform, echt gebouwd kan worden. Onze werelden zijn makkelijk aan elkaar te koppelen qua visie en ambitie. 

De Ruimtelijke Strategie Utrecht maakt continu gewag van de combinatie stedelijke groei en ‘healthy urban living’.

De vervolgvraag is of we nog iets extra’s kunnen toevoegen, buiten al die initiatieven die er al zijn, zodanig dat het ons regioprofiel van “healthy urban living” nog beter kan dienen? Kijk bijvoorbeeld naar de opgave om het fietsen aantrekkelijk te maken en te houden in Utrecht. We hebben in de stad te maken met ware fietsfiles. De eerste stap is onze applicatie P-route fiets, waarop beschikbare plekken voor fietsparkeren staan aangegeven. De volgende stap is een soort ANWB-file-app voor fietsroutes. Wie straks op het station aankomt en de fiets pakt, kan op deze app bekijken welke route op dat moment het minst druk is richting de eindbestemming.’

‘Met name het crowd management wil ik hier nog even naar voren halen. Hiervoor is in samenwerking met de Universiteit Utrecht een crowd-simulatietool gemaakt. Het is een instrument aan de hand waarvan je met allerlei mensen die bij grote evenementen verantwoordelijk zijn voor de veiligheid in de stad scenario’s kunt doorpraten en voorbereiden. Betrokkenen hebben daardoor vooraf al een goed beeld gekregen van de gevolgen van bepaalde keuzes en gebeurtenissen. Dat spreekt tot de verbeelding en toont de kracht van zo’n 3D-platform.’

Middelkoop: ‘Het is niet voor niets dat er in Utrecht bijna nooit incidenten zijn tijdens evenementen. Op het hoofdbureau van politie bevindt zich een kamer met allemaal beeldschermen. Het lijkt misschien op traditioneel cameratoezicht, maar software kijkt ondertussen mee. De computer pikt daar opvallende dingen uit, soms in milliseconden, die het menselijk oog niet waarneemt. Grote evenementen, zoals de start van de Tour de France, zijn de versnellers van dit soort technische ontwikkelingen.’

Linden: ‘Een heel brede en belangrijke toepassing is de Volksgezondheidsmonitor Utrecht, een database die op basis van onderzoek inzicht biedt op de gezondheid van alle Utrechters en de factoren die daarop van invloed zijn. Inmiddels is daar ook een virtuele patiënt aan toegevoegd, ontwikkeld door professionals in de wijken samen met de Universiteit Utrecht. Wat nu hier en daar nog gefragmenteerd plaatsvindt, wordt straks door dat 3D-platform allemaal bij elkaar gebracht.’

Mensen samenbrengen

Middelkoop: ‘Het 3D-platform biedt ook een goede manier om mensen samen te brengen in situaties waarin het effectief is om het over stedelijke ontwikkeling te hebben. Neem bijvoorbeeld de ontwikkeling van het stationsgebied. Dan stel ik me voor dat we met maximaal twaalf mensen aan een tafel zitten en op een scherm dat 3D-platform erbij halen. Als er iets nieuws ontworpen is, dan schuiven we dat letterlijk in het digitale model van de bestaande situatie en zien we niet alleen de rationele fysieke parameters bewegen (zoals grondprijs, windvalhoek), maar ook – in één oogopslag – de te verwachten tevredenheid van bewoners. Uitgedrukt in emoticons zoals in SimCity. Natuurlijk blijven het altijd modellen, maar een van mijn belangrijkste argumenten voor het 3D-platform is dat het veel tijd gaat schelen. Als we dergelijke processen al met een gedeelde dataset kunnen beginnen, valt zoveel tijdswinst te behalen. We weten al heel veel, maar brengen het nog te weinig bij elkaar.’

Praktische lessen

  • Het delen van data leidt al tot een meer integrale manier van werken.
  • Het 3D-platform biedt een goede manier om mensen samen te brengen in situaties waarin het effectief is om het over stedelijke ontwikkeling te hebben.
  • Dat wat tussen de disciplines ontstaat is weliswaar beter te voorspellen, maar niet volledig te vervangen door digitale processen.

Linden: ‘Wat ik heel belangrijk vind, is dat je mensen met elkaar in contact brengt. Om samen nieuwe dingen te creëren. Bij de Tour de France deden we dat met de veiligheidsketen. Bij de gezondheidsketen is dat gebeurd – ook aan de hand van data – met huisartsen en ziekenhuizen, maar ook met sociale wijkteams en schuldhulpverleners. Daarmee help je de maatschappij als geheel verder, door samen te werken in verschillende coalities. Denk alleen al aan de inspiratie die dat oplevert.’

Rol overheid datasets

Linden: ‘We hebben momenteel een aantal datasets over gezondheid in Utrecht op onze website volksgezondheidmonitor.nl staan, voor iedereen vrij toegankelijk. Maar het moet niet enkel een instrument van de gemeente zijn, waarbij alleen wij onze data toevoegen. Ook anderen moeten hun data kunnen plaatsen. Dan ontstaat interactie tussen al die gegevens en alle gebruikers ervan.’

Middelkoop: ‘Al onze datasets worden betrouwbaar en actueel gemaakt. Ook waar het de fysieke omgeving betreft. Onze nieuwe ruimtelijke strategie is recent vastgesteld door de gemeenteraad. Daar hebben we ook onze investeringsstrategie in datasets aan gekoppeld. Nu is het zaak om het vooral vaker te gaan gebruiken. Ik vraag me overigens wel af of het proces dat daarna komt, namelijk het creatieve proces van ontwikkelen, ooit gedigitaliseerd kan worden. Dat wat tussen al die disciplines ontstaat is dan misschien wel beter te voorspellen, maar niet volledig te vervangen door digitale processen. Het 3D-platform is een ondersteunend middel en zal het proces van creativiteit in oplossingen niet vervangen. Maar het leidt wel tot efficiëntere, effectieve en betere beslissingen.’

Linden: ‘Tijdens de meest recente toekomstverkenning van de volksgezondheid hebben we een digitaal spel gespeeld, waarin allerlei profielen van groepen mensen zijn verwerkt met voorspellend gedrag. Echt een ingenieus spel, gemaakt in opdracht van de RIVM, waarmee je voorspellingen kunt doen voor de stad en de stedeling. Door aan een aantal knoppen te draaien, zie je een bepaalde groep naar je stad toe trekken of juist weggaan.’ Naast een instrument om voorspellingen te doen, is het 3D-platform ook een middel om informatie te verzamelen.

Linden: ‘Wat enorme toegevoegde waarde heeft, zijn die zogenaamde realtime data. Mensen verzamelen steeds meer data over zichzelf, ze hebben bijvoorbeeld een stappenteller op hun telefoon. Sommigen gaan daar op een gegeven moment iets mee doen en willen meer over hun hartslag en slaapritme weten.

Het blijkt dat mensen zich ook graag willen vergelijken met anderen. Allerlei partijen onderzoeken wat ze uit die data kunnen halen om het gedrag van mensen te voorspellen. Het zou natuurlijk gek zijn als wij daar vanuit de overheid geen gebruik van zouden maken. Betrouwbaarheid is dan van cruciaal belang. Daar ligt ook een duidelijke rol voor de overheid, om de kwaliteit, de integriteit en de validiteit van de data-infrastructuur te borgen. Als een nieuw soort nutsvoorziening. Zo’n 3D-platform is daar een mooi vehikel voor.’

Partners

Middelkoop: ‘In Utrecht zijn genoeg investeerders aanwezig. Rijen dik zelfs. Maar we zijn alleen geinteresseerd als ze waarde willen toevoegen aan deze stad. Wanneer ze de combinatie willen maken tussen stedelijke groei en “healthy urban living”, hebben ze onze aandacht. Dat hoeft niet per se een ontwikkelaar te zijn, het kan ook een winkelier zijn of een sportvereniging. Iedere partij die stapjes wil zetten in dat “SimCity-denken” is welkom en dan kijken wij waar we kunnen helpen. Het is – ook commercieel – interessant om het genereren en verzamelen van data meer in netwerken op te bouwen, meer als open data. En veel interactieve instrumenten bestaan al. De stad wordt steeds meer voorzien van camera’s en sensoren. Niet alleen voor crowd management, maar er zitten bijvoorbeeld ook sensoren in vuilcontainers om te weten wanneer deze geleegd moeten worden. Die middelen worden nu al geinstalleerd en daar hoeven wij als gemeente vaak niets aan te doen. Het is een mythe dat de overheid de hele infrastructuur moet aanleggen. Dat doen sommige marktpartijen gewoon al zelf, omdat ze beter willen weten wat er speelt in de stad.’

Gereed

Linden: ‘Over zes jaar draait het 3D-platform in volle omvang. Dan ga ik met pensioen. In bescheiden vorm zal het al eerder draaien. Maar als je interactie met mensen wilt kunnen faciliteren, met lerend effect bovendien, dan moet het een krachtig platform zijn. Daarom zal het nog wel een aantal jaren duren voordat het volledig ontwikkeld is. Het is namelijk helemaal niet zo eenvoudig om al die data op een goede manier bij elkaar te krijgen.’


Dit artikel verscheen eerder in GO Magazine #4. Lees hier verder. 

Lees  ook het verslag ‘Een gezonde toekomst voor Utrecht’ van de manifestatie over gezonde verstedelijking op 25 januari. 

Auteur:

Portret - Jeroen Mensink
Jeroen Mensink

Redacteur Gebiedsontwikkeling.nu | architect/eigenaar bij JAM* architecten

Recente artikelen