platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Wat (big) tech-bedrijven bijdragen aan onze steden

Wat (big) tech-bedrijven bijdragen aan onze steden

Manhattan luchtfoto

Om mee te doen in de nieuwe economie zetten steeds meer steden in op innovatiedistricten. Het liefst met grote tech-bedrijven. Onderzoeker Wouter Jan Verheul vraagt zich naar aanleiding van de MCD Great Books lezing van socioloog Sharon Zukin af in hoeverre overheden daar goed aan doen.

Het afgelopen decennium heeft een nieuw fenomeen zijn intrede gedaan, dat we kunnen duiden als ‘het stedelijk innovatiecomplex’. Om steden economisch te versterken, worden high tech-bedrijven aangetrokken die een economisch cluster moeten vormen, nieuwe banen moeten creëren en ruimtelijke ontwikkeling moeten aanjagen. De sleutelbegrippen in het stedelijk innovatiediscours, dat ook in Nederland vol zit met Engelse woorden, zijn onder meer de ecosystems waarin startups en scale-ups in de nabijheid van anchor instititions vanuit incubators en hacketons werken aan high tech innovations. Indien kansrijk worden innovaties opgeschaald met financiële injecties van venture capitalists. Ruimtelijk gezien bevindt de innovatiesector zich niet meer uitsluitend in bedrijvenparken buiten de stad, maar in gemixte, levendige stedelijke gebieden. Denk in Amerika aan New York of San Francisco, of in Europa aan Londen, Barcelona, Amsterdam, Eindhoven of Rotterdam. Dit proces van bedrijfsurbanisatie wordt ook wel ‘from sicilon valley to sillicon alley’ genoemd. Binnenstedelijke gebieden voorzien kenniswerkers van een prettige mix aan voorzieningen en bieden fysieke en sociale nabijheid om elkaar te ontmoeten en aan nieuwe innovaties samen te werken. De innovatiesector bevindt zich dus in het hart van de stad.

Een nieuwe economie

Stadsbestuurders in Rotterdam en Den Haag laten zich al enkele jaren inspireren door het werk van stadsgoeroe Bruce Katz, die in zijn boeken de Metropolitan Revolution en The Rise of Urban Innovation Districts, lovend spreekt over steden die door succesvolle samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen hun oude wegkwijnende economieën hadden omgevormd tot vruchtbare broedplaatsen van innovatie en high tech-bedrijvigheid. Het afgelopen jaar verscheen ook een kritischer beschouwing: The Innovation Complex, geschreven door de beroemde Amerikaanse sociologe Sharon Zukin. In haar stad New York ontdekte Zukin dat zich een nieuwe economie ontwikkelde met bekende tech-reuzen, zoals Google, Microsoft, Intel, Facebook, LinkedIn, Instagram, Spotify, Leap en Ebay, met daaromheen honderden startups en scale-ups. Deze nieuwe economie is niet altijd direct waarneembaar. De high tech-bedrijven zitten achter dezelfde spiegelende façades van Wall Street of andere populaire kantorenlocaties in Manhattan. Maar de oplettende kijker ziet dat ook in waterfrontgebieden zoals in Brooklyn en Queens oude pakhuizen worden getransformeerd tot nieuwe broedplaatsen en werklocaties voor de digitale technologiesector. Welke gevolgen heeft de vestiging van het innovatiecomplex voor New York en andere steden?

Central innovation district - Gebiedsfoto
‘Central innovation district - Gebiedsfoto’ door Leo van Oorschot (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Bekijk de MCD Great Books lezing The Urban Innovation Complex

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de negende MCD Great Urban Books lezing die op 19 april werd georganiseerd in Pakhuis de Zwijger in samenwerking met het John Adams Institute en met de Amerikaanse stadssociologe Sharon Zukin als hoofdgast. In de talkshow onder leiding van moderator Tracy Metz gaf Sharon Zukin een korte lezing ondersteund door videobeelden en volgde een gesprek met Rinke Zonneveld (Innovation Quarter), Katja Rusinovic (InHolland) en enkele van de 517 live-deelnemers aan de livecast uitzending. De opname van de avond is via Pakhuis de Zwijger terug te kijken.

Een startup ecosysteem van tech-innovatie

Hoe heeft de nieuwe economie zich in New York genesteld? De meeste van ons zullen New York in economisch opzicht vooral kennen van de financiële sector, verzekeraars en vastgoed. Eerder was de ‘dot-com-boom’ grotendeels aan New York voorbijgegaan, maar na de financiële crisis van 2008 en de opkomst van de smartphone en aanverwante technologie, ontstond de overtuiging om de economische veerkracht van de stad te versterken door de ontwikkeling van een startup ecosysteem van tech-innovatie. Zo investeerde New York’s Economic Development Corporation (EDC), de overheidsorganisatie die economische ontwikkeling aanjaagt en ook grond in eigendom van de stad beheert, in de transformatie van werklocaties en broedplaatsen. Een ander bijzonder project van de EDC was de investering in nieuwe (onrendabele) veerponten als strategische zet om nieuwe tech-gebieden rond het water te verbinden. Enkele grote spelers uit de nieuwe economie zijn in Manhattan gevestigd, zoals Google dat wel drie miljoen square feet bedrijfsruimte in Meatpacking District afneemt. In Brooklyn zijn nieuwe tech hubs gevestigd die door veerponten met de stad zijn verbonden.

Academisch kapitalisme

Volgens de EDC waren universiteiten niet ondernemend genoeg. Daarom werd op Roosevelt Island de ontwikkeling van Cornell Tech University mogelijk gemaakt, een ‘triple helix alliantie’ waarbij overheden, bedrijven en universiteiten aan elkaar werden gekoppeld om verkoopbare innovaties te ontwikkelen. Na Cornell Tech volgden andere New Yorkse universiteiten, zoals Columbia University, New York University en Brooklyn University, eenzelfde koers. Het is volgens Zukin een vorm van academisch kapitalisme, doordat publiek geld wordt ingezet om privaat kapitaal aan te trekken en te vergroten. Het is geen geheim dat de universiteiten al lange tijd te weinig worden gesteund door de staat en zich daarmee ondernemender opstellen. Zukin kijkt met gemengde gevoelens naar deze ontwikkeling. Het is goed dat universiteiten studenten klaarstomen voor een baan, maar wat haar betreft moeten studenten in de eerste plaats leren om kritisch en onafhankelijk te denken in plaats van vooral de big tech-sector dienen.

Hoe succesvoller steden in hun innovatiecomplex zijn, hoe minder leefbaar steden worden

Sinds de komst van burgemeester Del Blasio ziet Zukin dat er ook ‘goede’ initiatieven binnen het innovatiecomplex van New York ontstaan, zoals de sociaal gedreven Brooklyn Navy Yard die zich focust op het behouden en moderniseren van de maakindustrie en banen creëert voor lokale bewoners zonder opleiding. Hoe dat gebeurt? Door eigen grondeigendom van de EDC kan het tech- complex op Brooklyn Navy Yard de huren laag houden en hoeft het zich als non-profit organisatie niet te laten verslinden door de macht van investeerders.

De urbane strijd om (big) tech

De gretigheid van steden om big tech-bedrijven aan te trekken en te huisvesten, werd vooral zichtbaar toen Amazon aankondigde een tweede Amerikaans hoofdkantoor te vestigen (Amazon HQ2). Al ware Amazon een Olympisch Comité, zo werden steden openlijk gevraagd een bid book in te dienen waarin steden aangaven wat zij de multinational concreet te bieden hebben. Maar liefst 237 steden gingen op het verzoek van Amazon in. Naast de gebruikelijke lijstjes zoals infrastructuur, scholen en cultuur, concurreerden de steden met belastingvoordelen om het vestigen van Amazon aantrekkelijk te maken. New York werd als favoriete kanshebber gezien en bood Amazon het waterfrontgebied Long Island City in Queens. De mogelijke komst van Amazon en de medewerking van de overheid leidde tot lokale protesten. De bevolking keerde zich tegen het gemak waarmee belastingvoordeel werd gegeven, het beperkt aantal nieuwe banen dat Amazon aan de onderkant zou opleveren, en de druk op de toch al overvolle metrolijnen die werknemers zouden veroorzaken. Ook klonk de algemene kritiek dat Amazon als oppermachtig bedrijf de lokale middenstand kapot maakt. Uiteindelijk besloot Amazon niet voor New York te kiezen. Het debat wordt tot op de dag van vandaag gevoerd over de vraag of de overheid te gretig is in het aantrekken van big tech, dan wel of Amazon is weggejaagd en er daardoor kansen voor de stad zijn gemist.

Hoe succesvoller steden in hun innovatiecomplex zijn, hoe minder leefbaar steden worden, zo luidt Zukin’s prikkelende stelling. Private investeerders grijpen de meeste voordelen van het innovatiecomplex en de daaraan gerelateerde overheidsinvesteringen. Bovendien stijgen de huizenprijzen extra hard in succesvolle innovatiesteden, waardoor minder daadkrachtige bewoners uit de steden worden weggedrukt. Is dit proces een gegeven waar we ons bij neer moeten leggen, of zijn er nationale en lokale beleidskeuzes te maken? Tot op zekere hoogte hebben we te maken met een doorgaand proces van mondiale economische ontwikkeling. Want vrijwel iedere sector, of het nu de financiële sector is, de gezondheidssector, of de voedingsindustrie, is in hoge mate gedigitaliseerd en afhankelijk van big tech-bedrijven. Steden zullen daarom volgens Zukin moeten samenwerken in het maken van een lijst van vereisten waar big tech companies aan moeten voldoen. De vraag is natuurlijk of dat realistisch is in een mondiale markt van inter-urbane concurrentie en waar publieke partijen vrijwel altijd een paar stappen achter het private kapitaal aanlopen.

Een succesvolle stad zonder innovatie ecosysteem en startup-klimaat is vandaag de dag moeilijk voor te stellen

Toch heeft Zukin hoop dat als big tech-bedrijven eenmaal zo groot zijn dat ze in veel grote steden in de wereld tegelijkertijd willen zitten, zij genoodzaakt zijn om aan de onderhandelingstafel van lokale overheden plaats te nemen. Wat zouden Nederlandse steden moeten doen? “Ik voel me terughoudend om Nederlandse steden te adviseren, maar ik denk dat ze moeten zorgen dat ze er voor hun gehele bevolking moeten zijn. Ik daag de overheden uit om na te denken hoe ze de enorme ongelijkheid en ontberingen van de vorige industriële revolutie uit de negentiende en vroeg twintigste eeuw kunnen voorkomen. Dat ze bedrijven en investeerders zullen overtuigen om voor de gehele samenleving te werken”, zegt Zukin.

Kan big tech inclusiever?

In ons eigen land werken ook allerlei steden aan hun eigen innovatiedistricten. Van Amsterdam tot Rotterdam en van Den Haag tot Eindhoven. Ook zij spannen zich in om grote tech-bedrijven binnen te halen. Iemand die zich inzet voor de vorming van sterke tech clusters in metropoolregio Rotterdam-Den Haag is de CEO van InnovationQuarter Rinke Zonneveld. Volgens Zonneveld is een succesvolle stad zonder innovatie ecosysteem en startup-klimaat vandaag de dag moeilijk voor te stellen. Wel moeten we onderscheid maken tussen enerzijds big tech bedrijven met een ‘the winner takes all’ mentaliteit en anderzijds de kleinere tech bedrijven en startups die welkome innovaties op de markt brengen. Denk aan tech-innovaties voor schone energie of medische technologie. Waar het om gaat is of de door de overheid gefinancierde aanjagers, zoals de EDC in New York of InnovationQuarter in Zuid-Holland, niet alleen investeren in bedrijven die financieel rendement en economische groei opleveren, maar ook lokaal bijdragen aan de groei van clusters met maatschappelijke waarde.

Het geloof in het zogenoemde trickle down effect, de veronderstelling dat groei aan de bovenkant van de private sector tot banen en opbrengsten voor lager opgeleiden leidt, is soms te naïef. Of het ontstaat in ieder geval niet automatisch. Van belang is vooral te onderzoeken wie de winnaars en verliezers zijn van de tech-revolutie en de verliezers een handreiking te bieden. Belangrijk zijn dan overheidsinvesteringen in life long learning en onderwijs voor alle lagen van de bevolking. Er zijn aansprekende voorbeelden van scholen die in achterstandswijken jongeren leren coderen en programmeren, zoals MolenGeek in het Brusselse Molenbeek. In deze wijk, bekend van de terroristen die daar zijn opgegroeid, kunnen jongeren nu perspectief krijgen door techie te worden. Met andere woorden: niet radicaliseren, wel digitaliseren.

Het strategische doel is volgens Zukin om steden duurzaam te maken, niet alleen in fysieke maar ook in sociale zin

Kan de tech economy zo voor meer gelijke kansen zorgen? Volgens Zukin zijn er in New York naast onderwijstrajecten voor lage inkomens ook gesubsidieerde bootcamps. Deels hebben die een nuttige rol, maar wel zijn ze in de praktijk vaak ontoereikend om te zorgen dat iemand wordt aangenomen bij een big tech company. Ook is de kans dat je vanuit een gesubsidieerd onderwijsinitiatief een succesvolle startup begint, nog steeds kleiner dan wanneer iemand dat vanaf een elite-universiteit doet. De beleidsuitdaging vormt het creëren van een strategie om niet alleen onderwijs aan het innovatiecomplex te verbinden, maar ook om stageplaatsen bij bedrijven mogelijk te maken en te werken aan een inclusieve arbeidsmarkt over de gehele linie: arm en rijk, hoog- en laagopgeleid.

Working young people
‘Working young people’ door G-Stock Studio (bron: Shutterstock)

Vestigingsvoorwaarden in stedelijke gebieden

Sinds de coronapandemie zijn we nog meer afhankelijk geworden van Google, Facebook, Amazon en vele andere spelers in de tech industry. Zullen (big) tech-bedrijven onze steden en banen redden? Blijft het stedelijk innovatiecomplex een beperkt houdbaar stadsideaal zoals er zoveel zijn geweest? Denk aan Richard Florida’s ‘de creatieve stad’, dat ook vele Nederlandse stadsbestuurders heeft geïnspireerd, maar ook een keerzijde heeft laten zien en - net als vele andere stadsidealen uit de geschiedenis – geen tijdloze blauwdruk bleek te zijn. Volgens Zukin zal de toekomst van het innovatiecomplex in steden als New York, San Francisco, Amsterdam of Rotterdam afhangen van drie samenhangende factoren: de vastgoedontwikkeling, de banengroei in de tech-industrie en de steun van lokale overheden. Dat is geen eenvoudige combinatie.

Wat als Amazon aan Rotterdam-Den Haag zou vragen om een bid in te dienen voor het nieuwe Europese hoofdkantoor? De eerste respons van Rinke Zonneveld van InnovationQuarter zou volmondig ‘ja’ zijn. “In alle eerlijkheid: ik zou naar ze toevliegen, want we zouden ze willen binnenhalen. Wij kunnen overigens niet de bedragen van Amerikaanse steden bieden, maar slechts een fractie daarvan. Als ze willen komen, dan zal dat zijn omdat ze onderdeel willen worden van onze ecosystemen en innovatieclusters. Ik zal ze vragen: ‘Gaan jullie ook waarde toevoegen, of alleen waarde vervangen?’ Ze zullen echter waarde moeten toevoegen. Dus dat is het startpunt van de discussie.”

Sociaal duurzame steden

Wat kunnen steden binnen een mondiale innovatie-economie nog meer doen? Het strategische doel is volgens Zukin om steden duurzaam te maken, niet alleen in fysieke maar ook in sociale zin. Dat vraagt naast brede investeringen in onderwijs ook om het toegankelijk houden van stedelijke gebieden door voor betaalbare woningen te zorgen. De rol van gemeentelijke ontwikkelingsbedrijven moet zijn om de eigen waardevolle grond te behouden en die tegen lagere tarieven te verpachten aan bedrijven met maatschappelijke meerwaarde, of door te zorgen dat de grondinkomsten van commerciële high tech-bedrijven niet alleen in het innovatiecomplex worden gepompt, maar ook worden gebruikt voor infrastructuur en andere voorzieningen die de gehele samenleving ten goede komen. Een belangrijke oproep voor iedereen die werkt aan economisch vitale en sociaal duurzame gebieden.

Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.

Cover: 'Manhattan luchtfoto' door TierneyMJ (bron: Shutterstock)

Auteur

Wouter Jan Verheul (2020)
Wouter Jan Verheul

Universitair docent/onderzoeker TU Delft en zelfstandig adviseur te Rotterdam

Bekijk alle artikelen