Dommelse Watermolen door BotMultichill (bron: Wikimedia Commons)

Water, bodem én historie sturend

23 februari 2024

5 minuten

Onderzoek De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en Wageningse onderzoekers willen met een Historisch Geo-informatiesysteem de chronologie van het landschap inzichtelijk maken. Het Watermolenlandschap in Noord-Brabant laat zien wat de functie daarvan kan zijn: waterberging geënt op historische principes. Met de terugkeer van de beproefde watermolen.

“De bodem is een spiegel van menselijk gebruik. Veel bodems ontstaan door menselijk handelen,” zegt landschapsdeskundige Hans Bleumink. “Kijk bijvoorbeeld naar de watermolens die vroeger langs de Dommel stonden.” Bleumink was voor de Molenstichting Noord-Brabant als projectcoördinator en adviseur betrokken bij de ontwikkeling van het Erfgoeddeal-project ‘Watermolenlandschappen en Klimaatadaptatie’, langs de Noord-Brabantse beek. De waterwerken hadden niet alleen plaatselijk invloed, vertelt hij. “Een watermolen kan stroomopwaarts wel een kilometer de waterloop beïnvloeden en de grondwaterstand opstuwen.” Doordat ze dat honderden jaren deden, ontstonden veenachtige bodems en paste de vegetatie zich aan.

Economische sluizen

“De Dommel was een cascade van zulke watermolenlandschappen,” legt Bleumink uit. De 138 kilometer lange beek ontspringt bij het Belgische Peer, komt ter hoogte van Eindhoven Nederland binnen en stroomt via de Dieze de Maas in. Onderweg legt het water een hoogteverschil van dertig meter af. “Watermolens hadden een belangrijke economische functie.” De werken werden gebouwd waar de rivier door de zandruggen in het landschap stroomden. Daar kon het water eenvoudig worden opgestuwd met sluizen. “Gingen die open dan liet de kracht van de stroom de waterraden draaien.”

Cascade door landschapsbiografie van de Dommel / Erwin Christis, naar Van Halder (bron: landschapsbiografie van de Dommel / Erwin Christis, naar Van Halder)

Schematische weergave van het verval van de Dommel met de bijbehorende molens tussen de Nederlands-Belgische grens en Halder (bij Den Bosch), dat het gestuwde en getrapte ‘cascade’-systeem van de Dommel rond 1860 weergeeft. De afstand tussen de molens betreft de globale afstand, hemelsbreed.

‘Cascade’ door landschapsbiografie van de Dommel / Erwin Christis, naar Van Halder (bron: landschapsbiografie van de Dommel / Erwin Christis, naar Van Halder)


Veel van de watermolens verdwenen na de invoering van diesel en elektriciteit, vertelt Bleumink. Twaalf zijn er nog over, waarvan acht in Brabant. Op drie plekken wil Molenstichting Brabant het principe van de oude watermolenlandschappen herstellen. Die historie v de basis voor een nieuw klimaatadaptatiesysteem. Waarin water niet direct wegstroomt richting zee, maar kan worden bewaard voor drogere periodes. Het watermolenlandschap is daar dankzij die historie ook geschikt voor. Bleumink “Doordat water hier al decennia werd opgeslagen is de bodem aangepast. Het land fungeert al als spons.”

Historie als inspiratie

Als het aan Menne Kosian en Rowin van Lanen ligt komen er snel meer projecten bij waarbij historische kennis wordt ingezet om water en bodem beter te begrijpen. De onderzoekers van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werken samen met de Universiteit Wageningen aan een Historisch Geo-informatiesysteem (HGIS). Het systeem werkt net als een regulier GIS, in de zin dat kaarten met verschillende informatie over elkaar heen liggen. In een HGIS zitten ook historische kaarten en data. Gebiedsontwikkelaars kunnen bijvoorbeeld in het systeem zien hoe de stroomrichting van een waterlichaam is veranderd, welke beken zijn verdwenen en waar molens en stuwen stonden. Ze kunnen data opzoeken over de grond en water.

“Als je wilt dat water en bodem sturend zijn, dan moet je ook kijken naar de chronologie en gelaagdheid van het landschap”

Er zijn nog weinig concrete casussen waarbij historische informatie systemen écht het uitgangspunt van de ontwikkeling vormen, vertellen de onderzoekers. Het Watermolenlandschap in Noord-Brabant noemen Kosian en Van Lanen als een project dat de filosofie van het systeem als uitgangspunt neemt. “Als je wilt dat water en bodem sturend zijn, dan moet je ook kijken naar de chronologie en gelaagdheid van het landschap”, zegt Van Lanen. De geschiedenis van een plek heeft invloed op wat mogelijk is.

Fouten voorkomen

Dat ging in het verleden niet altijd goed, gaat Kosian verder. Hij noemt als voorbeeld een woonwijk bij Woerden. “Zand werd gestort als ondergrond voor de wijk, een meertje gegraven voor natuurcompensatie. Dat zand duwt het water naar beneden en dat wordt nog eenvoudiger door die afgraving. De hele wijk verzakt, waterleidingen en elektriciteitsvoorzieningen lopen schade op.” Weet je echt hoe de bodem in elkaar zit dan kun je dit soort fouten voorkomen, denken de onderzoekers. Om dezelfde reden zijn de onderzoekers kritisch over bouwen in uiterwaarden: “Op historische kaarten zie je daar geen bebouwing. Uiterwaarden waren bedoeld om rivieren de ruimte te geven.”

Collse watermolen door Gerard Sturkenboom (bron: Gerard Sturkenboom)

De Collse watermolen is een dubbele onderslagmolen aan de Kleine Dommelbij Nue nen, ten oosten van Eindhoven. De molen deed dienst als zowel koren- als oliemolen.

‘Collse watermolen’ door Gerard Sturkenboom (bron: Gerard Sturkenboom)


Bleumink denkt dat ontwerpers zich soms te weinig verdiepen in het systeem van bodem, water en historie. “Bij veel ecologische bekherstelprojecten gaat men ervan uit dat beeksystemen tot 1850 volledig natuurlijke systemen waren, maar als je je verdiept in de geschiedenis van bijvoorbeeld de Dommel, zie je dat de beek misschien al wel duizend jaar wordt gebruikt door de mens – en mede door de mens gevormd is, zoals het geval is bij watermolenlandschappen."

"Bij de Dommel wilde de adviseur juist dat proces leidend laten zijn. “Door historisch-landschappelijk, hydrologisch en ecologisch onderzoek brengen we de werking van landschappen in kaart en proberen we het geheugen van het landschap in de vingers te krijgen.”

Dat de historie een uitgangspunt is betekent niet dat we het landschap namaken. We gebruiken het mechanisme van een intelligent landschap dat al bestond.

Stappenplan

De onderzoekers van de RCE denken dat het informatiesysteem een van de stappen in het proces is. Voordat je in de technische details duikt, moet je eerst met alle stakeholders in een landschap in gesprek, denken Kosian en Van Lanen. “Milieubewegingen, boeren en stedelingen hebben vaak tegenstrijdige belangen. Die willen lang niet altijd met elkaar om tafel.” Maar juist daarbij vormt historie mogelijk een oplossing, zegt Kosian: “Het verhaal van een gebied kan een gemeenschappelijke deler zijn in een gesprek over de betekenis van schoonheid en eigenheid.”

Het geo-informatiesysteem komt bij een vervolgstap om de hoek: de technische analyse. Experts zullen daarbij data uit het systeem moeten combineren met waarnemingen, zeggen de onderzoeker van RCE. Ook Bleumink denkt dat het noodzakelijk is de digitale informatie aan te vullen met observaties ter plekke. Bij de start van zijn project bracht hij het stroomgebiedsniveau in kaart en keek waar historische watermolenlandschappen samenvielen met beekherstel- of natuurontwikkelingsopgaven. “Maar uiteindelijk wil je toch op de bodem staan: je wilt voelen of die veert of niet. In het geval van de Dommel kun je aan de ecologie zien hoe ver de stuwen het water stroomopwaarts beïnvloeden.” Hij bevestigt dat HGIS een startpunt kan zijn: “Bestuurders en ontwerpers kunnen met zo’n systeem op provinciale schaal analyseren welke plekken onderzoek vragen.”

Schematische weergave van het watermolenlandschap van de Venbergse watermolen door Hans de Mars (bron: Hans de Mars)

schematische weergave van het watermolenlandschap van de Venbergse watermolen (bij Valkenswaard). De Venbergse watermolen is een van de molens uit het Erfgoeddealproject Watermolenlanschappen en klimaatadaptatie. Op het kaartje is de watermolen te zien met de directe molenbiotoop daar omheen (wegen, sloten, stuwen, weijer), in groen. De paarse lijn geeft het watermolenlandschap weer, het gebied dat hydrologisch beïnvloed wordt door het opstuwen van het water bij de watermolen.

‘Schematische weergave van het watermolenlandschap van de Venbergse watermolen’ door Hans de Mars (bron: Hans de Mars)


Zo kan een zowel technische als historische basis ontstaan, zoals in het Watermolenlandschap langs de Dommel de intentie is. Bleumink: “Dat de historie een uitgangspunt is betekent niet dat we het landschap namaken, met houtwallen en kleine percelen. We gebruiken het mechanisme van een intelligent landschap dat al bestond.”

Bleumink denkt dat die historische invalshoek kan helpen om bewoners van de plannen te overtuigen. Dat is minstens zo belangrijk als het technische aspect: “Als je zegt dat je watermolens terugbrengt, begrijpen mensen beter wat je doet, dan als je het alleen over waterberging hebt. Je creëert draagvlak.” Kosian voegt toe: “Wat mij betreft wordt het dan ook: water, bodem én historie sturend.”


Cover: ‘Dommelse Watermolen’ door BotMultichill (bron: Wikimedia Commons) onder CC BY-SA 2.5, uitsnede van origineel


Afke Laarakker door Afke Laarakker (bron: LinkedIn)

Door Afke Laarakker

Freelance journalist


Meest recent

GO weekoverzicht 18 juli 2024 door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Dit was een week om naar het héle plaatje te kijken

Deze week ging het op Gebiedsontwikkeling.nu over het totale plaatje. Over kosten én baten van natuur, over techniek én de sociale dimensie in de energietransitie en over maatschappelijke én omgevingsrechtelijke uitdagingen.

Weekoverzicht

18 juli 2024

Park Nienoord in Leek, Groningen door INTREEGUE Photography (bron: shutterstock)

Naar meer balans in het natuurbeleid en een natuurinclusieve gebiedsontwikkeling

Natuurbeleid gaat momenteel vaak over wat ‘moet’, omdat het zo is afgesproken. Het gaat nauwelijks over wat die natuur betekent voor mensen. Dat kan beter, vinden Frank van Dam en Leo Pols.

Uitgelicht
Analyse

18 juli 2024

De Demer, Zichem door Guido Vermeulen-Perdaen (bron: shutterstock)

Wat is natuur waard in gebiedsontwikkeling? Acht keer meer dan je er instopt

Een Vlaamse natuurorganisatie liet onderzoek doen naar de opbrengsten van investeringen in natuur. De conclusie: iedere euro die natuurherstel kost – in het geval van natuurgebied Demerbroeken – levert acht euro op.

Onderzoek

17 juli 2024