Artikel
agenda

Woonopgave staat weer op nationale ruimtelijke agenda

15 mrt 2017 - Het gaande kabinet geeft de woonopgave als ruimtelijke opgave mee aan een nieuw kabinet, dat met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aan de slag gaat. Tot 2025 moeten er jaarlijks 70.000 huizen gebouwd worden, stelt de huidige minister van Infrastructuur en Milieu Schultz in de vrijdag gepresenteerde 'Startnota NOVI'.

Over de vraag ‘waar’ deze woningen dan moeten komen, doet de minister geen expliciete uitspraken, behalve dat het realiseren van de woningbouwopgave ‘niet gemakkelijk’ zal zijn. Wel stelt ze dat het op korte termijn vaak sneller, eenvoudiger en goedkoper is om het buitengebied te ontwikkelen dan een bestaande woon- of werklocatie opnieuw in te richten, ‘zeker als investeringen in infrastructuur buiten beschouwing worden gelaten’, maar dat bouwen in het buitengebied omgekeerd raakt aan ‘ambities op het terrein van aantrekkelijke landschappen en natuur, de concurrentiepositie van de landbouw, en aan het beleid voor duurzame verstedelijking’. 

Voor haar opvolger en andere stakeholders die de woonopgave gaan oppakken, zet de gaande minister van Infrastructuur en Milieu de voor- en nadelen van binnenstedelijk bouwen uiteen: 

Voordelen van inbreiden zijn volgens de VVD-minister:

  • Inbreiden draagt bij aan het op peil houden van of verbeteren van voorzieningen;

  • Binnenstedelijke ontwikkeling verhoogt het aantal potentiële reizigers voor het openbaar vervoersysteem;

  • Door binnenstedelijk bouwen ontstaan meer ontmoetingskansen van mensen, wat kennisontwikkeling en -overdracht met zich meebrengt;

  • Een keuze voor verdere verdichting in de stad zal er bovendien toe leiden dat leegstaand vastgoed eerder wordt getransformeerd. Dat kan helpen om iconische gebouwen (met erfgoedwaarde) te behouden en de identiteit van de stad te versterken. ‘Een prettige, leefbare stad met monumentale uitstraling maakt een interessante vestigingslocatie en heeft op de lange termijn dus economische waarde.

  • Voordelen van inbreiden zijn volgens de VVD-minister:

    • Inbreiden draagt bij aan het op peil houden van of verbeteren van voorzieningen;

    • Binnenstedelijke ontwikkeling verhoogt het aantal potentiële reizigers voor het openbaar vervoersysteem;

    • Door binnenstedelijk bouwen ontstaan meer ontmoetingskansen van mensen, wat kennisontwikkeling en -overdracht met zich meebrengt;

    • Een keuze voor verdere verdichting in de stad zal er bovendien toe leiden dat leegstaand vastgoed eerder wordt getransformeerd. Dat kan helpen om iconische gebouwen (met erfgoedwaarde) te behouden en de identiteit van de stad te versterken. ‘Een prettige, leefbare stad met monumentale uitstraling maakt een interessante vestigingslocatie en heeft op de lange termijn dus economische waarde.

    De nadelen volgens de minister zijn:

    • Bouwen in een stedelijke omgeving is complex en kostbaar;
    • Binnenstedelijk bouwen en transformatie sluit niet altijd aan bij de vraag van consumenten;
    • Nieuwbouw levert vaak duurzamere gebouwen op dan transformatie van bestaande gebouwen;
    • Inbreiding kan bovendien een te groot beslag leggen op de waardevolle (groene en recreatie) ruimte in de stad die nodig is om de leefomgeving in de stad juist goed te houden.

    Rond de woningbouwopgave bespeurt de minister een dilemma. ‘De belangen van een grote diversiteit aan woningzoekenden, projectontwikkelaars, gemeenten en provincies lopen niet altijd parallel. Woningzoekenden hebben in verschillende fases van hun leven woningvoorkeuren waarin een stedelijk woonmilieu soms wordt afgewisseld met een meer groenstedelijk woonmilieu. De vraag is welke opgave ‘voorrang’ moet krijgen; het op korte termijn zo snel mogelijk voldoen aan de huidige woningbouwbehoefte, of het op lager termijn versterken van het stedelijk gebied.’ 

    Een volgend kabinet mag ermee aan de slag.


    Dit item verscheen eerder op stadszaken.nl
    Recente artikelen