Analyse Het woord is de laatste tijd onmiskenbaar in zwang geraakt: ‘energieplanologie’. Met daarbij vaak het pleidooi om ruimtelijke ontwikkeling en het beheer van het energienetwerk meer te stroomlijnen. Maarten van Poelgeest en Jeroen Niemans hebben een nieuwe bundel over dit onderwerp uitgebracht en doen daarin aanbevelingen hoe de twee werelden dichter bij elkaar kunnen worden gebracht.
Urgent is thema ‘energie’ in ieder geval wel. De provincie Utrecht maakte deze week bekend vanaf 1 juli een ‘pauzeknop’ te moeten hanteren voor alle nieuwe aansluitingen op het stroomnet, met uitzondering van de woningbouw op korte termijn. Eerder deze maand kwam al naar buiten dat in delen van Brabant ook nieuwbouwprojecten niet meer kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Het overvolle stroomnet blokkeert in steeds meer regio’s de gebiedsontwikkeling. Er ontstaat grote behoefte aan energieplanologie, werd al eerder op Gebiedsontwikkeling.nu geconstateerd (zie bijvoorbeeld dit artikel uit 2023 over de noodzaak om energieplanologen aan te stellen). Met hun recente publicatie Spelen we dezelfde wedstrijd? Sturen op energie en ruimte proberen Jeroen Niemans en Maarten van Poelgeest het prangende onderwerp verder te verkennen.
Vorig jaar werkten Niemans (adviseur bij Hiemstra & De Vries en lid van de Raad van de leefomgeving en infrastructuur) en Van Poelgeest (partner bij AEF en eerder wethouder in Amsterdam) al aan twee essays waarin dieper werd ingegaan op energieplanologie. Een nieuw en broodnodig vakgebied, vond Van Poelgeest. Onzin, oordeelde Niemans toen nog: “Energieplanologie bestaat niet.”
Genoeg reden voor de twee om dit jaar de koppen bij elkaar te steken en te zoeken naar overeenkomsten in plaats van naar onderlinge verschillen. En die overeenkomsten bleken er volop te zijn. De beschikbaarheid van energie eist een veel prominentere plek op “om het ordenen van de ruimte, het integreren van allerlei claims en verlangens goed te laten verlopen,” schrijven ze in hun nieuwste publicatie. “Daarom moet en zal het gesprek over energieplanologie in 2026 in volle kracht voortgaan.” Want, schrijven ze: “De vraag wie er nu sturing geeft aan de ruimtelijke impact van de energietransitie ligt nog grotendeels open.” Niemans en Van Poelgeest doen drie aanbevelingen die in hun ogen randvoorwaarden zijn om überhaupt tot een planmatiger aanpak te kunnen komen.
Gedeeld beeld
Wat er is allereerst nodig om dat gesprek goed te kunnen voeren? Niemans en Van Poelgeest wijzen naar het “gefragmenteerde veld” dat de energievoorziening nu vormt. “Het ontbreekt nog aan een gemeenschappelijke feitenbasis die niet alleen door iedereen als zodanig erkend wordt, maar ook door iedereen begrepen wordt.” Ze leggen een link naar de woningbouwopgave, waar een Publiek Private Monitor bestaat. “Hierdoor is er, aangejaagd door de provincie, een gedeeld beeld van de stand van zaken rondom het afgesproken aantal te bouwen woningen per regio (zoals het Dashboard Woningbouw van de provincie Overijssel, red.). Voor iedereen is in beeld in welke fase de grote woningbouwprojecten zitten en wanneer volgens planning de woningen worden opgeleverd. Een dergelijk instrument zou in de energietransitie enorm kunnen helpen om vanuit eenzelfde startpunt te beginnen.”
Om effectief te kunnen zijn, moet de onafhankelijke energieautoriteit toegang hebben tot alle informatie
Vervolgens, stap twee, zou liefst binnen de bestaande structuren een aantal energiespelregels moeten worden vastgelegd. “Stel, we delen Nederland in regio’s in. Per regio wordt een energiebudget beschikbaar gesteld. Dit is wat een regio krijgt aan centrale invoeding.” Wil een regio toch nog meer stroom, dan moet dat regionaal en op eigen houtje worden geregeld via opwek en balanceren (het beter benutten van de bestaande energienetten, red.). Voor het vaststellen van dat energiebudget per regio moeten volgens Niemans en Van Poelgeest allerlei factoren meewegen, zoals de aanwezigheid van industrie van nationaal belang, het bevolkingsaantal en het opwekpotentieel. Eens in de vijf jaar zouden de regiobudgetten kunnen worden bijgesteld.
Bestuurlijke tafel
Tot slot stellen ze een onafhankelijke energie-autoriteit voor die waar nodig knopen doorhakt. “Iets, een vehikel, iemand, die namens iedereen (maar dus niet van een specifieke stakeholder), stuurt op de voortgang van het proces.” Om effectief te kunnen zijn, moet deze autoriteit toegang hebben tot alle informatie. “Er mogen voor hem of haar geen geheimen zijn. Daarnaast moet de onafhankelijke autoriteit een bestuurlijke tafel hebben om kwesties te agenderen en beslissingen te agenderen.”

‘Elektriciteitspalen vlakbij Amsterdam’ door Julia700702 (bron: Shutterstock)
Van Poelgeest en Niemans schreven hun stuk in de vorm van een open brief, waarop door een aantal andere auteurs in de publicatie meteen wordt gereageerd. Zo tempert Yourai Mol, strateeg energieplanologie bij het Interprovinciaal Overleg (IPO), de verwachting dat je met inzet van energieplanologie de netcongestie op korte termijn verlicht. “Infrastructuur die nu gepland wordt, zal er niet binnen tien jaar liggen. En het kiezen om iets niet te doen (bijvoorbeeld ergens geen nieuwe energievragers toestaan) zorgt er enkel voor dat de wachtrij minder snel groeit.”
Josefien Tiel Groenestege, consultant integraal programmeren energiesysteem bij netbeheerder Alliander, bepleit een verschuiving van sectoraal denken naar gebiedsgerichte perspectieven. “Ontwerpend onderzoek laat zien dat niet elke plek hetzelfde kan of moet dragen. Bodem en water, infrastructuur, ruimtelijke kwaliteit en economische dynamiek vormen samen de bandbreedte van wat logisch en wenselijk is.” Dat vraagt wat haar betreft om “expliciete keuzekaders per gebied waarin helder is waar ontwikkeling wordt gestimuleerd, waar getransformeerd en waar begrensd. Dat is geen technocratische exercitie, maar een normatieve. Aannames moeten expliciet worden gemaakt, schaarste moet worden geordend. En ja, dat betekent dat niet alles overal kan – maar belangrijker nog: dat er juist ruimte ontstaat voor gerichte kansen.”
Energiebudgetten verkennen
In hun slotwoord roepen Van Poelgeest en Niemans de netbeheerders op om in de tussentijd actiever naar voren te stappen en niet te wachten tot de overheid haar keuzes heeft gemaakt. “De netbeheerder heeft waarschijnlijk een veel completer zicht op het energiedomein. Wellicht is het een idee dat netbeheerders de positie krijgen om ook ‘Nee’ te zeggen. Dus ‘wij sluiten niet aan’. Een overheid kan dit vervolgens overrulen, maar heeft dan wel de bewijslast.” En de overheid? Die zou in de ogen van Van Poelgeest en Niemans alvast het concept van per regio te verdelen energiebudgetten moeten verkennen, bij wijze van eerste aanzet tot energieplanologie.
Een recente videopodcast van de Metropoolregio Amsterdam had ‘energieplanologie’ als thema. Maarten van Poelgeest (AEF) schoof aan voor het gesprek.
De eerdere essays van Van Poelgeest en Niemans zijn hier te vinden.
De bundel ‘Spelen we dezelfde wedstrijd?’ van Van Poelgeest en Niemans werd 17 april gepresenteerd en hier is te vinden.
Cover: ‘Transformatorhuisje in Harderwijk’ door Tom van Hoorn (bron: Shutterstock)








