Opinie Een gebiedsontwikkeling is veel meer dan een stapel goed op elkaar gezette stenen. Rabobank-sectormanager Daniek van der Zanden pleit ervoor om het samenleven van mensen veel eerder aandacht te geven. Gemeenschapsvorming niet als de laatste paragraaf van een gebiedsvisie, maar als startpunt van het proces. Dat vraagt om een andere manier van samenwerken.
We kunnen een gebied tot in detail plannen, daar zijn we in Nederland erg goed in. We tekenen verkavelingen, programmeren woningen en zoeken minutieus oplossingen voor parkeerplaatsen, netcongestie en stikstof. Maar de belangrijkste vraag laat zich niet intekenen: hoe zorgen we ervoor dat mensen hier straks prettig leven en zich verbonden voelen met hun omgeving? Een geslaagde gebiedsontwikkeling laat zich wat mij betreft niet alleen afmeten aan het aantal gerealiseerde woningen. Het gaat er ook om of mensen er hun plek vinden en zich werkelijk thuis kunnen voelen. Hoe nemen we die gemeenschapsvorming vanaf het begin van de planontwikkeling direct met elkaar serieus?
Alledaagse contacten
Wie een woning zoekt, zoekt niet alleen vierkante meters. Mensen zoeken een plek waar zij hun leven kunnen opbouwen. Waar kinderen opgroeien, starters hun eerste stappen zetten en mensen op latere leeftijd zelfstandig én verbonden kunnen blijven wonen. Dat vraagt om een omgeving waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten. Waar je een buur groet, een pakketje aanneemt of vraagt hoe het gaat. Niet omdat het moet, maar omdat de omgeving daarvoor ruimte biedt. Juist die kleine, alledaagse contacten dragen bij aan vertrouwen en woonplezier.
Gemeenschapsvorming gaat om nabijheid, herkenning en de mogelijkheid om contact te maken
Nog te vaak behandelen we gemeenschapsvorming als iets wat vanzelf ontstaat na de oplevering. Eerst bouwen we de woningen. Daarna hopen we dat bewoners elkaar ontmoeten, initiatief nemen en verantwoordelijkheid voelen voor hun omgeving. Maar een gemeenschap ontstaat niet automatisch door mensen dicht bij elkaar te laten wonen. Gemeenschapsvorming begint bij de eerste gesprekken over een gebied. Wie gaan hier wonen, wat hebben zij nodig en hoe willen zij betrokken zijn? Dat vraagt om toekomstige bewoners serieus te nemen als mede-vormgevers van hun leefomgeving.
Niet van bovenaf
Wie gemeenschapsvorming serieus neemt, begint niet bij het gebouw, maar bij de vraag hoe mensen willen wonen en samenleven. Door toekomstige bewoners vroeg te betrekken, kan al vóór de eerste steen een basis van betrokkenheid en verbondenheid ontstaan. Wooncoöperaties en CPO-projecten zijn voorbeelden van hoe dit in de praktijk kan werken. Deze principes verdienen een plek in iedere gebiedsontwikkeling en ieder volkshuisvestingsprogramma. Nota bene: we kunnen niet van bovenaf als plannenmakers bepalen dat bewoners vrienden worden of intensief voor elkaar zorgen. Dat moeten we ook niet willen. Niet iedereen heeft dezelfde behoefte aan contact. Ontmoeting faciliteren werkt. Ontmoeting verplichten niet. Gemeenschapsvorming gaat niet over een ideaalbeeld waarin iedereen voortdurend voor elkaar klaarstaat. Het vervangt ook geen professionele zorg of mantelzorg. Het gaat om nabijheid, herkenning en de mogelijkheid om contact te maken.

Het CPO-project ‘Geworteld Wonen’ in Rijswijk: een ecologische woongemeenschap gericht op stadslandbouw, duurzaamheid en sociale cohesie.
‘Geworteld_Wonen,_Rijswijk_(49977915748)’ door Nanda Sluijsmans (bron: Wikimedia Commons)
De inrichting van een gebied kan daarbij helpen. Denk aan een prettige openbare ruimte, gezamenlijke tuinen, ontmoetingsplekken en looproutes waardoor mensen elkaar vanzelf tegenkomen. Maar stenen en groen maken nog geen levende buurt. Wie invloed heeft op de eigen omgeving, voelt zich eerder verantwoordelijk voor die plek. Dat kan zowel de onderlinge verbondenheid als de leefbaarheid van een buurt versterken.
Breder definiëren
Volkshuisvestingsprogramma’s gaan terecht over beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit en passende huisvesting. Maar volkshuisvesting gaat ook over de samenleving die we willen vormen. Willen we buurten waarin groepen langs elkaar heen leven? Of gebieden waar verschillende generaties en huishoudens elkaar ontmoeten? Willen we vooral efficiënt ingerichte woonomgevingen? Of plekken waar mensen graag blijven omdat zij er een netwerk hebben opgebouwd? Daarom moeten we het ‘succes’ van een woongebied ook breder definiëren. Niet alleen vragen hoeveel woningen zijn gerealiseerd, maar ook of mensen zich thuis voelen, invloed hebben en ruimte krijgen voor initiatief. Dat zijn geen ‘zachte’ vragen naast de ‘harde’ woningbouwopgave. Ze bepalen of een gebied op lange termijn vitaal en leefbaar blijft.
De door iedereen zo gewenste snelheid mag er niet toe leiden dat we alleen aantallen produceren
Misschien begint goede gebiedsontwikkeling niet met tekenen, rekenen of programmeren, maar met luisteren. Wat hebben mensen nodig om ergens prettig te leven? Wat vinden zij belangrijk? Wat willen zij zelf organiseren en welke ondersteuning is daarbij nodig? Dat vraagt om een andere manier van samenwerken. Betrokken partijen moeten niet alleen vóór bewoners denken, maar vooral mét hen. Niet wanneer de plannen grotendeels vaststaan, maar wanneer er nog werkelijk iets te kiezen valt. Dat kost tijd en vraagt om vertrouwen en professionele begeleiding. Locaties zijn schaars, financiering is complex en gezamenlijke besluitvorming kan lastig zijn. Toch is een sociaal en organisatorisch sterk plan minstens zo belangrijk als een sluitende financiële businesscase.
Snelheid bouwt geen thuis
De woningbouwopgave is urgent. We moeten tempo maken. Maar snelheid mag er niet toe leiden dat we alleen aantallen produceren en pas na de oplevering nadenken over de samenleving die in onze buurten moet ontstaan. Gemeenschapsvorming hoort daarom niet thuis in de laatste paragraaf van een gebiedsvisie. Het moet vanaf het begin onderdeel zijn van de opgave! Mijn uitdaging aan gemeenten, ontwikkelaars, woningcorporaties, financiers en andere betrokken partijen: begin een gebiedsontwikkeling eens niet met de vraag hoeveel woningen er passen, maar met de vraag hoe mensen hier straks willen leven.
Cover: ‘Deventer, Nederland’ door Ton Hazewinkel (bron: Shutterstock)





