Analyse De coöperatie van lokale initiatiefnemers wordt volwassen en er ontstaan financierings- én juridische vormen die bij deze veelbelovende manier van werken passen. Daardoor kan deze beweging op een grotere schaal impact maken, betoogt Ruben Lentz. Ze wordt een serieus alternatief voor gangbare top-downpraktijken om gebieden integraal te ontwikkelen.
Te weinig geld voor de woningen die we beloven, te weinig mensen om ze te bouwen, te weinig ambtenaren om alle plannen te begeleiden. Intussen zitten mensen op zolder te wachten op een betaalbare woning. In het Keilepand in Rotterdam laat de tentoonstelling ‘Kracht van de Gemeenschap’ van het Keilecollectief zien dat gemeenschappen een nieuw, hoopvol perspectief bieden om uit deze situatie te komen. Ze presenteert – in de vorm van een overzicht van 100 initiatieven en hun werkwijzen – een oplossingsrichting die we tot nu toe vooral sympathiek vonden: het inzetten van de gemeenschap. Dat kan heel goed in de vorm van een lokale coöperatie, bemenst door bewoners en/of ondernemers ter plekke. We kennen de coöperatie als rechtsvorm (denk aan de Rabobank en FrieslandCampina), maar ze is ook een slimme manier om een lokaal initiatief mee te organiseren: rond thema’s zoals energie, water of mobiliteit, of als integraal systeem voor een heel gebied.
Efficiënter werken
Dat deze organisatievorm zo relevant wordt, komt door de eerder genoemde schaarste. Bestaande lokale coöperaties vechten niet om de beperkte hoeveelheid publiek geld en menskracht die voor ruimtelijke ontwikkeling beschikbaar is. Ze ontsluiten middelen die anders onbenut blijven: de kennis van bewoners, het vertrouwen in een straat en ook het kapitaal van burgers zelf. Wie de voorbeelden in de tentoonstellingen ziet, komt tot de conclusie: wie uitgaat van het bestaande en aanwezige, werkt vanzelf efficiënter.
Wat tot voor kort ontbrak, waren financieringsmogelijkheden die bij deze manier van werken passen
Lang golden zulke initiatieven vooral als sympathiek. Handig voor foto’s of kleine projecten, maar niet geschikt voor de brede opgave. Dat beeld wordt bijgesteld. In de Afrikaanderwijk in Rotterdam-Zuid heeft een wijkcoöperatie bijvoorbeeld een model opgebouwd waarin de opbrengsten van dienstverlening zoveel mogelijk in de wijk blijven. Bewoners zijn er geen ontvangers meer van een aanbod; ze zijn de eigenaren ervan. De initiatiefnemers zijn nu een veelgevraagde, professionele adviespartij. In de regio Rivierenland trekken ondernemers, inwoners en overheden samen op in een gebiedscoöperatie; juist die combinatie maakt zo’n verband sterk. Wie er rondloopt, woont en werkt, die weet wat er speelt. En in het Rotterdamse Keilekwartier hebben de creatieve en sociale krachten die het gebied tot een internationale culturele hotspot ontwikkelden, ook een gebiedscoöperatie gevormd. Die werkt als professionele speler samen met overheden en bedrijfsleven aan de hoge ambities op systeemniveau. Zo wordt er gewerkt aan een circulaire materialenhub, betaalbare werkruimten en culturele programmering rondom de gebiedsontwikkeling, zoals de tentoonstelling in het Keilepand. Tenslotte is er Land van Ons, het landelijke initiatief dat al vier miljoen m² landbouwgrond coöperatief herstelde met de hulp van 30.000 investerende burgers.
Geldstromen bij elkaar
Wat tot voor kort ontbrak, waren financieringsmogelijkheden die bij deze manier van werken passen. Het systeem past zich nu aan. Zo werkt het Rijk aan een Fonds Coöperatief Wonen dat coöperatieve woonprojecten al vanaf de plannenfase moet kunnen financieren. Over de grens, in het Belgische Diest, herontwikkelt een coöperatie van bewoners een historische citadel met een mix van burgerkapitaal, een coöperatief fonds en publieke subsidie. Dit toont dat steeds vaker verschillende geldstromen – publiek, privaat en van de gemeenschap – bij elkaar komen voor één collectief doel. De coöperatie bewijst daarmee dat ze een effectieve manier is om niet alleen mensen maar middelen te organiseren.

‘De Citadel van Diest’ door N1gh7r4v3n (bron: Wikimedia Commons)
Niet dat de coöperatie al onze problemen snel oplost, dat zie je ook in de praktijk. Een coöperatie heeft juist een langere aanloop nodig dan gebruikelijk en niet overal is er een gemeenschap die het kan dragen. Maar waar die gemeenschap bestaat, loont het om haar kracht te benutten. Voor de overheid of een andere grondeigenaar vraagt dat vooraf een voorinvestering, maar door het eigenaarschap blijft de lokale beweging daarna jaren renderen. Een buurt die van zichzelf is, vraagt op termijn minder van de zorg, de veiligheid en de schuldhulp dan een verzameling adressen waar niemand zich verantwoordelijk voelt.
Durven loslaten
De grootste hindernis? Dat is een systeem dat hier niet op gebouwd is. Uit zuinigheid zijn we veel overheidstaken in de wijk gaan aanbesteden als een marktopdracht en zetten die na een paar jaar opnieuw op de markt. Continuïteit en vertrouwen, juist de dingen waar een gemeenschap op draait, passen daar slecht in. Niet omdat ambtenaren falen, maar omdat de aanbestedingsregels zijn ontworpen om kantoormeubilair in te kopen, niet om gemeenschappen te laten groeien. Dat vraagt om een andere overheid: een die durft los te laten waar anderen het beter kunnen. En een overheid die de variatie in aanpak ziet als kracht, in plaats van als ongemak. Het hoopvolle is dat zulke ambtenaren er wel degelijk zijn – en de ruimte vaak ook. Een recente handreiking van Lokale Democratie maakt duidelijk dat de bestaande aanbestedingsregels al tal van mogelijkheden bieden om een lokaal initiatief een plek te geven. Met andere woorden: niet de wet is de beperking, maar de manier waarop we haar toepassen.
Wat hier zichtbaar wordt, speelt breder dan in het domein van gebiedsontwikkeling alleen. Overal in de samenleving waar de opgaven groot zijn en de middelen krap, stuiten we op hetzelfde patroon: problemen die te complex en te lokaal zijn om vanuit één centrale regie op te lossen en mensen die heel goed weten wat er in hun eigen omgeving nodig is. De lokale coöperatie is in de kern een manier om die kennis en dat eigenaarschap te benutten, in plaats van ze te laten liggen. De tentoonstelling in het Keilepand laat zien: de vraag is niet langer of gemeenschappen slim genoeg zijn. De vraag is of wij slim genoeg zijn om ze de ruimte en de middelen te geven.
Korte impressie van de afvalhub van de coöperatie in de Rotterdamse Afrikaanderwijk.
Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.
Ruben Lentz is partner bij adviesbureau BLOC en betrokken bij de coöperatieve gebiedsontwikkeling van het Keilekwartier in Rotterdam. De tentoonstelling ‘Kracht van de Gemeenschap’ met onder meer de genoemde voorbeelden is van 3 tot 28 juni te zien in het Keilepand. De expositie is geproduceerd door het Keilecollectief als onderdeel van de Rotterdam Architectuur Maand.
Cover: ‘Keilepand’ door Stadhouders (bron: Wikimedia Commons) onder CC BY-SA 4.0, uitsnede van origineel








