warmtenet

Gemeenten hebben te weinig armslag voor grootschalige realisatie warmtenetten

1 juli 2017

4 minuten

Ondanks grote ambities om ‘van gas los’ te gaan, hebben gemeenten moeite om op grote schaal warmtenetten te realiseren in de gebouwde omgeving. Vooral bij bestaande woningen en gebouwen stokt de voortgang. De oorzaken hiervan liggen met name in het gebrek aan wettelijke armslag die gemeenten hebben om zaken af te dwingen en de beperkte financiële ruimte van commerciële warmtebedrijven om aantrekkelijke tarieven te kunnen bieden. Dit blijkt uit een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

PBL onderzocht 10 gemeenten waar al een warmtenet is of waar vergevorderde plannen zijn om er een aan te leggen: Ede, Purmerend, Amsterdam, Breda, Groningen, Leiden, Dordrecht, Nijmegen, Utrecht en Delft.

Wettelijk instrument voor warmtenet bij nieuwbouw niet altijd ingezet

Gemeenten hebben alleen voor nieuwbouwlocaties een ‘hard’ instrument in handen om ervoor te zorgen dat woningen en gebouwen op een warmtenet worden aangesloten: het zogenaamde warmteplan. Hierin bepalen gemeenten welk disributienet er in een bepaald gebied moet worden aangelegd, hoeveel aansluitingen er moeten zijn en hoe energiezuinig en milieuvriendelijk deze moeten zijn.

Toch zetten gemeenten dit middel niet altijd in, om uiteenlopende redenen: bijvoorbeeld om projectontwikkelaars niet af te schrikken, om het warmtebedrijf niet te bevoordelen of vanwege vermeend gebrek aan draagvlak onder de inwoners.

Realisatie warmtenetten in bestaande bebouwing verloopt moeizaam

De successen die er zijn bij de bestaande bebouwing worden vooral geboekt bij grote gebouwen zoals kantoren en scholen en bij flats met blokverwarming die in bezit zijn van woningcorporaties. Maar deze flats vormen slechts een bescheiden deel van de totale woningvoorraad. Verenigingen van Eigenaren vormen een moeilijker aanspreekpunt dan woningcorporaties, en flats waarin de woningen een eigen cv-ketel hebben zijn veel duurder op een warmtenet aan te sluiten dan flats met blokverwarming.

Eengezinswoningen vormen een nog moeilijkere markt, omdat de onderlinge afstanden tussen de woningen groter zijn en ze vaak in particuliere handen zijn.

Aantrekkelijke tarieven nodig maar marges zijn klein

Om de woning- en gebouweigenaren met meer succes te kunnen verleiden over te stappen naar een warmtenet, zou het tarief ervan duidelijk onder dat van een gasaansluiting (ofwel het Niet-Meer-Dan-Anders of NMDA-tarief) moeten liggen. Commerciële warmtebedrijven kunnen zich dat doorgaans niet veroorloven, aangezien zij grotendeels zelf moeten opdraaien voor de (hoge) kosten van het aanleggen en onderhoud van de infrastructuur. In 8 van de 10 onderzochte gemeenten wordt dan ook het NMDA-tarief gehanteerd. De warmtebedrijven die hier daadwerkelijk onder zitten – HVC in Dordrecht met 5% en Warmtestad in Groningen met zelfs 15% - zijn nutsbedrijven met lagere rentabiliteitseisen.

Een structurele oplossing zou zijn dat de kosten voor warmtenetten – net als bij gas- en elektriciteitsnetten het geval is – gesocialiseerd zouden worden, oftewel omgeslagen zouden worden over alle Nederlandse huishoudens, zoals nu bij gas- en elektriciteitsnetten het geval is. Dit uiteraard op voorwaarde dat warmtenetten alleen worden aangelegd in gebieden waar ze het meest kosteneffectieve alternatief voor een gasnet vormen. Op andere plekken kan een all-electric oplossing (forse isolatie en warmtepompen) of groen gas het meest kosteneffectief zijn. Verder is het belangrijk dat gemeenten meer bevoegdheid krijgen om vervanging van oude door nieuwe gasleidingen tegen te houden.

Beperkte invloed op verduurzaming warmtebronnen

De huidige bronnen van stadswarmte – elektriciteitscentrales, afvalverbrandings- of biomassa-installaties – leiden tot een CO2-reductie van ‘slechts’ 45 tot 60% ten opzichte van verwarming met HR-ketels. Gemeenten hebben maar een beperkte invloed op warmtebedrijven om over te schakelen naar meer CO2-vrije of -arme warmtebronnen. Dat verandert natuurlijk als een gemeente zelf – alleen of met een partner - een warmtebedrijf opzet, zoals in Groningen is gebeurd. Dit is echter een kostbare zaak en er is geen garantie dat het ook daadwerkelijk lukt.

De Rijksoverheid zou kunnen faciliteren dat meer CO2-vrije of -arme warmtebronnen binnen het bereik van warmtebedrijven komen en gemeenten zouden de middelen en instrumenten kunnen krijgen om warmtebedrijven er toe te bewegen of – indien nodig – te dwingen om daadwerkelijk op dergelijke warmtebronnen over te stappen.

Bindende afspraken nodig voor CO2-neutrale gebouwde omgeving in heel Nederland

Op dit moment is het geheel aan gemeenten zelf, of en hoe, ze naar een CO2-neutrale woningvoorraad willen streven. Het ambitieniveau daarbij verschilt sterk per gemeente. Het oplossen van de hierboven genoemde knelpunten hoeft niet te betekenen dat alle gemeenten vervolgens ook hun ambitieniveau zullen opschroeven. Als de Rijksoverheid wil bereiken dat op termijn de gehele gebouwde omgeving CO2-neutraal is, is het waarschijnlijk nodig dat daarover met alle gemeenten individuele, niet-vrijblijvende afspraken worden gemaakt.


Lees het volledige rapport hier.


Cover: NUON (Flickr Creative Commons)

Bron: PBL


Cover: ‘warmtenet’



Meest recent

Dit was de week van de goede start door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Dit was de week van de goede start

Deze week ging het op Gebiedsontwikkeling.nu over het maken van de goede start. Door de Nota Ruimte te voorzien van de door velen zo gewenste uitvoeringsstrategie. En door een erfgoedprofiel op te stellen dat verleden en heden verbindt

Weekoverzicht

16 juli 2026

Station Eindhoven door Iurii Dzivinskyi (bron: Shutterstock)

Het station als katalysator voor groene, gezonde en eerlijke steden

Nu zijn wittebroodsweken als Spoorbouwmeester voorbij zijn, is het doel van Daan Zandbelt duidelijk: nog veel meer mensen ervan overtuigen dat de relatie tussen het station en verstedelijking essentieel is voor gezonde, groene en eerlijke steden.

Uitgelicht
Interview

16 juli 2026

JansenKuijpers 2 door Bas Czerwinkski (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

“We moeten in Nederland doordieselen”

Hoe vertalen we de in Nota Ruimte uitgeschreven ambities naar concrete projecten en hoe krijgen we die vervolgens weer uitgevoerd? Een gesprek met twee directeuren-generaal aan rijkszijde, Marjolein Jansen en Chris Kuijpers.

Uitgelicht
Interview

15 juli 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op