Opinie Code rood, donkerpaars, zwart. Columnist Annius Hoornstra ziet de enorme problemen op het energienet en blijft zich verwonderen over de passiviteit in het vakgebied. Daarom wil hij dat de gebiedsontwikkelaars die hun nek uitsteken, worden beloond. “Het duurt te lang. We kunnen niet wachten op een prioriteringskader en nieuwe onderstations.”
Vroeger had ik een treinbaan. Het leukste van die hele baan vond ik het wanneer het lukte om de lampjes te laten branden in al die door mij in elkaar gelijmde bouwdooshuisjes langs het spoorlijntje (de trein zelf was bijzaak). Maar wat was dat frustrerend. Continu kortsluiting, loshangende draadjes, geen contact met de transformator, doorbrandende lampjes. Een elektriciteitscrisis in het klein. Misschien dat daar lange tijd mijn aversie tegen kabels en leidingen vandaan kwam.
Ik herkende het gevoel weer toen ongeveer tien jaar geleden de netbeheerder bij me langskwam met de tekst: “Deze mooie stad, gebouwd op palen, kan zo maar op zwart komen te staan. We moeten elkaar helpen.” Toen dacht ik: “Wij doen ons werk: het uitgeven van grond om woningen te ontwikkelen. Als jullie dan jullie werk doen – het just in time aansluiten van de bouwprojecten – dan komt het wel goed. En by the way: kunnen die aansluitkosten niet wat lager?”
Vijf jaar geleden keek ik weer met enige afstand naar het vak van gebiedsontwikkeling. En toen pas zag ik het: al die onderwerpen die gebiedsontwikkelaars beschouwen als noodzakelijke en oninteressante onderdelen van het programma van eisen (water, energie, bodem, ondergrondse infra, mobiliteit), vormen zowel belemmeringen als heel interessante koppelkansen.
Mijn verwondering begon bij het feit dat het al zo lang mogelijk is om energieproducerende woningen te maken of passiefhuizen te bouwen met nagenoeg geen energierekening (behalve voor de lampjes). De verwondering werd nog groter door de discrepantie die ik zag in het veld. Met aan de ene kant de slimme ondernemers die geld weten te verdienen met het eigenaarschap van de installaties in zogenaamde ‘nul op de meter-woningen’. En aan de andere kant de klassieke rekensommen (en lobby's) van de grond- en vastgoedontwikkelaars die diep rood uitsloegen bij hogere energie-eisen.
En kunnen we dan afspreken dat als jij die durfal bent in de gebiedsontwikkeling, je de helft van het geld mag hebben
Wat onnozel. Het is code rood, donkerpaars, zwart voor het energienet. Er zijn honderden miljarden euro’s nodig om het net te verzwaren, met als effect dat we over een paar jaar zomaar honderd euro vastrecht extra per maand mogen betalen. Voor een groot deel is dat helemaal niet nodig! Bovendien: het duurt te lang. De woningcrisis was en is er. We kunnen niet wachten op een prioriteringskader en nieuwe onderstations.
Een manier om morgen volop door te bouwen is het maken van een koppeling tussen gereguleerde elektrische (deel)auto's die kunnen laden en ontladen, passief bouwen (en dan niet woningen propvol installaties, maar die heel eenvoudig super goed geïsoleerd zijn) en een systeem wat energievraag en -aanbod reguleert binnen een bepaald gebied. Met dat recept is het zelfs mogelijk om minder energie te gebruiken dan nu. We moeten er een paar dingen voor laten. Zo hebben de nieuwe bewoners niet de vrijheid om voor een paar tientjes per jaar te kunnen overstappen op een andere energieleverancier. Maar waarom doen we dat niet?
En kunnen we dan afspreken dat als jij die durfal bent in de gebiedsontwikkeling die minder energie gebruikt dan er nu beschikbaar is, je de helft van het geld mag hebben dat wordt bespaard doordat de noodzaak van de netverzwaring ter plekke vervalt. En dat je ook de garantie krijgt dat jouw project wél wordt aangesloten en dat we dit experimenteel doen voor de komende vijf jaar? Daarna kijken we wel eens opnieuw of op dat moment de extra onderstations zijn gerealiseerd en er weer ruimte is om te stoppen met experimenteren.
Het had best wat om met een zaklamp onder de treintafel op zoek te gaan naar de oorzaak van het probleem. Want het was en is veel leuker te kijken naar feeëriek verlichte huisjes in een zelfgemaakt landschap.
Cover: ‘Annius Hoornstra Column Cover’ door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Patrick van den Hurk)






