Opinie Ter afsluiting van een warme en droge zomer dicht onze columnist Annius Hoornstra zijn bijdrage over het waterbeheer in Nederland. Hij ziet weinig in de gemakkelijke en gebruikelijke voorstellen die dezer dagen weer worden geopperd over waterbesparing. In plaats daarvan legt Hoornstra de lat hoger, bij werkelijk waterrijke gebiedsontwikkeling.
Terwijl de warme waterdampen van de Noordzee opstijgen en zich omvormen tot onheilspellende onweers- en regenbuien, heb ik de jaarlijkse eer om de droogtecolumn te schrijven. In ons reptielenbrein zijn we het misschien alweer vergeten, maar het was dor, droog, heet, rampzalig.
Het doet pijn. Pijn als de bomen in het park afsterven, als woningen niet kunnen worden aangesloten omdat er geen drinkwater is, oogsten mislukken, er geen water meer uit de kraan komt, de klinkers in de weg losrammelen en riolen openbreken door snel inklinkende veengrond of funderingspalen doorrotten waar je bijstaat. Het gebeurt.
De lobby van drinkwaterkoepels en waterschappen start. Extra eisen bij de nieuwbouw: een regenton en het verminderen van het gebruik van drinkwater met 10 procent (belachelijk weinig ambitieus als je bedenkt dat we als mensen maar 10 van de dagelijkse 120 liter nodig hebben met de huidige drinkwaterkwaliteit). Verder moeten er vooral ánderen besparen. Kan er niet iets af van de 3,3 miljard kuub die Tata jaarlijks gebruikt, dan kunnen we doorgaan met ons eigen gazon te besproeien? We wijzen daarbij stoer op de onrendabele woningbouw die er niet nóg een eis bij kan hebben of beweren stellig dat onze inspanningen toch nauwelijks effect hebben.
Wat een verdriet. Wat een gemiste kans voor een groenere en waterrijke gebiedsontwikkeling in de rivierendelta van de Nederlanden. Lees het rapport van de financiële werkgroep van de Bouwtafel Waterzuinige wijken. Conclusie daaruit: in veel gebieden is het heel goed mogelijk om tot 85 procent van het drinkwater te besparen. Denk dan aan een al geplande vijver met rietkraag die kan worden gebruikt voor de afvoer, het opslaan en het zuiveren van grijs water, zodat dat water weer kan worden hergebruikt. Zie ook de civieltechnische oplossingen om onder gebieden grote natuurlijke waterbubbels te maken.
Paradijselijke milieus die aantrekkelijk zijn, met betaalbare woonlasten, meer biodiversiteit en minder hittestress
En ja, dat gaat geld kosten. Drie tot vijf keer zoveel, afgezet tegen de huidige, enorm lage prijs van drinkwater: de twee euro per kuub voor huishoudens en een nog lager bedrag voor bedrijven. Maar dat persoonlijke gebruik wordt helaas nog maar weinig uitgedrukt in een totaalbedrag per woning. Want als mensen minder warm water gebruiken, gebruiken ze ook minder energie en kunnen ze de hogere waterprijs compenseren met een lagere energierekening. En stel dat door deze maatregelen de beschikbaarheid van drinkwater wordt gegarandeerd voor bierbrouwers, betonfabrieken, Tata, de Agro-industrie of ASML – dan willen die misschien wel wat meer betalen voor hún water.
Dus voordat we nu en masse ontziltingsinstallaties gaan ontwikkelen of schoon water uit rioolslib halen: neem de bekende schoolplaat In sloot en plas van Jac. P. Thijsse in gedachten. Een plaat die kan dienen als inspiratie voor gebiedsontwikkeling met waterrijke milieus, waar baars en zeelt de muggenlarven verorberen, met woningen op palen boven een weer aangroeiend veen – dat tevens dienstdoet als filter van te hergebruiken regenwater. Met een openbare ruimte op zandgronden waar het water in de bodemspons wegloopt en weer gewonnen kan worden in droge tijden. Paradijselijke milieus die aantrekkelijk zijn, met betaalbare woonlasten, meer biodiversiteit en minder hittestress. En waar als het bliksemt en stortregent, de delta opbloeit.
Cover: ‘Annius Hoornstra Column Cover’ door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Patrick van den Hurk)





