platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Laurens de Vries: “We moeten de beperkingen van het energienetwerk sterker meenemen in gebiedsontwikkeling”

Laurens de Vries: “We moeten de beperkingen van het energienetwerk sterker meenemen in gebiedsontwikkeling”

Laurens de Vries

Sinds februari is Laurens de Vries hoogleraar Complex Energy Transitions aan de TU Delft. Hij onderzoekt hoe de schommelingen in het aanbod van duurzame energie zowel ruimtelijk als beleidsmatig opgevangen kunnen worden. “Zonder de samenhang met gebiedsontwikkeling komt de energietransitie niet van de grond.”

In gebiedsontwikkeling is samenwerking tussen partijen en de persoonlijke drive van gebiedsontwikkelaars essentieel. In deze rubriek lichten we daarom de belangrijkste transfers in de wereld van gebiedsontwikkeling uit. Uw transfer hierbij? Mail ons via redactie@gebiedsontwikkeling.nu.

U bent eind januari benoemd tot hoogleraar Complex Energy Transitions. Welke uitdaging ligt er precies op u te wachten?

“Ik denk zelf dat we nu naar fase 2 van de energietransitie gaan. Fase 1 was het ontwikkelen en opschalen van duurzame energie en het leren hoe we duurzame energie op grotere schaal goedkoop kunnen gebruiken. De hoeveelheden zon- en windenergie nemen snel toe. Met de huidige plannen is over een jaar of tien een groot deel van de elektriciteitsvoorziening duurzaam.”

“Fase 2 is het verduurzamen van de sectoren die nu op direct gebruik van fossiele energie gebaseerd zijn: industrie, de gebouwde omgeving en mobiliteit. Die hebben maar een paar opties om te verduurzamen: elektrificatie, switchen naar waterstof als brandstof of gebruik van geothermie. Maar als ze die switch willen maken, moeten die bronnen wel in voldoende mate beschikbaar zijn. Andersom heeft het geen zin om heel veel groene stroom of waterstof te maken als daar geen klanten voor zijn. Bovendien moet de energie-infrastructuur er ook voor worden aangepast en uitgebreid. Dit is een veel ingewikkeldere balans die veel sterkere coördinatie door de overheid vergt dan fase 1.”

Hoe bent u op deze positie terechtgekomen?

“Ik ben sinds een jaar of vijf actief in het European Energie Research Alliance als voorzitter van het programma Energy Systems Integration. In mijn onderzoek heb ik mij altijd al gericht op de lange termijn en de link gelegd tussen beleid en wat er fysiek op of in de grond gebeurt. Langer dan veel anderen kijk ik al naar hoe die samenhang en hoe het hele systeem zich moeten ontwikkelen.”

Wat is het belang van de samenhang tussen nationaal beleid en de lokale uitvoering in gebiedsontwikkeling?

“Zonder die samenhang lukt de energietransitie niet. Als je huizen wil verduurzamen, moet de schone energie wel beschikbaar zijn, bijvoorbeeld in de vorm van warmtenetten of lokale energieopslag. Voor de elektriciteitsvoorziening is het relatief makkelijk. Alle zon- en windenergie die je produceert, wordt geconsumeerd en verdringt fossiele brandstof. Maar als je de rest van de economie wil elektrificeren, bijvoorbeeld door van gasketels naar warmtenetten te gaan, moeten consumenten wel kunnen en willen overschakelen.”

Energie en planologie zijn nu vaak nog behoorlijk gescheiden werelden en dat is in de praktijk lastig

“Beide pijlers moeten gecoördineerd ontwikkeld worden. En als vraag en aanbod in evenwicht zijn, moet er ook nog een netwerk tussen zitten dat die verschillende stromen aankan. Dat is een essentiële voorwaarde om de transitie in gang te kunnen zetten.”

Wat merken gebiedsontwikkelaars ervan dat deze pijlers nu nog niet samen worden ontwikkeld?

“Er is grote onzekerheid, maar de infrastructuur moet al wel gebouwd worden om aan die vraag te voldoen. Als we allemaal heel veel met warmtepompen gaan doen, gaat dat bijvoorbeeld invloed hebben op de stroomprijs. Opslag lokaal, bijvoorbeeld door warmtenetten, belast het netwerk minder. Maar dan kan je te maken krijgen met een grote piek wanneer het een tijd heel koud is. Kan het systeem dat wel aan, ook als op veel plekken elektrische verwarming de back-up is? Die keuzes kunnen consumenten nu nog niet maken.”

En wat zijn de concrete gevolgen van die onzekerheid?

“Het heeft direct invloed op hoe wijken gebouwd moeten worden. De prijsprofielen van energie gaan heel erg veranderen omdat ze veel meer weersafhankelijk worden. Over tien jaar zijn de stroomprijzen heel anders en dus kan de keuze die je nu maakt, dan heel anders uitpakken. De aanleg van een lokaal energienetwerk kan nu voordeliger zijn dan een warmtepomp per huishouden aanschaffen, maar hoe pakt die keuze over tien jaar uit? Prijzen uit het verleden kan je niet als basis nemen voor die keuzes. Dat geldt voor Tata Steel, maar ook voor een individueel huishouden of een operator van een warmtenet.”

Als we het hele systeem redelijk efficiënt kunnen coördineren, worden de kosten van de transitie zo laag mogelijk gehouden

“Er zit een beperking aan hoe snel we de netten kunnen verzwaren, alleen al omdat er een geweldig tekort aan technici is. Daarom moeten we goed nadenken over waar bijvoorbeeld zware oplaadpunten moeten komen. Denk aan de aanleg van een busremise. Vroeger was een gebouw met neonverlichting en een koffiezetapparaat aan de rand van de stad genoeg. Nu is het handig als je zo’n remise voor elektrische bussen op een knooppunt van het elektriciteitsnet aanlegt. Energie en planologie zijn nu vaak nog behoorlijk gescheiden werelden en dat is in de praktijk lastig.”

Wat kan uw onderzoek de komende jaren betekenen om dit te verbeteren?

“Ik begin binnenkort met een door NWO gefinancierd project dat volgens mij een van de eerste studies is met interactie tussen het lokale en het nationale niveau. Wij verbinden de modellen van warmtenetten in Zuid-Holland met een model van de nationale stroommarkt. Kunnen we simuleren hoe interactie plaatsvindt tussen lokale warmtepompen, de energievoorziening van tuinders, het laden van elektrische voertuigen en het nationale energiesysteem? Wat zijn de meest kansrijke manieren om de pieken op te vangen, zonder de netbeheerders in de weg te zitten op momenten van piekbelasting? Centraal of decentraal, dichtbij de consument?”

“Als dat lukt, kunnen we oplossingen vinden voor netwerkcongestie die in de toekomst nog vaker zal optreden, maar met de juiste oplossingen niet zulke hoge maatschappelijke kosten zal creëren. Zowel met slimmere tarieven en prikkels zodat consumenten zich flexibeler gaan gedragen als met planologische keuzes. De beperkingen van het energienetwerk moeten sterker worden meegenomen in gebiedsontwikkeling en bij de vestigingskeuzes voor grootverbruikers. Als we het hele systeem redelijk efficiënt kunnen coördineren, worden de kosten van de transitie zo laag mogelijk gehouden. Dan worden individuele bewoners en bedrijven niet te veel op kosten gejaagd en wordt ook niet het onmogelijke van netbeheerders gevraagd.”

Hedy van den Berk nieuwe voorzitter De Vernieuwde Stad

Hedy van den Berk is per 1 juli de nieuwe voorzitter van De Vernieuwde Stad, het landelijk samenwerkingsverband van 27 grote, stedelijke woningcorporaties. Zij volgt Cees van Boven op, die de laatste vier jaar voorzitter was. Van den Berk is sinds 2011 bestuurder van de Rotterdamse corporatie Havensteder en is bestuurslid bij het Nationaal Programma Rotterdam Zuid.

Platform31 heeft met Victor Everhardt nieuwe directeur-bestuurder

Victor Everhardt volgt Hamit Karakus op als directeur-bestuurder van kennis- en netwerkorganisatie Platform31 en gelieerd onderzoeksbureau IVO. Afgelopen zomer kondigde Karakus zijn vertrek aan en sinds vorige maand heeft Everhardt zijn taken overgenomen. Everhardt maakte de overstap vanuit het gemeentebestuur van Amsterdam, waar hij namens D66 wethouder Financiën en Economische Zaken was. Daarvoor was hij jarenlang wethouder in Utrecht.

Elise Gerritsen in directie Buck Consultants International

Buck Consultants International heeft met Elise Gerritsen een nieuw directielid. Als bestuurder wordt zij onder andere verantwoordelijk voor de strategieontwikkeling binnen het logistieke adviesbureau. Gerritsen werkte eerder bij Van Gend en Loos, DHL en de UC Groep en adviseerde als zelfstandig adviseur onder andere ProRail en Logistics Valley.

Coen-Martijn Hofland maakt de overstap van BPD naar AM

Coen-Martijn Hofland maakt de overstap van BPD naar gebiedsontwikkelaar AM. Binnen het team van AM Noordwest gaat hij aan de slag als ontwikkelingsmanager voor de Metropoolregio Amsterdam. Hofland werkte hiervoor als stadsontwikkelaar bij BPD en als gebiedsontwikkelaar bij SITE urban development.

Cover: 'Laurens de Vries' door Fotograaf (bron: Bron)

Auteur

Jasper Monster
Jasper Monster

Freelance Journalist en webredacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen