platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Nederlandse conceptontwikkeling inzetten als exportproduct

Nederlandse conceptontwikkeling inzetten als exportproduct

Wouter Spijkerman, gebiedsontwikkelaar bij SITE

15 jan 2014 - In Azië ontdekte gebiedsontwikkelaar Wouter Spijkerman hoe waardevol de Nederlandse manier van gebiedsontwikkeling eigenlijk is. Met onze flexibele plannen en servicegerichte concepten kunnen we ook voor internationale markten het nodige betekenen, zeker nu de kenniseconomie wereldwijd doorzet.

Het begon eigenlijk al tijdens zijn opleiding stedenbouw aan de TU Delft. Die was volgens Wouter te eenzijdig gefocust op ontwerp en vorm. De randvoorwaarden waar je in de praktijk op vaak harde wijze mee te maken hebt, werden in de opleiding vaak buiten beschouwing gelaten. En dat terwijl ook kennismaking met deze facetten cruciaal is als voorbereiding op de realiteit. Bovendien is het vakgebied na 2008 fundamenteel in verandering. De grote masterplannen zijn van de baan, in plaats daarvan gaat het om omgaan met flexibiliteit en nieuwe rollen voor het ontwerp en voor betrokken partijen. Er is een compleet nieuw speelveld ontstaan, waarin ook de ontwerper een andere rol moet pakken. Wouter: ‘Het vakgebied van de stedenbouw is versplinterd geraakt. Iedereen knibbelt eraan. Terwijl de opleidingen nog sturen op de klassieke rol van bouwmeester, die over alle aspecten van een plan zeggenschap en invloed heeft.’

Onderhandelingsmiddel

Wouter studeerde dan ook niet af op een ontwerp, maar op de rol van het ontwerp. Hij wilde ontdekken wat het ontwerp kan doen als communicatie- en onderhandelingsmiddel. ‘Als ontwerper spreek je een soort universele taal. Met het ontwerp kun je gedachten en scenario’s verbeelden. Door het te tekenen, begrijpt iedereen wat er wordt bedoeld. Vaak kom je daar mee verder, iedereen kan zijn aandeel erin herkennen. Door het ontwerp in te zetten als communicatiemiddel steek je het proces heel anders in, op een veel opener manier.’ Toen Wouter zich na zijn afstuderen oriënteerde op de professionele invulling van zijn vak, kwam hij al gauw uit bij gebiedsontwikkeling, vanwege de breedte ervan en de cruciale rol van het ontwerp in ontwikkelingsprocessen. Met een open sollicitatiebrief stond hij bij SITE op de stoep, die de lef wel konden waarderen en hem een plek aanboden. Zo leerde hij het vak in de praktijk kennen, en draaide hij mee op een veelheid aan projecten. Zijn eerste eigen project als projectleider was een strategie om kantorenleegstand aan te pakken in Amstel III. In opdracht van het Ministerie van I en M maakte SITE in 2011 een overzicht van de financial engineering, de marktkansen en hoe de eigenaren de leegstand ervaren. Wouter: ‘Doordat SITE klein en wendbaar is kreeg ik de kans om veel projecten te doen, in een spannende tijd. Wat betekent flexibel ontwikkelen dan precies? Het was een tijd om dat soort dingen uit te vinden. Het werken met essentiekaarten en ontwikkelen vanuit concepten was toen nog echt pionieren.’

Singapore

Maar ergens leefde ook het verlangen om in het buitenland te werken. Die kans kwam voorbij toen zijn partner een opleiding kon beginnen. Ze kozen voor Singapore, waar Wouter een baan zou gaan zoeken. Die had hij uiteindelijk al voordat hij zelfs maar één stap in de Aziatische stadsstaat had gezet. Ook hier weer dankzij een spreekwoordelijke voet tussen de deur, in de vorm van een project dat hij wilde gaan opzetten. Wouter: ‘In Nederland had ik in het kader van de Architectuur Biënnale Making City gewerkt aan het project Winterschool Zuidas. Hoe maak je stad op de Zuidas, oftewel, hoe geef je nu vorm aan het wensdenken van over 20 jaar? Daar hebben we een speciaal programma voor opgebouwd waarin we een keur aan internationale studenten hebben geconfronteerd met alle facetten van ‘stad maken’. Meer dan 30 professionals en professoren hebben hier aan bijgedragen als expert, gastdocent en visiting critic.’ Zo’n formule wilde Wouter ook in Singapore opzetten. Via via kwam hij dankzij zijn plan bij Ascendas terecht, een grote ontwikkelaar en belegger, die vooral actief is in het ontwikkelen van kantooromgevingen, in geheel Azië. Een bedrijf met meer dan 1.000 werknemers, waarvan Wouter de enige niet-Aziaat was. De sollicitatie ging volledig via Skype, inclusief de urendurende casestudies die daar onderdeel van waren. Laten zien wie je bent en wat je plan is, in plaats van een sollicitatiebrief sturen, maakte het verschil, denkt Wouter, een spreekwoordelijke voet tussen de deur. ‘Laat zien welke rol je kan spelen, wees zo concreet mogelijk in wat je wilt.’

Concept

Wouter kwam bij Ascendas terecht op de afdeling Development Planning and Design, een soort conceptafdeling avant la lettre, want echt bekend met die manier van werken is men niet in Azië. Na het tekenen van het masterplan gaat het project vervolgens door naar het grondteam voor de uitdetaillering en de realisatie, waarbij de afdeling Development and Design samen met de financieringsafdeling als toetsende afdeling verantwoordelijk blijft voor de ontwikkeling. Een luxe-positie, zegt Wouter. ‘Wij overzien het geheel en houden de grote lijnen in de gaten. We doen bijvoorbeeld de architectenselectie en sturen de stedenbouwkundigen aan.’ In Nederland bekende begrippen als concept en flexibiliteit introduceerde Wouter binnen de projecten waar hij een rol speelde. Ook in de razendsnelle Aziatische markt zijn deze begrippen waardevol, zegt hij. ‘Je krijgt voortdurend te maken met veranderende regelgeving. De overheid gaat haar eigen gang. Ineens krijg je de mededeling dat er een tienbaans snelweg door je plangebied komt te lopen. Dan kan je dus weer opnieuw beginnen met tekenen. Regels veranderen heel snel, met een flexibel vlekkenplan ben je in staat om die klappen op te vangen. Wat voor ons in Nederland inmiddels gangbare praktijk is, is dus ook voor andere landen waardevol.’

Kenniseconomie

Daarnaast is er ook in Azië de tendens van de opkomende kenniseconomie. Als het flexibele werken doorzet, heeft dat de nodige consequenties voor een grote kantorenontwikkelaar en belegger als Ascendas. Hoewel de Aziatische markt nog niet gewend is om in concepten te denken, zullen ze onder druk van de moordende concurrentie en veranderende vraag toch óm moeten. Wouter: ‘De Aziatische markt denkt alleen in rigide plannen, met vaak grote aantallen en sterk architectuur-gestuurd. Maar ik merkte bij Ascendas dat er zeker de bereidheid is om anders te denken, ik kon daar echt iets brengen vanuit de Nederlandse praktijk. Ze beginnen in te zien dat het beter is om te werken met nieuwe concepten, in plaats van gedetailleerde plannen te maken die dan toch steeds weer van tafel worden geveegd door nieuwe regels. Voor de veranderende kantorenmarkt zijn servicegerichte concepten interessant. Maar vooralsnog is daar het concept van een open kantoortuin nog redelijk nieuw. Terwijl we in Nederland al met de derdegeneratie flexibele verhuurconcepten zoals Spaces werken. Met deze voorbeelden heb ik ze kunnen laten zien dat het ook anders kan.’ Een bijzondere kant van Nederland, ontdekte Wouter. ‘Nederland is echt sterk in formats en concepten. Kijk bijvoorbeeld maar naar de TV-wereld, maar ook in de architectuur en stedenbouw, en nu ook met innovatieve, servicegerichte concepten voor leegstaande kantoren zoals de Atoomclub. Ook in Azië staat men meer en meer open voor een benadering die uit gaat van de ecologische omgeving van een bedrijf, waarbij een analyse wordt gemaakt van klantbehoeften en dergelijke. Campusconcepten waarbij allerlei bedrijfjes bij elkaar kruipen waardoor er kruisbestuiving plaats vindt. Dat zijn echt de assets van Nederland.’

Acceptatie

Ondanks dat Wouter veel kon bijdragen aan de ontwikkelingspraktijk van zijn werkgever en er behoorlijk aan hem getrokken werd, besloten Wouter en zijn partner uiteindelijk om toch terug te keren naar Nederland. De kwaliteit van het Amsterdamse stadsleven en de nabijheid van familie en vrienden gaven daarbij de doorslag. Maar ook de professionele uitdaging in Nederland lonkte. Feitelijk wordt ook hier, onder invloed van de crisis, het vak momenteel opnieuw uitgevonden. Wouter merkte toen hij terug kwam dat een deel van de pijn inmiddels wel is genomen. Zelf kon hij weer terecht bij zijn oude werkgever SITE. ‘We waren laatst met SITE op bezoek in de Plaspoelpolder en ik merk dat de eigenaren nu al zo veel verder zijn dan destijds in Amstel III. Na de fase van ontkenning zitten we nu in de fases van acceptatie en kijken naar nieuwe mogelijkheden.’

Nederland Gidsland

Door de uitbreidende kenniseconomie zal het belang van nieuwe kantoorconcepten alleen maar toenemen, denkt Wouter. ‘De kenniseconomie draait op flexibele concepten. In de VS zie je grote investeerders achter dergelijke concepten gaan staan, zoals Liquid Spaces. Ik geloof er heilig in dat Nederland hier een internationaal gidsland in kan zijn. Kijk bijvoorbeeld ook naar onze manier van gebiedsontwikkeling, dat gaat ook over flexibiliteit, conceptaanpak en integraal denken, maar dan ook op gebiedsniveau. Die gidsrol moeten we nu oppakken. Niet door één op één onze methode neer te planten in China, maar door de juiste elementen eruit te halen, afhankelijk van de lokale behoefte.’ Dat betekent dat we in Nederland veel bewuster moeten zijn van onze sterke punten en deze ook veel prominenter opnemen in bijvoorbeeld het onderwijs. ‘Maak er een product van, dat je kunt exporteren.’

Partijen binden Wouter zit er kortom optimistisch in, hoewel het uiteraard wel even wennen was toen hij weer in de Nederlandse praktijk begon te werken. ‘Daar werkte ik met aantallen van 6.000, hier gaat het om plukjes van hoogstens 60 woningen. Maar uiteindelijk maakt het niet uit, het gaat niet om de aantallen, maar de manier waarop je ontwikkelt.’ Zijn optimisme komt voort uit zijn nieuwsgierige instelling, denkt Wouter. ‘Ik wil weten hoe de wereld in elkaar zit, er scherp op zijn wat er precies gebeurt. Bewust zijn van de werkende principes. Het vakgebied is nu natuurlijk ontzettend spannend. Wat dat betreft kun je als jonge gebiedsontwikkelaar geen betere tijd treffen om in de stedelijke ontwikkeling aan de slag te gaan. Je moet er ondernemend in zitten. Het vakgebied is zo breed op dit moment, je kunt veel lol halen uit de dynamiek. In gebiedsontwikkeling komen zoveel dingen samen. En dan is het natuurlijk fantastisch om je achtergrond als stedenbouwkundige toe te passen. Dat is toch wezenlijk anders dan de rol van procesmanager. Door middel van ontwerpend onderzoek en concepten kun je partijen binden en projecten weer vlot trekken.’

Innoveren

Hoewel hij Het Nieuwe Werken een vervelend buzz-woord vindt, is het wel de realiteit, zegt Wouter. ‘Kijk maar naar de manier waarop grote bedrijven innoveren, die trekken kleine bedrijfjes naar zich toe. Grote bedrijven worden steeds meer een wolk van verschillende bedrijven. Dat soort ontwikkelingen zijn de voedingsbodem voor de economie de komende jaren.’ ‘Wat Singapore mij geleerd heeft is dat je jezelf als land in 60 jaar kunt opbouwen. Alles is daar vanuit de economie opgezet. De sfeer is heel competitief. Daar kunnen wij in Nederland veel van leren. Bijvoorbeeld om kansen te zien en sterke punten uit te bouwen. Zo scoort de regio Utrecht hoog in internationale lijstjes van innovatieve regio’s. Terwijl er nauwelijks gerichte (internationale) investeringen naar toe gaan. Dat kan toch echt veel sterker. Door om te beginnen in kaart te brengen welke business er zit in Utrecht en vervolgens een strategie op te stellen voor hoe je nog meer bedrijvigheid kunt aantrekken. Door dus te denken in business ecologies en vooral niet hetzelfde te doen als de buurman. Kijk nou eerst een kritisch naar jezelf en wat je allemaal te bieden hebt. Ik hoop dat het vakgebied dat bewust gaat oppakken, in onze zoektocht om onszelf opnieuw uit te vinden. Welke rollen kunnen we daarbij oppakken zodat Nederland weer een internationaal gidsland wordt in stedelijke ontwikkeling.’

Zie ook onze andere interviews met young professionals:

Auteur

Portret - Anne Luijten
Anne Luijten

Voormalig hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen