Haan & Laan door Esther Dijkstra (bron: estherdijkstra.com)

Oostenburg in Amsterdam: wat vinden Haan & Laan er eigenlijk van?

7 februari 2024

9 minuten

Casus Haan & Laan recenseren gebiedsontwikkelingen in Nederland. Mooie plannen genoeg, maar hoe pakken ze in werkelijkheid uit? In deze aflevering Oostenburg in Amsterdam. “De wijk staat op een tweesprong. Het wordt een gemoedelijke binnenstadsbuurt of een bruisende stedelijke hotspot.”

Halverwege de 17e eeuw startte aan de oostkant van Amsterdam de aanleg van drie werkeilanden: Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg. Via het IJ en de Zuiderzee stonden die in verbinding met de wereldzeeën, reden voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) om een nieuwe vestiging te openen op Oostenburg. Op drie werven bouwde de VOC in de loop der jaren vijfhonderd schepen. Voor goederenopslag verrees het Oost-Indisch Zeemagazijn, met zes verdiepingen en 215 meter lengte het grootste gebouw van het land. In 1795 ging de VOC failliet. De staat nam alle schulden en bezittingen over. Het imposante magazijn stortte een kwarteeuw later in, de draagkracht was niet berekend op de opslag van vijf miljoen kilo graan.

Via stoom naar diesel

Vanaf 1826 nam de “Fabrijk van Stoom- en Andere Werktuigen” van Paul van Fentener en Dudok van Heel het gebied over. Later ging deze op in het bedrijf Werkspoor. Voor een grote order uit Zuid-Afrika van locomotieven en wagons ontwierp A. L. van Gendt rond 1900 langgerekte fabriekshallen. De Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij (NSM) vestigde zich op de werven. De uitbouw van het spoorwegnet maakte het IJ lastig bereikbaar en dwong de NSM eind jaren twintig te verhuizen naar Amsterdam-Noord. In 1954 fuseerde Werkspoor met Stork uit Hengelo. Succesvol richtte de onderneming zich op de bouw van dieselmotoren. De opkomst van de industrie in lage lonenlanden deed deze bedrijvigheid in 1995 de das om.

Haan&Laan Oostenburg door Ineke Lammers (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

‘Haan&Laan Oostenburg’ door Ineke Lammers (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)


Bijzonder detail: in de jaren zeventig van de vorige eeuw had Stork in Pakhuis Oostenburg een laboratorium voor ultracentrifuge. Medewerker dr. Kahn stal er geheime bedrijfsinformatie, vluchtte en werd de maker van de Pakistaanse atoombom. Zijn kennis ging waarschijnlijk ook door naar Iran en Noord-Korea.

Strijd om functieverandering, vastgoed van hand tot hand

Het verlaten fabrieksterrein tussen de Oostenburgervaart, de Oostenburgerdwarsvaart, de Wittenburgervaart en de spoordijk, trekt de aandacht van Ballast-Nedam, dat hier wel brood ziet in woningbouw. De gemeente wil het echter behouden als werkgebied en wijst de sloopaanvraag van Ballast-Nedam voor de Van Gendthallen in 1997 af. IBC-Vastgoed kan zich wèl vinden in de gemeentelijke inzet, koopt in 1998 80 procent van de grond en opstallen (de rest is van het Rijksvastgoedbedrijf) en stelt een masterplan op. De werkfunctie staat hierin centraal. Het Eilandenoverleg van actieve bewoners streeft naar een menging van werken en wonen. Op initiatief van kunstenaar Titus Dekker krijgen de Van Gendthallen de status van Rijksmonument.

Een theater, horeca en allerlei ateliers floreren jaren in tijdelijkheid op het terrein

Bouwbedrijf Heijmans neemt IBC-Vastgoed over en realiseert bedrijfsverzamelgebouw INIT, 190 meter lang en 19 meter hoog, een glazen reïncarnatie van het Oost-Indisch Zeemagazijn. De grootste huurder is de media-uitgeverij die de redacties van Trouw, de Volkskrant, The Moscow Times en Het Parool herbergt. De gemeente is medefinancier voor een vestiging van de Stadsreiniging in de plint.
Heijmans verkoopt in 2004 de Van Gendthallen aan woningbouwvereniging Het Oosten. Vier jaar later gaat de gemeente alsnog overstag: het masterplan krijgt geen politieke steun, woningbouw is wenselijk. Daarop neemt fusiecorporatie Stadgenoot ook de rest van het bezit van Heijmans over, met de afspraak dat de aannemer er later mag bouwen.

Organische stedenbouw

Een theater, horeca en allerlei ateliers floreren jaren in tijdelijkheid op het terrein. Ook na de overname door Stadgenoot, omdat de vraag naar nieuwbouw inzakt door de kredietcrisis. In brede kring gaat men er na een paar uitzichtloze jaren van uit dat het voorgoed voorbij is met de grootschalige woningbouw, en dat dit ook goed is. “Een echte stad groeit geleidelijk door de jaren heen,” schrijft stedenbouwkundig bureau Urhahn in het werkboek Stadswerf Oostenburg in 2012 in opdracht van Stadgenoot. En: “Hier voeg je niet in een paar jaar een nieuwe woonwijk toe.”

Oostenburgermiddenstraat door Haan en Laan (bron: Haan en Laan)

‘Oostenburgermiddenstraat’ door Haan en Laan (bron: Haan en Laan)


Slow urbanism wordt het motto, pandje voor pandje, met betrokkenheid van veel kleine initiatiefnemers. De waarborgen voor de samenhang zitten in regels over bouwvelden, kavels en de openbare ruimte, later uitgewerkt in een beeldkwaliteitplan. De gemeente schrijft een Nota van Uitgangspunten op basis van het werkboek, omwonenden richten de Buurtwerkgroep Oostenburg-Noord op die de planvorming van commentaar en alternatieven voorziet. Het lukt hen onder meer het percentage sociale woningbouw te verhogen en één van de Werkspoorhallen uit 1929 te behouden.

Versnelling en grootschalige bouw

De gemeenteraad stelt in 2016 het bestemmingsplan Stadswerf Oostenburg met uitwerkingsplicht vast. De beoogde verhouding wonen en werken is 50/50, de ruimte voor nieuwe woningen en bedrijfsruimte bedraagt 188.000 m2 bvo, de bandbreedte voor wonen 96.000 tot 133.000 m2. Stadgenoot Ontwikkeling I BV, een 100 procent dochter van Stadgenoot, is gebiedsregisseur en voert een grondexploitatie voor haar eigen bezit.
Over het opstellen van uitwerkingsplannen laat men geen gras groeien, gezien de onverwacht grote vraag naar woningen. Begin 2018 verkoopt het Rijksvastgoedbedrijf zijn kavel voor 450 woningen, bedrijfsruimte en parkeren aan ontwikkelaars Steenwell en VORM. De eerste palen gaan de grond in voor een hotel en een bovengrondse parkeergarage. Stadgenoot verkoopt diverse kavels en de Werkspoorhal aan VORM, biedt ruimte aan zelfbouwers en woongroepen en huisvest eind 2020 de eerste bewoners, 96 jongeren met een huurcontract voor vijf jaar.

Deze locatie kent vooral grote maten. Alles is langer, breder, hoger en rauwer dan in doorsnee gebieden

De Van Gendthallen, in 2014 door Stadgenoot afgestoten in een tijd dat de woningcorporaties door minister Blok terug werden geworpen op hun kerntaken, gaan na de restauratie ruimte bieden aan cultuur, sport en horeca, met als publiekstrekker het Drift Museum. De dagbladredacties trekken dit jaar weg uit het INIT. Er ligt een herontwikkelingsplan voor een opener gebouw en 16.000 m2 extra vloeroppervlak.
In totaal komen er circa 1.900 woningen, de laatste op te leveren in 2025.

Wat zien we

Vanuit het zuiden lopen we de buurt in. Aan de Oostenburgergracht treffen we een herinneringsplaquette over Tsaar Peter de Grote. De burgemeester van Amsterdam had in 1697 een gated community voor hem beschikbaar gesteld. Een hele eigen scheepswerf als een rustige werk-woonplek waar de tsaar het scheepsbouwvak leerde. Langs de gracht herinneren fraaie gevels nog aan de pracht en praal van de VOC.
In de Compagniestraat en directe omgeving staan prettige stadsvernieuwingsblokken uit de jaren tachtig. Gevarieerde woningbouw, diverse kleuren baksteen, subtiele gevelverspringingen en flink wat ogen op straat. Een bewoner die op driehoog zijn balkon schoonmaakt, hoort Haan & Laan beneden discussiëren: “Het is hier prima wonen, met uitzicht op dat pakhuis,” roept hij en wijst naar Pakhuis Oostenburg met zijn zeventig centimeter dikke buitenmuren uit 1720.
Dit pakhuis werd een vriendelijk woongebouw. We mogen de gemeenschappelijke binnenruimte in. We zien sporen van allerlei bewonersactiviteiten en buitenschoenen staan op keurige matten bij voordeuren. Maar ook een waarschuwingsbord: ‘Geen peuken naar beneden gooien’. Andere nabije parels zijn blokken arbeiderswoningen uit eind 19e eeuw en de platanen in het royale Oostenburgerpark, wegens nattigheid helaas deels afgesloten.

Alles een maatje groter

Via een stoere ophaalbrug betreden we het noordelijke deel van de wijk. De sfeer verandert totaal. Deze locatie kent vooral grote maten. Alles is langer, breder, hoger en rauwer dan in doorsnee gebieden.
Laan kijkt zijn ogen uit naar de bakstenen Van Gendthallen, ruim 13.000 vierkante meter groot. Hijzelf bewoont elders een rijksmonument van A. L. van Gendt, maar dan het meest bescheiden type woningbouw van deze architect. De restauratie is in gang gezet. Aan de Oostenburgermiddenstraat zijn kleine, jonge bomen geplant. Een belofte om de wijk toch een groen tintje te geven. Voor echt groen zijn bewoners op de omgeving aangewezen: het Oostenburgerpark, het Funenpark en het toekomstige park langs de spoorlijn.

Ruime woongebouwen

We lopen de Willem Parelstraat in. Aan beide kanten ruime woonblokken. Voor het eerst vallen royaal uitgevoerde inpandige fietsparkeervoorzieningen op, we gaan ze overal tegenkomen. Prominent aanwezig, prettig toegankelijk op de begane grond. We zien bovendien de praktijk van het principe van de werfvloer. Langs de gevels ligt een strook klinkers die doorloopt tot in de woongebouwen. Deze vondst pakt goed uit.
We slaan de hoek om. Opnieuw een interessante ervaring. Weer afwisseling in materiaalkeuze en woongebouwen. Vijf of zes lagen, mooie hoogtes. Veel grote ramen, kleinere balkons, royale maatvoeringen. Hierachter is een binnentuin ingericht, maar zonder verblijfskwaliteit. Na het betreden van een betonnen trap zonder leuning kun je een kort rondje lopen. En vanuit de huizen kijk je uit op een interessant ontwerp. Een kijktuin dus. Begrijpelijk, want als mensen hier van alles gaan doen, geeft dat veel geluidsoverlast voor de bewoners.

INIT voortgezet

Vanuit café ‘Papa Zatarra’ hebben we prachtig uitzicht op de vele lopers, fietsers en bezorgers rond dit kruispunt bij De Admiraal. Deze toren, met veertien etages, toont aan een zijde toch wel een erg ruw betonnen afwerking. Verderop staat horecapand Roest te huur. We gaan verder de Jacob Bontiusplaats op met het INIT, de enorme glazen doos van zes lagen. Maar nu valt het kwartje. De uitstraling van de woningen is vooral het voortzetten van dit eerste vernieuwingsproject. De meeste nieuwbouw refereert aan het INIT.

Openbaar binnenterrein door Haan en Laan (bron: Haan en Laan)

‘Openbaar binnenterrein’ door Haan en Laan (bron: Haan en Laan)


Binnenterreinen

De Soerapatistraat kruist een volgend binnenterrein. Ook hier nauwelijks aangename verblijfsruimte, laat staan een speelplek voor kinderen. Kris kras aangelegde betonnen schotsen zijn ook een probaat middel om kinderen, hun ouders en vijftigplussers weg te jagen. De panden eromheen ogen indrukwekkend. Een heel woongebouw is zelfs bekleed met cortenstaal. Toegangsruimtes en doorsteekjes zijn deels afsluitbaar en ‘hufterproof’ gemaakt. Maar ook vormen sommige herbergzame plekken een paradijs voor zwervers. Zoals een keldertrap met steile treden en fietsgoten die leidt naar niets.

Begane grondwoning als aquarium

Veel bewoners lijken bezig met in- en uitpakken, ook al zijn de huizen al een tijdje bewoond. Zij hebben blijkbaar geen tijd om de inrichting af te maken, overal treffen we achter de ruime ramen half open dozen. Huisplanten zijn kaal, krijgen al een tijd geen water of andere aandacht en lijken inmiddels rijp voor recycling. Ramen tot aan de grond en dus veel inkijk. Begane grondwoningen zijn vaak een aquarium: je ziet wie er zijn en wat ze doen. Vele plinten, bedoeld voor ondernemingen, staan nog leeg. Misschien pas echt aantrekkelijk wanneer straten definitief zijn ingericht. Op een aantal plekken zijn wel zaken gevestigd, zoals een ‘Open Gym’, een bakkerij en een rum-verkooplokaal.

VOC-Kade, Wittenburgergracht door Haan en Laan (bron: Haan en Laan)

‘VOC-Kade, Wittenburgergracht’ door Haan en Laan (bron: Haan en Laan)


Af en toe kijken we omhoog om iets te ontdekken van het leven op de dakterrassen, een van de beloofde groene verblijfskwaliteiten voor bewoners. Lastig te beoordelen zonder drone. Haan nam hier ooit deel aan een manifestatie tegen het kabinet Lubbers, maar de Werkspoorhal is gerestaureerd en recent verkocht voor commercieel gebruik. Het invullen van deze industriekathedraal lijkt ons een behoorlijke puzzel. De VOC-Kade is definitief ingericht. Stelconplaten vormen de basis van plaveisel. Hier niet meer de betonnen stootblokken die je nog overal ziet om het verkeer te scheiden, materialen te beschermen en rijsnelheden te beïnvloeden.

De kop van de kade biedt een prachtig vergezicht op de Dijksgracht langs de spoorbaan westwaarts, richting binnenstad en Centraal Station. Op de tekentafel ligt een park met fiets- en looproute. Dit ommetje doen betekent wel al gauw een paar wandel- of fietskilometers.

We passeren Inntel Hotel Amsterdam Landmark, een naam die past. Langs de Pieter Goosstraat komen we bij de derde binnentuin. Een simpel gazon en overdag afgesloten. Langs de Buurtkamer en het laatste braakliggende part van de wijk lopen we langs het autopakhuis van Q Park met 700 plekken. Ook elders en in het INIT zijn er bij elkaar nog 300 parkeerplaatsen, allemaal keurig weggewerkt uit het straatbeeld.
We eindigen onze speurtocht bij de zandvlakte waar het buurtplein en de laatste 300 woningen komen.

Wat vinden we er van

Algemeen

We zien een levendige buurt in zeer hoge dichtheid met een unieke mix van wonen, werken en recreatie. Sferen van hightech en nostalgisch industrieel lopen in elkaar over. Doordacht ontworpen met veel gepigmenteerd beton, glas en staal en stelconplaten als openbare vloerbedekking. Elke hoek, per pand, steeg of per straat biedt een verrassing. De auto is weldadig afwezig in het straatbeeld, evenals geparkeerde fietsen. Dertigers domineren de straten. Welgeteld zagen we op deze zaterdagmiddag één kind en één hond. Spiegelingen en weerkaatsingen van al het glas geven soms onherbergzame effecten.

Buurt op een tweesprong

Enerzijds heeft de buurt met zijn ligging in de luwte van de stad, autoluwe inrichting en doordachte overgangen tussen woongebouwen en openbare ruimte de potentie zich te ontwikkelen tot een gemoedelijke binnenstadsbuurt, waar het leven zich deels op straat afspeelt en je je als bezoeker buitenstaander voelt. Het toekomstige buurtplein zou dan zo groen mogelijk moeten zijn.

Wonen: binnen en buiten door Haan en Laan (bron: Haan en Laan)

‘Wonen: binnen en buiten’ door Haan en Laan (bron: Haan en Laan)

Anderzijds kan Oostenburg ook uitgroeien tot een nieuwe stedelijke hotspot, waar bewoners zich moeten terugtrekken op hun balkons en groene daken. Alle ingrediënten daarvoor zijn aanwezig: de omvangrijke werk- en recreatiemogelijkheden in het INIT en de hallen, de ligging nabij de binnenstad, makkelijke autobereikbaarheid en het groot aantal te verlenen terrasvergunningen.
Menging van wonen en werken is een aloud ideaal, maar hoe voorkom je dat ze elkaar in de wielen rijden? Een dilemma dat om aandacht en sturing vraagt.

Vinger aan de pols bij de kleinschalige bedrijvigheid

Inzet is ook nodig voor de kleinschalige bedrijvigheid. Vele lege plinten wachten nog op ondernemers. De reeds gevestigde ondernemingen mikken op lichamelijke verzorging en horeca, beide kwetsbare sectoren. Wanneer langdurige leegstand dreigt, onderzoek dan of sommige adressen tot woningen of woonwerkruimtes zijn om te toveren.

Houd fietsen en lopen uit elkaar

Geen auto’s op straat, evenmin geparkeerde fietsen. Van wie is dan de openbare ruimte? Garandeer goede scheidingen tussen fietsen en lopen, essentieel voor veiligheid en gebruikskwaliteit. De werfvloer moet veilig en aantrekkelijk zijn voor lopen, wandelen, flaneren en het uitlaten van honden. De steeds grotere snelheidsverschillen tussen voetgangers en fietsers en tussen rijwielen onderling vereisen een nauwkeurige inrichting, tot stand gekomen op basis van proefopstellingen, ondersteund door doordachte situering van het straatmeubilair.

Beheer de zones tussen hekken en voordeur intensief

Een nouveauté zijn de vele transparante, vaak fraai vormgegeven, goed verlichte en stevige hekwerken. Zij bieden toegang tot fietsenstallingen, trappenhuizen en binnenterreinen. Hier kom je thuis, hier komen je bezoekers binnen en houd je ongenode gasten buiten. Hanteer de hoogste maatstaven van beheer om de huidige hoogwaardige uitstraling van deze overgangszone tussen publiek en privé vast te houden.

Een al wat oudere docu over Oostenburg maar wel met een interessant discours over verdichting.


Cover: ‘Haan & Laan’ door Esther Dijkstra (bron: estherdijkstra.com)


Derk van der Laan - LinkedIn, 2020

Door Derk van der Laan

Derk van der Laan (1954), sociaal geograaf, was projectleider bij Werkgroep 2000 en coördinator van Initiatiefgroep Wijs op Weg. Later was hij zelfstandig adviseur en journalist. Tegenwoordig schrijft hij over ruimtegebruik en mobiliteit, onder meer via zijn website gewoongezondlopen.nl.

Joop de Haan - LinkedIn, 2020

Door Joop de Haan

Joop de Haan (1952), stadssocioloog en was onder meer sectorhoofd Wonen/Werken in Stadsdeel Westerpark, directeur van het Projectbureau Vernieuwing Bijlmermeer en directielid bij het Projectmanagementbureau van de gemeente Amsterdam.


Meest recent

Groene wildernis in New York door Why Factory (bron: Nai Publishers)

The green dip, het moet allemaal nog veel groener – en rap graag

Recensent Jaap Modder las ‘The green dip’, de nieuwste publicatie van The Why Factory Het bevat een stappenplan voor meer groene wildernis in de steden. Modder is na eerste bestudering kritisch maar stelt dat oordeel later bij.

Recensie

17 juni 2024

Wonen aan de Schoolpad in Laren door Tulp8 (bron: Wikimedia Commons)

Leefwerelden van arm en rijk zijn steeds meer gescheiden, maar mede via gebiedsontwikkeling is daar iets aan te doen

Het Sociaal Cultureel Planbureau onderzocht in hoeverre welvarenden en minder welvarenden mensen ontmoeten buiten hun eigen welvaartsniveau. Steeds minder, is de conclusie. Gemeenten kunnen hier iets aan doen, mede door te letten op het woningaanbod.

Analyse

17 juni 2024

De groene stad door SARYMSAKOV ANDREY (bron: Shutterstock)

Maak energie nu al integraal onderdeel van de verstedelijking van morgen

Verdere verstedelijking is nodig om aan de woningvraag te voldoen. Een van de grote opgaven daarbij is het energievraagstuk. Paul van den Bragt laat zien dat dit meer is dan het oplossen van het acute probleem van netcongestie.

Analyse

14 juni 2024