Davenport Iowa in 2019 door Real Window Creative (bron: Shutterstock)

Planning voor weerbare steden in een onzekere toekomst

4 mei 2026

8 minuten

Recensie In de Great Books-serie van de Master City Developer opleiding ging Arun Jain op 24 maart met een volle zaal in Delft in debat over zijn nieuwe boek Reframing Cities for Resilience: Embracing Complex & Uncertain Futures. Frank van Oort mocht referent zijn en las het van tevoren. In een wereld die steeds sneller verandert en waarin onzekerheid de norm is geworden, biedt het boek – een magnum opus – een broodnodige kritische blik op hoe we onze steden plannen, ontwerpen en beheren.

Met meer dan vier decennia aan ervaring in de stedelijke ontwikkeling betoogt Jain in zijn nieuwste publicatie dat de traditionele methoden van stadsplanning en ontwerp ontoereikend zijn om de huidige en toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden. Het boek biedt een kritische analyse van stadsplanning. Het is geen opsomming van successen of mislukkingen, maar, na een grondige uiteenzetting van leidende principes, eerder een diepgaande analyse van de zwakheden binnen de huidige planning- en stedenbouwkundige discipline. Jain pleit voor een fundamentele heroverweging van professionele en academische benaderingen, die volgens hem vaak te simplistisch zijn en onvoldoende rekening houden met de inherente complexiteit van stedelijke omgevingen.

Dieper begrip

Steden zijn volgens Jain open-eindige, complexe systemen die voortdurend evolueren. Het huidige beleid is te reactief in plaats van proactief. Een van de centrale boodschappen van het boek is dat we de toekomst niet hoeven te voorspellen om ons erop voor te bereiden. In plaats daarvan moeten we ons richten op het creëren van veerkrachtige en adaptieve systemen. Dit vereist een bredere multidisciplinaire benadering, waarbij inzichten uit diverse vakgebieden worden geïntegreerd. Jain bekritiseert de neiging tot oversimplificatie en pleit voor een dieper begrip van de complexe krachten die stedelijke ontwikkeling beïnvloeden, zoals economische, sociale, culturele en technologische factoren.

Jain onderstreept het belang van het begrijpen van stedelijke netwerken en hun onderlinge afhankelijkheden

Om een meer weerbare stad te plannen, presenteert het boek een verscheidenheid aan voorstellen voor theorie en praktijk, en vooral de relatie daartussen. Jain introduceert belangrijke concepten zoals VUCA (Volatiliteit, Onzekerheid, Complexiteit, Ambiguïteit) en BANI (Broosheid, Angst, Niet-lineair, Onbegrijpelijk) om de huidige staat van onzekerheid te karakteriseren. Hij legt de principes van “wicked problems” uit, complexe problemen zonder eenduidige oplossingen en bespreekt Jevon’s Paradox, die stelt dat een efficiënter gebruik van middelen kan leiden tot meer consumptie. Een belangrijke stap is om deze complexiteit te erkennen en te omarmen. De auteur moedigt daarvoor een holistische benadering aan, waarbij de nadruk ligt op het “bewaren, verbeteren en creëren” van stedelijke elementen. Dit idee is vergelijkbaar met de rol van een “stedelijke dokter,” die diagnoses stelt, beter maakt, maar ook aan preventie doet.

Open en complexe systemen

Jain benadrukt dat het omarmen van complexiteit, het ontwikkelen van een langetermijnvisie en het nemen van berekende risico's essentieel zijn. Hij onderstreept het belang van het begrijpen van stedelijke netwerken en hun onderlinge afhankelijkheden. In plaats van generieke oplossingen te bieden, wordt gepleit voor contextspecifieke benaderingen. Een holistische benadering in stedelijke ontwikkeling is nodig omdat traditionele, silo-georiënteerde methoden en paradigma’s ontoereikend zijn om de complexe en veranderende aard van steden aan te pakken. Jain benadrukt dat steden open, complexe systemen zijn met onderling verbonden netwerken. Door een breed scala aan disciplines te integreren, inclusief die welke doorgaans gemarginaliseerd worden, kunnen we een beter begrip krijgen van de complexe krachten die stedelijke ontwikkeling vormgeven.

Reframing Cities for Resilience. Embracing Complex & Uncertain Futures

Reframing Cities for Resilience. Embracing Complex & Uncertain Futures door Routledge (bron: Routledge)

Auteur
Arun Jain

Uitgever
Routledge

Jaar van uitgave
2026

Aantal pagina’s
290

Prijs
45,99 euro (paperback)

Dit stelt ons in staat om meer veerkrachtige en adaptieve oplossingen te ontwikkelen die niet alleen de fysieke infrastructuur, maar ook sociale systemen, culturele normen, technologie en menselijk gedrag omvatten. Een holistische benadering is essentieel om de huidige stedelijke uitdagingen, zoals groeiende ongelijkheid, klimaatverandering en de impact van technologie, effectief aan te pakken – en tegelijkertijd stedelijke gebieden veerkrachtig te maken voor onzekere toekomsten.

Overstroming, orkaan Debby, Florida door Bilanol (bron: Shutterstock)

‘Overstroming, orkaan Debby, Florida’ door Bilanol (bron: Shutterstock)


De impact van technologie op stedelijke ontwikkeling wordt in een apart hoofdstuk uitgediept. Hoewel technologie krachtige hulpmiddelen biedt, waarschuwt het boek voor de valkuil van het blindelings omarmen ervan. Benadrukt wordt dat technologie slechts een hulpmiddel is; de effectiviteit ervan hangt af van de juiste toepassing en de gestelde vragen. Mensenwerk dus. De focus moet liggen op het oplossen van reële behoeften van bewoners en bedrijven in plaats van technologie te gebruiken om behoeften te creëren. Jain hekelt de ‘smart city’-hype en wijst op de ondoorzichtige, dure en inflexibele aard van complexe simulatiesoftware, die vaak niet transparant genoeg is om kritisch te beoordelen.

Economische ecosystemen

Wat precies gemarginaliseerde disciplines en paradigma’s zijn, wordt niet meteen duidelijk. Duurzaamheids- en innovatiewetenschappen, sociale theorie en economische theorie in relatie tot stedelijke planning zijn kandidaat: ze zijn er soms te weinig, en soms teveel. In het boek zelf speelt de stedelijke economie (mijn vakgebied) een cruciale rol binnen de bredere discussie over veerkracht en holistische stedelijke ontwikkeling. Jain benadrukt dat steden niet alleen fysieke structuren zijn, maar ook economische ecosystemen. Hij stelt dat het begrijpen van economische dynamieken, zoals werkgelegenheid, investeringen en lokaal ondernemerschap, essentieel is voor het creëren van een duurzame en veerkrachtige stad. De interacties tussen economische factoren en andere stedelijke elementen zoals milieu, infrastructuur en sociale structuren moeten worden verbeterd: een duidelijk appel aan ons tegenwoordige brede welvaart denken.

Jain bespreekt ook gedetailleerd hoe een sterke stedelijke economie moet worden opgebouwd met een focus op duurzaamheid. Dit houdt in dat economische groei niet ten koste mag gaan van sociale gelijkheid of ecologische stabiliteit. In plaats van zich enkel te concentreren op economische groei, pleit hij voor een model dat ondersteuning biedt aan lokale gemeenschappen en ondernemers, wat kan bijdragen aan een meer veerkrachtige en inclusieve stedelijke economie. Dit gaat niet zonder uitdagingen, zoals de opkomst van de informele economie en de impact van globalisering of juist de-globalisering (vanwege nagestreefde strategische autonomie). In het streven naar economische efficiëntie kunnen belangrijke sociale en culturele waarden worden verwaarloosd. Economische veerkracht, waarbij steden zich moeten aanpassen aan veranderingen in de wereldwijde economie en lokaliseren wat werkt voor hun specifieke context, is uiteindelijke een cruciale pijler onder maatschappelijke veerkracht.

Uiteenlopende paden

Zo werd ik bij lezing een fan van dit boek, dat als een voorlopig magnum opus van deze auteur een belangrijke boodschap heeft, ondersteund door de vele geïntegreerde praktijkvoorbeelden waar Jain in zijn loopbaan aan gewerkt heeft. Maar er komen gaandeweg het boek ook belangrijke dilemma’s naar voren, waar een holistische benadering alleen geen sturing in geeft. Ze hebben vooral betrekking op de spanning tussen de lange termijn (met een doel, stip aan de horizon) en de korte termijn (hoe daar te komen). Die spanning moet Jain zelf ook gevoeld hebben, want op verschillende plekken in het boek benadrukt hij de uiteenlopende paden in de tijd. Ik herken een stokpaardje van mijzelf in de constatering dat revolutie nodig is (“systemic change and improvements”), maar dat evolutie (“incrementalism”) het tempo bepaalt en tot meer draagvlak leidt. Jain gruwt van dat incrementalisme, het frustreert zijn positieve stedelijke veranderingsfocus, maar ondertussen moeten we er wel mee omgaan. Zeker als 95 procent van de stad er al staat en we steden tegelijkertijd economisch, inclusief en duurzaam willen ontwikkelen. Wat goed is voor de ene dimensie, is dat niet direct ook voor de andere.

Departure terminal 3 in Rome Fiumicino Airport door Mazur Travel (bron: Shutterstock)

‘Departure terminal 3 in Rome Fiumicino Airport’ door Mazur Travel (bron: Shutterstock)


Er wordt bepleit dat bewoners en bedrijven hiertoe gecompenseerd moeten worden voor marktfalen (“market inadequacies”), leidend tot een meer rechtvaardige herverdeling (“welfare distribution”). Dit had direct uit een economisch tekstboek kunnen komen. Maar dit praktisch omgaan met neveneffecten van stedelijke investeringen staat op gespannen voet met de aanbeveling om nu waarde te lenen van de toekomst door te werken met missies die later uitbetalen (hier leunt het boek sterk op het werk van Mariana Mazzucato). Innovatieve ideeën zijn immers “non-traditional”, vergen moed en acceptatie van risico (de slotstelling van de boekdiscussie in Delft). Interventie is er eigenlijk ook al genoeg, wellicht zelfs te veel (een argument in hoofdstuk 4 van het boek).

Stedelijke dokter

Maar hoeveel kunnen we uit de toekomst lenen, tegen welk rendement? We zijn al druk genoeg met het telkens aanpassen aan nieuwe omstandigheden (na de kredietcrisis kwam Covid-19, en vervolgens de oorlogen in Oekraïne en Iran, en geopolitieke spanningen wereldwijd) die concurrentieposities en bestaanszekerheid onder druk zetten. Het zijn zowel katalysatoren als remmingen voor risicovolle vernieuwing. Een evaluatie van de impacts van de ene schok wordt opgeschort omdat de volgende zich al aandient. De stedelijke dokter die Jain graag ziet heeft het er maar druk mee: zolang de patiënt niet stabiel is, betekent weerbaarheid vooral herstellen en minder preventie of gedragsverandering. Wel of geen marktinterventie, missies of mission-impossibles, innovatie met nieuwe en bestaande belangen: ze zorgen ervoor dat tussen droom en daad nogal wat in de weg staat. Het boek merkt impliciet de dilemma’s op, maar lost ze (nog) niet op.

De nadruk op veerkracht, duurzaamheid en een multidisciplinaire aanpak is cruciaal voor de toekomst van stedelijke omgevingen

Het is bijzonder dat een boek dat multidisciplinariteit voorop zet en zoveel economische redeneringen gebruikt, vrijwel geen (stedelijk) economische literatuur aanhaalt. Zelfs in de uitgebreid aangehaalde strategieën voor circulaire economie, donut-economie, de-growth en ethisch kapitalisme in steden, is behalve in de naam weinig economisch gedachtengoed verwerkt. Hier is veel meer te verbinden om tot integratie van disciplines te komen. Jain merkt wel fijntjes op dat binnen de plannings- en stedelijke ontwerp discipline het gat tussen theorie en praktijk steeds groter wordt, omdat ze elkaar volgens hem steeds minder aanvullen en uitdagen. Zijn definitie van waar planning over zou moeten gaan (“much of what people hope for in cities is qualitative, quality of life”) lijkt inmiddels echter wel op de oudste definitie van economie (en brede welvaart): dat wat mensen van waarde vinden. Dat ik ter bestudering daarvan als econoom meer modelmatige analyses er voor gebruik is niet omdat ze de waarheid weergeven (Jain merkt terecht op dat “models are always wrong”), maar omdat ze ontworpen zijn om dilemma’s en afwegingen in kaart te brengen. Hun uitkomsten horen onjuist te zijn, zodat we ons afvragen waar dat door komt. Dat Arun Jain en ik sterk tot elkaar kwamen op 24 maart in Delft komt door de uitdaging van brede welvaart: ondanks de dilemma’s zoeken we beiden naar identificatie van wat werkt en niet, in theorie en praktijk, voor bewoners en bedrijven, en dat moet multidisciplinair.

Krachtige oproep

Reframing Cities for Resilience draagt dat uit en is een essentieel werk voor iedereen die betrokken is bij stedelijke ontwikkeling, van beleidsmakers en planners tot architecten en burgers. Het boek daagt de status quo uit en biedt een inspirerende visie op hoe we onze steden kunnen transformeren tot meer veerkrachtige, adaptieve en mensgerichte omgevingen voor de toekomst. De nadruk op veerkracht, duurzaamheid en een multidisciplinaire aanpak is cruciaal voor de toekomst van stedelijke omgevingen. Bij open-eindige, complexe systemen die voortdurend evolueren in steden kan iedereen zich iets voorstellen, maar Jain weet zijn inzichten en aanbevelingen om te vormen tot een krachtige oproep tot actie. Hij spoort ons aan om niet alleen over de structurele vormen van de stad na te denken, maar ook over de economische en sociale dynamiek, en de menselijke(r) dimensie van stedelijke ontwikkeling.


Cover: ‘Davenport Iowa in 2019’ door Real Window Creative (bron: Shutterstock)


Frank van oort

Door Frank van Oort

Professor ruimtelijke economie aan Erasmus Universiteit Rotterdam


Meest recent

Davenport Iowa in 2019 door Real Window Creative (bron: Shutterstock)

Planning voor weerbare steden in een onzekere toekomst

Frank van Oort las Reframing Cities for Resilience van Arun Jain. Een meesterwerk, vindt hij. In een onzekere wereld die steeds sneller verandert, biedt het boek een broodnodige kritische blik op hoe we onze steden plannen, ontwerpen en beheren.

Recensie

4 mei 2026

Hofbogen en station Hofplein, Rotterdam door Jan Geerling (bron: Wikipedia Commons)

Transformatiekaders bij erfgoed, geen ‘kader’ maar juist ‘ruimte’

Bureau BMC onderzocht de ‘Transformatiekaders’ die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vier jaar geleden introduceerde. Simone Diegenbach bekeek de werking van de handreiking en verkent de toepassing van erfgoedwaarde bij ruimtelijke opgaven.

Onderzoek

4 mei 2026

Ingang van De Hallen, Amsterdam door Kiev.Victor (bron: Shutterstock)

Functiemenging in het ruimtelijk domein, van vastgoedlogica naar gebiedslogica

Functiemenging wordt vaak gezien als dé route naar levendige, toekomstbestendige steden. De vraag is echter in hoeverre de huidige invulling ervan daadwerkelijk leidt tot de beoogde stedelijke dynamiek, zo betoogt Mark Eichner.

Analyse

1 mei 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op