platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Verzilver aandacht voor biodiversiteit met kennis van de bodem

Verzilver aandacht voor biodiversiteit met kennis van de bodem

Bodemdierendagen 2018

Een duizelingwekkende hoeveelheid infographics en tekst. Dat is wat Jaap Modder over zich heen kreeg bij het openslaan van ‘Biodivercity’. Daarin staat het belang van het bodemleven centraal. “Heel veel ontwikkelaars zien inmiddels de waarde van flora en fauna in steden. Dit boek laat zien dat een vitale bodem daarvoor een essentiële voorwaarde is.”

Het telt 122 pagina’s en verschijnt in een iets groter formaat dan A4. Een groot en stevig boek. Rijk geïllustreerd is een understatement. Er komt een duizelingwekkende hoeveelheid infographics langs, soms op uitklapbare pagina’s, allemaal verzorgd door een groep van negen mensen. Complexe schema’s maar ook prachtige en bladvullende afbeeldingen van wormen, kevers, mieren en andere bodemdiertjes op dundrukpapier. Het is een explosie van beelden. Ja, en ook nog tekst, heel veel tekst, Engelstalig, voor een internationaal publiek dus.

Maar liefst veertien auteurs schreven eraan. Als je het boek openslaat staat daar de City of Amsterdam boven de uitgever vermeld, nai010publishers. Maar er zijn meer instanties verantwoordelijk voor deze titel. ‘Biodivercity, a matter of vital soil!’ (een Amerikaanse woordspeling) is weliswaar een initiatief van de gemeente Amsterdam, het is daarnaast het product van een samenwerking met experts van Artis, het Nieuwe Instituut, Inside Out (Petra Blaisse), Naturalis en het Nederlands Instituut voor Ecologie in Wageningen, NIOO-KNAW.

Multimedia

Het boek opent met een serie van zes foto’s, vanuit een laag standpunt genomen, waarop onaanzienlijke plantjes tussen de stenen van de stad uitkruipen. Daarna volgen zestien tekstbijdragen gelardeerd met de al genoemde exuberante illustraties. Ze zijn verdeeld over vier blokken: een intro, een deel dat biodiversiteit in de stad beschrijft, de ontwerpopgave voor de openbare ruimte en tenslotte het onderzoek naar biodiversiteit in de stad.

Werken in openbare ruimte Amsterdam

‘Werken in openbare ruimte Amsterdam’ door Ingrid Oosterheerd (bron: BioDiversity)

Biodivercity is enige tijd geleden gepresenteerd in Pakhuis de Zwijger. En het Amsterdamse architectuurcentrum ARCAM wijdt een tentoonstelling aan dit issue onder de naam ‘Sub terra, new roots for underground urbanism’. En als ik het wel heb is dit onderwerp, middels deze publicatie, ook geagendeerd tijdens de Biënnale voor Architectuur in Venetië. Het is verder te vinden op een website van Amsterdam onder de naam ‘open research’ en er is een vijftal podcasts gemaakt onder de titel ‘Hier gebeurt het’. Het maakt duidelijk dat als je in deze tijd aandacht voor een onderwerp wilt, je er dan maar beter een multimediastrategie voor kunt ontwikkelen.

Andere planning

Het concept, en ik neem aan het idee en/of initiatief voor dit alles, is afkomstig van Joyce van den Berg, landschapsarchitect bij de gemeente Amsterdam en Hans van der Made. En om maar meteen een lang verhaal kort te maken: Amsterdam wil naar een verandering in de planning van de stad. Of beter: van de openbare ruimte en werkt aan een ‘integrale ontwerpmethode voor de openbare ruimte (IOOR)’. Het is nog ‘work in progress’ maar wordt inmiddels op een aantal locaties in de stad toegepast en, dat is nu al duidelijk, het vraagt om aangepaste regelgeving om dat allemaal effectief te laten zijn. Dat laatste maakte ik op uit één van de podcasts waar Joyce van den Berg vertelt hoe het zit en hoe het moet.

De Nederlandse bodem heeft een probleem, in de steden en ook daarbuiten

Het zou flauw zijn om te melden dat de boodschap van dit boek er alleen maar uit bestaat om de bodem minder hard te maken (tegels eruit dus) en om het blad van de bomen te laten liggen omdat het goed is voor het bodemleven. Vooral doen hoor, maar de boodschap van dit boek omvat immens veel meer. De Nederlandse bodem heeft een probleem, in de steden en ook daarbuiten. Net als de kwaliteit van ons oppervlaktewater en die van de lucht. Langzaam dringt het tot ons door dat we op de pof hebben geleefd de laatste 70 jaar. We dachten dat we alles tegelijk konden hebben, we wilden flink verdienen aan landbouw voor de wereldmarkt, we wilden ook natuur, we wilden enorme hoeveelheden woningen voor een snelgroeiende bevolking, alles moest kunnen. Maar we vergaten de rekening voor het milieu te betalen.

Ecologische inrichting Beursplein 2019

‘Ecologische inrichting Beursplein 2019’ door Alphons Nieuwenhuis (bron: BioDiversity)

100 miljoen soorten

Het zal jaren duren voordat we, als we dat al willen, onze bodem, ons oppervlaktewater en onze lucht hebben schoongemaakt. De grote schoonmaak moet nog beginnen. Maar hebben we de onbetaalde rekening al goed opgemaakt? Jarenlang dachten we dat steden de dood in de pot waren voor flora en fauna en dat je daarvoor toch echt naar het buitengebied zou moeten. Nu zijn wij erachter dat veel van ons buitengebied ecologische no go areas zijn geworden en dat steden nu juist vaak een heel goede biotoop vormen voor beestjes en planten. Maar hoe zit met de stedelijke ondergrond? Zijn we nog heel ver van huis en nog lang bezig de rommel op te ruimen of moeten we, zoals in dit boek voorop staat, er vooral voor zorgen dat we de (levende) bodem levend houden?

Deze publicatie is te zien als een soort (meta) handboek (er is al een handboek binnen de gemeente) voor een gezond blijvende bodem in de openbare ruimte. De ondertitel van Biodivercity tells it all: ‘creating, implementing and upscaling biodiversity-based measures in public space’. Juist! De auteurs willen vooral ook delen hoe belangrijk, hoe divers, onze bodem is (100 million species of micro-organisms) en hoe belangrijk dat ook is voor een gezonde leefomgeving. Zonder zo’n bodem kunnen we niet overleven. Niettemin is de praktijk dat in stedelijke gebieden de bodem vaak wordt geïsoleerd, ingepakt, zodat natuurlijke processen geen kans meer hebben. Kennis is wel aanwezig maar bereikt nog niet in voldoende mate de mensen die verantwoordelijk zijn voor het ontwerp van de publieke ruimte. Het gaat dus vooral om het delen van die kennis. Dat verklaart ook de medewerking van de kennisinstituten aan deze publicatie.

Wilde steden

De enorme hoeveelheid illustraties maakt dit boek niet heel erg toegankelijk, niet alleen voor de leek maar ook voor de ontwerpers. Een heldere samenvatting per hoofdstuk had niet misstaan. Het lijkt er ook op dat sommige auteurs wel erg veel ruimte hebben gekregen van de redactie om even ‘los te gaan’ op hun passies.

Spontane plantgroei openbare ruimte

‘Spontane plantgroei openbare ruimte’ door Ingrid Oosterheerd (bron: BioDiversity)

Op zoek naar what’s new and different dan. Een interessant onderwerp in het eerste deel is de aandacht voor ‘urban citizen science projects’. Dat kan wel eens een trend worden, overheden zien in dat ze voor kennis van specifieke gebieden ook maar beter hun burgers kunnen inzetten (burgerkennis). Dan het tweede deel, dat laat zien wat er allemaal in de stedelijke bodem te vinden is. De lezer wordt hier bepaald niet teleurgesteld. Alles wat je altijd had willen weten over de bodem.

De gebiedsontwikkelaar die het nu ineens heel erg warm krijgt, kan ik geruststellen

Deel 3 is gefundenes Fressen voor de gebiedsontwikkelaars en voor de ontwerpers van stedelijke plekken. Het opent met een artikel van de twee initiatiefnemers over de design challenge. Hoe zorg je voor een ‘bodeminclusief ontwerp’? Daarvoor is dus die integrale ontwerpmethode, zie hiervoor, ontwikkeld en dat heeft inmiddels al vorm gekregen in een (intern) handboek voor de Amsterdamse ontwerpers. De gebiedsontwikkelaar die het nu ineens heel erg warm krijgt, alweer een ‘uitdaging’ erbij, kan ik geruststellen. Zeker planmatigheid moet, zorgvuldigheid blijft het devies. Maar, redding is nabij. Sla snel om naar het volgende hoofdstuk: ‘Biodiversity is messy: a plea for wilder cities’. Moet ik meer zeggen? Loslaten, ruimte maken, het mag er ook wat minder sophisticated uitzien. Hier zijn we aangekomen in het trendy ‘tegelslichten-domein’, less paving, dames en heren.

Vanzelfsprekend

En dan tenslotte in het vierde en laatste deel, weer verder met de research. We weten tenslotte nog lang niet alles. Welke bodems lenen zich goed voor biodiversiteit? Welke beestjes moet je erop loslaten? Neem een theelepel grond in de Amazone jungle en je hebt 1800 micro-organismen in je hand en daarvan zijn er zeker 400 schimmelachtigen.

Aandacht voor de bodem vormt een mogelijkheid om meer uit gebiedsontwikkeling te halen

We weten inmiddels dat bomen door enorme ondergrondse schimmelnetwerken met elkaar verbonden zijn en fors bijdragen aan een vitale bodem. Even een nieuwe boom planten voor een omgehakte oude boom levert dus helemaal geen 100 procent compensatie op. Het boek sluit af met twee (korte) hoofdstukken over voedselbossen en de invloed van landschap op de kwaliteit van de lucht. In didactische zin zijn dit prima bijdragen, kort en bondig.

Biodivercity is geen handboek voor gebiedsontwikkelaars. Daarvoor is het te specialistisch. Het handboek dat de gemeente Amsterdam gebruikt, inmiddels twee delen dik, is dat mogelijk wel. Zeker is dat bodemkwaliteit in de stad een nieuw issue is voor gebiedsontwikkeling. Het voegt niet in de eerste plaats een nieuw probleem toe (ook dat nog, pfff) maar vormt een mogelijkheid om meer uit gebiedsontwikkeling te halen. Heel veel ontwikkelaars zien inmiddels de waarde van flora en fauna in steden. Dit boek laat zien dat een vitale bodem daarvoor een essentiële voorwaarde is. Die conditie te integreren in ontwerpen voor de stedelijke ruimte lijkt mij een volstrekte vanzelfsprekendheid. Niet in de laatste plaats omdat het zoveel kan bijdragen aan de kwaliteit van het sociale leven in de stad.

Cover: 'Bodemdierendagen 2018' door Froukje Rienks (bron: BioDiversity)

Auteur

Portret - Jaap Modder
Jaap Modder

Owner Brainville, Associate partner BCI, Chief editor S+RO, Chair Council on Tall Buildings, Boardmember Deltametropolis

Bekijk alle artikelen