JansenKuijpers 2 door Bas Czerwinkski (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

“We moeten in Nederland doordieselen”

15 juli 2026

8 minuten

Interview Met de Nota Ruimte nam het Rijk vorig jaar zomer de regie weer in handen van de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Maar hoe vertalen we de daarin uitgeschreven ambities naar concrete projecten en hoe krijgen we die vervolgens weer uitgevoerd? Een gesprek met twee directeuren-generaal aan rijkszijde.

De krant is gepubliceerd!

Dit is een artikel uit de Gebiedsontwikkeling.nu Zomerkrant. In deze jubileumeditie van de Gebiedsontwikkeling.krant staat het twintigjarig jubileum van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling centraal. Bekijk hier alvast de complete digitale versie!

Een kwart eeuw geleden leek Nederland op hoofdlijnen af en klaar. De regie op de ruimtelijke ontwikkeling kon gerust van het Rijk worden overgeheveld naar de individuele gemeenten. Hoe kortzichtig, achteraf. Een veranderend klimaat, stikstof, stroomtekort en een jaren aanhoudende wooncrisis gooiden roet in het eten. En daar komen de recente geopolitieke spanningen nog bij. Het vereist nieuwe, nationale keuzes en voldoende doorzettingsmacht om die te realiseren. Want elke Nederlander ziet vanwege de schaarste aan huizen het belang van woningbouw, totdat die ten koste gaat van het eigen uitzicht. Dan gaan de hakken massaal in het zand.
De gewenste terugkeer van het Rijk in de ruimtelijke ordening kreeg vorig jaar gestalte in de ruim 350 pagina’s tellende Concept-Nota Ruimte. Water en bodem worden daarin sturend verklaard in de verdere doorontwikkeling van Nederland. Er worden ontwikkelstrategieën benoemd voor de diverse regio’s. Maar hoe brengen we de daarmee samenhangende ruimtelijke richtingen en keuzes de komende jaren concreet ten uitvoer? Beter gezegd: hoe komen we van de tekentafels naar de schop in de grond? Een gesprek met twee mensen die daarvoor bij uitstek aan de lat staan: Marjolein Jansen, directeur-generaal (dg) Ruimtelijke Ordening bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, en haar collega-dg bij hetzelfde ministerie Chris Kuijpers, met de portefeuille Volkshuisvesting en Bouwen.

JansenKuijpers door Bas Czerwinkski (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

‘JansenKuijpers’ door Bas Czerwinkski (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)


Hoe belangrijk is de Nota Ruimte voor de praktijk van gebiedsontwikkeling in Nederland?
Jansen: “Het is cruciaal dat we als Rijksoverheid weer zichtbaar zijn in de ruimtelijke planning. Urgente opgaven als de woningbouw en de stroomvoorziening zijn gebaat bij een langjarige visie op ons land. Om duidelijk te maken dat hier niet het recht geldt van de sterkste. Of dat degene wint met de dikste portemonnee. In de Nota Ruimte is dat allemaal mooi uiteengezet, maar nu moeten we over naar de hashtag ‘hoe dan?’. Met andere woorden: hoe brengen we die visie concreet tot uitvoering? We staan aan de vooravond van een dg-ronde langs alle provincies. Het komt er nu op aan om kennis en ervaring in de regionale gebiedsprocessen, zowel publiek als privaat, samen te brengen in een uitvoeringsstrategie. En om vervolgens te bepalen waar je het Rijk nodig hebt om knopen door te hakken. En waar het gebied het prima zelf kan.”
Kuijpers: “Een kleine tien jaar geleden kregen we klachten omdat de overheid veel te weinig bouwlocaties had aangewezen. Moet je kijken wat daarover nu allemaal is vastgelegd in de Nota Ruimte! Ja, veel bouwlocaties zijn nog zacht en moeten eerst nog met vergunningen hard worden gemaakt, maar er zijn nu voldoende plekken om te bouwen. Die duidelijkheid die de Nota Ruimte biedt, helpt enorm. Ook om aan de markt te laten zien: het kan.”

Strategie per regio

De best gelezen bladzij in de Nota Ruimte is ongetwijfeld die waar de ontwikkelstrategie per regio worden beschreven. Het zijn er vijf: versterken, initiëren, stimuleren, transformeren en accommoderen (afgekort: VISTA). Op basis van de kenmerken en kansen van het gebied bepaalt het Rijk samen met de medeoverheden de koers en de bijbehorende rol voor alle betrokken partijen. Dat verschilt nogal. Bij ‘initiëren’ om economische ontwikkeling aan te kunnen jagen (zoals in de regio’s Groningen-Assen, Twente en Zuid-Limburg) lijkt de inbreng van het Rijk onmisbaar. Bij ‘versterken’ (onder meer Zeeland, Noordoostpolder en Friesland) wordt aangesloten op de autonome economische ontwikkeling en zit de vinger van het Rijk een stuk minder diep in de regionale pap.

De nog niet gepubliceerde uitvoeringsagenda van de Nota Ruimte maakt inzichtelijk hoe het Rijk alle keuzes instrumenteert

Sinds de publicatie van de Nota Ruimte ontstond veel discussie over de ontwikkelstrategieën, toch ziet Jansen in de VISTA-indeling een “mooie basis” voor regionale investeringsagenda’s (RIA’s). Die moeten de ruimtelijke beleidsambities vertalen in een perspectief voor elke regio, voorzien van een prognose van de publieke en private investeringen die daarvoor nodig zijn. Jansen: “Wij zien de RIA’s echt als instrument om tot die schop in de grond te komen. Niet alleen op het gebied van woningbouw, maar ook voor energie, landbouw en natuur.”

De nog niet gepubliceerde uitvoeringsagenda van de Nota Ruimte zal volgens Jansen inzichtelijk maken hoe het Rijk alle gemaakte keuzes instrumenteert. “Dan gaat het vooral om: waar pakken we de rijksregie, waar vinden we samenwerking rijk en regio noodzakelijk en waar vinden we de te maken keuzes echt aan de provincie of de gemeente zelf? Met de RIA’s kun je de uitvoering vervolgens versnellen. Neem het gebied Groningen-Assen dat een schaalsprong moet maken. Daar kunnen we middelen uit de Woningbouwimpuls voor inzetten, we kunnen meekijken naar het grondinstrumentarium en met de collega’s van I&W de benodigde infrastructuur bestuderen. Dat hele palet bij elkaar, dat moet in een RIA. Ja, dat is best een puzzel. En soms zal daar ook Haagse doorzettingsmacht bij nodig zijn om aan te geven: dan gaan we het dus op deze manier doen.”

Complexe processen


Met hoe dat in de praktijk gaat, dat doorzetten bij tegenstribbelende medeoverheden, doet het Rijk al nuttige ervaring op bij de diverse Defensielocaties. Hard nodig voor onze nationale weerbaarheid, maar welke gemeente staat te springen om militaire oefenterreinen met hun geluidsoverlast een plek geven? “We leren veel van onze collega’s van Defensie,” beaamt Jansen. “We zijn samen opgetrokken in het uitwerken van de legerbehoefte en waar die in Nederland te laten landen. Wat helpt, is dat we ook kunnen kijken naar meervoudig ruimtegebruik en meekoppelkansen. Maar sommige bedrijven zullen toch naar elders moeten worden verplaatst. Zo kunnen we alvast oefenen met onteigenen.”

Het zijn complexe processen, ervaart Jansen. “Want voorlopig staat die kazerne er nog niet. Wat kun je dan in de tussenliggende fase aan huisvesting doen via tijdelijke woningen? En wat doe je als onze vrede en veiligheid ooit weer in rustiger vaarwater komt en we misschien militair moeten gaan afschalen. Heb je het gebied dan wel zo ingericht dat je er later ook nog wat anders mee kunt doen?’’ Samenvattend: “Die Defensieterreinen zijn een heel mooie casus waarvan iedereen uit veiligheidsoverwegingen het belang ziet. Dat helpt. Er zit power achter de ontwikkeling.”
Volgens Kuijpers dragen ze daarmee ook bij aan een andere mindset in de gebiedsontwikkeling. “Op ambitieniveau kun je het meestal wel met elkaar eens worden,” stelt hij. “Het wordt pas echt spannend als je in de uitvoering komt. Dan moet je slimme coalities vormen. Bij Defensie worden nu veel gebouwen ontwikkeld via geïndustrialiseerd opdrachtgeverschap. Dat betekent een belangrijke impuls voor het geïndustrialiseerd bouwen in Nederland. Daar gaan we ook in de woningbouw de vruchten van plukken.”

Continue vraag

Kunnen we zo eindelijk die 100.000 nieuwbouwwoningen gaan halen die al jaren worden nagestreefd? Kuijpers: “Het gaat enorm helpen. We bouwen nu ongeveer 80.000 woningen per jaar. Er moet dus zo’n 25 procent bij, willen we die doelstelling halen. Eén ding is zeker: als we blijven werken op de huidige manier, gaat dat niet lukken. We moeten de vernieuwing in de bouwsector benutten voor meer snelheid en meer realisatiekracht. Steeds meer bouwers zetten fabrieken in, zowel voor woningen in hout als in beton. Nu moet er vanuit de Nederlandse markt een continue vraag komen. Dan durven ze nog meer te investeren.” Daarbij geholpen door de aanbevelingen van de commissie-STOER, die pleitte voor meer uniformiteit en minder regeldruk in de woningbouw. “Het is killing voor geïndustrialiseerd bouwen als elke gemeente net weer andere eisen aan bouwers gaat stellen,” beaamt Kuijpers. “Het hoeft niet allemaal uniform te zijn, maar je moet een aantal gemeenschappelijke uitgangspunten hebben. Dan kun je productie draaien.”

Vathorst district door Wolf-photography (bron: Shutterstock)

‘Vathorst district’ door Wolf-photography (bron: Shutterstock)


Mits je er dan ook uitkomt aan wat voor woningen Nederland behoefte heeft. De Nederlander, houdt het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) voet bij stuk, wil het liefst een rijtjeswoning met tuin. Maar de demografische ontwikkeling wijst op steeds kleinere huishoudens en vergrijzing. Wat weegt zwaarder? Kuijpers: “Als je mensen ernaar vraagt, wil iedereen het liefst een rijtjeswoning met tuin. Maar kijk hoe de vraag nu al verandert en wat we in Nederland her en der aan eengezinswoningen hebben staan. De aantallen die nodig zijn om tegemoet te komen aan de vergrijzing en de trend tot kleinere huishoudens, die moeten we nu echt eens serieus gaan nemen.”

We moeten gebiedsontwikkeling minder persoonsafhankelijk zien te maken, robuuster
Marjolein Jansen

Jansen: “De vierkante meters voor eengezinswoningen met tuin hebben we ook niet zomaar beschikbaar. We moeten anders gaan kijken naar hoe wij in Nederland wonen. Steeds meer jongeren en ouderen wonen alleen, maar hebben wel behoefte aan sociale contacten. Je moet in nieuwe gebiedsontwikkelingen daarom aan gemeenschappen bouwen om ervoor te zorgen dat mensen elkaar blijven ontmoeten. Ook met betrekking tot bijvoorbeeld de zorg. Dan hoeft de wijkverpleging niet de rijtjeshuizen op het platteland af, maar kan ze kantoor houden in het appartementencomplex waar de mensen wonen die die zorg nodig hebben.”
Mooie plannen genoeg. Maar obstakels evenzeer. De netcongestie (“Het grootste probleem bij de woningbouwopgave” volgens Kuijpers). Het gebrek aan personele capaciteit bij gemeenten. Stikstof, niet te vergeten. Waar moet de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling wat de top van het ministerie betreft de komende jaren vooral de tanden inzetten?

Opgestroopte mouwen

In uitvoeringskracht, vindt Jansen. “De regionale investeringsagenda’s zijn een goed instrument, maar ik zou ze willen opschalen. Hoe haal je de goede elementen uit de gebiedsprocessen en zet je die in op landelijk niveau? Zeker in transformatiegebieden moeten we opschalen in de uitvoering. Ja, we maken plannen voor de lange lijn, voor 2050 en verder, maar bewoners ervaren nu een probleem. Hoe kun je met het oog op de bal én op de toekomst versnellen? Zeker nu we in een fase zitten waarin in gemeenten nieuwe colleges aantreden en met de verkiezingen voor de Provinciale Staten alweer bijna voor de deur. We moeten gebiedsontwikkeling minder persoonsafhankelijk zien te maken, robuuster.” Ze is fan van de SKG “omdat het een netwerk is van opgestroopte mouwen”, besluit Jansen. “Om samen te kijken hoe we stappen voorwaarts kunnen zetten. Want we moeten in Nederland doordieselen. En daar hebben we elkaar hard bij nodig.”


Cover: ‘JansenKuijpers 2’ door Bas Czerwinkski (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)


martin hendriksma

Door Martin Hendriksma

Hoofdredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

JansenKuijpers 2 door Bas Czerwinkski (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

“We moeten in Nederland doordieselen”

Hoe vertalen we de in Nota Ruimte uitgeschreven ambities naar concrete projecten en hoe krijgen we die vervolgens weer uitgevoerd? Een gesprek met twee directeuren-generaal aan rijkszijde, Marjolein Jansen en Chris Kuijpers.

Uitgelicht
Interview

15 juli 2026

Nederlandse woonwijk door GrizzlyLars (bron: Shutterstock)

Vastgelopen gebiedsontwikkeling? Negen van de tien keer gaat het niet over geld

Wie het afgelopen jaar iemand hoorde klagen over woningbouw, hoorde vaak ook wiens schuld het was: die van de ander. Madelon Lageveen deelt haar ervaringen om het dunne lijntje tussen vastlopen en versnellen niet te breken.

Analyse

15 juli 2026

Zichtlijnen Leidsche Rijn, Utrecht door Nanda Sluijsmans from Den Haag, Nederland (bron: Zichtlijnen, Leidsche Rijn, Utrecht)

Wat Rijnenburg kan leren van Leidsche Rijn

Twintig jaar geleden werd er op de Vinex-locatie Leidsche Rijn volop gebouwd. Helma Born (BPD) en Peter Kuenzli (Gideon Consult) waren vroeg betrokken bij de gebiedsontwikkeling. Wat bleef hen het meeste bij uit die tijd?

Interview

14 juli 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op