platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Woningbouw: van vertraging naar vooruitgang

Woningbouw: van vertraging naar vooruitgang

Co Verdaas en Tom Daamen_01_Marc Blommaert

22 jan 2020 - Op Prinsjesdag 2019 presenteerde het kabinet een investeringsfonds van 2 miljard euro, onder meer voor de woningbouw. Maar in onze complexe verstedelijkingsopgave helpt geld alleen in combinatie met visie, regels en samenwerking. Alleen zo kunnen we de woningbouwpuzzel leggen. In vier stappen leggen we uit hoe dit mogelijk is.

Sinds Prinsjesdag is de urgentie rond de woningbouwopgave enkel toegenomen. De productie blijft steeds verder achter bij de gewenste aantallen. Opgaven rond wonen, werken, mobiliteit, energie en klimaat grijpen in elkaar en lijken schier onoplosbaar. Problemen rond de PAS en PFAS zorgen voor onzekerheid en vertraging. Voor de bouwsector reden genoeg om naar het Malieveld te trekken.

Het is logisch dat velen heil zien in het oprekken van normen of het herzien van meetmethoden. Ook wij zien het absoluut als noodzakelijk om de bouwproductie op gang te brengen door een normverhoging en noodwet. Maar gelukkig groeit ook het besef dat dergelijke maatregelen er niet zijn voor de lange termijn. Volgens ons is de plicht om tegelijkertijd aan structurele oplossingen te werken alleen maar belangrijker geworden. De Nederlandse verstedelijkingsopgave van 800 duizend nieuwe woningen vraagt om lastige keuzes en innovatieve maatregelen. Dat vergt niet alleen iets van het Rijk, maar van ieder die aan de Nederlandse verstedelijkingsopgave een bijdrage kan leveren. Vier stappen zijn daarbij cruciaal.

1. Weersta het kortetermijndenken

In de hectiek van alledag gaat – begrijpelijk – de discussie in de reguliere media vooral over de (mogelijke) maatregelen van het kabinet. Helpt 100 km per uur nou echt? Kan de norm voor de aanwezigheid van PFAS (verder) omhoog? Wordt de veestapel verplicht ingekrompen? Kunnen we het aantal (kleine) Natura 2000-gebieden terugbrengen? De maatschappelijke druk kan zo groot worden dat de beschikbare middelen vooral gebruikt worden voor het wegnemen van kortetermijn-knelpunten.

Wij pleiten daarom voor een andere inzet, passend bij de noodzaak om private en publieke middelen te verbinden en cruciale opgaven te combineren. Begin daarbij niet met onderhandelen over afzonderlijke projecten, maar breng regionaal de feitelijke situatie in beeld: wat zijn de opgaven, welke netwerken en samenwerkingsverbanden zijn al ontstaan, en wat zijn de beschikbare middelen (inclusief geld en eigendom)? Deze inzet speelt in op de kracht en kwaliteit van ons polycentrische stedelijke landschap én sluit aan op de netwerken en samenwerkingsverbanden die – soms informeel en spontaan – in regio’s zijn ontstaan.

2. Geef richting en maak keuzes

De verstedelijkingsopgave vraagt om meer dan een impuls voor het bouwen van woningen. Er is behoefte aan samenhangende regionale perspectieven die richting geven. Lees: visies waaraan publieke en private partners – inclusief burgers en bedrijfsleven – hun investeringen en initiatieven kunnen verbinden. Geen gedetailleerde plannen, maar wel richtinggevende kaders met strategische ingrepen en keuzes (zoals het aanleggen van ondergrondse en bovengrondse infra voor energie, water en ov), zodat opgaven met elkaar kunnen worden verbonden. Het is cruciaal dat we deze ingrepen en keuzes samen bepalen, liefst met alle stakeholders. Bespreek samen dilemma’s, erken dat sommige programma’s elkaar uitsluiten, en creëer opgaven die elkaar kunnen versterken.

Een belangrijk voorbeeld van zo’n netwerk en samenwerking is de zogeheten NOVI-alliantie (zie kader), met daarin de leerstoel gebiedsontwikkeling als kennispartner en onafhankelijk klankbord. Deze alliantie heeft als doel om voorbij het eigenbelang van de deelnemers te kijken en gezamenlijk de uitvoering van verstedelijkingsambities (zoals verwoord in de NOVI) in regionaal verband uit te werken. 

Wie en wat is de NOVI-alliantie?

De NOVI-Alliantie is een informeel netwerk van partijen voor landschap, mobiliteit, economie en gebiedsontwikkeling. De NOVI-Alliantie gaat gezamenlijk aan de slag met de uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), in de overtuiging dat samen meer kwaliteit kan worden geleverd. De NOVI-Alliantie bestaat momenteel uit: middelgrote steden (G40, en in het bijzonder Tilburg, Nijmegen, Eindhoven, Breda en Heerhugowaard), NEPROM, Rover, Staatsbosbeheer en TU Delft. De alliantie staat open voor nieuwe toetreders met investerende belangen in ruimtelijke ontwikkeling. De NOVI-alliantie zoekt en krijgt daarnaast veel steun van ontwerpende partijen.

Gesprekken tussen de NOVI-alliantie en enkele enthousiaste regio’s zijn in 2019 opgestart. Ook het Ministerie van Binnenlandse Zaken is positief over de aanpak. Op het Jaarcongres Gebiedsontwikkeling in november vond een workshop plaats met deelnemers van de NOVI-alliantie en de regio’s Alkmaar, Eindhoven en Breda (zie www.gebiedsontwikkeling.nu voor het verslag hiervan).

De NOVI-alliantie is een ‘soft space’, een informele overleg- en afstemmingsruimte die niet hiërarchisch aangestuurd wordt, maar waar met meerdere partijen integraal beleid ontwikkeld wordt en grenzen ‘fuzzy’ zijn. Alliantiepartijen vinden elkaar in de erkenning dat er meer nodig is dan (geld voor) het bouwen van woningen. De NOVI-alliantie stelt het Rijk de vraag om de extra woningbouwimpuls en andere investeringen te koppelen aan een voorwaarde: dat er een breed gedragen regionale investeringsagenda ligt. Het netwerk roept op niet te zwichten voor ‘het verkruimelen’ van de 2 miljard euro in het investeringsfonds over tientallen losse projecten. Hopelijk weet de Tweede Kamer die verleiding te weerstaan.

3. Stem investeringen regionaal af

Als we de 2 miljard enkel benutten voor het opvullen van zogeheten onrendabele toppen bij individuele projecten, creëren we op termijn een nog groter probleem. Dan is het geld snel op en ontbreekt het nog steeds aan samenhangende regionale perspectieven die voor de volgende verstedelijkingsgolf van ons land zo cruciaal zijn. De inzet van netwerken als de NOVI-alliantie wil investeringen (publiek-publiek én publiek-privaat) met elkaar verbinden, vanuit de veronderstelling dat zij op deze wijze tot een beter maatschappelijk rendement leiden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar het is de enige weg voorwaarts.

Door investeringen regionaal af te stemmen (via zogeheten Regionale Investeringsagenda’s, RIA), wordt het mogelijk om de Rijksoverheid per regio een bidbook aan te reiken. Hierin laten de samenwerkende partijen zien welke investeringen met een rijksbijdrage tot stand komen. Zo helpt de woningbouwimpuls bij het realiseren van veel bredere doelen, waardoor beschikbare middelen optimaal renderen. Het gaat dus om veel meer dan het vlottrekken of financieren van een enkel project. 

4. Zorg dat je elkaar vasthoudt

RIA’s en gebiedsontwikkeling vragen om een lange adem. Om gezamenlijke investeringen maatschappelijk te laten renderen, moeten we uitgaan van tussentijdse opgavewijzigingen, herijking van programma’s en afstemming met nieuwe partners en de omgeving. Dat vraagt om vertrouwen, wederzijds commitment en (organisatie)structuren die ervoor zorgen dat je ‘elkaar vast weet te houden’. Dat vasthouden wil in gebiedsontwikkeling zeggen dat partners elkaar financieel en besluitvormend door lastige momenten en slechte periodes heen helpen. 

Regionale verstedelijkingsperspectieven bieden bovendien een kader om bij een volgende periode van laagconjunctuur vast te houden aan het geschetste toekomstbeeld en de mogelijkheid anticyclisch te investeren. In een verdere uitwerking moeten we natuurlijk bezien in hoeverre publieke en private investeringen financieel kunnen renderen en of risico’s en baten ondanks alle dynamiek ordentelijk kunnen worden verdeeld. Gelukkig verkiezen veel private partners liever gestage, lagere rendementen en continuïteit boven risicovolle projecten met hoge rendementen die schoksgewijs tot stand komen. 

Tot slot

Nieuwe tijden en nieuwe opgaven vragen om een open vizier, ook waar het de aanpak betreft. Zo’n 15 jaar geleden dachten we dat Nederland ongeveer ‘af’ was. Het ruimtelijk beleid werd daarom vergaand gedecentraliseerd en het bijbehorende ministerie opgeheven. Nu klinkt alom weer de roep om sturing die over bestuurlijke en sectorale grenzen heen reikt. Nieuwe partners voor natuur, vervoer en energie melden zich bij traditionele partijen, omdat ook zij zien dat alleen zo kwaliteit mogelijk is. 

Is dat centralisatie? Nee, het is op basis van gedegen inhoud werken aan het Nederland van de toekomst, waarbij elk bestuurlijk niveau doet wat bijdraagt aan die toekomst. De regio’s creëren met private en maatschappelijke partners een regionaal perspectief met een investeringsagenda, terwijl het Rijk een impuls geeft die samenwerking op systemisch en samenhangend niveau stimuleert. Laten we hopen dat het wegblijft van het strooien met pepernoten. 

Co Verdaas is hoogleraar Gebiedsontwikkeling bij de TU Delft. Tom Daamen is universitair hoofddocent Gebiedsontwikkeling en directeur SKG.

Cover: Marc Blommaert

Dit artikel verscheen in onze wintereditie 2020 van gebiedsontwikkeling.krant. Lees hier de andere artikelen en bekijk de gehele krant!

Auteurs

co verdaas pp
Co Verdaas

Hoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft, Dijkgraaf waterschap Rivierenland, oud-gedeputeerde Gelderland

Bekijk alle artikelen
tom daamen2
Tom Daamen

Directeur SKG, Associate Professor Urban Development Management TU Delft

Bekijk alle artikelen