Recensie Onze recensent Jaap Modder nam de nieuwe uitgave ‘Circular Communities’ tot zich. Met daarin zowel casestudies in Nederland als ver daarbuiten. Ze leveren in ieder geval een gemeenschappelijke taal op voor de actoren in de circulaire gemeenschap en dat is al winst. En de ‘Circular Value Flower’ wordt geïntroduceerd als model om waardenketens mee te ontwikkelen en ontwerpen.
Kun je ook spreken van gebiedsontwikkeling als die merendeels bestaat uit de ontwikkeling van een gemeenschapsgevoel, van het ontwikkelen van sociale cohesie in een wijk of buurt? Als dat zo is dan is de publicatieCircular Communities (nai010 uitgevers) relevant voor het vakgebied. In de Afrikaanderwijk in Rotterdam kwamen er wel ontwerpers op het toneel en er werd ook wat fysieks neergezet maar het was vooral de community die een boostkreeg. En wat daarbij leerzaam is, is de interactie tussen een formeel georganiseerde overheid en de informele wereld van de buurt. Op dat terrein moet nog veel gewonnen worden, want het gaat meestal niet van jetje tussen overheid en samenleving. En gebiedsontwikkeling is bij uitstek een vakgebied waar succes in hoge mate afhangt van een soepele omgang tussen uiteenlopende actoren.
Circular Communities
De toelichting van de uitgever op de publicatie: “Van lokale actie tot wereldwijde inspiratie: hoe gemeenschappen over de hele wereld vorm geven aan een circulaire toekomst door middel van collectieve, relationele en regeneratieve ondernemingspraktijken. Voortbouwend op de eerste editie van Circular Communities (2022) verkent deze tweede editie cultureel diverse en door de gemeenschap aangestuurde benaderingen van circulair beheer van hulpbronnen. Deze voorbeelden laten zien hoe gemeenschappen ecologische, culturele, sociale, esthetische en financiële waarde creëren door gezamenlijk hulpbronnenkringlopen te sluiten. In hun nieuwe boek gaan stedenbouwkundige Els Leclercq, architect Mo Smit en expert op het gebied van regeneratief ondernemerschap Fátima Delgado Medina dieper in op de Circular Value Flower: een op waarden gebaseerd, relationeel model dat is ontwikkeld om circulaire praktijken te analyseren, te communiceren en te ontwerpen. Dit maakt een holistische benadering van het milieu mogelijk door gemeenschappen via het beheer van hulpbronnen te verbinden met het (stedelijke) landschap en het bredere ecosysteem. Dit boek is geschreven voor gemeenschappen, ruimtelijke ontwerpers, beleidsmakers, onderzoekers en praktijkmensen en biedt inzichten en instrumenten om te ontwerpen, samen te werken en actie te ondernemen – ter ondersteuning van wereldwijde circulaire praktijken en om deze te laten bloeien, verbinden en uitgroeien tot waardevolle netwerken.”

- Uitgever
- nai010 uitgevers
- Auteurs
- Els Leclercq, Mo Smit en Fátima Delgado Medina
- Jaar van uitgave
- 2026
- Aantal pagina's
- 160
- Prijs
- 34,95 euro
Circular communities is geen gemakkelijk boek. Het lijkt geschreven te zijn voor believers, met heel veel incrowd-taal. Neemt niet weg dat we er meer van kunnen leren dan op het eerste gezicht lijkt. Het boek opent met een krachtig statement, afkomstig uit Nairobi. De auteur stelt vast dat vooruitgang niet komt van de overheid: “Instead it’s built street by street, by people who organise themselves around shared resources and shared responsibility.” Deze positiebepaling sluit aan bij een trend die we ook in ons land zien, de beweging rond de commons en de club van de wereld van gemeenschappen. Vooral die laatste doet energieke pogingen om de vaak uiteenlopende werkwijze van de overheid en die van burgers en hun initiatieven beter te laten (samen)werken.
Beter vergelijkbaar
Een rode draad is het boek is “Ubuntu” oftewel “I am because we are.” Het is een Afrikaanse filosofie die er onder meer vanuit gaat dat het sociale domein en dat van de natuur inherent met elkaar verbonden zijn. Dat zie je terug in de vijf casestudies (“learning from global practices” is niet voor niets de ondertitel van het boek): Indonesië (Java en Bali), Afrika, Zuid-Amerika maar ook Rotterdam en zelfs de Gooi- en Vechtstreek (!). Wat ze verenigt is het analysekader, hier vooral gedefinieerd als ontwerpmethode. De cases worden langs de lat van de “Circular Value Flower” gelegd. Beetje esoterisch wellicht maar het voordeel is dat de cases daarmee wel vergelijkbaar worden. De auteurs doen er natuurlijk meer mee, het is een benadering die moet laten zien dat circulair én collectief én relationeel én regeneratief (pfff) als entrepreneurial practice meer oplevert. De casestudies laten dat natuurlijk zien. Wat een dergelijke benadering in ieder geval oplevert, is een soort van gemeenschappelijke taal die het de actoren in de circulaire gemeenschap gemakkelijker maakt met elkaar te communiceren en dat geldt ook voor de externe communicatie. Voor gebiedsontwikkeling is dat ook geen overbodige luxe.

‘Circular Value Flower’ door nai010uitgevers (bron: nai010 uitgevers)
Laten we de casestudies even kort de revue laten passeren. De Afrikaanderwijk in Rotterdam is een stadsdeel met 9.000 inwoners maar de markt die er twee keer per week plaatsvindt is de derde in grootte in het land (met gemiddeld 15.000 bezoekers per dag). Via het lokaal geldende Right to Challenge nam de buurt de gemeentelijke taak over om na de markt de afvalverwijdering te organiseren middels een coöperatie.
Vele doelen daarbij, we kunnen ze verzinnen: werkgelegenheid voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, verspilling tegengaan, uiteraard circulair, hergebruik 3.0 en nog veel meer. De gemeentelijke overheid was en is welwillend maar de culturele kloof tussen de formele structuur en cultuur van het stadhuis en die van enthousiaste bewoners van de Afrikaanderbuurt blijft groot. Of de tamelijke ingewikkelde (gemaakte?) Circular Value Flower (CVF) daarbij behulpzaam is, is een goeie vraag. De medewerkers in het stadhuis aan de Coolsingel begrijpen dat model misschien beter dan de buurt zelf, maar dat is in ieder geval wat.
Leverancier van hout
En dan: de regeneratieve bosbouw in het Gooi. Niet primair gericht op houtproductie, ook al speelt dat een voorname rol, maar op de structuur van het bosgebied. Die dient verbeterd te worden richting meer biodiversiteit. De houtproductie wordt gericht op afname in het gebied, houten huizen. Het is allemaal bedacht door Bouwtuin, een lokaal initiatief dat draait in samenwerking met de TU Delft, en vertaald in een streekbouwprogramma. Met een prominente rol van het aloude Goois Natuur Reservaat als leverancier van hout. Ook hier een zeer uitgebreide beschrijving van dit project voor de professionele liefhebber. Bijzonder dat dit project voortbouwt op de traditie van boerencoöperaties in het gebied, die al begon in de 14e eeuw.

‘Uitgesorteerd plastic Kenya’ (bron: nai010 uitgevers)
We gaan de grens over naar Nairobi, Kenya. De rivieroevers van de Matthade rivier stroomden in 2024 over – met vele doden tot gevolg. De oevers waren nederzettingen geworden. Na de ramp werden nog eens meer dan 100.000 mensen uit het gebied verwijderd. Het kind met het badwater ja, want ook een project gericht op het meer klimaat adaptief maken van het riviersysteem moest eraan geloven. Een collectief genaamd LEWMO werkt door volgens het Ubuntu principe (ecocentrisch) en met een multitude aan doelstellingen (aanpak jeugdwerkloosheid, criminaliteitsbestrijding, afvalverwijdering, green spaces en what have you). Hier is de kloof tussen overheid en lokaal initiatief zo mogelijk nog groter dan bij ons. Vertrouwen, dialoog en erkenning zijn voorwaarden voor een betere samenwerking. En ook hier menen de auteurs dat de CVF-methode behulpzaam is om te laten zien wat de meerwaarde is van een lokale aanpak als deze.
Breed front
Rond Bandung (Java, Indonesië) een situatie waarbij de kapitalistische economie nog verder uit de hand liep dan elders. Een regionale economie van textielproductie c.a. die veranderde in een sociale en ecologische ramp: zwaar vervuild rivierwater en erbarmelijke arbeidsomstandigheden. De lokale circulaire initiatieven die een antwoord proberen te geven op dit probleem mikken op herstel op een breed front. Het heet Fashion Lab en er is sprake van Nederlandse betrokkenheid (ontwerp) en een ondersteuning door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Overigens beschrijft deze case ook een circulair project in Bali. Een laatste case komt van de Galapagos eilanden in Ecuador. Een initiatief om kleinschalige visserij te richten op circulair ondernemerschap.

‘Fashion Lab Bandung’ (bron: nai010 uitgevers)
De auteurs zijn ingenomen met de resultaten. De CVF-methode is effectief om waardenketens op lokaal en regionaal niveau te analyseren en te ontwerpen. Opvallend is de wel heel brede opvatting over wat een ontwerper is/zou moeten zijn. Het zijn vooral onderzoekers en kennisgeneratoren maar ze kunnen ook een rol spelen in het vertellen en het ontwikkelen van een verhaal (narrative/story telling). De ontwerper is hier de facilitator (de ontwerper?) van het proces. Op de achtergrond van dit alles speelt een enorme bevlogenheid bij de auteurs. Ze dragen het idee uit dat we onze relatie met de natuur radicaal moeten herzien. Zonder dat is geen duurzame toekomst mogelijk. Bevlogen? Ja zeker, en het is een op zijn minst plausibele stelling.
Lastig leesbaar
Slotsom: dit boek zal zeker voorzien in een internationale behoefte. Het is overigens al een tweede herziene druk, na een eerste uitgave in 2022. De auteurs zijn, ook al keuren ze als de bekende slager hun eigen vlees, af en toe kritisch over de voortgang. Dat is een zaak van vallen en opstaan. Aan de andere kant blijft het een publicatie geschreven door believersen voor believers. Die zullen geen probleem hebben met ellenlange zinnen die vollopen met alle termen die verbonden zijn met de values waarmee het circulaire bloem-model is opgetuigd. Het maakt het lastig leesbaar voor de meer afstandelijke lezer die wat sneller wil aankomen bij de kern van de zaak. Lastig leesbaar ook soms letterlijk, omdat de boekontwerper ervoor heeft gekozen tekst op een gekleurde achtergrond af te drukken (irritant en vooral onleesbaar). De casestudies in het boek zouden veel korter kunnen, voor de echte profi zijn uitgebreide verslagen natuurlijk op een website te plaatsen.
Neemt allemaal niet weg dat deze publicatie relevante elementen bevat voor gebiedsontwikkeling bij ons. Zie bijvoorbeeld de terugkerende notie in de cases over de kloof in cultuur tussen overheid en samenleving. En het idee van een ‘ontwerpmethode’ (analysekader, theoretisch framework) als de Circulaire Waarden Bloem, die tevens dient als gemeenschappelijke taal tussen actoren (intern/extern). Het zou interessant zijn als dit thema in Nederland opgepakt zou worden door een bij voorkeur praktische universiteit (een hogeschool). Om projecten als in dit boek gepresenteerd (neem de Afrikaanderwijk als eerste alstublieft) te volgen c.q. te ondersteunen. Daar moet dit boek dan wel eerst gelezen worden.
Cover: ‘Ontmoeting Afrikaanderwijk’ (bron: nai 010 uitgevers)






