Opinie Columnist Wouter Veldhuis kijkt in de week rond Prinsjesdag om zich heen en ziet een samenleving waarin durven en denken en de honger naar waarheid op verontrustende wijze zijn vervangen door verontwaardiging en een hang naar comfort en gemak. Met de vorige week geopende IABR in Rotterdam wil hij een tegengeluid laten horen.
Waar Prinsjesdag normaal gesproken van alles in beweging brengt, leidde het dit jaar tot een week van ongekende stilstand in de Tweede Kamer. Buiten de Haagse burelen nam de onrust echter toe. Opgezweept door valse berichtgeving en oneigenlijke argumenten zijn steeds meer Nederlanders bereid om de democratische rechtstaat aan te vallen. Gewelddadige verstoringen van gemeenteraadsvergaderingen zijn nauwelijks nog nieuws. En de landelijke gecoördineerde terroristische aanval op de spoorinfrastructuur deed eigenlijk alleen maar de alarmbellen in de seinhuisjes rinkelen.
In alles lijkt het erop dat Nederland is aangekomen in de samenleving van ‘de laatste mens’ die Friederich Nietzsche in 1885 beschreef in zijn boek Aldus sprak Zarathustra: een samenleving die haar honger naar waarheid heeft verruild voor comfort en waarin gemak en verontwaardiging de plaats hebben ingenomen van denken en durven.
Ook in de wereld van gebiedsontwikkeling en ruimtelijk ontwerp zijn er velen die, net als ‘de laatste mens’, geen diepere ethische of existentiële vragen meer stellen en geen verantwoordelijkheid meer nemen voor iets groters dan zichzelf. Denk bijvoorbeeld aan de particuliere beleggers die op dit moment de Wet Betaalbare Huur onder vuur nemen. Of de lobby van bouwers en ontwikkelaars die maar blijft doorduwen op bouwlocaties waar de waterveiligheid op termijn niet gegarandeerd kan worden. Of de data-ondernemers die nog snel het laatste rantsoen energieruimte weggrissen omdat ze nu eenmaal voor in de rij staan.
De IABR legt pijnlijke waarheden bloot en geeft richting – in plaats van oplossingen te bieden
Mijn eigen beroepsgroep gaat evenmin vrijuit. Veel architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten ontbreekt het aan moed om in de dagelijkse ontwerppraktijk de ongemakkelijke waarheid op tafel te leggen. Angstig als ze zijn voor een terugval in de opdrachtenportefeuille blijven de meesten plannen maken voor de vragen van vandaag, die tegen de tijd dat ze worden gerealiseerd al lang verleden tijd zijn.
Natuurlijk, er zijn ook ontwerpers die weerstand bieden tegen vragen die ons gijzelen in het heden en zuurstof geven aan toekomstgerichte denkkracht. Met oplossingsrichtingen die weer maximaal ruimte geven aan het niet-onderhandelbare publieke belang op lange termijn. Maar ze krijgen veel minder aandacht dan bouwers die vanuit eigen belang zeggen dat het allemaal te snel gaat en te duur is of de borstkloppers die prijsvragen winnen met Babylonische renderings – die vervolgens op weg naar de realisatie tot op het betonnen bot worden uitgekleed.
Daarom ben ik heel blij dat ik als curator van de 12e Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR) de kans kreeg om ontwerpers, kunstenaars en onderzoekers bij elkaar te brengen die pijnlijke waarheden blootleggen en richting geven in plaats van oplossingen bieden. Het resultaat is de tentoonstelling Systems Of Support die op de derde donderdag van september opende in een van de voormalige fabriekshallen van Hunter Douglas op het eiland Feijenoord. Een van de spannendste ontwikkellocaties van Rotterdam.
De tentoonstelling kent vele verhaallijnen die de moeite van het vertellen waard zijn. Maar wat ze volgens mij allemaal bindt, is een zoektocht naar een toekomst die minder onrechtvaardig is en waarin we verstandig omgaan met onze planeet. Waarin we weer leren hoe we kunnen matigen na honderd jaar ongebreidelde groei en vooral de moed hebben om de onzekere toekomst vol vertrouwen tegemoet te treden. Een zoektocht die opvallend veel overeenkomsten vertoont met de vier ‘Kardinale Deugden’ van Aristoteles die wij ons allemaal ter harte zouden moeten nemen in deze onrustige tijden: wijsheid, rechtvaardigheid, moed en matigheid.
Cover: ‘Wouter Veldhuis Column Cover’ door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Arenda Oomen)





