Onderzoek Het ministerie van BZK wil gemeenten en woningcorporaties ondersteunen bij het vormgeven van een goed communicatie- en participatietraject bij flexwonenprojecten. Onderzoekers zochten aan de hand van succesvolle voorbeelden uit wat de belangrijke lessen zijn.
Het Expertisecentrum Flexwonen en Platform31 onderzochten de afgelopen maanden in drie onderzoeken de belemmeringen bij de realisatie van flexwoningen . Het eerste onderzoek ging over de beleving van de bewoners van deze woningen. Modulaire woonprojecten van tien grote bouwers werden onder de loep genomen en uiteindelijk bleek dat ruim 80 procent van de bewoners (zeer) tevreden is over de woning. “Vergelijkbaar met de tevredenheid van de Nederlandse bevolking over hun (traditioneel gebouwde) woning.” In het tweede onderzoek kwam naar voren dat “industriële woningbouw, mits goed ontworpen, esthetisch goed kan aansluiten bij traditionele woonbeelden.” Zowel experts als leken hadden moeite de flexwoning van de gewone woning te onderscheiden. De bouwwijze speelde volgens de onderzoekers niet of nauwelijks een rol bij de afweging of deze twee groepen een woning mooi of lelijk vonden. “Conclusie: het ontwerp telt, niet de bouwwijze.”
Geruststellend
Vorige week verscheen het derde en laatste deel uit deze reeks. In Omgaan met bezwaren tegen flexwoningen onderzochten de twee partijen zeven flexwonenprojecten, in opdracht van het ministerie van BZK. Volgens de onderzoekers bestond tegen deze zeven projecten “aanvankelijk in meer of mindere mate weerstand, maar ze zijn toch gerealiseerd.” En dat is precies waarom het ministerie dit onderzoek heeft laten uitvoeren. Want, zeggen de onderzoekers in de inleiding, “hoewel er al veel geslaagde projecten met tevreden bewoners en omwonenden bestaan, roepen initiatieven voor nieuwe flexwoningen vaak maatschappelijke weerstand op.” En hoewel die bezwaarprocedures vaak niet succesvol zijn, zorgen ze wel voor vertraging. “Veel participatietrajecten starten daarom vanuit een flinke achterstand en lopen vast nog voordat de gemeenteraad of het college van B&W een besluit heeft kunnen nemen.”
De conclusie van de onderzoekers is geruststellend voor de voorstanders van flexwonen: “het communicatie- en participatieproces is niet altijd even makkelijk, maar na realisatie worden de flexwonenprojecten snel onderdeel van de buurt en verdwijnen de meeste bezwaren.” Maar zeggen zij ook, bijna alle (voorgenomen) projecten krijgen te maken met weerstand uit de omgeving. Vanuit de zeven onderzochte cases “en kennis uit andere onderzoeken” zijn 16 aanbevelingen opgesteld over hoe om te gaan met de weerstand die er ontstaat in dit soort trajecten. De onderzoekers benoemen vijf categorieën van weerstand: weerstand tegen het participatieproces, de doelgroep, het uiterlijk van de woningen, de tijdelijkheid en de locatie. Daarnaast spelen er op de achtergrond vaak twee vormen van frustratie waar professionals minder invloed op hebben, maar waar ze wel rekening mee dienen te houden. Dat zijn de weerstand tegen verandering in het algemeen en die tegen ‘het systeem.’
Duidelijkheid
Per categorie zijn handvatten opgesteld waar professionals mee aan de slag kunnen. Het begint volgens de onderzoekers met het formuleren en hanteren van duidelijke en werkbare uitgangspunten, zodat de rol duidelijk is van zowel de betreffende gemeente als de initiatiefnemer van het project. Verder valt op dat het creëren van openheid en duidelijkheid als een rode draad door alle adviezen heen loopt. Deze factor varieert van het duidelijk maken voor de omwonenden welke stappen er worden gezet in het proces tot het zichtbaar maken van de lokale woonbehoefte. En van het plaatsen van modelwoningen tot het transparant maken van de (on)mogelijkheden in het participatieproces.
Al deze aanbevelingen worden aangevuld met uitspraken van belanghebbenden uit de zeven onderzochte casussen. Gemeenten, omwonenden, corporaties en huurdersverenigingen geven hun ervaringen en lessen mee. Daarnaast is ook per casus het besluitvormingsproces weergegeven, inclusief berichten in de media en andere externe factoren die van invloed zijn geweest. Zo ontstaat er, hopen de onderzoekers, “een antwoord op de vraag hoe om te gaan met aanvankelijke weerstand.”
Voorbeeld van de weerstand die flexwoningen kunnen oproepen, hier in Schiedam (2024).
Cover: ‘Modular housing under construction’ door Thomas Roell (bron: Shutterstock)








