Woonwijk in aanbouw in Haagstede, Maarssenbroek door Swen van de Vlierd (bron: Shutterstock)

De heruitvinding van de volkshuisvesting, dit is de voorzet van de Rijksadviseurs

7 september 2026

7 minuten

Analyse Het College van Rijksadviseurs beweegt zich al enkele jaren meer expliciet op het terrein van het wonen. De culminatie van die ontwikkeling wordt gevormd door het uitbrengen van het advies ‘Thuis in de toekomst. Pleidooi voor een leefbare, rechtvaardige en duurzame leefomgeving.’ In het advies staat het herstel van zes publieke waarden centraal, waarbij vooral aan het Rijk en andere overheden een handelingsperspectief wordt toegedicht.

Met ruim 220 pagina’s is Thuis in de toekomst nog niet zo dik als de 360 pagina’s tellende Ontwerp-Nota Ruimte, maar van een stevige publicatie is zeker sprake. Het advies past in de ambitie van het College van Rijksadviseurs (CRa) om het belang van goed wonen meer aandacht te geven en te verbinden met andere thema’s, zoals gezondheid en rechtvaardigheid, en dit te verankeren in het rijksbeleid voor de ruimtelijke inrichting van ons land. Een eerste advies dat in die richting duidde, was Ruimte maken voor ontmoeting, dat werd uitgegeven in 2022, samen met de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Niet veel later volgden een position paper Nederland op de tekentafel en twee publicaties waarin het aloude begrip ‘volkshuisvesting’ weer wordt afgestoft: Van woningcrisis naar een toekomstbestendige volkshuisvesting (een reactie op de commissie STOER) en Werken aan toekomstbestendige volkshuisvesting (een oproep aan de politieke programmaschrijvers voor de Tweede Kamerverkiezingen). In beide adviezen wordt gepleit voor een interdepartementale langetermijnvisie vanuit het Rijk.

Goed momentum

Die laatste belofte wordt nu – grotendeels althans – ingelost met het verschijnen van Thuis in de toekomst (dat overigens ook te zien valt als het magnum opus van scheidend Rijksbouwmeester Francesco Veenstra) Het momentum daarvoor lijkt goed gekozen: na de herontdekking van de ruimtelijke ordening lijkt het nu inderdaad de beurt aan die andere grote Nederlandse traditie, die van de volkshuisvesting. Een voorbeeld daarvan is het publiceren dit voorjaar door architect Sanne van Manen van de 3 x 3 meter metende Kaart van het Woonbeleid, die een overzicht geeft van alle wetten en regels die raken aan de woonopgave. Illustratief is ook het verschijnen van de publicatie Wonen, Wonen, Wonen. Geschiedenis van de volkshuisvesting in Nederland, waarin Wouter Beekers op persoonlijke wijze terugblikt op het wonen in ons land.

Het zal ook niet verbazen dat het CRa pleit voor hernieuwde aandacht voor het rijksarchitectuurbeleid

Het College van Rijksadviseurs haakt hierbij aan, maar heeft nog een andere motivatie: het kritisch benaderen van het huidige Rijksbeleid op dit punt. Het wordt niet letterlijk zogezegd, maar de politieke inzet om 10 nieuwe steden en 30 grootschalige woningbouwlocaties te gaan ontwikkelen is volgens het CRa niet de weg voorwaarts. Op p. 22 wordt dat als volgt verwoord: “In de nadruk op tempo en het oplossen van tekorten, dreigt de woonopgave gereduceerd te worden tot een kwantitatieve bouwopgave.” Hier tegenover plaatst het CRa een benadering die gebaseerd is op de (her)ontdekking van zes publieke waarden: “rechtvaardigheid,” “schoonheid,” “bouwcultuur,” “gezondheid,” “samenleven” en “klimaatbestendig.” Het zijn navolgbare begrippen, waarbij alleen “bouwcultuur” opvalt. De argeloze lezer zou hier de kwaliteit van het publieke en private opdrachtgeverschap in kunnen lezen, maar het blijkt veeleer te gaan om het bouwen binnen de bestaande natuurlijke grenzen die onze planeet stelt.

Rechtvaardigheid op één

Aan urgentie ontbreekt het bij de zes waarden niet, zo werd het pleidooi voor “schoonheid” recent op Gebiedsontwikkeling.nu onderstreept door Wouter van Riet Paap. Hij plaatste onder meer vraagtekens bij het schrappen door het Utrechtse gemeentebestuur van de subsidie voor het lokale architectuurcentrum Aorta. In diezelfde lijn is er verontwaardiging over het sluiten van de bezoekerscentra door Staatsbosbeheer (Rijksbouwmeester Francesco Veenstra liet zich daar op LinkedIn kritisch over uit). Het zal ook niet verbazen dat het CRa pleit voor een hernieuwde aandacht voor het rijksarchitectuurbeleid, dat de afgelopen jaren sterk aan impact heeft ingeboet (zo wijst althans het proefschrift Architectuur als culturele daad van Kirsten Schipper uit 2023 uit). Opvallend is verder dat juist de publieke waarde “rechtvaardigheid” op één wordt gezet; dit kan worden gezien als een erkenning van de aandacht die voormalig Rijksadviseur Wouter Veldhuis hier de laatste jaren voor heeft gevraagd.

Architectuur en onroerend goed, residentieel appartementengebouw door Rohappy (bron: Shutterstock)

‘Architectuur en onroerend goed, residentieel appartementengebouw’ door Rohappy (bron: Shutterstock)


Op de zes publieke waarden volgt een oproep aan de verschillende betrokken partijen bij de volkshuisvesting om hun rol te pakken in het vormgeven van de genoemde langetermijnvisie. Achtereenvolgens passeren het Rijk, de andere overheden, marktpartijen en ontwerpers de revue. Bijzonder genoeg worden hier niet de investeerders en financiers genoemd (banken, beleggers) en evenmin de bewoners zelf. Waar andere transities (zoals de aanpak van het landelijk gebied via initiatieven als Land van Ons) wel degelijk ook van onderop in de samenleving worden aangevlogen, gebeurt dat in deze publicatie over de volkshuisvesting niet: waar blijft het volk zelf? Pas in het zesde en laatste hoofdstuk (over klimaatbestendigheid) wordt deze groep letterlijk aangesproken. Het roept de vraag op of de volkshuisvesting inmiddels zo’n gesloten en complex systeem is geworden, dat het alleen via een institutionele aanpak ‘van bovenaf’ kan worden opengebroken.

Publiek eigenaarschap

Het CRa-advies is daarmee vooral gericht aan de publieke partijen. In zekere zin logisch, omdat publieke waarden qua eigenaarschap hier in belangrijke mate thuishoren. Aan de andere kant kunnen echter private partijen wel degelijk ook publieke doelstellingen realiseren. Deze invalshoek – zie bijvoorbeeld het prijswinnende project De Groene Loper in Maastricht waar ontwikkelaars bijdragen aan meer gezondheid – blijft grotendeels onderbelicht in Thuis in de toekomst. Datzelfde gemis geldt evenzeer voor het ‘interdepartementale’ karakter van de langetermijnvisie op het wonen, waar het CRa zich eerder zo uitdrukkelijk voorstander van toonde. De Rijksadviseurs werken die ambitie niet nader uit, terwijl dat bijvoorbeeld prima zou kunnen waar het gaat om de publieke waarde “gezondheid”. Het ministerie van VWS zou bijvoorbeeld mee kunnen investeren aan de voorkant in ‘gezonde’ gebiedsontwikkelingen, omdat meer gezondheid uiteindelijk leidt tot een lager beslag van de zorg op de Rijksbegroting. Dergelijke concrete koppelingen vinden we in het advies echter niet terug.

Het grootste deel van de publicatie wordt (nadat een fraaie uitklap-tijdlijn duidelijk maakt hoe de volkshuisvesting zich vanaf 1900 heeft ontwikkeld) ingenomen door een nadere uitwerking van de zes publieke waarden. Daarbij wordt steeds dezelfde opbouw gehanteerd: een “Toekomstbeeld 2050,” gevolgd door een analyse van de vraagstukken per thema. Daarop volgen dan de aanbevelingen, die toegeschreven worden aan partijen en waarbij een onderscheid wordt gehanteerd naar een implementatie op korte, middellange en lange termijn. Verwondering is er daarbij soms wel over de tekst van bepaalde handreikingen, zoals deze over de kwaliteitsadvisering rond de publieke waarde “schoonheid”: “Vermijd toetsing achteraf door kwaliteitsteams, dit leidt tot vertraging en marginale correcties.” Wederom een argeloze lezer zou daar iets heel anders in kunnen lezen (zoals het afschaffen van teams als deze voor Den Haag Centraal), maar pas bij nadere bestudering blijkt dat het erom gaat dat kwaliteitsadviseurs eerder in het proces worden betrokken. Ook apart is dat het instellen van stads- en regiobouwmeesters (p. 72) aan het Rijk wordt toegeschreven, terwijl hier toch echt gemeenten (zie Zwolle) en provincies aan zet zijn.

Bestaande instrumenten

Op een vergelijkbare manier wordt de aanbeveling “Vergroot de publieke regie op grondontwikkeling” (p. 52) alleen aan de Rijksoverheid toebedeeld, deze moet werken aan financiële en fiscale instrumenten. Gemeenten worden hier niet genoemd, terwijl ook zij – bijvoorbeeld met het (weer) gaan hanteren van een actief grondbeleid – kunnen bijdragen aan de publieke waarde “rechtvaardigheid.” In algemene zin verdienen daarmee bestaande instrumenten net zo veel aandacht als de introductie van nieuwe. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het meer toestaan van woningbouw in het landelijk gebied; waar het gaat om het “herijken van beleid voor het boerenerf” worden provincies en gemeenten nu alleen aangesproken (p. 119) op het “rekening houden met voorzieningen en duurzame mobiliteit.” Minstens zo belangrijk is echter dat deze overheden ook meer ruimte laten in hun beleid voor woningbouw op bestaande erven. Dat zou ook de leefbaarheid op het platteland en de toekomstmogelijkheden voor nieuwe generaties een impuls kunnen geven.

Traditionele windmolens en houten boerderijen met oranje dak door ESstock (bron: Shutterstock)

‘Traditionele windmolens en houten boerderijen met oranje dak’ door ESstock (bron: Shutterstock)


Tenslotte had van het CRa wel wat meer scherpte verwacht mogen worden wat betreft het leidend zijn van water en bodem in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Op p. 202 wordt het Rijk aangeraden om te blijven sturen “op de draagkracht van het water- en bodemsysteem bij de dertig grootschalige woningbouwlocaties.” Daar had ook kunnen staan: “zie af van locaties die vanuit klimaatperspectief ongeschikt zijn voor grootschalige woningbouw.” Bovenstaande observaties daargelaten kunnen we Thuis in de toekomst wel degelijk beschouwen als een serieuze opmaat voor een nieuwe Nota Volkshuisvesting vanuit het Rijk: een nota die niet alleen beschrijft wat we moeten bouwen, maar ook waarom, voor wie, waar en tegen welke publieke prijs. De laatste ‘echte’ Nota Volkshuisvesting verscheen alweer in 1988, onder aanvoering van CDA-staatssecretaris Enneüs Heerma. Met een ondertitel die gek genoeg weer helemaal actueel is: “Volkshuisvesting in de jaren negentig: Van bouwen naar wonen.”


De publicatie Thuis in de toekomst van het College van Rijksadviseurs is hier te vinden.


Cover: ‘Woonwijk in aanbouw in Haagstede, Maarssenbroek’ door Swen van de Vlierd (bron: Shutterstock)


Kees de Graaf door Sander van Wettum (bron: SKG)

Door Kees de Graaf

Eindredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Woonwijk in aanbouw in Haagstede, Maarssenbroek door Swen van de Vlierd (bron: Shutterstock)

De heruitvinding van de volkshuisvesting, dit is de voorzet van de Rijksadviseurs

In het CRa-advies ‘Thuis in de toekomst’ staat het herstel van zes publieke waarden centraal, in relatie tot de volkshuisvesting. Vooral van het Rijk en andere overheden worden handelingen verwacht.

Analyse

7 september 2026

Haan & Laan door Esther Dijkstra (bron: estherdijkstra.com)

Hyde Park in Hoofddorp: wat vinden Haan & Laan er eigenlijk van?

Haan & Laan recenseren gebiedsontwikkelingen in Nederland. Mooie plannen genoeg, maar hoe pakken ze in werkelijkheid uit? In deze aflevering Hyde Park in Hoofddorp: “Voorlopig vooral een tochtige kantoorlocatie. Versnel de nieuwbouw.”

Casus

4 september 2026

Dit was de week van het goede spoor door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Dit was de week van het goede spoor

Deze week gaat het op Gebiedsontwikkeling.nu over het goede spoor. Letterlijk, met twee spoorgebieden in Heerhugowaard en Hoorn. En figuurlijk, vanuit de aandacht voor energie, regionale identiteit als principes voor gebiedsontwikkeling.

Weekoverzicht

3 september 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op