Opinie Onze nieuwe columnist Manfred Fokkema richt in zijn eerste bijdrage de aandacht op het fenomeen ‘handreikingen’. Die komen in alle soorten en maten de afgelopen tijd over ons heen, al dan niet in conceptvorm. De vraag is echter of de gebiedsontwikkelingspraktijk hierop zit te wachten.
In Den Haag is men de laatste jaren dol op het uitbrengen van handreikingen. Wat is er de afgelopen tijd zoal over ons werkveld uitgestort? Ik noem – in volstrekt willekeurige volgorde – de handreiking Sociale grondprijzen, de handreiking DAEB, de handreiking Gebiedsontwikkeling in STOP/TPOD, de handreiking Toepassing Didam-regels in de gemeentelijke gronduitgiftepraktijk, de handreiking Realisatiestimulans, de handreiking De stem van de woningzoekenden en de handreiking Kostenverhaal en financiële bijdragen.
Zijn we er dan? Nou nee. Ik kan zo nog wel een paar andere reisgidsen uit mijn mouw schudden, zoals het Informatieblad Besluit Woningbouwimpuls 2020 en staatssteun, de praktijkhandreiking Taxaties Gebiedsontwikkeling, de handleiding Rekenmodel plankostenscan, de Reiswijzer gebiedsontwikkeling 2026 en de concept-handreiking Volhuisvestingsprogramma deel 1. Ja, u leest het goed: een concept-handreiking!
Laat wetgeving alleen in werking treden als nut en noodzaak op voorhand voldoende vaststaan
Uit betrouwbare bron weet ik dat er de komende maanden nog een aantal handreikingen aan zit te komen. Stuk voor stuk bedoeld om de wereld van gebiedsontwikkeling begrijpbaarder te maken. Soms lukt dat. Maar vaak blijf je als lezer toch met het onbevredigende gevoel zitten dat zo’n handreiking slechts een tipje van de regelsluier oplicht en dat het vak gebiedsontwikkeling inmiddels toch wel vrij ingewikkeld is geworden.
Als dienstverlenend advocaat zult u mij hierover in uitgangspunt natuurlijk niet horen klagen. Maar met kinderen in huis die de komende jaren op zoek zullen gaan naar een woning, zie ook ik met lede ogen aan dat het woningtekort maar niet ingelopen wordt. Ik juich het dan ook toe dat driftig geprobeerd wordt te snoeien in overbodige wet- en regelgeving en dat men op ministerieel niveau graag ziet dat gebruik wordt gemaakt van de experimenteermogelijkheden die de Omgevingswet ons inmiddels biedt. Minder gelukkig ben ik met nieuwe wetgeving waar nut en noodzaak bepaald niet van vaststaan. Of wetgeving die deels in werking treedt terwijl de onderliggende regels nog niet eens zijn uitgeschreven, zoals bij de Wet versterking regie volkshuisvesting.
Het gevolg laat zich raden. De praktijk weet niet wat er precies staat te gebeuren en moet zich voor de implementatie verlaten op zoiets als een concept-handreiking. Die voorbarige aanpak gaat sowieso niet versnellend werken. Mag ik de wetgever eens een handreiking doen? Laat wetgeving alleen in werking treden als nut en noodzaak op voorhand voldoende vaststaan én als de bijbehorende regels ook zijn uitgewerkt. Dan leidt zo’n nieuw pakket aan regelgeving wellicht wél tot een woningbouwversnelling.
Over de auteur
Manfred Fokkema is advocaat bij Infense Advocaten. Hij publiceerde op Gebiedsontwikkeling.nu al geregeld over het Didam-arrest. Vanaf deze week treedt hij toe tot ons team van columnisten. De illustratie bij zijn column is vervaardigd door Esther Dijkstra.
Cover: ‘Portret Manfred Fokkema’ door Esther Dijkstra (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)





